bodhi_vukeleku_02_versiea

Tathata: de dingen zoals ze zijn

Dana
Marshall  heeft een voorliefde voor het maken van stillevens, ‘vanwege
hun inherente vermogen om het leven te destilleren’, zo legt zij uit. De foto’s
die hier worden vertoond, zijn een selectie uit haar oeuvre, in hun artistieke context en oorspronkelijke afmetingen te bewonderen op www.dmarshall.nl. Op alle beelden rust copyright.

Dana
over haar werk…
Mijn
werk is geïnspireerd op het begrip “tathata” wat in het Sanskriet “zoals
het is” betekent en afstamt van “tathagatagarbha”
(boeddhanatuur). “Boeddha” betekent “wakker”.

Ik
probeer met mijn foto’s de pure essentie van dingen vast te leggen. Daarvoor is
het tijdens het creatieve proces van wezenlijk belang om in contact met mijn
kracht en overtuiging te zijn. Op die manier kan ik op de open plek van het
niet-weten blijven en me laten leiden door het creëren op zich.

De
objecten voor mijn lens zijn vaak dingen waaraan je gewoonlijk voorbijloopt:
een rotte sinaasappel, een verdorde bloem, een steen. Maar door de manier waarop
ik ze toon, kunnen ze je wakker schudden, ervoor zorgen dat je iets voor het
eerst ‘echt’ ziet, je oog in oog zetten met de ware aard ervan.

Schoonheid
en vergankelijkheid zijn de hoofdthema’s in mijn werk. Ik verenig schilderkunst
en fotografie, en zoek naar een combinatie van het alledaagse en het
spirituele. Ik werk in series waarin variaties op bovenstaande thema’s op
uiteenlopende manieren worden verbeeld.

Kenmerkend
voor elk project is de letterlijke en figuurlijke gelaagdheid, die tot stand
komt door de verschillende technieken die ik toepas. Ook het samenbrengen van
fragmenten en details is een terugkerend element. Opvallende ingrediënten van
mijn projecten zijn de verschijningsvorm, textuur en kleur.

Het
citaat hieronder komt uit een recensie van een tentoonstelling die ik had in
Galerie Pennings in Eindhoven. Voor mij is het een poëtische duiding van al
mijn werk.

“De
omarming door de natuur, een ode aan schoonheid en kwetsbaarheid. Een lofzang
op het eeuwige van het vergankelijke, zoals een blijvende herinnering aan een
intens dierbare.”
(Herman
Hoeneveld over Padma, PF, april 2001)