bodhi_vukeleku_2009-960×370-12

VU week: Zoektocht naar het onbereikbare Zelf

Kan het kleine zelf het grote Zelf begrijpen? De hele week op Bodhitv: essays van studenten van de VU over het boeddhisme. Peter Bliek vergelijkt de visie van zenmeester D.T. Suzuki met die van Eckhart Tolle.

Suzuki en zen
De uit Japan afkomstige Suzuki Teitaro Daisetz (1870 – 1966) was één van de eersten die het zenboeddhisme van de Kyotoschool in het Westen introduceerde en in contact bracht met de westerse filosofie om er een dialoog mee aan te gaan. Suzuki trachtte Oost en West met elkaar te verenigen en een eenheid te creëren voorbij de verschillen.

De essentie van zen zoals Suzuki dit beschrijft in zijn artikel ‘Self the Unattainable’ is je Zelf leegmaken van alle psychologische, morele, filosofische en spirituele inhoud. Het ware Zelf is dat wat je werkelijk bent voorbij het conceptuele denken. Met zen zoek je naar een dieper antwoord op de vraag wie je in diepste wezen bent. Wie ben ik voorbij al mijn ideeën over mezelf? Wat is mijn ware, pure aard? Het ware Zelf is niet te vinden met behulp van intellectuele wijsheid, want het is diep verborgen onder de grenzen van ons menselijke bewustzijn. Ja, het onbereikbare Zelf is zelfs diep verborgen onder de grenzen van ons onderbewuste. Het is een verscholen activiteit die niet met woorden te beredeneren valt en niet met menselijk wijsheid te doorgronden is. Woorden kunnen er slechts naar verwijzen, want deze schieten schromelijk tekort. Met behulp van zen wordt geprobeerd in contact te komen met het ware Zelf dat het onderbewuste transcendeert. Hiervoor is prajnaparamita (wijsheid voorbij alle wijsheid) noodzakelijk. Bij mensen die satori (verlichting) ervaren valt de sluier van de relatieve werkelijkheid plotseling weg, waardoor ze de ware werkelijkheid in een totaal ander licht gaan zien en in contact komen met hun ware Zelf. Ze overstijgen de dualiteit en komen tot inzicht dat alle dingen niet op zichzelf staan, maar dat alles onderling met elkaar verbonden is. Met zen trachten beoefenaars daadwerkelijk in contact te komen met de werkelijke realiteit. Het doel van zen is dan ook het ontwaken van het bewustzijn.

Wanneer het Zelf is ontdaan van alle mentale concepten en in zijn naaktheid staat, gaat het alle beschrijvingen te boven. Toch doen we een poging het Zelf met woorden te omschrijven. Het Zelf in zijn pure is-heid is vergelijkbaar met een enorme cirkel zonder omtrek, waarvan het centrum zich nergens en tegelijkertijd overal in die cirkel bevindt. Het Zelf is in deze vergelijking gelijk aan oneindigheid. Oneindigheid is niet te bevatten. Hetzelfde geldt dus voor het begrip Zelf. Het is grenzeloos. Ook het begrip sunyata (leegheid/leegte) is van toepassing op het Zelf, want het Zelf is geen substantie en evenmin is er een diepste essentie aan te merken als een centraal punt. Sunyata betekent echter geen leegte in de letterlijke zin van het woord, maar betekent dat het Zelf is geleegd, of beter gezegd gereinigd is, van egocentrische voorstellingen waar mensen hun onware gevoel van identiteit aan ontlenen. Wat dit betreft is het gereinigde Zelf niet leeg, maar enorm rijk. Het geleegde zelf creëert openheid naar de dingen toe. Omdat het gereinigde Zelf weer heer en meester is over zichzelf, is het absoluut onafhankelijk, autonoom en authentiek en genereert het ware vreugde die alle menselijk begrip te boven gaat. De woorden van de ontwaakte Boeddha: ‘ik alleen ben de meest geëerde in hemel en op aarde’, krijgen zo hun volle betekenis. Maar eigenlijk heeft zen helemaal geen woorden nodig. zen verklaart in wezen zichzelf.

Ons kleine zelf met een kleine z waar we over praten is het tegenovergestelde van het Zelf met de hoofdletter Z. Het kleine egoïsche zelf is psychologisch, dualistisch en logisch van aard, maar tegelijkertijd bijzonder complex. Maar wanneer ons kleine zelf is ontmanteld, de illusie doorzien, blijft er niets van over. Dit correspondeert met de boeddhistische doctrine anatman (geen zelf/egoloos). Feitelijk bestaat er geen psychologisch substraat dat daadwerkelijke inhoud heeft. Het ego is een niet bestaande geestverschijning. Toch verwarren we dat inhoudsloze ego met het woordje ik of zelf. Het ego splitst ons in subject en object waardoor we onszelf oriënteren ten opzichte van de ander en apart komen te staan van het geheel. We struikelen telkens over dat kleine zelf dat de oorzaak is van ons mentale ongemakkelijk voelen. De vraag is hoe het toch komt dat dit onware zelf zo levensecht aanwezig is in ons bewustzijn en hoe het in onze voorstelling terecht is gekomen. Suzuki beschrijft dat deze ongemakkelijkheid voort komt uit ons falen de ultieme irrationaliteit ervan totaal en onvoorwaardelijk te accepteren. Het is juist deze ongemakkelijkheid die zen tracht op te lossen. zen betekent jezelf altijd en overal comfortabel voelen. Dit kan bereikt worden door pacificatie van de gedachten waardoor de geest rustig wordt. Het is de enige juiste totale respons op je ware Zijn. Deze verlossingservaring gaat voorbij aan de omtrek van het ‘normale’ intellectuele bewustzijn. Op deze manier kan het onbereikbare Zelf toch worden bereikt en wordt zen ‘begrijpelijk’.

raamDit diepere begrijpen vindt echter niet plaats op het niveau van het gangbare denken, omdat het simpelweg niet past in onze voorstelling van de realiteit. Hiervoor dienen we ons intellect letterlijk opzij te zetten en dat voelt intellectueel bijzonder ongemakkelijk. Ons beperkte intellect drukt zich uit in taal. Maar de werkelijke realiteit en het ware Zelf laten zich namelijk niet in klanken vangen. De realiteit is niet via de objectieve methode van logische redeneringen door het intellect te duiden. Ons intellect is dan ook niet de sleutel die de deur naar de ultieme realiteit kan openen, aldus Suzuki.‘Reality is that which lies beneath all things, mind as well nature.’ De westerse filosofie heeft in het verleden talloze pogingen gedaan de realiteit wel te doorgronden. Grote filosofen ontwikkelden diepdoorwrochte gedachtesystemen om de werkelijkheid te kunnen ontsluiten. Maar dan kwam er vervolgens een andere grote denker met kritiek en een nieuwe poging om de realiteit alsnog in een gedachtesysteem te vervatten. Een bevredigend antwoord hebben intellectuelen echter tot op de dag van vandaag niet gevonden. Terecht merkt Suzuki in zijn artikel ‘The Buddhist Conception of Reality’ op, dat het intellect allerminst een groot wapen is om de ultieme vragen over de realiteit te doorgronden.

Om de realiteit wel te kunnen doorgronden moeten we ons intellect verloochenen, want het intellect verdeelt en maakt onderscheid waardoor we buitenstaanders zijn en altijd in disharmonie met het leven zullen blijven. Geloof is het tegenovergestelde van het intellect. Geloof brengt de gebroken stukjes weer samen en helpt ons het ware onbereikbare Zelf te vinden dat niet in woorden en beelden is te vatten. Daarom wantrouwt zen ook de taal als middel om de werkelijkheid aan ons te ontsluiten. Om de werkelijkheid echt te kunnen ontsluiten is jnana (diepere kennis) noodzakelijk. Diepere kennis krijgen we als we met onze ogen écht gaan zien en met onze oren écht gaan horen. We moeten gaan beseffen dat onze zintuigen instrumenten zijn die ons ware Zelf voor zichzelf gebruikt. Als we dat daadwerkelijk gaan zien en horen, openbaren alle bergen, dieren, de regen en de wind zich in hun ware wezen aan ons. ‘The eye with I see God is the same eye with which God sees me. […] It is not the eye that sees flower or the stars, nor is it the flower or the stars that are seen. The eye is flower and stars; flower and stars are the eye.’ De natuur wacht tot dat wij bewust worden van het niet discriminerende karakter ervan. Deze latente bewustheid sluimert in een ieder van ons en kan alleen door een diepere kennis ontsloten worden. Pas dan is het onbereikbare bereikbaar geworden.

In het artikel ‘What Is the ‘’I’’?’ legt Suzuki uit hoe het ware Zelf met behulp van de effectieve methode mondo in de het zenboeddhisme mogelijk kan worden bereikt. Deze methode werkt op basis van vraag en antwoord, maar is bijzonder cryptisch. De reden is dat zen op deze wijze het antwoord uit de geest van de vraagsteller zelf wil halen. Want in de vraag zit het antwoord reeds verscholen. Met deze methode streven zenmeesters ernaar hun leerlingen tot inzicht te laten komen, want het antwoord bevindt zich niet buiten jezelf. ‘Baso said, ‘That which makes you ask the question at this moment is your treasure. Everything is stored in your own precious treasure house. It is at your disposal, you can use it as you wish, nothing is wanting. You are the master of everything. Why do you run away from yourself and search outside for it’’ Je kunt het ware Zelf alleen bereiken als je kijkt met het prajna oog (zien met een diepe wijsheid). In wezen is satori in zen prajna in actie.

oogZelfreflectie op ‘mijn zelf’ en hét Zelf
Twee maal per week reis ik met de trein en de metro naar de VU om colleges te volgen. Op station Spaklerweg moet ik noodgedwongen negen minuten wachten op metrolijn 51 richting de universiteit. In de tussentijd staar ik dan naar de zes imposante torens van de Bijlmerbajes schuin tegenover het metrostation en vraag me af hoe het is om gevangen te zitten. In ‘De stilte spreekt’ schrijft spiritualiteitgoeroe Eckhart Tolle: ‘Veel mensen brengen hun leven door in gevangenschap binnen de muren van hun eigen gedachten. Ze komen nooit buiten een eng, door het verstand gemaakt, verpersoonlijkt zelfbesef dat geconditioneerd is door het verleden.’ Een paar maal per jaar lukt het enkele gevangenen door slimme trucjes uit te breken. Dat wil ik ook, maar dan uitbreken uit mijn eigen conceptuele gedachtegevangenis. Om te kunnen ontsnappen heb ik een wijsheid nodig die voorbij gaat aan slimme trucjes, namelijk spiritueel ontwaken.

Suzuki beschrijft dat je het onbereikbare Zelf, waar het ware geluk zich bevindt, kunt bereiken als je je gedachten leegt van alle psychologische inhoud. Een gereinigd Zelf dat ontdaan is van alle egocentrische voorstellingen waar mensen hun onware gevoel van identiteit aan ontlenen, is enorm rijk. Dit besef drong langzaam tot mij door toen ik jaren geleden de publicaties van Eckhart Tolle ging lezen. Ik begon te beseffen dat er in mij een dimensie van bewustzijn aanwezig is die de werkelijke essentie is van wie ik in diepste wezen ben, het ongeconditioneerde bewustzijn. Dit opende mij de ogen waardoor ik inzag dat het door mijn verstand gemaakte ‘kleine ik’ tot dan toe volledig mijn leventje beheerste waarmee ik mezelf en anderen onnoemelijk veel leed berokkende. Wanneer ik weer met mijn gedachten verzink in onbewustheid intensiveert het drama zich opnieuw in mijn leven. De stroom van het alsmaar doorsnaterende denken heeft een enorme stuwkracht waardoor ik me gemakkelijk laat meesleuren. Proefondervindelijk weet ik dat elke gedachte doet alsof ze geweldig belangrijk is. Als ik in diepe onbewustheid ben verzonken eist elke gedachte mijn volledige aandacht op. Dan identificeer ik me met mijn gedachten. Dan ben ik mijn gedachten. Echart Tolle schrijft: ‘Hier is een nieuwe spirituele oefening: neem je gedachten niet zo serieus. Suzuki heeft het over grote vreugde als het Zelf gereinigd is van mentale voorstellingen. Heel soms als ik plotseling in een bewust moment op verlof ben uit mijn mentale gevangenis, ervaar ik voor een ogenblik deze onbeschrijfelijke vreugde.

Suzuki heeft het over het kleine zelf dat wij verwarren met het woordje ‘ik’, ook wel het ego genoemd. De zenboeddhist vergelijkt dit ego met een inhoudsloze geestverschijning. De vraag is hoe het ego ontstaat. Echart Tolle beschrijft in ‘De kracht van het NU in de praktijk’ dat het ego het denkbeeldige ik is dat ontstaat bij het opgroeien waardoor mensen een mentaal beeld van zichzelf ontwikkelen op basis van persoonlijke en culturele conditionering. Dit ego bestaat uit mentale activiteit dat alleen door voortdurend denken in stand kan blijven, maar is onecht door de onbewuste identificatie met het verstand. Door deze identificatie wordt het ware Zelf onbereikbaar. Het onvermogen om die verbondenheid met het Zelf te voelen wekt de illusie op dat je afgesneden bent van jezelf en de wereld om je heen. Dan zie je jezelf als een geïsoleerd fragment en komt er angst in je op en conflict met jezelf en de buitenwereld wordt de norm. Dit is dus wat Suzuki bedoelt met het kleine ‘ik’ dat verdeelt in subject en object waardoor we ons apart voelen van de ander en tegenover het geheel komen te staan. Als ervaringsdeskundige weet ik genoeg over de conflicten in mijn leven te vertellen, omdat ik tot mijn grote verdriet al menigmaal over mijn eigen ego ben gestruikeld. Het weigeren van het onvoorwaardelijk accepteren van de ultieme irrationaliteit van onze mentale concepten is volgens Suzuki de oorzaak van al onze conflicten. In ‘Een nieuwe AARDE’ spreekt Echart Tolle over de collectieve overgeërfde stoornis waaraan de mensheid lijdt. Hij beschrijft hoe verschillende religies deze collectieve geestesziekte duiden: In het hindoeïsme noemen ze de stoornis maya (de sluier van de illusie). Het denken is maya. Het boeddhisme gebruikt de term dukkha, dat is het menselijke verstand dat in zijn ‘normale’ onbewuste toestand lijden voortbrengt. In het christendom wordt de collectieve stoornis verwoord met ‘erfzonde’. Het betekent je doel missen omdat je blindelings leeft waardoor je lijdt en leed berokkent.

De realiteit en het ware Zelf laten zich niet in filosofische gedachtesystemen vangen, schrijft Suzuki in het artikel ‘The Buddhist Conception of Reality’. Ook Eckhart Tolle is tot deze slotsom gekomen door de beroemde uitspraak ‘Ik denk, dus ik ben.’ van de grondlegger van de moderne filosofie René Descartes als een fundamentele vergissing te bestempelen. Descartes maakte de grote fout zijn denken gelijk aan Zijn te stellen. In plaats van de diepste waarheid ontdekte de filosoof de wortel van het ego, maar dat wist hij niet. Met dit diepe inzicht bevestigt spiritualiteitgoeroe Tolle Suzuki’s stelling dat het filosofische intellect allerminst een groot wapen is om de realiteit te doorgronden. De apostel Paulus schreef ook al over de beperktheid van de menselijke wijsheid: ‘Waar blijven nu de wijzen, de schriftgeleerden, de redenaars van deze wereld? Heeft God niet laten zien, dat de wijsheid van de wereld dwaasheid is? Want terwijl de wijsheid van God in alles zichtbaar was, heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden.’ (1 Korintiërs 1: 20 – 21) Hiervoor is een diepere kennis nodig. Door écht stil te zijn en écht te luisteren en écht te kijken kan de natuur de poort naar deze diepere kennis openen. ‘We hebben de natuur nodig om ons de weg naar huis te wijzen, de weg uit de gevangenis van ons eigen verstand. We zijn verdwaald in doen, denken, herinneren, verwachten. […] We zijn vergeten wat stenen, planten en dieren allemaal nog weten. We zijn vergeten te Zijn – stil te zijn, onszelf te zijn, te zijn waar het leven is: Hier en Nu.’ In ‘De kracht van het NU’ beschrijft Eckhart Tolle dat het onophoudelijke mentale lawaai verhindert dat je het rijk van stilte en diepere kennis in je vindt dat onafscheidelijk is van Zijn. Door onze volledige identificatie met het ego en onze preoccupatie met verleden en toekomst vergeten we aanwezig te zijn in het hier en Nu, de enige plaats waar we het onbereikbare Zelf kunnen vinden.
 
Spiritueel ontwaken betekent dat je aan het denken ontstijgt. Verlichting is gewoon je natuurlijke staat van gevoelde eenheid met Zijn. De enige voorwaarde om het ware Zelf te bereiken is uit te breken uit de illusoire gevangenis van het kleine egoïstische ‘ik’. ‘‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, antwoordde Jezus.’, waarmee deze profeet de weg wijst naar de Boeddhanatuur in jezelf. (Johannes 14: 6) Dit is de boodschap van zowel de zenboeddhist Suzuki als spiritualiteitgoeroe Eckhart Tolle. En IK kan ze geen ongelijk geven. ‘There’s too much confusion. It’s all an illusion. Come on and get over it. I can make you feel better.’, zingt Madonna in Get Together. Jezus vertelde de gelijkenis van de graankorrel die in de aarde moet vallen om te sterven alvorens er nieuw leven kan ontkiemen. Volg Jezus in de dood door je ego aan het kruis te nagelen. ‘Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en het licht van Christus zal over u schijnen.’ (Efeziërs 5: 14) Het hoogste dat een mens in dit leven kan bereiken is te sterven voordat hij doodgaat. Succes met sterven!

Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het onbereikbare Zelf slechts gevonden kan worden in het licht van het ongeconditioneerde bewustzijn dat ikzelf in diepste wezen ben, en waaruit en waardoor de gehele werkelijkheid bestaat. Hiervoor moet ik ontsnappen uit mijn gedachtegevangenis, door de mentale concepten over mezelf waaraan ik mijn onware identiteit ontleen, van alle psychologische inhoud te legen. Het menselijke verstand berokkent in onbewuste toestand onnoemelijk veel leed en is niet in staat de verlichting te bereiken. Alleen een wijsheid die alle wijsheid te boven gaat doorziet de sluier van de illusie en wijst je de weg naar wie je daadwerkelijk bent achter je naam en vorm. Ik ben niet mijn denken. Het ego, dat niet meer is dan een geestverschijning in je gedachten, moet aan het kruis sterven! Sterven is de pacificatie van het in gedachten verzonken verstand. Pacificatie is mogelijk door helemaal aanwezig te zijn in het NU en bewust te kijken naar de natuur die diep geworteld is in Zijn. Het ego kan namelijk niet overleven in de toestand van bewuste aanwezigheid. De zoektocht naar het onbereikbare Zelf vind je door spiritueel te ontwaken. Je hoeft niet ver te zoeken. Verlichting is altijd en overal op elk moment voorradig. De enige voorwaarde is dat je je ogen opent.