bodhi_vukeleku_2009-960×370-14

VU week: zintuigen in relatie tot sunyata


Het is weer VU week bij Bodhitv! De hele week komen er essays online die gemaakt werden ter afsluiting van het college  Oosterse filosofie. Student Karan Gokoel onderzoekt hoe je sunyata (vrij vertaald met ‘leegte’) kunt vinden wanneer je alleen maar je zintuigen kunt gebruiken, die juist betekenis aan alles geven.

Toen tijdens de colleges het begrip sunyata aan de orde kwam wist ik al bijna zeker dat mijn eindopdracht hierover zou gaan. Het principe van sunyata vond ik eerste instantie interessant, omdat ik er nooit eerder over gehoord had. sunyata dat ‘leeg van zelf’ of ‘conceptuele leegte’ betekend. Het begrip suggereert dat elk object en subject van zichzelf leeg zijn. In tegenstelling tot de term ‘leeg’ betekent het niet dat het inhoudloos is. Leegte betekent niet dat er niets bestaat, maar dat er geen essentie van de persoon of de geest aanwijsbaar is.

Sunyata
Sunyata is een begrip uit de Indiase taal, namelijk het Hindi. Vrij vertaald betekent het ‘het niet-zijn’. Het woord is in een boeddhistische context gebruikt als concept. Zoals in het Westen nihilisme als concept bestaat is sunyata de oosterse variant ervan. Het nihilisme speelt niet alleen een belangrijke rol binnen de westerse filosofie, maar ook binnen de boeddhistische filosofie is aandacht besteed aan dit fenomeen. Het oude boeddhisme kent een heilsleer die uitmondt in ‘nirwana’ , dat letterlijk ‘uitdoving’ betekent: het uitdoven van begeerte, haat en onwetendheid. In het latere mahayana- boeddhisme speelt het ‘niets’ een nog grotere rol: de filosoof Nâgârjuna (ca. 150 n.Chr.) stelt keer op keer dat alles ‘leeg’ is (sunyata): de dingen hebben geen substantie, geen eigen wezen, en bestaan niet op zichzelf. De heilsleer van het mahayana-boeddhisme is gericht op het existentieel realiseren van deze sunyata. Mede vanwege deze opvattingen is het boeddhisme vanaf de negentiende eeuw in het Westen vaak geassocieerd met het nihilisme. De boeddhistische opvattingen over sunyata zijn echter juist bedoeld om het nihilisme te overwinnen.

Sunyata is bedoeld om de verbondenheid met onze boeddhanatuur te versterken. Volgens het mahayana boeddhisme bezitten we de boeddhanatuur al, maar komt deze niet tot uiting, omdat we nog zoekende zijn. Aan de andere kant is de sunyata zelf ook de boeddhanatuur. Sunyata moet niet gezien worden als iets dat boven alles staat, maar juist iets dat alles is. Er zijn twee manieren om sunyata te begrijpen, het ene is het zelf beoefenen en het andere de zorgvuldige beschrijving ervan. Volgens het mahayana boeddhisme is dit de ware aard van alle verschijnselen, en het is het basisprincipe van alle bestaan. Met andere woorden, als het heelal het bestaan was alles ( niet leeg) noch vergankelijk, dan zouden alle daaruit voortvloeiende verschijnselen niet kunnen ontstaan door het naast elkaar bestaan van verschillende oorzaken en zou er geen stijgende of dalende lijn zijn als het gaat om geboorte en dood. De aard van sunyata is van positieve betekenis.

Nishitani
Ons ego is de oorzaak van ‘alle’ ellende in de wereld, het is het ego dat een relatie aangaat met alle objecten en subjecten. Egoloosheid (niet- zelf) is de enige weg naar de realiteit om het leven te begrijpen. Alle bestaansvormen zijn onderworpen aan de wet van oorzaken en voorwaarden. Deze omvatten de kleinste deeltjes, de relatie tussen de deeltjes, de planeten en de relatie tussen mensen tot en met de hele wereld en de kosmos. Van de kleinste deeltjes tot het grootste stof bestaat er geen absolute eigen identiteit. Identiteit is in het westers denken juist heel erg belangrijk, maar binnen de oosterse filosofie is het juist de bron van onze ellende in het dagelijks leven. Egoloosheid (niet- zelf) impliceert het niet-bestaan van een persoonlijke identiteit voor een individu. sunyata benadrukt de nietigheid en is kenmerk van zichzelf en van het bestaan, hierdoor bezitten sunyata en egoloosheid dezelfde kenmerken. Om sunyata beter te begrijpen kunnen we een stap verder gaan, het idee van Japans filosoof Keiji Nishitani kan een betere uitleg vormen voor het concept sunyata. sunyata geeft aan dat objecten en subjcten geen rede van bestaan hebben als er geen onderlinge verbanden zijn.

Een fles bijvoorbeeld heeft geen reden van bestaan als het niet gekend en gebruikt wordt. Het woord sunyata kan beter begrepen worden door het als ‘afhankelijk ontstaan’ te benoemen. Als voorbeeld voor sunyata heb ik het volgende bedacht: ‘’heeft iemand gestolen, wie is dan de dief?’’ is het de persoon zijn hand, die stal of de hersenen die het bedachten? Of zijn het de ogen, oren ect. Als we de schuldige zoeken, zullen we zien dat er geen schuldig deel te vinden is. Het is een samenvoeging van elementen die een ‘organisme’ van maken, maar ook die organisme heeft geen rede van bestaan als de elementen waaruit hij is opgebouwd geen relatie met elkaar hebben. Zo is het net het benoemen van objecten, we geven objecten een naam maar in wezen zijn het afzonderlijke delen die het object vormen. Bijvoorbeeld ‘brood’ is gemaakt uit meel, gist, zout ect. Voor het gemak noemen we de samenstelling brood en zeggen niet een mix van meel, zout ect en dan gebakken…In feite heeft het object geen broodrede van bestaan als de afhankelijke relaties waaruit hij is samengesteld veranderen. Om het zelfde voorbeeld van brood aan te houden, indien brood bederft en het object veranderd zeggen we al ‘beschimmeld brood’ als het het helemaal ontbonden is herken je het niet meer, hoewel misschien de zelfde elementen van het verse brood zich in een andere vorm aan je voordoen. Wederom is het bij sunyata geen afwezigheid of leegte, die we in het dagelijkse taal gebruiken, maar gaat het om volmaaktheid die pas gekend kan worden als er ruimte voor is.

Representaties
Volgens Nishitani kunnen veel problemen opgelost worden door het begrip sunyata goed te begrijpen. De gedachte die Nishitani aan het westen presenteerde, was de cruciale rol van ons ego. Nishitani is aanhanger van het Japans boeddhisme en legt veel nadruk op het ontwikkelen van de boeddhanatuur. Nishitani is van mening dat een nihilistische houding samen met de zen- meditatie kan leiden tot het niveau van sunyata. Nishitani’s geeft een voorbeeld over het christendom, hierbij geeft hij aan dat god zo transcendent aan het worden is dat een persoonlijke ontmoeting bijna onmogelijk is, hiermee ondersteund hij de gedachte van Nietzsche over de ‘dood van God’. De innerlijke wereld wordt door Nishitani beschreven als een bewustzijnsveld, dit wordt gekenmerkt door de houding om de werkelijkheid te benaderen vanuit het standpunt van het zelf. Door steeds vast te houden aan ons zelf, onze ego. De externe wereld ervaren we als fundamenteel gescheiden van ons zelf. Doordat het zelf steeds het centrum van onze verhouding/relaties wordt. Hierdoor wordt dit de werkelijkheid (besloten identiteit), waar door we de dingen nooit werkelijk kunnen kennen of benaderen zoals ze zijn in hun eigen zijnswijze en vanuit hun eigen afkomst. Onze gevoelens, gedachten, wensen etc. verschijnen aan ons bewustzijn niet volgens hun ware gezicht, maar slechts in de vorm van representaties.

Een soortgelijke gedachte vinden we bij Shankara , hij zegt dat we de werkelijkheid zien door een sluier waardoor deze een vervormd beeld krijgt. Wat Shankara ‘maya’ noemt wordt bij Nishitani neergezet als het centraal stellen van onze ego. Binnen het werk van Nishitani spelen ‘agape’ en ‘avidya’ een belangrijke rol. Onder agape verstaat hij de onderlinge liefde in groepen. Door ons ego centraal te stellen veranderd deze agape in een persoonlijke vorm van liefde. Even eens is het centraal stellen van onze ego een teken van avidya. Avidya is onware kennis, door het bestuderen van onware kennis zorgen we ervoor dat we de wereld op in een vervormde vorm zien. Het concept van Nishitani over sunyata is rationeel en er is genoeg empirische onderbouwing om het geheel te begrijpen. Oefening en training in de zienswijze van Nishitani zijn manieren om achter de ontologie van zijn verhaal te komen.

Zintuigen en sunyata
Sunyata zelf is geen op zich staand begrip, maar wordt gebruikt om een bepaalde gedachte weer te geven. Als we de ‘waarheid’ bij Nishitani verstaan als de ware werkelijkheid, de werkelijkheid die zich doorheen het religieuze subject bewust wordt van zichzelf, dan ligt het zelf-transformerend aspect besloten in de realisatie van die werkelijkheid door het subject. Dit realiseren of begrijpen van de werkelijkheid moet niet direct verstaan worden als een wetenschappelijk of filosofisch kennen, maar als een zich volwaardig, met geest en lichaam, eigen maken. Hier ontdekken we de betekenis van de transformatie en de spirituele kern van Nishitani’s filosofie. De volwaardige toe-eigening, de ware perceptie, transformeert de zijnswijze van het subject. De ware perceptie van de werkelijkheid wordt namelijk de zijnswijze van het subject. De ware perceptie kan de ware zijnswijze worden, omdat ze zich samen voordoet met het zelf-bewust worden van de werkelijkheid. Precies bij het voorgaande is er sprake van een paradox. Aan de ene kant zijn de zintuigen (inclusief het denken) verantwoordelijk voor het centraal stellen van onze ego en aan de andere kant zijn het precies de zelfde zintuigen die de ware perceptie (op basis van sunyata) tot stand kunnen brengen. De vraag die bij mij onbeantwoord blijft is: hoe weten we d.m.v. onze zintuigen dat we het over de ware kennis hebben?

Een vraag als deze dringt zich niet zomaar op. Het is het resultaat van een steeds groter wordende twijfel aangaande het nut, de noodzaak en de zin van bepaalde aspecten van het leven, van het leven. Wanneer we de zin van ons eigen leven op deze manier in twijfel trekken, wanneer we letterlijk voor onszelf een vraag zijn geworden, dan ontwaakt in ons de ‘religieuze’ zoektocht. Heel simpel moeten wij ons afvragen: wie/wat ben ik? Maar de vraag alleen is niet voldoende, dat is slechts het beginpunt. Wederom speelt sunyata een belangrijke rol, doordat we de zogenaamde leegte ervaren. Hierdoor gaan we opzoek naar het antwoord op de bovengenoemde vraag, in tegenstelling tot als we ons zelf als ‘ik’ of ‘ego’ benoemen dan is er geen ruimte meer voor begrijpen van objecten vanuit hun eigen bestaan. sunyata gaat voorbij aan de grenzen van het gewone veld van bewustzijn en transcendeert zelfs, want dit is de voorwaarde om de objectieve waarheid in twijfel te kunnen trekken. Alles begint met de gewaarwording van sunyata, zowel in de basis van ons eigen bestaan als in de kern van alles wat bestaat.

Het subject wordt zijn eigen zelf gewaar als een leegte. Voor Nishitani betekent dit gewaarworden, realiseren van onze boeddha- natuur. Wat de zintuigen aangaat, denk ik niet dat de staat van sunyata bereikt kan worden zonder uitleg hierover. Hoewel het als een universele waarheid neergezet wordt is het geen natuurlijke reactie om niet te denken vanuit je zelf, althans niet in het westen. Dit heeft sterk te maken met ons individualisatie. Toch zou ik sunyata het best beschrijven als een transcendente kracht. Want bij beide concepten komen we een gemeenschappelijke noemer tegen en dat is het verder gaan dan onze eigen verstandshorizon. Zen- meditatie vormt een belangrijke basis voor het verkrijgen van deze boeddhistische visie, zonder oefening zal het niet mogelijk zijn voor alle groepen om inzicht te verkrijgen in sunyata. Als alles wat zich aan ons voordoet een vervormde werkelijkheid is, blijft de onbeantwoorde vraag nog altijd of de inzichten vanuit het boeddhisme ook niet vallen onder de vervormde werkelijkheid?

Sunyata en wereldreligies
Ik heb het concept sunyata geplaatst in de context van de vijf wereldreligies en ben tot wat persoonlijke conclusies gekomen. In elke religie vinden we in een eigen vorm het concept sunyata weer terug. Wel wordt het concept ten volle beschreven in het boeddhisme, maar komt ook in andere levensbeschouwingen voor. Voor kennis vanuit de vijf wereldreligies heb ik mijn opgedane kennis vanuit de opleiding ingezet, ik gebruik een algemene beschrijving van religiën, hoewel er ook subgroepen zijn. Als je aan boeddhisten zou vragen of er een persoonlijke god bestaan, zullen de meeste zeggen, nee! Op het moment er geen ‘ik’ bestaat is er ook geen persoonlijke god. Het bestaan van de ‘ik’ in de vorm van het ego maakt alle relaties, ook met god.

glasenloodChristendom
Binnen het christendom wordt sunyata uitgedrukt als het woord ‘God’. God wordt beschreven als de bron van liefde. En zelfs zoveel liefde, dat het onuitputtelijk wordt, precies in het oneindige schuilt het woord sunyata. Een onuitputtelijke bron is te vergelijken met een bodemloze bron. Net zo vol het is, net zo leeg het op het zelfde moment is. Doordat het eind niet aan te geven is, is er ook geen begin. Daarnaast is god binnen het christendom zelf transcendent, het immanent godsbeeld is Jezus. Hoewel van Jezus wordt gezegd dat hij de zoon van God is, weten we niet wie de ‘vader’ en de heilige geest zijn. De vader is zo transcendent eveneens als de heilige geest, dat we hen net zo goed niet kennen. Dus zowel volheid als leegheid. In feite doet het er niet eens toe hoe je het noemt, maar kun je het bestaan van liefde dat onuitputtelijk is niet beschrijven. De afwezigheid ervan verteld ons hoeveel het waard is, maar niet de aanwezigheid.

Islam
Binnen de islam is god geheel transcendent. Hierdoor kennen we geen eigenschappen, vorm, naam en andere aanwijzing van. In sunyata, spelen deze zaken ook geen belangrijke rol. Ondanks de gehele transcendentie van God binnen islam is er wel een relatie met god, dit is een goed voorbeeld om sunyata weer te geven. In feite hebben islamieten een relatie met ‘niets’, want ze kennen het niet eens, maar zijn wel bewust van het bestaan ervan. Het Arabische begrip ‘fana’ komt het dichtst bij het begrip sunyata. Binnen het concept van ‘fana’ staat het oplossen van de eigen identiteit centraal, net zoals bij sunyata geen identiteit is.

Hindoeïsme
Binnen het hindoeïsme betekent het woord Sunya, nihil/nul. Het concept van sunyata kunnen we verbinden met de gedachte van Shankara die het heeft over een onpersoonlijke god, zonder attributen. Dat is Brahman. Deze brahman is niet anders dan sunyata. Zowel sunyata als Brahman is het zelfde. Binnen Brahman zit alles, maar het is ook niets. De onterechte identificatie met de zintuiglijke wereld (inclusief de gedachten en de persoonlijkheid) wordt in de Vedanta als ‘onwetendheid’ (avidya) neer gezet. Juiste kennis van de illusoire natuur van alles dat we kennen in samsara (de kringloop van leven en dood) heft die onwetendheid op, als we het ons tenminste ten volste kunnen realiseren. Dat kan alleen als de gehechtheid aan die verschijnselen wordt overwonnen. Volgens Shankara is atman geen weerspiegeling van het ego, maar is Brahman. Doordat we atman en andere objecten anders noemen denken we dat het andere dingen zijn, maar in feite is alles en heet alles Brahman.

Jodendom
Een specifiek voorbeeld van sunyata uit het jodendom is vrij lastig te beschrijven, maar ‘haskala’ komt het dichts bij de benadering ervan. Haskala is de verlichting van geest/ziel. Hierbij lost de ‘ik’ zich op in het heelal. Zowel bij het oplossen als het bestaan van de ziel is er sprake van sunyata, omdat het ‘ik’ een taalkundige benadering is en geen aanwijsbaar object. Binnen het veld van sunyata, worden er zogenaamde kleine leegte gecreëerd. Hoewel leegte niet afgebakend kan worden is er sprake van een denkbeeldige scheiding.

Boeddhisme
Sunyata past het best in het boeddhisme, want het is van origine een boeddhistisch concept. Zonder leegte is er geen rede van bestaan voor andere objecten, precies zo bestaat in wezen niets van wat wij om ons heen zien. Volgens de mahayana boeddhisme verschijnt de werkelijkheid op drie manieren: de werkelijkheid op zich, de werkelijkheid van afhankelijkheid en de werkelijkheid van verbeelding. Het ego-bewustzijn is de wortel van alle begoochelingen, de wortel van alle menselijke problemen. De manier waarop het ego-bewustzijn een verkeerd beeld op de objecten plakt is eigenlijk heel eenvoudig. Binnen het boeddhisme kan sunyata de schoonheid van de ziel weergeven, omdat er geen ‘ik’ bestaat is er ook geen zonde en ook geen genade, als die bestaan zullen we weer naar de bron ervan zoeken. Hierdoor zijn we voortdurend in een vicieuze cirkel aan het draaien, doorbreken van deze cirkel is het doel het mahayana boeddhisme.

Het denken van Nishitani in samenspraak met mijn denken
Het sleutelconcept van de Madhyamaka school is het onderwijzen van sunyata. Dit staat ook centraal in de sutra’s van ‘Volmaakte Wijsheid’ (Prajna paramita). De realiteit bestaat uit fenomenen (zonder samenhang, vaste vorm en bestaan in de tijd) die een mysterieus veld van energie vormen waarbinnen ze een interactie met elkaar aangaan. Ik vraag me af waarom de leer en de Boeddha zelf geen onderdeel uitmaken van deze fenomenale wereld? Er wordt steeds aangegeven hoe wij mensen het leven als werkelijkheid gaan beschouwen, terwijl het allemaal illusie is. Maar een fenomeen als ‘pijn’ of een handicap aan het lichaam of geest is reëel. Hoe zouden mensen die bijvoorbeeld doof zijn de leer tot zich moeten nemen of mensen die geestelijk ziek zijn? Omdat ik hier geen antwoord op heb concludeer ik zelf dat het boeddhisme ook voor een bepaalde doelgroep is.

Hoe wordt de doelgroep van mensen die niets snappen van het dagelijks leven verlost? Ik mijn perceptie kan je niet mediteren voor een ander, dat is anders bij het concept ‘bidden’. Daarnaast is het nog niet duidelijk wanneer iemand precies ‘nirvana’ bereikt. Binnen de Japanse traditie is nirvana een niet op zich zelf staand begrip en doordat het oneindig is dus ook leeg. Ik vraag me af wat het nut is om nirvana te bereiken als het bereiken of het niet bereiken ervan niet veel uitmaakt voor het bestaan. Daarnaast pretendeert het mahayana boeddisme een betere leer te hebben dan de theravada traditie, maar de vraag die nog beantwoord blijf is: Is het boeddhisme wel een religie voor niet-geletterden? Zelf denk ik niet dat je zonder een bepaalde mate van cognitieve ontwikkeling de concepten uit het boeddhisme kunt begrijpen, laat staan toepassen. Ik denk dan sterk aan geestelijk zieke mensen en of mensen die een defect hebben aan hun zintuigen.

De leer van sunyata vind ik dan wel interessant, omdat ik voor mezelf een beeld kreeg van hoe vaak ik vanuit een westers perspectief denk en dat er ook andere manier van rationeel denken bestaat. Wetenschappelijk gezien vind ik sunyata veel beter te begrijpen, om de logische verwoording is het makkelijker te zien vanuit de empirie. Zowel de ideeën van de boeddhistische filosofen als hun theorieën zijn fascinerend, maar achtergrond van het land en de traditie vanwaar ze komen is even belangrijk, vooral omdat je de theorieën vanuit een cultureel/geografisch perspectief moet bekijken. Tot slot blijft het boeddhisme voor mij een religie van oneindig veel wetenschappelijke inzichten.