groundhog03-3

Shan Li in Shaolin, Deel 4 – Groundhog Day

Het dagelijks leven in de Shaolinvallei leek op de vechtsportvariant van de film ‘Groundhog Day’. Iedere dag was nagenoeg hetzelfde als de vorige. Je moet ook niet vergeten dat het er toen heel anders aan toeging dan tegenwoordig.

Toen ik er pas aankwam, was Shaolin een smerig, afgelegen kungfu-getto. De ziektes wisselden elkaar af met de seizoenen, zo nu en dan staken mysterieuze infecties de kop op en voedselvergiftiging was aan de orde van de dag; een gevolg van teveel mensen, ratten en ander ongedierte die te dicht op elkaar zaten zonder dat enige vorm van hygiëne in acht werd genomen.

De situatie werd behoorlijk nijpend in de winter; er was geen enkele vorm van verwarming, geen radiatoren, geen kachels, geen elektriciteit. Het eerste uur dat je in slaap probeerde te vallen, leek het net of je zat opgesloten in een ijskasteel van bevroren dekens in een kamer die uitstekend dienst deed als koelkast. Ik bewaarde zelfs een paar keer ijsjes in mijn kamer, gewoon omdat het kon. Ik kan me herinneren dat ik regelmatig wakker werd, omdat mijn ogen aan het dichtvriezen waren of omdat mijn tenen aanvoelden alsof ze in bevroren stukjes uit elkaar zouden springen. Dan ging ik naar buiten en probeerde ik mezelf op te warmen in het maanlicht.

Het andere uiterste was de zomer. Dan krioelde het er van de insecten en allerlei andere kleine diertjes.  De stank van de afvalhopen die overal verspreid lagen was, in combinatie met de openluchtlatrines, soms niet meer te harden. Het ergste was dat de ratten die overdag in de toiletten rondhuppelden, ‘s nachts over onze gezichten heen liepen, samen met gekko’s en salamanders die zichzelf als paratroepers van het plafond lieten vallen.

Je kunt je voorstellen dat ik het na lange dagen trainen in de zomerhitte niet op prijs stelde dat mijn slaap werd verstoord, vooral niet omdat de volgende trainingsdag, en dat was dus ook altijd de volgende dag, om vijf uur ‘s ochtends begon met een nauwgezette inspectie door de instructeurs. Mensen die leken te suffen, werden zwaar gestraft. Er werd de hoogste graad van discipline gehandhaafd in deze omgeving van duizenden gevechtsklare, getrainde mensen in onze kleine vallei. ‘ziektes wisselden elkaar af met de seizoenen, zo nu en dan staken
mysterieuze infecties de kop op en voedselvergiftiging was aan de orde
van de dag’

De training was zo intens dat ons lichaam voortdurend pijn deed en naast de training kregen we maaltijden die voornamelijk bestonden uit een waterige rijstsoep, gestoomd brood en groenten die lichtjes waren gekookt. Aangezien ik gewend was aan stevige kost zoals kaas, biefstuk, appeltaart, verschillende zuivelproducten en vooral chocolade, onderging ik jarenlang letterlijk ontwenningsverschijnselen.

Trainen, eten, slapen, trainen, eten, slapen en als bonus iedere dag hetzelfde naar binnen werken. Na een tijdje begon ik te dromen over het eten dat ik iedere dag at en onder ogen kreeg en door de aanhoudende voedselvergiftiging en geuren en smaken van het eten, werden die dromen al snel nachtmerries.

Tijdens het watermeloenseizoen maakte het rottende voedsel en afval dat in de rivier was gegooid de vreselijke stank van ammoniak nog net een graadje erger. Terwijl je boven een van de latrines hurkte, gebeurde het regelmatig dat er een rat tussen je benen door sprong. In dat geval kon je maar beter geen steun aan de muur zoeken, want niemand nam ooit de moeite om in het gat te mikken. De muren zaten onder de uitwerpselen, omdat mensen gewoon hun handen eraan afveegden wanneer er geen papier aanwezig was. Er kropen maden rond in deze rottende troep en ik stelde me voor dat er een bijzondere dag zou komen wanneer de maden op een of andere manier zouden veranderen in vlinders en in een felgekleurde wolk de latrines zouden verlaten.

Na het opstaan rende ik vaak naar buiten waar ik dan anderen tegenkwam die al in dezelfde houding zaten, met dezelfde symptomen. Ik noemde het ‘brüll kotzen’ – brulkotsen. Dit ging gepaard met uitdroging en pijnlijke gewrichten, waarna we om vijf uur gingen rennen en dan het grootste deel van de ochtend doorbrachten met het oefenen van trappen en lage houdingen, nog meer rennen, opdrukken, sit ups enzovoorts.
Er waren geen kleuren te bekennen in de vallei; afgezien van het klooster zelf had alles een saaie, vaalgrijze kleur. Ik zei altijd dat het een teken van geluk was wanneer je door het bos liep en een bidsprinkhaan tegenkwam die nog al zijn poten had. Het verbaasde me ook dat vrijwel ieder huis, iedere muur of ieder bouwwerk bedekt was met dezelfde monotone, gebroken witte badkamertegels. Ik vernam uit verschillende bronnen dat dit kwam omdat er maar een machtig bouwbedrijf in het land was en het was moeilijk voor mededingers om op de markt te komen. Alle gebouwen in Henan werden dus gekenmerkt door een monotoon gebrek aan kleur.

In de loop van de jaren zag ik veel volwassen mannen de vallei in tranen verlaten, omdat ze de mentaliteit, de voedselvergiftiging, de grauwheid en de smerigheid niet meer konden verdragen, maar voor mij is er geen andere plek op aarde waar ik me zo thuis zou voelen als in het Shaolinklooster.

Lees ook deel 3 van de serie…

Of bekijk de website van Shan Li.