bodhi_vukeleku_2009-960×370-18

VU week: Masao Abe

Het is weer VU week bij Bodhitv! Elke dag publiceren we essays die VU studenten schreven ter afsluiting van het college Oosterse filosofie. Studente Leonore Stevens onderzocht zijn werk en dankzij Abe’s toegankelijke benadering ontdekte ze veel over de bijzondere filosofie van Masao Abe.

Masao Abe heeft veel tijd in het Westen doorgebracht, je zou kunnen zeggen dat het een soort van ambassadeur was van zen. Hij was leerling van Nishitani Keji en Hisamatsu Shin’ichi en heeft veel tijd doorgebracht met D.T. Suzuki in de laatste tien jaar van zijn leven. Hij heeft niet zozeer nieuwe inzichten binnen het zenboeddhisme ontwikkeld maar voornamelijk de boeddhistische zenfilosofie vertaald naar het Westen. Masao Abe heeft veel geschreven over Dogen (de grondlegger van de soto zen school) en heeft zich veel beziggehouden met de vergelijking van zenboeddhisme met het christendom.

zenInzicht
In God, Emptiness and the true Self’, behandelt Masao Abe de plaats van Boeddha in het zenboeddhisme, de essentie van nirvana en dit vergelijkt hij dan met het christendom. Abe haalt verschillende verhalen aan waarbij er gesproken wordt over de plaats van Boeddha in het zenboeddhisme, zoals ooit een zenmeester zei: “Wash your mouth after you utter the word ‘Buddha’”
of de uitspraak van Lin-Chi: “Encounntering a Buddha, killing the Buddha”

Dit lijkt in eerste instantie erg hard, negatief en ook apart om zo te spreken over de grondlegger van je geloof maar het is een erg belangrijk punt binnen het boeddhisme. Met deze uitspraken wordt bedoeld dat je door Boeddha te vereren en na te streven niet de goede kant op gaat want door Boeddha te vereren zie je Boeddha als een object en heb je het boeddhisme niet goed begrepen. Juist door de dualiteit van object en subject te overstijgen kan je nirvana bereiken. Abe haalt nog een andere uitspraak aan van een zen meester van de Sung Dynasty: “I linger not where Buddha is, and Hasten by where there is no Buddha”.
.

Hier wil Abe eigenlijk hetzelfde duidelijk maken dat je niet moet vasthouden aan Boeddha als leidraad want dat leidt nooit naar nirvana maar dat je ook niet Boeddha moet verloochenen. Abe maakt in verband met deze uitspraken een vergelijking met theologen die het woord ‘God’ verwerpen maar dat is niet hetzelfde. Het boeddhisme is radicaler en spreekt over het doden van Boeddha. Dit wordt gedaan om duidelijk te maken dat om echte bevrijding te bereiken het nodig is om niet alleen wereldse moraliteit te overstijgen maar ook om jezelf los te maken van religieus piëtisme. zen leert ons niet om tot de ultieme realiteit te komen door Boeddha te vinden en te geloven in Boeddha.

Zoals het is
Want zelfs dan zijn we niet volledig bevrijd van de dichotomie tussen het object en subject van geloof. Het fundamentele doel van het boeddhisme is om je los te maken van alle banden die voortkomen uit de dualiteit van geboorte en dood (samsara), dit wordt nirvana genoemd. Nirvana binnen het mahayana boeddhisme wordt gezien als de simpele realisatie van samsara als werkelijk samsara, niet meer niet minder, door een grondig teruggaan naar samsara zelf. Samsara-zoals-het-is is nirvana net als nirvana-zoals-het-is is samsara. Zo wordt de ultieme werkelijkheid uitgedrukt in het boeddhisme.

Dit overstijgen van dualiteit ziet Abe ook in Jezus Christus. Wanneer Jezus aanspoorde tot actie voor het heil van het koninkrijk Gods, is dat koninkrijk Gods niet alleen transcendent. Wanneer Jezus door de farizeeërs gevraagd werd wanneer het koninkrijk Gods zou komen beantwoorde hij hun, “Aanschouw, het koninkrijk van God is in je”. Hiermee maakt Jezus duidelijk dat God zijn heerschappij al in werking is in het leven de mens. Dit is al helemaal waar als je bedenkt dat het koninkrijk van God door Jezus de wereld betreden heeft. Jezus Christus als de incarnatie van God is een symbool van het transcenderen van het religieuze transcendente. Doordat Jezus, God is die menselijk werd door zichzelf te legen of te verloochenen, zelfs tot de dood. Door dit werd het immanente en transcendente identiek in Jezus en kan zo gezien worden als het christelijke symbool van de ultieme werkelijkheid.

jesusDe christelijke mystiek
Er is echter wel nog een belangrijk verschil hiertussen. Doordat de volgelingen alleen de ultieme werkelijkheid kunnen bereiken door het geloof in Jezus, wordt Jezus het object van geloof. Er is dan dus sprake van objectivering wat binnen het boeddhisme juist het bereiken van de ultieme werkelijkheid uitsluit. De essentie van zen is niet de identificatie met Jezus of met Boeddha, maar identificatie met leegte, dit proberen de eerder genoemde uitspraken duidelijk te maken.

zen is makkelijker te vergelijken met de negatieve theologie van de christelijke mystiek dan met de meer orthodoxe vormen van het christendom. Binnen de christelijke mystiek word er ook vaak gesproken over de ‘leegte’ van de ondefinieerbare Ene. Hier is echter nog steeds een essentieel verschil omdat de ondefinieerbare Ene geadresseerd wordt met de term HIJ. En zo wordt het buiten jezelf geplaatst en is het nog steeds enigszins geobjectiveerd. In zen is de ware leegte nooit buiten jezelf te vinden.

Sunyata
Zen is dan ook veel bezig met de vraag, “Wat ben ik?”. In het Westen wordt vaak de wetenschap aangehaald om deze vraag te beantwoorden. Wetenschap zoekt het antwoord op deze vraag naar onze oorsprong in een horizontale manier, maar zo kan je eindeloos alles verder terug voeren. Om deze vraag echt te beantwoorden moet men zich wenden tot een verticale dimensie, de eeuwige en religieuze dimensie. Volgens het boeddhisme is het fundament van ons bestaan het niets, sunyata. Sunyata is het niets waar God zelf uit is ontstaan, sunyata is de basis van waaruit alles is gecreëerd. Volgens het boeddhisme is de meest fundamentele illusie van ons bestaan dat wij het idee hebben dat we buiten onszelf moeten zoeken naar ons ware Zelf, dit wordt in het boeddhisme maya of avidyagenoemd, m.a.w. onwetendheid.

In Man and Nature in Christianity and Buddhism behandelt Masao Abe, zoals de titel al doet vermoeden, voornamelijk de plaats van de mens in het christendom en het boeddhisme. In het boeddhisme zijn mensen zijn niet beter of hoger dan andere wezens, levende en niet levende. Dit is anders in het christendom, daar is de verlossing alleen met mensen verbonden, alleen de mens is in imago dei gecreëerd. Dit antropocentrisme in het christendom hangt samen het persoonlijke beeld wat de christenen van God hebben en de Ik-Gij relatie die daaruit voortkomt.

Niet hoger dan andere wezens
In het boeddhisme moet de mens de generatie-uitsterving natuur van alle wezens overkomen om het menselijke probleem van geboorte en dood te kunnen overkomen. Deze radicale niet-antropocentrische visie is hetgeen wat de oprechte basis bied voor de verlossing van de mens in boeddhisme. Het boeddhisme begrijpt wel dat de mens een positief en uniek aspect heeft, namelijk het bewustzijn. Maar de mens staat niet hoger dan andere wezens. Boeddhistische verlossing is niets anders dan een ontwaking tot realiteit door de dood van ego, de existentiële realisering van de vergankelijkheid die alle dingen in het universum eigen is, dus door het universum te zien zoals het is.

Voor zover de dood van het menselijk ego essentieel is voor verlossing, kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen christelijke bekering en boeddhistische verlichting. Een groot onderscheid is wel dat in het christendom de mens nooit gered kan worden door zijn eigen inspanningen, door toedoen van zijn eigen onrecht en zonde, maar alleen door geloof in Jezus als de verlosser. Binnen het boeddhisme bestaat er echter het idee van afhankelijke oorsprong. Dat geeft aan dat er geen onomkeerbare relatie bestaat, zelfs tussen de mens en god, natuur en het bovennatuurlijke, het seculiere en het heilige. Ze hebben allemaal een gemeenschappelijke originele basis. Ook de directie of locatie van het transcendente is in het christendom en het boeddhisme verschillend. boeddhisme is gericht op de Boeddha natuur of ‘suchness’. En het christendom stelt het buiten zichzelf, gericht naar God.

Alles is leegte
In Emptiness is suchness gaat Masao Abe door op de plaats van de mens binnen het boeddhisme en behandelt hij het idee van leegte en het daarmee samenhangende begrip ‘suchness’. Het begrip van ‘alles is leegte’ binnen het boeddhisme wordt wel eens verkeerd begrepen in het Westen, je kan het beter lezen als ‘alles is zoals het is’ m.a.w. ‘suchness’. Alles is uniek maar als ze hun uniekheid behouden dan zijn ze vrij van conflict onder zichzelf.

Mensen zijn anders dan de andere wezens in dit universum, de mens heeft als enige bewustzijn. Alle andere wezens hebben een natuurlijke staat van zijn . Doordat wij een bewustzijn hebben gaan wij vanuit de buitenkant naar onszelf kijken, en dit doen wij in vergelijking met anderen. Door vanuit de buitenkant naar onszelf te kijken zijn we gesepareerd van onszelf. Wij mensen zijn gesepareerd van onze ‘suchness’. Dit resulteert in een gevoel van angst die ieder mens heeft, of beter gezegd, is. De taak van religie is om aan te geven hoe wij deze fundamentele rusteloosheid overwinnen en terugkeren naar onze ‘suchness’.

De vergelijking die Abe hierover maakt met het christendom is dat toen God iets creëerde hij ‘zag dat het goed was’, alles wat hij creëerde was zoals het is, in ‘suchness’. Adam en eva waren ook in ‘suchness’ tot ze van de boom van kennis van goed en kwaad aten, deze symboliseert het maken van waarde oordelen die uit deze kennis voort groeit. Deze mogelijkheid om waarde oordelen te maken is uniek voor een eigen bewustzijn, door deze capaciteit om onderscheid te maken hechten mensen zich aan dingen en maken ze ook een onderscheid tussen zichzelf en anderen. We raken gehecht aan ons zelf en maken ons zelf zo het centrum van de wereld.

stoelenDe realisatie dat er geen onveranderlijke eeuwige ego-zelf is, is een noodzakelijkheid voor het menselijk ego. Als je dit beseft wordt je ontwaakt tot je eigen ‘suchness’, dan ben je niet langer gescheiden van je Zelf maar dan ben je gewoon je Zelf. Alleen de mens is zijn zelf kwijtgeraakt en verkeerd in onwetendheid, en raakt daarom gehecht aan zijn leven en vreest zijn dood. Het is niet zozeer een doel dat bereikt moet worden maar meer een terugkeer naar het begin.

Waarheidsvraag
De waarheidsvraag bij Masao Abe is anders dan bij andere schrijvers uit het boek omdat Abe niet zozeer nieuwe filosofieën introduceert maar meer al bestaande ideeën en begrippen binnen de zen filosofie vertaalt naar westerse begrippen. Men kan dan wel een oordeel vellen over de juistheid van zijn vertalingen. Er zijn bepaalde parallellen die Abe maakt tussen het christendom en het zenboeddhisme, maar zijn deze wel te vergelijken? Abe heeft de spirituele fundamenten van het Westen proberen te achterhalen door een vergelijkende en dialogische studie van het boeddhisme en het westerse denken. Dit heeft hij gedaan door veel tijd door te brengen in het Westen en in tal van scholen als gastprofessor op te treden. Ook heeft hij gesprekken gehad met belangrijke theologen in het Westen zoals Paul Tillich en Reinhold Niebuhr en hij heeft westerse filosofen zoals Nietszche en Heidegger bestudeerd.

Abe heeft dus veel aandacht gehad voor de fundamenten van het westerse denken. Zijn kennis van het zenboeddhisme is ook goed onderbouwd, hij heeft filosofie en vergelijkende religie gestudeerd aan Japanse universiteiten. Hij is ook de leerling geweest van Hisamatsu shin’ichi en Nishitani keji verder heeft hij de laatste tien jaar van het leven van D.T. Suzuki nauw contact met hem gehad. Alle drie zijn belangrijke denkers binnen het zen boeddhisme. Je kan hieruit constateren dat Abe genoeg kennis bezat van het zenboeddhisme, het westerse denken en het christendom om zijn vertalingen te onderbouwen en naar waarheid te maken.

Dialoog
Bij het lezen van God, Emptiness and the True Self was er duidelijk één punt waar ik moeite mee had. Het werd in het boeddhisme en in het christendom toegelicht door citaten: “Encountering mother or father, killing mother or father.
Encountering a relative killing the relative”
uit de uitspraak van Lin-Chi en Jezus die zegt:“If any one comes to me and does not hate his own father and mother and wife and children and brothers and sisters, yes, and even his own life, he cannot be my disciple (Lucas 14:26)”

Na het verder lezen van de tekst begreep ik de uitspraak uit het boeddhisme, dat men het idee van objecten en je bindingen daarmee moet zien als niet bestaand. Daaruit volgend kan ik ook de uitspraak van Jezus zo lezen maar daar heb ik toch nog enigszins moeite mee. Ik ben zelf niet christelijk en heb er ben ik bang niet genoeg kennis van om dit met zekerheid te zeggen maar ik vind de uitspraak van Jezus niet passen binnen de huidige kernpunten van het christendom. Juist de liefde voor je naasten is naar mijn idee erg belangrijk en daardoor heb ik het idee dat de uitspraak die Abe aanhaalt niet volledig representatief is voor het huidige christendom. Het is echter wel een zeer goede uitspraak om duidelijk te maken dat hetzelfde idee van losmaken van je bindingen met de wereld dat zo kenmerkend is voor het boeddhisme ook zijn plaats heeft in het christendom.

De mens binnen het universum
Een ander punt waar Masao Abe veel aandacht besteedt is de plaats van de mens binnen het universum. Het christendom heeft een antropocentrisch beeld waarin alleen de mens verlichting kan bereiken. Binnen het boeddhisme is de mens juist gelijk aan alle wezens in het universum. Toch heeft de mens een unieke bevoorrechte positie volgens het boeddhisme namelijk doordat de mens een bewustzijn heeft kan ook in het boeddhisme eigenlijk alleen de mens verlossing bereiken. Dit kwam op mij over als vergelijkbaar met het christendom. Na verdere bestudering van de teksten van Abe kwam ik erachter dat er wel een duidelijk verschil is tussen de plaats van de mens in het christendom en het boeddhisme. Binnen het boeddhisme is de mens uniek zoals elk wezen uniek is, hij staat niet hoger dan de andere wezens in het universum, zoals wel het geval is binnen het christendom.

Beleving
Het eerste wat mij opviel, wat ook de reden is geweest om over Masao Abe mijn paper te schrijven, is dat Masao Abe makkelijk te lezen is. Bij andere denkers in het boek had ik af en toe nog wel moeite om door de filosofische stukken van de tekst te komen en dat was bij Masao Abe niet het geval. Waarschijnlijk komt dit omdat Abe ook gericht op het Westen schrijft. Ik begreep redelijk snel wat hij probeerde uit te leggen en hij heeft bepaalde punten van het boeddhisme waar ik eerst een negatief beeld over had zo uitgelegd dat ik van mening ben veranderd. Bijvoorbeeld het beeld van het loslaten van alle bindingen die je hebt met de wereld. Eerst zag ik dat als het idee dat alle emoties, dus ook liefde en blijdschap, negatief waren.

Nu begrijp ik dat het niet zozeer de bedoeling is dat je een soort van apathie jegens de wereld ontwikkeld maar leert beseffen dat de bindingen die je hebt met het leven afkomstig zijn uit het idee dat je onderscheiden bent van de rest van de wereld. Terwijl wij juist onlosmakelijk verbonden zijn met het gehele universum. Het gaat binnen het boeddhisme niet alleen om onthechting maar ook omarming, door te beseffen dat je onderdeel bent van het gehele universum en dus overal mee verbonden bent.

Verder ben ik niet christelijk maar ik leef natuurlijk wel in een land waarin het christendom grote invloed heeft gehad op het huidige normen en waarden systeem. De vergelijking met het christendom van Abe heeft daarom voor mij niet alleen kennis gegeven over het zen boeddhisme maar ook een gevoelsmatige herkenning. Ik kan eerlijk zeggen dat mijn begrip van het zen boeddhisme groter en mijn beeld positiever is geworden na het bestuderen van de teksten van Masao Abe.