geld-2-960×370-2

Een Amerikaans Feest

Door: Sophie van der Stap

‘Shall we go
Dutch?’, hoor ik een Amerikaanse stem naast me zeggen.
‘My idea. Have
you seen the waiter? Normally it takes him ages.’

Ik zit op een
Parijs terras, om precies te zijn die van café Bourbon op het Place du Palais
Bourbon, daar waar het Assemblee Nationale gevestigd is en vrouwen met gekapte
haren en mannen in pak de mode bepalen.

Eventjes voel ik
me aangesproken. Hoezo Dutch?

De vrouwen
betalen allebei hun eigen deel van de maaltijd en stappen op. Nieuwe, bijna
identieke exemplaren strijken neer. Going Dutch. Het is waar. De rekening wordt
vaak in twee-en of drie-en gedeeld. Met in de ergste gevallen iemand die zijn
exacte deel van de rekening op het schoteltje neerlegt. Toch heeft het ‘Going
Dutch’ iets dat me bevalt. Het zal het feministische aspect wel zijn. Het
zelfstandige, onafhankelijke. En niet te vergeten het vader Calvijn slash Dalai lama aspect. Met zelfverdiende luxe
koop je een stukje schuld af.

The Way to a Man's Heart (c) A. & N. C 2003

<<< ” Ah not
too
bad – a touch under £60. Shall we go Dutch? “

Ik woon nu bijna
twee jaar in Parijs en hier gaat het anders. Er wordt nooit gedeeld en geteld.
Er wordt gewoon betaald. Discreet en onzichtbaar. Als vrouw is het hier dan ook
een waar culinair paradijs. Je kunt vier avonden per week in restaurants
hangen, zonder er armer van te worden. Sterker nog, ik bespaar zelfs de kosten
van mijn boodschappen! De rolverdeling moet wel mannelijk of zakelijk zijn,
maar dat gaat vanzelf als jonge schrijfster op hakken in Parijs.

Toch zit ik
voorovergebogen over een brief aan mijn uitgever, ik herschrijf hem voor de
derde keer, met donker glinsterend potlood en lange krullende letters. Voor de
extra touch zeg maar. Het zit namelijk zo; het is zomer en uitspraken als‘Going
Dutch’ – leuk weetje; wij in Nederland schijnen van een Amerikaans feest te
spreken op cocktails waar we zelf moeten betalen – vullen de stad op witte
sportschoenen en in tourbussen gevuld met nog meer Amerikaanse mode. En dat,
dat is heel slecht voor mijn portemonnee. Leest u mee:

Beste Meneer de Uitgever,

Helaas moet ik
u mededelen dat ik onze afspraak voor het inleveren van mijn manuscript van
aankomende dinsdag nog een keer moet verzetten. Ik begrijp dat dit bericht u
enigszins zal ontstemmen. U denkt natuurlijk, wat zit zij toch te lummelen, nog
steeds geen boek, en dat met zo’n hoog voorschot. Waar blijft mijn geld?
Slechts postkaarten uit Parijs, dan weer uit Bretagne, Normandie, de Cote
d’Azur. Ik betaal mijn auteurs om boeken te schrijven, geen reisgidsen!

Daarbij is het
boek al in alle brochures aangekondigd en de ontwerpafdeling heeft op het
laatste moment nog tot in de late uren doorgewerkt omdat Mevrouw de schrijfster
weer eens niet tevreden was met de omslag. Alsof zij daar iets van afweet. Ha,
leer mij mijn auteurs kennen. Niets, niets weten ze van zakendoen. Ik ben de
uitgever, het is mijn beroep te weten wat wel en niet verkoopt. Een jong meisje
op de voorkant met een grote bos haar, dat wordt gezien! Komt ze met een oud
affiche aanzetten dat aan Parijs doet denken. Eentje met een zwarte kat en een
oud wijf op de voorkant. Nee dat verkoopt. Ooit van een lekker oud wijf
gehoord?

Maar Meneer de
Uitgever, U begrijpt toch wel dat mijn leven er niet eentje is van lummelen,
maar simpelweg een onzeker bestaan is en na middernacht zelfs een akelig
eenzame en angstaanjagende plek is om in te huizen. Niets vrijheid, blijheid.
Gelooft U mij, U zult doodmoe terugkeren van een maand mijn leven leiden. Denk
je dat de levenservaringen gewoon maar aanwaaien? Al die gedachtes en
observaties? Alsof het niets is? En dan heb ik het nog niet eens over de kosten
gehad.

Wat zegt U?
Een vrouwenparadijs? Ja daar wilde ik het net over hebben. Het zit namelijk zo.
Er komen steeds meer Amerikanen in de stad. Ik zeg je, ze zijn ineens overal!
En overal, oh horror, overal verspreidt zich het verschrikkelijke ‘Going Dutch’
principe. Echt! Ik heb deze hele maand voor mijn eigen eten moeten betalen, en
U weet zelf, toen U hier afgelopen najaar op bezoek was, en mij overal mee uit
eten heeft genomen, Parijs is een dure stad. En U begrijpt ook, zonder deze
ervaringen ben ik nergens. Ik moet reizen, zien, beleven!

Jawel, het is
niet meer wat het geweest is, schrijfster zijn. Heeft U daarom nog een klein
voorschot voor mij? Eentje waarmee ik deze dure zomer mee door kan komen? Ik
heb nog een einde nodig en een personage moet nog worden uitgediept. Ik heb de
nodige berekeningen gedaan; met 18 ervaringen moet het lukken mijn manuscript
bij de volgende afspraak in te leveren. Nou ik moet nu ophouden, een of andere
cocktail. Als het maar geen Amerikaans Feest wordt!

Liefs Sophie

‘Shall we go
Dutch?’
‘Absolutely.’