sesshin2_groot

Verslag van een zenretraite, door een debutant


Door Matthijs Wind

Op
de boot naar Ameland zakte de moed, die al tot mijn enkels was gedaald, me
volledig in de schoenen. Waar was ik aan begonnen? Ik had me opgegeven voor een
retraite via Zen.nl. Bij het horen van het woord
retraite schieten bij de meeste mensen termen als rust, contemplatie en inzicht
te binnen. Maar een zenretraite, of sesshin zoals het binnen zen genoemd wordt,
was, zoveel wist ik al wel, veel meer en veel zwaarder dan je van tevoren kon
bedenken.

Aangekomen
op een kruispunt in mijn leven was het mijn intentie om eens goed, diep en
eerlijk bij mezelf naar binnen te kijken en mijn ogen niet af te wenden voor
dat wat naar boven zou komen bubbelen. Toen de boot aanmeerde had ik, door
eerder genoemde intentie als een soetra voor mezelf te reciteren, net genoeg
moed verzameld om het avontuur aan te gaan.

Spartaans
Het
programma begon zondag aan het eind van de middag en zou tot de eerstvolgende
zaterdagochtend duren. Vijf volle dagen gevuld met meditatie en stilte. Het
regime deed Spartaans aan. Volledige stilte, geen oogcontact, opstaan om vijf
uur, mobiele telefoons inleveren en tot mijn milde teleurstelling bleek ook de
televisie op de kamer te zijn gedemonteerd waarmee mijn laatste hoop op een
dagelijkse portie nieuws de kop in werd gedrukt. Alle omstandigheden waren
gecreëerd om zo dicht mogelijk bij jezelf te komen en te blijven voor de duur
van de sesshin.

Alle
dagen begonnen na koffie en thee met het reciteren van een aantal soetra’s. Op
een klein onderhoud met de zenmeester na was dat het enige geluid dat mijn
stembanden produceerden op een dag. In een van de soetra’s wordt Kanzeon
aangeroepen. Zij is voor zen-boeddhisten wat Maria is voor de katholieken. Om
ervan overtuigd te zijn dat ze ons ook kan horen werd het reciteren geleidelijk
steeds harder en eindigen we schreeuwend om onze oermoeder rond een uur of zes
in de ochtend.

Constante pijngolf
Meteen
na de soetrazang was het tijd voor de eerste twee meditatiesessies van 25
minuten die van elkaar werden gescheiden door een loopmeditatie van ongeveer
vijf minuten. De eerste paar keer in kleermakerszit gingen nog wel, maar al
snel bleek dat mijn lichaam ook wel eens in een andere positie wenste te
zitten. Spiergroepen waarvan ik niet wist dat ze bestonden, lieten van zich
horen. Op het moment dat de pijn in mijn schouders wat weg leek te trekken,
begonnen mijn knieën op te spelen. Als mijn knieën voor het moment aan de
houding gewend leken te zijn, startte de pijn in mijn bovenarmen en zo ging er
een constante pijngolf door mijn lichaam die de hele week aanhield.

In
totaal mediteerden we ongeveer zes en een half uur per dag waarvan veertig
minuten buiten in de vrieskou. De sessies buiten waren gelukkig de laatste
sessies van de dag dus wanneer je je hier goed doorheen sloeg, wachtte een
comfortabel bed om je pijnlijke lijf ten ruste in te leggen.

Bewust
tongverbranden

Om
half acht ’s ochtends, half één en half zes waren er maaltijden. De
middagmaaltijd was een warme lunch met dessert. Het avondmaal een kommetje
soep. Vlees werd er niet genuttigd. Nu kan ik best een paar dagen zonder vlees,
maar wanneer dit structureel vervangen wordt door smakeloze tofu begint het
verlangen naar een saucijzenbroodje op de boot terug naar het vaste land haast
epische vormen aan te nemen.

Ook
eten deden we in stilte. De dagelijkse soepmaaltijden werden gedomineerd door
linzen en bonen en werden flink heet geserveerd. Ik zag hoe mijn buurvrouw het
wereldrecord hete soep eten verbrak, maar er helaas niets over kon zeggen. Net
zomin ik dat kon wanneer ik voor de derde keer in een week mijn mond aan de
soep verbrandde.

Serieuze
contemplatie

Gedurende
de dag waren er een aantal pauzemomenten. Niet meer dan een half uur om even
koffie of thee te drinken en de stramme ledematen te strekken. Ik maakte van de
gelegenheid gebruik om de frisse lucht in te gaan en mijn ontwakende geest van
genoeg zuurstof te voorzien. Met mij deden vele anderen, volledig in het zwart
geklede, mede-sesshin-gangers dat ook. Hun blikken zijn serieus en in zichzelf
gekeerd. Zo zeer zelfs dat het me af en toe tegenstond. Met z’n allen bepleiten
we een betere wereld maar gedurende de week zijn we vooral met onszelf bezig.
Toen ik per ongeluk toch even oogcontact had en uit gewoonte glimlachte, bleef
het gezicht van de tegenpartij strak in de plooi. Een gevoel van teleurstelling
en ‘niet gezien worden’ kon ik niet onderdrukken.

Omdat
praten taboe is tijdens een sesshin, was het onmogelijk om de zaken die
je tegenkomt op je zoektocht met de anderen te delen. Net zoals het onmogelijk
was om ook even van anderen te horen dat ze verschrikkelijke pijnen hadden. Als
uitlaatklep lagen er schriftjes voor ons klaar waar driftig in geschreven werd.
Niet alleen om stoom af te blazen of nieuwe inzichten op te schrijven maar ook
om aantekeningen te maken bij de lezingen, teisho’s, die onze zenleraar Rients
Ritskes, eenmaal per dag gaf. Met het grootst mogelijke gemak zat hij ruim
anderhalf uur in de lotushouding om ons te onderwijzen aan de hand van het
thema van de sesshin: “Meer ruimte creëren in relatie tot jezelf”. De inspiratie
voor deze lezingen haalde hij uit het boek ‘Sferen’ van de Duitse filosoof
Peter Sloterdijk. We kregen citaten mee waarin woorden stonden als
‘congeniaal’, ‘twee-eenheidverleden’, ‘interfaciaal’, ‘etnopoëtisch’ en
‘correlatieve dualiteit’.

Petten te boven
Ik
had al begrepen dat ongeveer zeventig procent een universitaire achtergrond
heeft en rond de veertig is. Ik ben 34, heb als hoogst behaalde diploma het
papiertje van de HAVO en verdronk zo af en toe in het moeras van het idioom dat
hier gehanteerd werd. Na afloop van de sesshin bekende mijn buurman, die mij
tijdens de week zwijgend flankeerde gedurende de maaltijden, dat het soms ook
boven zijn pet ging. Ik was dus niet alleen.

Dat
ik niet alleen was geweest, bleek ook toen we aan het eind van de week weer
mochten spreken. De sesshin was ten einde gekomen en het enige dat ons nog restte was
een feestontbijt. Mensen kwamen naar me toe om me uitgebreid te feliciteren met
het behalen van mijn eerste sesshin en voegden er aan toe dat ze mij
wel degelijk hadden zien lijden op mijn kussentje.

Prestatie van formaat
Ik was tijdens de week, door alle fysieke en
mentale pijn heen, inderdaad tot allerlei inzichten gekomen en het was me
gelukt om diep in mezelf af te dalen. Zelfs tot in de donkere hoekjes waar je
liever niet komt. De vraag rest of ik de gevonden inzichten ook in de praktijk
kan implementeren, maar mijn gevoel zegt van wel.

Tijdens
de terugtocht op de boot en knabbelend aan een saucijzenbroodje kwam het in me
op dat ik een prestatie van formaat geleverd had. Van onze groep, die bestond
uit ongeveer tachtig mensen, had maar een deelnemer opgegeven. Maar, en dat
schoot me al etend te binnen, waren er op de zestien miljoen Nederlanders
15999920 mensen die de tocht überhaupt niet gemaakt hadden…