bodhi_vukeleku_2009-960×370-11

VU week: Masao Abe’s visie op zen nader bekeken


Hoe keek boeddhistisch filosoof Masao Abe aan tegen zen, zelf, niet-zelf, het ware zelf en leegte? VU-studente Roucelle Yorks deed er onderzoek naar, en ontdekte ook meer over zichzelf.

Masao Abe wordt gezien als een belangrijke vertegenwoordiger van zen in Europa en Noord-Amerika. Hij is een bruggenbouwer geweest tussen westers gedachtegoed en zen en de mahayana-traditie. Hij staat er om bekend dat hij met zorg de verschillen en creatieve synthese tussen westers gedachtegoed en de mahayana-traditie weet te definiëren en daarbij gebruik maakt van traditionele problemen en vocabulaires van het westers gedachtegoed. Hierdoor schijnt hij zen en de mahayana-traditie voor studenten en geleerden zodanig te verwoorden, dat het voor hen begrijpelijk wordt en te bevatten is. Dit was voor mij reden genoeg om hem te kiezen uit het aanbod van filosofen en geleerden die het boek The Buddha Eye doet. Het boeddhisme is één van de religies waar ik het minst van begrijp en waar ik mijn vinger niet of nauwelijks op kan leggen. Een uitleg van zen en haar inhoud, door iemand die daarbij gebruikt maakt van westerse woorden en westers gedachtegoed, was voor mij dan ook de beste keus.

gardenWat is zen volgens Masao Abe?
In zijn boek Zen and Western Thought merkt Abe op dat het moeilijk is om zen met voldoende diepgang en subtiliteit te begrijpen. Volgens hem kan het zelfs gezien worden als één van de moeilijkst te begrijpen religies, omdat er geen geformuleerde zen-doctrine of theologisch systeem is. Het is volgens hem, daarom niet vreemd dat er onder westerlingen die geïnteresseerd zijn in zen, oppervlakkig begrip en misopvattingen over zen bestaan. zen is iets raadselachtigs voorbij intellectuele analyse. Het stijgt boven intellectuele analyse uit en kan daarom niet gezien worden als een filosofie.

Hoewel zen volgens Abe geen filosofie is, omvat het wel een diepzinnige filosofie die intellectueel begrepen moet worden, wil zen door westerlingen gepraktiseerd kunnen worden. Met andere woorden, om zen te beoefenen, moet intellectueel wel begrepen worden waar zen op uit is. zen gaat uit van een Ultieme Werkelijkheid. Deze Ultieme Werkelijkheid wordt gezien als s?nyat?, als leegte, als een staat waarin het ware Zelf is zoals het is. Om deze Ultieme Werkelijkheid dat zich als leegte omschrijft, te bereiken, moeten wereldlijke moraliteit en religieuze vroomheid, het wereldlijke en het heilige, immanentie en transcendentie achtergelaten worden, aldus Abe.

Zelf, niet-zelf en het ware Zelf
Boeddhisten, ook degenen die zen beoefenen, verwerpen de gedachte dat er een zelf is en dat deze een substantiële natuur heeft. Boeddhisten gaan namelijk uit van an?tman, van niet-zelf, van de afwezigheid van een eeuwige zelf, dat onveranderlijk en substantieel is. Eén van de basisprincipes van het Boeddhisme is dat alles vergankelijk is en daardoor geen eeuwige persoonlijkheid, zelf of een onveranderlijke substantie heeft. Hiermee hangt het principe samen dat alles afhankelijk is van iets anders. Niets is onafhankelijk, niets bestaat op zichzelf, maar is van iets anders afhankelijk. De term prat?ya-samutp?da wordt gebruikt om deze onderlinge afhankelijkheid aan te geven. Prat?ya-samutp?da moet daarbij vertaald worden als afhankelijk ontstaan, relationaliteit, relationeel ontstaan of als afhankelijk ontstaan van beiden. Door de aanwezigheid van onderlinge afhankelijkheid, bestaat niets op zichzelf, slechts in relatie tot iets anders en is er daarom geen ruimte voor een zelf, een eeuwige zelf of de aanwezigheid van iets substantieels. De boeddhistische ideeën over an?tman, de afwezigheid van een eeuwige zelf, de vergankelijkheid van alle dingen en prat?ya-samutp?da, afhankelijk ontstaan veronderstellen volgens Masao dat er geen zelf en substantialiteit is.

Als er geen zelf, maar een niet-zelf is, wat betekent deze notie van een niet-zelf dan voor het doel dat zen voor ogen heeft, namelijk ontwaken tot het ware Zelf? Hoe verhoudt niet-zelf zich tot het ware Zelf en wat gebeurt er met niet-zelf waardoor deze ware Zelf wordt? Het antwoord op deze vraag ligt volgens Masao in het volgende. Hij merkt op dat de basisvraag van zen; Wat is het zelf? of Wat ben ik? is. zen stelt deze vraag in relatie tot het zelf en is daardoor betrokken in een zelfonderzoek naar het zelf. Zelfonderzoek in die zin dat bij aanvang van de beoefening van zen, de beoefenaar door de aanwezigheid van zijn zelfbewustzijn en ego-zelf nog een notie van zelf heeft. Had hij geen zelfbewustzijn en ego-zelf dan zou hij geen zen hoeven te beoefenen. 

Met andere woorden wanneer afstand is genomen van het ego-zelf en iemand ontwaakt is tot het ware zelf, komt de waarheid tot hem en ziet hij de dingen in hun ware licht. Het gaat hier dus om een subjectieve waarheid dat in de mens zelf wordt gevonden. De waarheid ligt voor zen-boeddhisten daarom niet buiten hen, maar in henzelf, zij zelf zijn de waarheid.De aanwezigheid van zelfbewustzijn en ego-zelf zijn namelijk de aanleiding voor het beoefenen van zen, in de hoop het zelfbewustzijn en ego-zelf te doden en te ontwaken tot het ware Zelf. zen houdt zich op die manier dus bezig met het onderzoeken van het zelf. Een onderzoek dat uit moet lopen tot het ontwaken van het ware zelf of het originele gezicht. Origineel in die zin dat iemand vanaf het begin er zo uitzag, als zijn ware zelf waar hij inzicht in krijgt in de toestand van ontwaken.

De boeddhistische notie van niet-zelf is volgens Abe eigenlijk een notie van het ware Zelf. Niet-zelf, de afwezigheid van een zelf, gaat dus niet zoals ik door mijn vraag naar hoe niet –zelf zich tot het ware Zelf verhoudt suggereerde, over in het ware zelf, maar de kennis van niet-zelf ligt in het verlengde van de kennis van het ware Zelf. Het inzicht dat er een niet-zelf is, leidt tot de kennis van het ware Zelf. Niet-zelf, de afwezigheid van een zelf veronderstelt dus dat er iets anders moet zijn. Er moet iets zijn, wat geen zelf is, maar is anders, iets dat aangeeft wat er wel is, dit is het ware Zelf. Alleen door te realiseren dat er geen zelf, maar niet-zelf is, ontwaakt volgens Abe het ware Zelf. Hij merkt in dit verband op dat iemand in het hier en nu, in principe al zijn ware Zelf is, maar hier geen notie van heeft. De aanwezigheid van het zelfbewustzijn en het ego-zelf werpen een sluier over zijn zicht en begrip, waardoor het hem aan het inzicht ontbreekt dat hij hier en nu al is zoals hij is, namelijk zijn ware Zelf. Ware Zelf staat synoniem voor zijn zoals je bent. Het ontwaken tot het ware Zelf leidt tot het inzicht dat iemand in feite al is zoals hij is, maar dit door de aanwezigheid van het zelfbewustzijn en het ego- zelf, niet inzag. Het ware Zelf is je originele gezicht hebben en daardoor zijn zoals je bent.

Leegte
In zen wordt de nadruk gelegd op s?nyat?. S?nyat? wordt vaak vertaald als leegte. Leegte verwijst hierbij naar leeg van zelf. Het gaat om een staat waarbij een voorwerp of iemand leeg van zelf is. Er is geen sprake van zelf, maar een voorwerp of iemand is leeg, zonder zelf en niet-zelf. Als ik het goed begrijp wordt leegte opgevat als een toestand waarbij een voorwerp of iemand geen zelf heeft, geen zelf is en leeg van zichzelf is. In zen is dus de notie aanwezig dat alles, zowel levende als niet levende dingen, leeg zijn en geen zelf hebben. Dat alles leeg is, betekent volgens Abe dat alles zonder een zelf of een begripsbepaling van de aard van zijn wezen is. Alles is simpelweg zoals het is. Het klinkt heel eenvoudig, maar ik merk dat het bij mij de nodige oefening in denken vraagt, om het enigszins te kunnen bevatten.

Verder merkt Abe op dat de leegte van de dingen naar de uniekheid en bijzonderheid van de dingen verwijst. Een uniekheid en bijzonderheid dat tot uitdrukking komt wanneer zij gezien worden zoals ze werkelijk zijn. Leegte staat op deze manier synoniem voor de uniekheid en bijzonderheid van alle dingen, zonder het een zelf of andere entiteit toe te dichten. In dit verband spreekt Suzuki volgens hem van suchness, is-as-it-is-ness, van een staat waarbij iets is zoals het is. Suchness ziet hij als een andere benaming voor s?nyat? , voor leegte. VolgensAbe leven planten en dieren door het ontbreken van een zelfbewustzijn en daardoor een ego- zelf, in hun suchness. Ze leven zoals ze zijn. Voor de mens is dit anders. Door de aanwezigheid van het zelfbewustzijn en daarmee van het ego-zelf zijn mensen volgens hem gescheiden van hun suchness, van het zijn zoals ze zijn. Het zelfbewustzijn en het ego-zelf zorgen er voor dat de mens zichzelf van buitenaf bekijkt, waardoor zij zichzelf continu vergelijken met dingen om hen heen. Deze vergelijking werkt de werking van het ego-zelf in de hand en brengt de notie van ik, mij en mijn teweeg. Door het zelfbewustzijn en daarmee de aanwezigheid van het ego-zelf beweegt de mens zich tussen het hier en nu, tussen het innerlijk en het uiterlijke. Deze constante beweging tussen het hier en nu en het innerlijke en uiterlijke zorgt voor onrust en rusteloosheid en maakt dat de mens zichzelf continu van buitenaf bekijkt in plaats van binnenuit. Het is zaak dat de mens terugkeert naar zijn suchness, naar de staat waarin hij is zoals hij is en dit kan hij bereiken door de dood van zijn ego-zelf en door tot het inzicht te komen dat er geen zelf is, maar slechts leegte. Het inzicht dat er geen zelf is, maar leegte zorgt er voor dat hij leegte of suchness bereikt en wordt zoals hij is.

De bovengeschetste zen-opvatting van leegte hangt samen met de opvatting dat alles in het universum in relatie tot andere dingen bestaat en niet op zichzelf. Niets bestaat op zichzelf, maar bestaat in relatie tot andere dingen. Als voorbeeld haalt hij aan dat een zoon, een zoon is in relatie tot zijn vader en een vader, een vader in relatie tot zijn zoon. Om iets substantieel of een zelf te noemen, moet het op zichzelf kunnen bestaan en aangezien alles in het universum voor zijn bestaan afhankelijk van iets anders is, kan er volgens Abe niet gesproken worden van een zelf, maar van leegte. S?nyat?, leegte veronderstelt daardoor de afwezigheid van een zelf of persoonlijkheid. Alle dingen zijn leeg omdat het hen aan een substantiële entiteit of zelf-wezen ontbreekt.

De Ultieme Werkelijkheid, het doel van zen, de verlossing van ego -zelf en het ontwaken tot het ware Zelf, wordt ook weergeven als Leegte, alsleegte met een hoofdletter L.

Leegte laat zich dus omschrijven als
• de afwezigheid van een substantiële entiteit of zelf, als niet-zelf
• de Ultieme Werkelijkheid waarbij sprake is van verlossing van ego-zelf en waar het ware Zelf is ontwaakt.


In gesprek met Masao Abe: De Japanse visie op waarheid
Het Japanse woord voor waarheid is makoto. Makoto duidt een feit aan dat niet bewerkt is door het menselijke intellect en welke los staat van het ego-zelf. Makoto staat op zichzelf en weergeeft de waarheid zoals deze is.

Japan wordt volgens Abe in the Many?sh?, de oude collectie van Japanse poëzie, omschreven als ‘ een land waar mensen, stilzwijgend en niet beredenerend de weg van de goden volgen ‘. Deze uitspraak weergeeft volgens hem de essentie van de houding van Japanners ten opzichte van de waarheid. Er van uitgaande dat wat de goden zeggen waar is, volgen Japanners de ware feiten van dingen na en doen dit ten koste van zichzelf. Hierdoor beredeneren zij de waarheid niet, maar stemmen er stilzwijgend mee toe. Niet beredenerend moet volgens Nishida Kitar? opgevat wordenals zelf niet assertief zijn, maar je hoofd laag buigen voor de ware feiten. Volgens Abe wordt onder Japanners het individuele feit meer gewaardeerd dan het universele principe. Het individuele feit moet hierbij opgevat worden als iets dat tot stand komt door iemands eigen subjectieve activiteit. Alleen in geconcentreerde, egoloze oefening kan volgens hem de realiteit van een feit zichzelf openbaren.

Is het waar wat Abe beweert?
Abe zegt interessante dingen over zen, zelf, niet-zelf, het ware Zelf en leegte. Dingen die binnen de context van de Japanse opvatting van waarheid en binnen de context van zen en zijn gedachtegoed logisch klinken. Het feit dat er zoveel verschillende religies bestaan die binnen hun gelederen verschillende stromingen hebben en die elk een claim op waarheid doen, getuigt er van hoe lastig het is om van waarheid te spreken. Is er wel een absolute waarheid en zo ja, hoe kunnen wij eensgezind tot deze absolute waarheid komen? Gaat het eigenlijk wel om het komen tot een absolute waarheid of volstaat het om over een te komen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft?

Hoewel ik met betrekking tot de in deze paper beschreven concepten van Abe’s visie op zen, er een andere mening op nahoud, zal ik de laatste zijn om te zeggen dat wat hij zegt niet waar is. Simpelweg omdat ik dat niet weet. Wat ik wel weet is dat binnen de context van het zenboeddhisme, de opvattingen die hij er op nahoudt misschien wel kloppen en terug te redeneren zijn naar het groter geheel van de opvattingen binnen zen. Als er sprake is van waarheid, dan is er misschien wel sprake van een subjectieve waarheid, maar ook hier kan ik als leek en buitenstaander van zen geen weloverwogen oordeel over vellen of er een goede uitspraak over doen. Laten wij het er op houden dat ik besef dat hoewel ik geen uitspraak kan doen of wat hij zegt waar of niet waar is, ik wel besef dat Abe’s uitspraken binnen zen als waar of onwaar beschouwd kunnen worden. Misschien niet door mij, maar zeker wel door een kenner.

Hoe kijk ik er tegen aan?
Als christen en beoefenaar van het christelijk geloof, zijn de concepten die Abe met betrekking tot zen, zelf, niet-zelf, het ware Zelf en leegte aanhaalt, mij als concept zijnde, als begrippen die op zichzelf staan, zonder er inhoudelijk op in te gaan, vreemd. Zonder te weten wat er onder zen, zelf, niet-zelf, het ware zelf en leegte wordt verstaan, zou ik mij geen raad weten met deze begrippen. Deze begrippen komen in mijn referentiekader niet als betekenisvol voor en zijn er niet als een filosofisch onderbouwd begrip aanwezig, waardoor zij bij mij niet of nauwelijks een associatie oproepen.

Inhoudelijk zie ik echter wel een aantal raakvlakken tussen de opvattingen over de bovengenoemde concepten en christelijke concepten. Zo lijkt het christelijk concept van ‘jezelf ontledigen’ en net als Christus de gestalte van een dienstknecht aannemen enigszins op de zen opvattingen dat je leeg van zelf moet worden en moet worden zoals je werkelijk bent, namelijk je ware Zelf. Hoewel de opvatting van leeg worden van zelf en jezelf ontledigen in wezen twee verschillende dingen zeggen, is er bij beiden wel sprake van jezelf of zelf wegcijferen met het oog op een groter goed. In die zin kan ik mij voorstellen waarom zen er op uit is om leeg te worden van zelf, van zelfbewustzijn, ego-zelf en alles wat gelukzaligheid, vrijheid en vrede hebben met wie je bent, in de weg staat en waarom het er op uit is om te ontwaken tot het ware Zelf. Binnen de context van zen begrijp ik waarom Abe bepaalde uitspraken doet, maar persoonlijk is zen voor mij niet de weg om werkelijk te zijn of te worden wie ik ben, zoals zen dat zo mooi uitdrukt. Voor mij is daar een andere weg naartoe, een weg dat mij binnen het christelijk geloof aangereikt wordt door redding in Jezus Christus. Desalniettemin leer ik mede door mijn algemeen theologische opleiding dat ik alles moet toetsen en het goede er van moet behouden. Zo ook Abe’s visie op zen en zijn opvattingen die hieruit voortvloeien.

Wat heeft Abe’s visie op zen mij gebracht?
In ieder geval enig inzicht in de manier waarop er door hem en indirect door de Kyoto school over zen, zelf, niet-zelf, het ware Zelf en leegte wordt gedacht. Met kennis vermeerdert begrip wordt wel eens gezegd. Dat gaat in dit geval voor mij ook op. Deze eerste aanzet tot het begrijpen van zen en zen-concepten, heeft er toe bijgedragen dat er bij mij meer begrip is gekomen voor de subjectieve waarheid van anderen, in dit geval voor de subjectieve waarheid van zen-beoefenaars en nog specifieker voor de subjectieve waarheid die Abe met zijn visie op zen probeert aan te geven.

Wat ik meeneem uit deze visie is de opvatting dat het niet gaat om het zelf, of zelf, zoals hij dit zegt, maar om niet-zelf. Niet-zelf vat ik hierbij op als de egoloze notie van mezelf of christelijk gezegd van een op een onbaatzuchtige manier in het leven staan, beseffende dat ik niet op mijzelf besta, maar in mijn bestaan afhankelijk ben van alles en iedereen om mij heen. Ik vind dit een mooie en nederig makende gedachte die ik mij graag eigen wil maken. Ook het concept van het ware Zelf, hoewel ik deze anders invul, is iets wat ik meeneem in mijn persoonlijk geloofsleven. Het ware Zelf verwijst voor mij evenals in zen er naar dat ik ben zoals ik ben, zonder mijzelf met anderen te vergelijken of van buitenaf te kijken naar mijn fysieke verschijning, maar eerder naar mijn innerlijke verschijning. Mezelf simpelweg zien zoals ik in wezen, in mijn persoonlijkheid ben. Mijn notie van mijn ware zelf gaat echter wel uit van de manier waarop God aan mij gedacht of mij bedacht heeft.

Abe’s visie heeft mij aan het denken gezet en bepaalde christelijk concepten nieuw leven ingeblazen en mij geïnspireerd om bepaalde dingen na te streven of mij eigen te maken. Dingen als mezelf zijn, mijn afhankelijkheid van anderen beseffen, niet altijd mijn eigen zin najagen, maar ook anderen in het oog houden. Zijn woorden hebben wel degelijk een inspirerende uitwerking op mij gehad.
Dank je Abe. Arigato!

Abe’s visie, mijn visie en het groter geheel 
Duidelijk mag zijn dat voor Abe zen geen filosofie is, maar wel een filosofie behelst. Een filosofie die uitgaat van een zoektocht van het zelf naar het ware Zelf. Door zen doorloopt de beoefenaar volgens Abe een proces dat aanvangt met een notie van zelf of zichzelf, dat overgaat in het besef van niet-zelf en dat eindigt met het ontwaken tot het ware Zelf, dat gekenmerkt wordt door leegte. Uit deze paper blijkt dat Abe bij het duiden van het proces van zen gebruik heeft gemaakt van de begrippen zen, zelf, niet-zelf, het ware Zelf en leegte en dat hij bij het duiden geprobeerd heeft om aan te sluiten bij westerse kaders en westers gedachtegoed.

Ik vind dat Abe wat mij aangaat, daarin geslaagd is. Hoewel ik geen aanhanger van of geïnteresseerde in zen ben geworden, heeft zijn visie mij wel geïnspireerd om binnen mijn religieuze context en traditie zen-opvattingen die overeenkomsten vertonen met christelijke concepten meer aandacht te geven of opnieuw onder mijn aandacht te brengen. Ik wees eerder al op het belang dat ik ben gaan hechten aan mezelf zijn, mijn afhankelijkheid van anderen beseffen en anderen in het oog houden. Ik denk dat elke traditie en context waaruit wijsheden, opvattingen of concepten voortkomen en die het algemeen goed dienen en het algemeen belang in het oog hebben, het waard zijn om er naar te kijken, het te overwegen of om het zelfs aan te hangen. Zo ook zen en Abe’s visie op zen dat er op uit is om een ultieme werkelijkheid van rust en bezonnenheid te bereiken. Het is naar mijn mening zeker de moeite waard om daar eens naar te kijken wat ik middels deze paper heb gedaan.

Ik besef dat binnen een bepaalde context en binnen een bepaalde traditie concepten worden aangedragen om de werkelijkheid te duiden en deze betekenisvol te maken. Binnen zen en in de visie van Abe op zen, wordt dit gedaan door onder andere de opvattingen over zen, zelf, niet-zelf, het ware Zelf en leegte te duiden en door dit op zodanige manier te doen dat het door buitenstaanders, ook afkomstig uit het westen begrepen kan worden. Hoewel deze concepten mij als christelijke westerling niet of nauwelijks iets zeggen, vind ik dat hij een goede poging heeft gedaan om deze concepten die binnen zen en binnen zijn visie een plaatst hebben, voor westerlingen en daardoor voor mij duidelijk te maken. Door het gebruik van begrippen uit de westerse taal, filosofie en andere wetenschappen en door de vergelijking te maken met christelijke en filosofische concepten heeft hij mij geholpen om de zen-concepten enigszins te begrijpen of in hun juiste licht te zien.