shanli-nophotos960x370

Shan Li, een bekende vreemdeling in Shaolin – Deel 1


Dit artikel is eerder gepubliceerd, op
17 september 2009, en wordt in het kader van de zomerstop herhaald.

In de afgelopen vijfhonderd jaar is het maar vijf niet-Chinezen gelukt om volwaardig lid te worden van de wereldberoemde Shaolin-gemeenschap en er is er maar één die het er langer dan zes maanden heeft volgehouden. Elf jaar geleden besloot Shan Li, toen zeventien jaar oud, zijn geboorteplaats Leipzig te verruilen voor het Shaolin-klooster in Centraal-China. Aanvankelijk alleen geïnteresseerd in de legendarische Shaolin gevechtskunsten, raakte hij langzaam aan steeds meer geïntrigeerd door het Boeddhisme. Bevoorrecht met studies bij diverse befaamde Boeddhistische meesters in heel China heeft Shan Li inmiddels een aparte status in het Shaolin klooster gekregen.

Stel je voor: je bent net van school af getrapt en zit thuis op de bank wanneer je opeens bevangen wordt door een sterke wens om naar China te gaan. Je vertelt je ouders erover en na enige bezinning worden paspoort, visum en ticket geregeld. Een maand later loop je om vijf uur ‘s morgens met twee tassen rond op het vliegveld in Beijing en vraag je je af waar je in hemelsnaam aan begonnen bent. Stel je daarbij ook nog eens voor dat je alleen de Duitse taal machtig bent en dat China in 1998 nog niet bepaald was ingericht voor buitenlandse tienertoeristen. Na wat rondkijken zie je een bord met de tekst ‘exit’ (zelfs voor een Duitstalige nog begrijpelijk) en lukt het je om je in een groep buitenlandse toeristen te mengen, hopend dat je op deze manier tenminste in een hotel met een geldwisselbalie zult belanden.
Na deze eerste kleine triomf verlaat je het hotel en terwijl je op de vroege ochtend in Beijing rondloopt, loopt een oudere Chinese dame op je af, die fortuinlijk genoeg universitair leraar Duits blijkt te zijn. Je vertelt haar over je wens om naar Shaolin te gaan. Hoewel ze je waarschuwt dat het niet eenvoudig zal zijn voor een Duitstalige jongen van zestien jaar (alsof je dit zelf al niet zou hebben ontdekt), stemt ze in om je reis naar Shaolin te organiseren.
Met een zeer minimale, maar voor het moment afdoende Chinese woordenlijst bestaande uit ‘waar is het toilet?’, de cijfers 1 en met 10, ‘sorry’, ‘dank u’ en ‘telefoon’, arriveer je ‘s avonds in de Shaolin-vallei waar je wonderlijk genoeg wordt afgehaald om vervolgens te worden afgezet in een van de vele kung fu-scholen. De volgende ochtend om vijf uur begint je eerste training. Klinkt onwerkelijk? Toch is dit precies het verhaal over hoe een Duitse jongen op zes februari 1998 in de Chinese Shaolin-tempel terecht kwam.

Kung fu-achterbuurt
‘De onwaarschijnlijkheid ging nog veel verder’, verzekert Shan Li. ‘Je moet je voorstellen dat in die tijd alles in Shaolin er anders uit zag dan tegenwoordig. Toen ik er aankwam was het nog een smerige, afgelegen kung fu-achterbuurt, waar respect alleen fysiek geuit werd. Ziektes wisselden met de seizoenen, regelmatig deden zich mysterieuze infecties voor en voedselvergiftiging was aan de orde van de dag. Dit alles was het gevolg van een veel te grote hoeveelheid mensen (voornamelijk mannen), ratten en ongedierte, die samenleefden in totale onwetendheid van het nut van hygiëne. Vooral in de winter, wanneer er geen enkele manier was om je lichaam te verwarmen [geen verwarming, geen water, geen elektriciteit], kon de toestand dramatisch worden. Tijdens het eerste uur van mijn pogingen om te gaan slapen, waande ik me vaak in een ijskasteel tussen bevroren dekens en werd ik regelmatig wakker, omdat mijn ogen aan het dichtvriezen waren of omdat het gevoel in mijn tenen compleet was verdwenen. Het andere uiterste was de zomer, wanneer de vallei langzaam omgetoverd werd in een warme woekerplaats van afval, vergaan van insecten en ongedierte. De stank van het rondslingerende vuilnis en de openluchttoiletten was ondraaglijk.’
‘Je kunt je voorstellen dat ik na een dag met acht uur intensieve kung fu-training weinig waardering kon opbrengen voor onderbrekingen van mijn nachtrust. En zeker niet wetende dat de volgende trainingsdag (zeven dagen per week) om vijf uur ‘s ochtends zou beginnen met een zeer strikt appèl door de instructeurs. Iedereen die niet wakker genoeg leek te zijn, kon rekenen op een zware lijfstraf. Discipline was het hoogste goed in deze kleine vallei, overvol met duizenden menselijke vechtmachines.’

Geen excuus
Na enige tijd werd Shan Li voorgesteld aan de hoofdtrainer van de tempel, die hem na een demonstratie van zijn kunnen accepteerde in een selectieve groep van acht mensen die hij persoonlijk trainde.

‘Je kunt je voorstellen hoe ik me voelde’, vervolgt Shan Li, ‘Het was bijna net als in die oude kung fu-films om in zo’n plek, van zo iemand les te krijgen voelde als een enorme eer voor me. Zeker vreemdeling, voelde ik een zeer sterke druk om dag na dag te blijven presteren. Sowieso werd geen enkel excuus om niet bij een training te zijn getolereerd. Ziekte, misselijkheid, verwondingen, pijn, niets was erg genoeg om een training over te slaan. Ik herinner me dat ik tijdens het opdrukken moest overgeven en vervolgens te horen kreeg dat ik gewoon moest doorgaan zonder te klagen. De straf voor onoplettendheid of passieve deelname was simpel: je werd voor onbekende tijd genegeerd en daarmee leek het afgelopen te zijn met een eventuele bevoorrechte positie. Ondanks (of misschien juist dankzij) deze harde ontberingen voelde ik me trots om in dit kleine gezelschap mee te mogen doen. We vormden een zeer hechte groep die samen trainde, at en vaak op pad ging met onze meester.’

Van modderpoel tot toeristenbestemming
In de afgelopen tien jaar heeft de Shaolin-vallei zich snel ontwikkeld. De vele scholen zijn uit de vallei vertrokken; een drietal scholen achterlatend. De tempel is volledig gerenoveerd, wegen zijn geasfalteerd, er rijden toeristentreintjes rond en er zijn faciliteiten zoals luxe toiletten, winkels en restaurants voor toeristen.
In een vergelijkbare snelheid hebben Shan Li’s ideeën over kung fu, boeddhisme en in het algemeen het leven zich ontwikkeld. In de vele maanden van relatieve afzondering in de vallei, waarin Shan Li diverse Shaolin-pelgrims ontmoette – waaronder vechtsporters, monniken, mensen met diverse nationaliteiten, achtergronden en beroepen – werd Shan Li zich steeds meer bewust van de tekortkomingen van het domweg uitvoeren van bewegingen. Aan de andere kant raakte hij steeds meer onder de indruk van de uitzonderlijke persoonlijkheid van sommige mensen die hij in de loop der jaren had leren kennen.
‘Sommige van hen gaven blijk van een zeer grote kracht in hun manier van spreken en leken een natuurlijk overwicht te hebben over zelfs de sterkste vechtsporter. Ik realiseerde me dat dit nooit het resultaat van het tot in het eindeloze herhalen van stijlvormen of stoten op een bokszak kon zijn. Toch had ik geen idee hoe deze mensen hun vaardigheden hadden verworven, laat staan dat ik een idee had hoe ik die zelf ooit zou moeten verwerven. Het feit dat ik deze mensen zeer respecteerde vanwege hun voorkomen en hun respect voor mijn drijfveren en doorzetting als vreemdeling in deze vallei maakte dat we goed met elkaar konden opschieten en langzaamaan werden onze gesprekken steeds serieuzer. Ze lieten me zien dat het echte verschil (waar zij levende bewijzen van waren) in het hart lag; cultivatie, Boeddhisme. Er zijn Arhats, Boddhisatva’s en Boeddha’s onder ons, net zo goed als dat er presidenten, advocaten en receptionisten zijn. Deze realisatie was het begin van een volledig nieuw tijdperk voor mij. Ondertussen heb ik vele overtuigende voorbeelden meegemaakt van mensen met vaardigheden die veel verder gaan dan het trainen van bewegingen, veel verder dan het gooien van naalden door een ruit of het breken van stenen met het hoofd. Ik kies ervoor geen voorbeelden te geven, omdat dit het soort dingen is die alleen betekenis hebben in de directe ervaring. Erover te vertellen zou een degeneratie van het gebeuren zijn. Door erover te lezen zul je nooit wijzer worden. Als je jezelf niet je hele leven inzet voor de ontwikkeling van je hart zul je zulke ervaringen nooit kunnen krijgen.’

Op 6 februari 1998 kwam Shan Li naar de Shaolintempel in China om meer te weten komen over Kung Fu, Boeddhisme, Chinese cultuur en tradities. Na jaren van trainingen nam hij deel aan diverse bijeenkomsten en demonstraties namens de Shaolin tempel en heeft op deze manier veelvuldig de aandacht van de Chinese media getrokken. Bevoorrecht met studies bij diverse befaamde Boeddhistische leermeesters in heel China heeft Shan Li inmiddels een aparte status gekregen in het Shaolin klooster en geniet hij de privileges als vast lid van de kloosterorde. Sinds begin dit jaar geeft Shan Li les in chanting en Boeddhistische studies in de Shaolin tempel. De rest van zijn tijd besteedt Shan Li aan het schrijven van short stories, artikelen over boeddhisme, Chinese geschiedenis en zijn biografie. Begin dit jaar heeft de Boeddhistische omroep een documentaire over hem uitgezonden: ‘Sieben Jahre in Shaolin’, (2005).

Zie voor meer informatie:
•    Shan Li’s website
•    De website van de Shalin Bond Nederlandwww.shaolinbond.nl
•    Of wikipedia.