bovenplaatje-voorpublicatie

Ja, ik zit! Jonge boeddhisten over aardse zaken

Hoera! het boek Ja, ik zit! van Anne Kleisen is op 10 oktober feestelijk gedoopt! Het ligt nu in de winkel, en hier lees je alvast wat stukjes uit het boek. Deel 1

Hoera! het boek Ja, ik zit! van Anne Kleisen is op 10 oktober feestelijk gedoopt! Het ligt nu in de winkel, en hier lees je alvast wat stukjes uit het boek. Deel 1 over vriendschap en familie.

bart banninkBart Bannink (27, freelance IT’er, Wake up)
‘Mijn broer was bang dat ik alleen nog maar op een kussentje zou zitten zweven’

“Eigenlijk zijn de relaties met mensen om mij heen verdiept sinds ik een jaar geleden boeddhist werd. Ze zeggen allemaal dat ze blij voor me zijn. Ik denk dat de belangrijkste reden daarvoor is dat ik hun niet vertel dat ze hetzelfde moeten doen als ik. In het begin, toen ik het boeddhisme net had ontdekt, had ik die neiging wel. Kijk mij, ik heb het helemaal gevonden! dacht ik toen. Dat heb ik losgelaten. Het is heel makkelijk om te zeggen dat mijn pad het beste is, maar het enige wat ik dan doe, is mijn ego opblazen. Ik wil juist leren mezelf te zijn en anderen de ruimte geven om zichzelf te laten zijn. Ik voel me niet meer verantwoordelijk voor het ontwaken van iedereen die ik ken, waardoor ik ook niet meer van de daken hoef te schreeuwen dat het boeddhisme het beste is wat je kan overkomen. Ik denk dat mijn vrienden het ook fijn vinden dat ik boeddhist ben geworden omdat ik nu niet meer drink. Vroeger kwam er altijd alcohol bij kijken als ik met vrienden afsprak. Na een paar biertjes praatte ik dan niet meer zo zinnig. Nu ik niet meer drink, merken ze dat ik met veel meer aandacht praat en luister. Ik heb nu regelmatig gesprekken waarin de ander een half uur of een uur aan het woord is, zonder dat ik de neiging voel te vertellen dat ik dat ook heb meegemaakt. Dat had ik voorheen wel, ik vond dat het allemaal in evenwicht moest zijn.

robert de boerRobert de Boer (27, Psycholoog, Rigpa)
‘Mijn moeders grootste nachtmerrie
“Accepteren dat ik geen protestant maar boeddhist ben, is voor mijn ouders een geleidelijk proces. Mijn vader is twee keer meegegaan naar een lezing van mijn leraar Sogyal Rinpoche (Tibetaans boeddhistische leraar), toen deze in Nederland was. Mijn ouders hebben ook allebei een boek van de Dalai Lama en van Sogyal Rinpoche gelezen, dus ze doen wel echt moeite om me te begrijpen. Ik leg ze ook weleens wat uit, maar soms krijg ik het gevoel dat ik dat kan blijven doen. Mijn moeder is bijvoorbeeld eens meegegaan naar Lerab Ling (retraitecentrum van Rigpa in Frankrijk). Het eerste wat je ziet als je daar de tempel binnenkomt, is een gigantisch gouden Boeddhabeeld. Er hangen ook mooie schilderijen aan de muur, kortom: er is veel pracht en praal. In het protestantisme heb je geen beelden, dus mijn moeder vindt het moeilijk te bevatten wat daar de functie van is. Ik leg op zo’n moment uit wat de bedoeling is, namelijk dat het beeld van de Boeddha ons herinnert aan eigenschappen zoals compassie en liefde, maar een paar maanden later kunnen we weer van voren af aan beginnen. We gaan het toch niet weer over dat gouden beeld hebben hè, denk ik dan. Ik vind het niet pijnlijk, maar word er wel wat ongeduldig van. Aan de andere kant daagt het me uit om die dingen beter uit te leggen. Mijn moeder heeft zich in het begin ook zorgen gemaakt dat ik monnik zou worden. Dat was haar grootste nachtmerrie, want dan zou ik geen vriendin krijgen en zij geen kleinkinderen. Mijn ouders hebben een heel goed huwelijk en voor hen is een relatie tussen man en vrouw het mooiste wat er is. In het begin heb ik er wel over gedacht om monnik te worden, maar nu ik een vriendin heb, ligt mijn pad in de gewone maatschappij. Mijn ouders zijn ook om die reden erg blij met Svea. Inmiddels ben ik al zeven jaar met boeddhisme bezig en hebben ze er vrede mee. Ze zijn ergens ook wel trots dat ik hier zo diep induik. Tegelijkertijd helpen ze me om met beide benen op de grond te blijven. Ik zit nogal eens met mijn gedachten in de wolken, maar zij zeggen tegen me dat ik mijn studie moet afmaken en over de toekomst moet nadenken. Met dat soort praktische adviezen houden ze me in balans.”

luc carriereLuc Carriere (27, lekenmonnik, zen.nl)
‘Ik denk dat mijn vrienden sowieso wel wat diepgang hebben’

“Ik studeerde en woonde in Amsterdam, maar ben nu in Nijmegen als lekenmonnik aangesteld. Er is dus zowel fysiek als geestelijk afstand tussen mij en mijn vrienden gekomen. Dat vind ik jammer, maar het hoort bij het pad waarvoor ik heb gekozen. De emotionele afstand die ik neem, hoort bij het aannemen van nieuwe patronen en dat is wat ik als zenstudent aan het doen ben. Als ik nu bij mijn oude opties in Amsterdam blijf, kan ik niet loskomen van mijn oude patronen zoals escapisme en een zekere stuurloosheid. Dan ben ik met van alles en nog wat bezig, maar doe ik niets volledig. Het helpt dat ik nu wat vrijer ben, want oude patronen zijn meestal sterk vervlochten met je oude situatie. Als ik op retraite ga, ben ik ook langere tijd alleen om daarna weer terug te keren naar de eerdere situatie. In die zin is dit een soort lange retraite.  Door de fysieke afstand tussen mijn vrienden en mij, ontstaat er een schifting in mijn vriendenkring. Het kost nu immers meer moeite om elkaar te zien. Ik heb niet het gevoel dat dit komt doordat ik emotioneel een andere ontwikkeling doormaak, want ik denk dat mijn vrienden sowieso wel wat diepgang hebben. Het is vooral zoeken naar een nieuwe verhouding met hen. Af en toe is het pijnlijk en voel ik me eenzaam, maar soms gaat het ook erg goed. Daarnaast is de beoefening er juist op gericht om je meer verbonden te voelen met alles en iedereen, dus in die zin kan het volgen van een spiritueel pad ons juist dichter bij elkaar brengen.”


akiko koteraAkiko Kotera (36, SGI):
‘Ik liet het een beetje op z’n beloop’

“Ik
ben opgegroeid met het boeddhisme, mijn ouders zijn allebei lid van de
Soka Gakkai International (SGI), dus ik weet niet beter. Met het gezin
beoefenden we vroeger elke ochtend en avond (binnen de SGI bestaat
beofenen vooral uit chanten, oftewel het hardop reciteren van de mantra
Nam Myoho Renge Kyo: ‘Ik wijd mij aan de mystieke wet van oorzaak en
gevolg’) en omdat er nog geen centrum was, werd er één keer per week een
bijeenkomst bij ons thuis georganiseerd. Dan kwamen er allemaal
SGI-leden bij ons over de vloer.
Mijn ouders hebben me niet gepusht
om me in het boeddhisme te verdiepen, maar ik heb nooit de behoefte
gevoeld me tegen hun ideeën af te zetten. Toen ik een jaar of vijftien
was, ben ik serieus aan de slag gegaan met mijn beoefening. De directe
aanleiding daarvoor was dat ik bleef zitten en van school met een
psycholoog moest praten om erachter te komen waarom dit was gebeurd. In
die gesprekken ontdekte ik dat ik weliswaar mijn best deed op school en
in mijn beoefening, maar er toch niet echt voor ging. Ik liet het een
beetje op z’n beloop.
Ik zag toen in dat mijn beoefening als een
spiegel is; als ik me daar niet helemaal voor inzet, doe ik dat ook niet
op andere gebieden in mijn leven. Toen ik dat ontdekte, heb ik in mijn
hart besloten dat het boeddhisme voor mij heel erg goed is en dat mijn
beoefening niet losstaat van de rest van mijn leven, maar er een
onderdeel van is. Vanaf dat moment beoefende ik nog steeds niet elke
dag, maar ging ik wel met andere jonge vrouwen naar bijeenkomsten van de
SGI en deed ik mee aan andere activiteiten die door de SGI worden
georganiseerd. Ik vroeg me nog weleens af waar het boeddhisme echt over
gaat, maar ik twijfelde er niet meer aan dat het bij me hoorde.”

bea de munnik Bea de Munnik (19, Shambhala)
‘Leven is lijden
“Dat
mijn moeder boeddhist is, heeft er absoluut aan bijgedragen dat ik zo
jong met boeddhisme ben begonnen. Maar ook andere dingen die in mijn
jeugd speelden, waren een aanleiding. Als kind was ik nogal depressief
en introvert. Ik zat helemaal in mijn eigen wereld en daardoor werd ik
gepest. Toen ik een jaar of veertien was, waren mijn leeftijdsgenoten
met heel andere dingen bezig dan ik, waardoor ik me nog meer in mezelf
keerde en ik nog vaker het doelwit was van pesterijen. Op een dag
besloot ik dat ik er klaar mee was. Ik had de hele nacht wakker gelegen
en toen ik ’s ochtends naar beneden kwam, zei ik tegen mijn moeder dat
ik niet meer naar school ging. Mijn moeder zei alleen maar: ‘oké’. Zij
wist al die tijd hoe de situatie op school voor mij was.
Binnen twee
weken hadden we een nieuwe school gevonden en daar begon ik vrienden te
maken. In die tijd is mijn houding compleet veranderd: ik kwam uit de
slachtofferrol. Toen ik  besloot om van school te gaan, nam ik controle
over mijn eigen leven en dat deed heel veel met me. Ik leerde beter te
begrijpen dat mensen soms naar doen, zoals de mensen die mij hadden
gepest. Mijn verdriet en pijn daarover, de manier waarop ik daarmee omga
en de vraag waarom ik niet blij kon zijn, hebben veel parallellen met
de vragen die in het boeddhisme aan de orde komen.
Wat mij
aanspreekt in het boeddhisme, is het uitgangspunt dat leven lijden is en
dat ik dat accepteer. Dat betekent niet dat alles naar is, maar áls er
iets naars gebeurt, weet ik dat dat niet per se slecht is. Door mijn
verleden had ik het nodig om dat uit te zoeken en nog steeds moet ik
mezelf er soms aan herinneren het lijden niet te verdringen. Het is er
gewoon, dus je kunt er maar beter mee leren omgaan. Dan zie je dat er,
naast het
lijden, nog veel meer is. Ik vind het bijvoorbeeld erg
belangrijk dat mensen zich bewust zijn van hun eigen en andermans
fundamentele goedheid, oftewel: het erkennen van ieders boeddhanatuur.
We leven in moeilijke tijden, waarin de ene groep mensen denkt dat de
andere groep niet helemaal mens is, omdat ze een ander geloof aanhangen
of omdat ze in de ogen van de ander iets verkeerd hebben gedaan. Daarom
doe ik mijn best om altijd iedereen te respecteren, ook als ze ja, ik zit!  asociaal
of agressief doen. Dat zijn momenten waarop ik respect probeer te tonen,
omdat zulk gedrag mij eigenlijk tegenstaat.”

Titel:           Ja, ik zit! Jonge boeddhisten over relaties, seks, werk en andere aardse zaken
Isbn:           978 905670 2502
Prijs:          14, 95 euro
Pagina’s:   160
Uitgeverij en bestellen:asoka.nl
Het boek lig ook in alle winkels
Wil je een gesigneerd exemplaar? Dat kan! Mail je verzoek naar Anne Kleisen: a.kleisen@boeddhistischeomroep.nl

 

‘Mijn broer was bang dat ik alleen nog maar op een kussentje zou zitten zweven’
“Eigenlijk zijn de relaties met mensen om mij heen verdiept sinds ik een jaar
geleden boeddhist werd. Ze zeggen allemaal dat ze blij voor me zijn. Ik denk
dat de belangrijkste reden daarvoor is dat ik hun niet vertel dat ze hetzelfde
moeten doen als ik. In het begin, toen ik het boeddhisme net had ontdekt,
had ik die neiging wel. Kijk mij, ik heb het helemaal gevonden! dacht ik toen.
Dat heb ik losgelaten. Het is heel makkelijk om te zeggen dat mijn pad het
beste is, maar het enige wat ik dan doe, is mijn ego opblazen. Ik wil juist leren
mezelf te zijn en anderen de ruimte geven om zichzelf te laten zijn. Ik voel
me niet meer verantwoordelijk voor het ontwaken van iedereen die ik ken,
waardoor ik ook niet meer van de daken hoef te schreeuwen dat het boeddhisme
het beste is wat je kan overkomen.
Ik denk dat mijn vrienden het ook fijn vinden dat ik boeddhist ben geworden
omdat ik nu niet meer drink. Vroeger kwam er altijd alcohol bij kijken
als ik met vrienden afsprak. Na een paar biertjes praatte ik dan niet meer zo
zinnig. Nu ik niet meer drink, merken ze dat ik met veel meer aandacht praat
en luister. Ik heb nu regelmatig gesprekken waarin de ander een half uur of
een uur aan het woord is, zonder dat ik de neiging voel te vertellen dat ik
dat ook heb meegemaakt. Dat had ik voorheen wel, ik vond dat het allemaal
in evenwicht moest zijn.