p1010633a

Shan Li in Shaolin, Deel 3 – De Russen

Yongliao Fashi (‘Fashi’ is ‘Dharmameester’) en ik zaten samen in een van kleine zijkamers van de Zenhal te chanten toen de pelgrimmonniken Shi Yanao en zijn Siciliaanse vriend kwamen binnenlopen. Terwijl een van de twee naar buiten ging om thee voor ons te halen, zat Yonliao rustig de man uit Sicilië te aanschouwen en na zo’n tien minuten stilte stelde hij die ene vraag:

‘Heeft u ooit iemand vermoord?’

De vraag kwam volledig uit het niets en ik moet toegeven dat het best vreemd is om iemand bij een eerste kennismaking deze vraag te stellen. Hoe dan ook; het antwoord was ‘nee’. De situatie deed me denken aan jaren geleden, toen twee russen voor iets meer dan twee maanden naar de Shaolinvallei waren gekomen. In de loop der jaren heb ik vele buitenlanders naar de vallei zien komen. De meeste komen als toerist, maar sommigen voelen zich geroepen om op een of andere manier deelgenoot te zijn van de legendarische Shaolin-kung fu. Van deze laatste soort mensen heb ik de meest uiteenlopende typen zien komen en gaan; van militaire specialisten tot maffiosi en zelfs de bekende rapper ‘Da Razor’ van de Wu Tang Clan. Omdat ik zelf ook naar Shaolin ben gekomen vanwege haar vechtkunststatus kan ik het hen moeilijk kwalijk nemen dat ze meestal geen enkele aandacht hebben voor de Boeddhistische relevantie van deze plek.

De Russen

‘Shanli! Als je naar Rusland komt vermoord ik je!’

We waren op pad geweest om de Daoïstische Zhongyetempel in Dengfeng – een stad op ongeveer vijftien tot twintig minuten rijden van de vallei – te bezoeken en inmiddels onderweg terug naar Shaolin. Ivan, één van de russen, liep ongeveer twintig meter achter me, schreeuwend. We waren van plan geweest om de lokale bus vanuit Dengfeng terug naar de Shaolintempel te nemen, maar juist op deze avond had het dienstdoende personeel besloten om hun besef van de relatieve rijkheid van buitenlanders te bevestigen met een vijfhonderd inflatie op de ritprijs, waarmee een enkele reis voor een Laowai (buitenlander) vijf Kuai in plaats van één Kuai was geworden.

‘WACHT EVEN’, zei ik, ‘SOFTsparring, ok? Niet knallen tot je tegenstander neervalt!’
Ik wist dat, als ik hier eenmaal aan toe zou geven, ik voortaan altijd het hogere bedrag zou moeten betalen, mocht ik een bus treffen met hetzelfde personeel. Ik begon daarom een belachelijke discussie om de prijs af te dingen tot het normale bedrag van één Kuai, wat iedereen in de bus had betaald. Ik irriteerde me aan het feit dat ik moest afdingen, maar waarschijnlijk was het allemaal enorm interessant en vermakelijk voor de vele lokale boeren in de bus, die allemaal voor één Kuai hun stoel hadden gekregen.

Normaalgesproken was Ivan in het gezelschap van zijn vriend Dimitri. De twee waren nagenoeg onafscheidelijk. Ze waren met de Trans Siberische express vanuit Moskou naar Beijing gereisd en hadden er, voordat ze in Moskou waren ingestapt, al meerdere dagen gezamenlijk reizen op zitten vanaf hun eigen stad. Alles bij elkaar waren ze zo’n tien dagen onderweg geweest om naar Shaolin te komen. Wanneer de twee samen waren, konden we elkaar wederzijds meestal redelijk begrijpbaar maken. Dit keer was ik echter alleen met Ivan, die ik steevast Dimitri bleef noemen en die in de regel niets begreep van wat er aan de hand was en daarom meestal passief deelnam aan het geheel, een beetje zoals iemand die een tafeltenniswedstrijd van een afstandje bekijkt.

Met uitzondering van de meest basale woorden was ik al het Russisch dat ik op school had moeten leren, vergeten. En zijn engelse woordenschat was erg klein, wat ik vanzelf zou ontdekken op het moment dat we – zoals ik dacht – hadden afgesproken een partijtje zouden gaan softsparren. Nadat we ons beiden in de standaard boksstand hadden opgesteld vuurde hij, in plaats van de geplande rustige tikken, een salvo keiharde stoten op me af.

‘WACHT EVEN’, zei ik, ‘SOFTsparring, ok? Niet knallen tot je tegenstander neervalt!’.  

‘Verheugd met het feit dat ik niets kon verstaan van wat hij me allemaal
in het Russisch toewierp, hield ik een tempo aan waarmee hij precies
twintig meter achter mij bleef. Precies genoeg om zeker te stellen dat
hij mijn neus niet zou breken uit louter tijdverdrijf’

‘OK’, antwoordde hij met een sterk Russisch accent. ‘Goed’, dacht ik, waarschijnlijk had hij het woord ‘soft’ niet goed gehoord.

De knallen gingen echter gewoon door. We wisselden flink wat stoten uit, maar omdat ik nog nooit echte bokstraining had gehad en ik er helemaal niet aan gewend was om mijn benen niet te gebruiken in een gevecht was ik geen echte tegenstander voor hem in deze discipline, wat werd bevestigd door het gevoel dat mijn kaak als een mes dwars door mijn trommelvliezen heen leek te steken.

‘Weet je wat het woord “soft” betekent?’, vroeg ik hem. ‘Njee, vat is dat: zooft?’

De scène had zo uit een film kunnen komen. Nadat ik hem had uitgelegd wat het betekende, vertelde hij me – voor zover ik hem kon begrijpen – dat hij zich al had afgevraagd waarom iemand zoals ik, overduidelijk zonder enige ervaring met boksen, een gevecht met hem zou willen doen, met blote handen nog wel. Ik was rond de achttien jaar, behoorlijk fit dankzij de vele uren dagelijkse training, maar tegelijkertijd ook mager en licht van gewicht. Ivan was een flink, volwassen Russisch bendelid die zijn hele leven lang gebokst had en zijn kost verdiende met subversieve praktijken waar ik hier liever niet verder op in ga.

Het was een ijskoude winternacht en, omdat het toch al te koud was om te gaan slapen, gingen we nog een uur of drie door met boksen, waarna ik me lange tijd heb moeten neerleggen bij het drinken van soep met een rietje en het niet kunnen openen van mijn mond om te praten, een situatie die de communicatie met de Chinezen er niet bepaald makkelijker op maakte.

Ivan zou mijn eerste bokstrainer worden.

Terugkomend bij de discussie in de bus leek er weinig beweging in het verhaal, behalve dan dat de conductrice inmiddels bereid was om de ritprijs te ‘verlagen’ naar twee Kuai, in plaats van de normale één Kuai. Ik besloot uit de bus te stappen en vertelde Ivan dat ik het prima vond als hij zich wilde laten afpersen, maar dat ik liever ging lopen dan dat ik meer moest betalen vanwege het simpele feit dat ik een buitenlander was. Ik geloof niet dat hij precies begreep wat ik hem had gezegd, waarschijnlijk dacht hij dat we een andere bus of een taxi moesten hebben.

Na dertig minuten lopen op zijn idioot zware Russische motorlaarzen begon het hem alsnog te dagen. ‘Shaanli, Shaanli, we zijn aan het lopen!’. ‘Ja, Dimitri, we zijn aan het lopen…’. Hij was nu dubbel zo kwaad. Niet alleen had ik hem met de naam van zijn kameraad aangesproken, hij begon bovendien in de gaten te krijgen dat we waarschijnlijk nog een flinke tijd zouden moeten lopen. ‘Shaanli, hoe lang lopen?’ In het huidige tempo zouden we er nog ongeveer twee uur over doen, maar het zou een stuk korter duren als we zouden gaan rennen. Verheugd met het feit dat ik niets kon verstaan van wat hij me allemaal in het Russisch toewierp, hield ik een tempo aan waarmee hij precies twintig meter achter mij bleef. Precies genoeg om zeker te stellen dat hij mijn neus niet zou breken uit louter tijdverdrijf. Natuurlijk komt er nooit een ‘tuktuk’ voorbij rijden als je er eentje nodig hebt en het feit dat de bus waar we eerder in hadden willen stappen ons voorbijreed, maakte Ivan niet bepaald vrolijker.

Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou overkomen als hij zou proberen mijn neus te breken, terwijl ik mijn best zou doen om hem uit te schakelen met mijn trappen. En omdat iemand met trappen het beste is uit te schakelen door zijn beenspieren te verlammen, zou het er uiteindelijk op neerkomen dat ik hem de hele weg zou moeten dragen. Tenzij hij er in zou slagen mij buiten westen te slaan.

Terug in de Shaolin vallei zat zijn kameraad in een winkeltje heet water te drinken en zonnebloempitten te eten om de avond door te komen. Ivan was woest, niet alleen omdat zijn schoenen tijdens onze veldtrip zijn benen in een toestand van verlammende pijn hadden gebracht, wat nog dagenlang zo zou blijven, maar temeer omdat ik het incident nogal licht opvatte. De twee verhaalden vervolgens op zeer beeldende wijze over allerlei typisch Russische wreedheden, en maakten me duidelijk hoezeer een achttienjarig iemand zoals ik gewaardeerd zou worden in een Russische gevangenis.

Die nacht vertelde Dimitri me dat hij zijn eerste moord had gepleegd toen hij mijn leeftijd had. Op het moment dat hij me dat vertelde, wist ik waar het vreemde gevoel vandaan kwam dat ik de hele tijd had gevoeld bij de twee: alsof er iets miste in hen, een gemis dat dwars door hun koude Russische ogen heen straalde, een knagend bewustzijn dat ze vele stappen hadden genomen die nooit meer ongedaan gemaakt kunnen worden.

Lees meer over Shan Li op zijn eigen site.

En lees hier deel 2 van de serie…