bodhi_vukeleku_2009-960×370-17

VU week: Nishitani Keiji


Het is weer VU week bij Bodhitv! De hele week publiceren we essays die VU studenten schreven ter afsluiting van hun college oosterse filosofie. VU studente Graciëlle Struijck gaat in op het werk van Japans filosoof Nishitani Keiji.

Nishitani Keiji werd gezien als één van de meest belangrijke filosofen van hedendaags Japan en de meest gezagsdragende vertegenwoordigers van de Kyoto school. Hij studeerde onder andere bij Nishida vanuit wiens filosofie hij Westerse filosofieën bestudeerde. Kenmerkend voor Nishitani’s filosofie is het niet scheiden van religie en filosofie. In het westen is hij vooral geroemd om zijn herinterpretatie van het nihilisme.

boeddhaNihilisme
Van het boeddhisme wordt gezegd dat het minimale invloed uitoefent op het leven van de mens. Volgens Nishitani is niets minder waar. Boeddhisme transformeert de samenleving wel degelijk. Echter niet middels een sociale revolutie zoals het christendom of de islam dat doen, maar door een transformatie van het individu. Volgens Nishitani vooronderstelt het één het ander, en wordt dit door de wereld miskend. Transcenderen van de wereld gebeurd door transcendentie van de mens, wat plaatsvindt wanneer de Dharma-natuur gerealiseerd wordt. Als voorbeeld gebruikt Nishitani de broederschap van de discipelen van Boeddha. Deze kwamen uit verschillende kasten, maar leefden samen. Dit was mogelijk omdat door een compleet nieuwe basis van intermenselijke relaties werd aangenomen.

Nishitani gaat verder met het aanhalen van de Diamond Needle Tract uit de Tripitaka. Ashvaghosha, die deze passage vermoedelijk heeft geschreven, ontkracht in deze tekst de ongelijkheid tussen mensen en tracht een nieuwe universele en religieuze norm voor de nobelheid van de mens op te zetten, gebaseerd op moraliteit. In de Diamond Needle Tract wordt gesproken over zeven zaken waarop de superioriteit van de brahmanen is gebaseerd, zijnde: leven, bloed, lichaam, kennis, gebruik, praktijk en Veda. Nishitani noemt een aantal van de contra argumenten van Ashvaghosha. De eerste is gebaseerd op bloed. Volgens Ashvaghosha is dit onjuist, omdat er in brahmanenfamilies personen voorkomen wiens voorouders geïdentificeerd worden met andere mythologische figuren dan Brahman. Ten tweede haalt hij het argument onderuit gebaseerd op kennis. Ashvaghosha stelt dat er onder de sudra’s zich individuen bevinden die over meer kennis beschikken dan de wijsten der brahmanen. Vervolgens geeft hij aan dat deugd de enige maatstaf is voor een mens. Dit is te beoordelen op basis van het beschikken over of het ontbreken van de volgende vijf eigenschappen: perseverance, edeavor, contemplation, wisdom en compassion. Wanneer een persoon deze eigenschappen heeft, is hij een brahmaan, zo niet, dan is hij een sudra.

Zelfcontradictie & het probleem van het Westen
Nishitani noemt een significant verschil tussen de westerse manier en de boeddhistische manier van de realisatie van de mens. In het westen betekent de realisatie van de mens, de realisatie van het ego, terwijl dit in boeddhistische termen juist de realisatie van het non-ego inhoudt. Volgens Nishitani is dit verschil ontstaan door de secularisatie van de cultuur. Het Zelf werd gezien als autonoom wezen, waarvan het bestaan onderhouden wordt puur door de relatie met zichzelf. Volgens Nishitani is dit het probleem van het westen, omdat het een tegenstelling inhoudt.

Realisatieparadox
In het Westen wordt het herstellen van de menselijkheid mogelijk geacht door de uitgebuiten hun uitbuiters te laten uitbuiten, zoals bekend uit het Marxisme. Dit is naar de mening van Nishitani onjuist, omdat hiermee niet de menselijkheid hersteld wordt, maar het ego in plaats van het non-ego. De persoon behaalt hiermee geen verbeterde kwaliteiten, dus wordt niet deugdelijker.

Sociale revolutie zonder transformatie van de mens leidt tot blindheid. Er vindt geen werkelijke verandering plaats, men wordt slechts verdoofd. Transformatie van het individu is essentieel voor een transformatie op grotere schaal.

Nishitani begint zijn essay met het volgende mondo:

‘Kyozan Ejaku asked Sansho Enen, “What is your name?”
Sansho said, “Ejaku!”
“Ejaku!” replied Kyozan, “that’s my name.”
“Well then,” said Sansho, “my name is Enen.”
Kyozan roared with laughter.’

Ik en Gij
 In dit essay neemt Nishitani de IkGij relatie onder de loep. Voordat hij hierover uitwijdt, maakt hij twee statements kenbaar. Ten eerste zijn Ik en Gij beide absoluut in hun eigen subjectiviteit. Ten tweede zijn ze tegelijkertijd beide relatief in hun relatie tot elkaar. Nishitani onderscheid drie varianten in de manier waarop over subjecten gesproken wordt. De eerst is de vergelijking van mensen met wolven. De tweede is het concept van Kant, waarin de morele wil van de mens autonoom is en verder geen invloed maskervan buitenaf toelaat. De laatste is de relatie van een Ik tot een absolute Ander, zoals een god. In elk van deze varanten staat een universele kwaliteit (wet, rede, God) die de algemene structuur van de relatie tussen twee subjecten bepaalt en halverwege deze subjecten in staat. Hierdoor ontstaat het probleem dat het subject aan de ene kant onvervangbaar is en onbeperkte vrijheid geniet, en aan de andere kant altijd ondergeschikt is aan deze universele kwaliteit of aan een Ander.

Vrijheid en gelijkheid
Gelijkheid te combineren met vrijheid, betekent volgens Nishitani dat deze vrijheid imperfect is. Zodra het individu subject is van een relatie met een universeel, wordt deze gerelativeerd en verliest het individu zijn absoluutheid. Dit heeft als resultaat dat wanneer vrijheid en gelijkheid samengaan in hun incompleetheid, er geen oprechte ontmoeting mogelijk is tussen twee mensen. Om gelijkheid te bereiken, zal de universaliteit vrijheid volledig moeten absorberen. Dit houdt in dat er niets van de individualiteit van het individu overblijft met als gevolg dat er niet langer de noodzaak bestaat om de gedeelde gelijkheid tegenover te zetten. Het concept van gelijkheid is dus niet langer betekenisvol. Door negatie van het individu en zijn vrijheid de absolute affirmatie te laten zijn van dit individu en zijn vrijheid ontstaat een juiste gelijkheid. Dit is alleen mogelijk vanuit het boeddhistische concept sunyata.

Voordat een universaliteit daadwerkelijk bestaat, zal deze moeten bemiddelen tussen twee subjecten. De relatie tussen twee subjecten wordt dan zodanig dat elk subject de helft van zichzelf opgeeft in de relatie, waardoor er niet langer sprake is van absolute individualiteit. De universaliteit is dusdanig immanent dat het individu er niet door geabsorbeerd kan worden, en hem dus niet van zijn wortels kan beroven. Vrijheid en gelijkheid kunnen alleen naast elkaar bestaan op een paradoxale manier, en slechts wanneer sunyata en vrijheid inwisselbare begrippen worden. Pas wanneer gelijkheid absolute niets wordt, zal vrijheid niet langer in het niet vallen door gelijkheid en pas dan bestaat ware vrijheid. Absolute negatie moet veranderen in absolute affirmatie.

Relatie IkGij
Aan de hand van een Chinese uitdrukking legt Nishitani uit hoe de contradictie werkt tussen Ik en Gij. Beiden zijn absoluut absoluut, maar in relatie tot elkaar zijn ze beide absoluut relatief. Volgens Nishitani zou dit wijzen op vijandigheid tussen de twee en dus betekenen dat Ik en Gij niet naast elkaar zouden kunnen bestaan: ‘en waar de hemel niet gedeeld kan worden door twee subjecten, zal de een de nader moeten ombrengen. De enige oplossing is het sluiten van compromissen, waarbij conflict en contradictie altijd aanwezig zullen zijn. Dit is volgens Nishitani de reden dat er lijden in de wereld is; het naast elkaar bestaan van twee absoluten terwijl dit theoretisch gezien onmogelijk is.

In bovenstaand mondo wordt door Sansho en Kyozan de situatie geïllustreerd van dit scenario. Het vragen naar de naam van een persoon, is de overname van het wezen van de persoon. De kern van de IkGij problematiek is de mentaliteit van eten of gegeten worden. Het punt dat gemaakt wordt, is dat de subjectieve relatie van mens tot mens, niet langer de IkGij relatie is in de universele zin. Doordat Sansho de naam van Kyozan aanneemt, neemt hij in feite zijn wezen over en wordt het Ik het Gij en het Gij wordt het Ik. Het Ik is niet langer simpelweg het Ik, maar is tegelijkertijd het Gij. Het Ik en Gij lopen volledig in elkaar over. Dit houdt in dat er geen relatie meer mogelijk is. Omdat er niet langer sprake is van een Zelf of een Ander, is een geen persoon en is er dus geen persoonlijke relatie mogelijk tussen deze.

Het mondo lijkt te impliceren dat dit betekent dat er absolutie non-differentiatie is, maar volgens Nishitani is dit juist niet het geval. Elke non-discriminatie is irreëel, terwijl de ontmoeting tussen twee subjecten reëel is. Omdat het Ik het Gij is, en het Gij het Ik is, zijn beide absoluut ongedifferentieerd. Op deze manier is het Ik een ware Ik en het Gij een ware Gij. Dit noemt Nishitani de ware IkGij relatie. Hierbij haalt hij een passage aan uit de Diamant Sutra: ‘The I-Thou relation is an I-Thou relation because it is NOT an I-Thou relation.’ Deze relatie is een non-relatie omdat alle relaties zijn getranscendeerd.
Sansho neemt door Kyozans naam aan te nemen niet alleen zijn wezen over, maar hij leegt zichzelf van zijn eigen wezen. De Ander neemt nu de kern in van het Zelf. Als iedereen dit zou doen, zou er volgens Nishitani absolute harmonie zijn, wat hij ook wel liefde in de religieuze zin van het woord noemt. Het Zelf en de Ander zijn niet één en niet twee. Dit houdt in dat elk Zelf zijn absoluutheid behoudt, terwijl hij ook relatief blijft. In deze relativiteit zijn het Zelf en de Ander nooit gescheiden. In deze toestand zou de kernproblematiek van eten of gegeten worden veranderd worden in zowel eten als gegeten worden. Het Zelf van ieder verdwijnt.

Namen
Het lijkt erop dat namen vroeger van groter belang waren, in zowel magie, religie als het sociale leven. De naam stond voor de drager ervan, en de drager was een met zijn naam. Na het verlaten van het mythologische tijdperk en met de ingang van het tijdperk der intellect leek de significantie van de naam af te nemen, maar volgens Nishitani hoeft dit niet zo te zijn. Volgens hem is het zo zijn dat de naam meer van de werkelijkheid van de persoon onthulde, omdat de werkelijkheid in totaal intenser beleefd werd. Het niet erkennen van de significantie van de naam, zou dan resulteren in het verder verwijderd raken van de realiteit waarmee een bepaalde blindheid wordt gecreëerd.

eenGehechtheid & poëzie
Volgens Nishitani komen zowel de wolfmentaliteit als de bron van conflict voort uit zelfgehechtheid. Door het Zelf in de kern te plaatsen in plaats van de Ander, wordt er gediscrimineerd tussen Zelf en Ander. Deze zelfgehechtheid komt weer voort uit onwetendheid (avidya). De mens rechtvaardigt gehechtheden en onjuiste theorieën en ideologieën door zelfgehechtheid te verheffen.
Vervolgens spreekt Nishitani over poëzie. Hij heeft het niet over spiritueel amusement in ons bewustzijn, maar over poëzie die voortkomt uit de diepte van het zijn der dingen. Hij is ervan overtuigd dat door de realiteit radicaal te doorzien zoals deze daadwerkelijk is, de realiteit pure poëzie wordt. Deze poëzie wordt niet gecreëerd door de mens, maar de mens neemt deel aan deze poëzie. De poëzie zal deel gaan uitmaken van de mens. Door de realiteit op deze manier te doortasten, komt de mens in aanraking met de Grote Wijsheid, of prajna. Prajna is de geboorteplek van poëzie, zowel als religie, filosofie en moraliteit, waar deze met elkaar verenigd zijn in dusdanig mate dat ze onscheidbaar zijn.

Waarheidsvraag
Is het waar wat deze denker zegt? Dit is een zeer interessante vraag, omdat deze schijnbaar simpele vraag nieuwe vragen doet rijzen en het antwoord hoogstwaarschijnlijk niet eenduidig zal zijn. Het stellen van deze vraag zet een intens proces in gang. Ten eerste zal er een definitie van waarheid moeten komen en hierop volgend een definitie voor alle ander begrippen die aan bod zullen komen in de zoektocht naar het antwoord. Voor dit essay zal ik mij beperken tot een definitie van waarheid en dit vaststellen op: niet in strijd met zichzelf of de werkelijkheid.

Uit het bestuderen van de filosofie van Nishitani heb ik geconcludeerd dat er in zijn filosofie geen sprake is van contradicties, voor zover ik dat kan beoordelen. Elke sterke claim nuanceert hij op subtiele wijze in zijn verdere verhaal. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat het theoretisch onmogelijk is voor twee individuen om naast elkaar te bestaan. Ten eerste nuanceert hij dit statement door het woordje ‘theoretisch’ ervoor te gebruiken, verder zegt Nishitani dat dit wel mogelijk is mochten er compromissen gesloten worden. Een ander voorbeeld is de opmerkelijke bewering dat vrijheid en gelijkheid niet kunnen co-existeren, wat hij verfijnt door te zeggen dat dit wel kan op paradoxale wijze, en wanneer het begrip van vrijheid bijgesteld wordt. Wat het eerste deel van de definitie van waarheid betreft, zou ik zeggen dat Nishitani’s filosofie waar is; de filosofie is niet in strijd met zichzelf. Bovendien is zijn academische achtergrond voldoende om er vanuit te gaan dat hij eventuele contradicties zelf heeft kunnen detecteren. Wat het tweede deel betreft, van de vraag of de filosofie in strijd is met de werkelijkheid zal mij afzijdig moeten houden. Ik ben niet in staat antwoord te geven op deze vraag. Naast onkunde is het naar mijn mening is het niet aan mij om hier een oordeel over te vellen, omdat dit trachten te doen zou betekenen dat ik in pure speculatie zou vervallen. Als Nishitani gelooft dat dit de waarheid is, twijfel ik er niet aan dat dit voor hem waarheid is.

Communicatie
Eén van de belangrijkste punten uit de filosofie van Nishitani is de Ik-Gij relatie. Dit is een onderwerp dat mij ontzettend fascineert en de voornaamste reden dat ik heb gekozen voor de teksten van deze denker. Volgens Nishitani is elke individu een absoluut. In eerste instantie zou ik mij hier niet in kunnen vinden gezien mijn overtuiging dat alles met elkaar verbonden is en er geen sprake kan zijn van (meervoudige) absoluten. Wanneer Nishitani zijn filosofie verder toelicht, geeft hij aan dat individuen slechts absoluten zijn wanneer deze niet in relatie staat tot een ander. In deze gedachte kan ik me redelijk vinden. In het scenario dat er slechts één individu is, bestaat er niets om mee verbonden te zijn en zou dit individu als absoluut gezien kunnen worden.

Nishitani geeft aan dat een individu pas relatief wordt wanneer er sprake is van een relatie, oftewel wanneer er sprake van iets buiten dit individu. Dit wil zeggen dat er iets is waar tot het individu zich verhoudt, en daarom te relativeren is. Het individu is nu weer relatief, maar volgens Nishitani ook absoluut. Hierbij kan ik mij aansluiten omdat het individu deel uitmaakt van het geheel, en het geheel het enige Absoluut is, blijft het individu toch absoluut. Een verschil tussen de visie van Nishitani en mijzelf, is te vinden in de bovenste trede van deze redenering. Volgens Nishitani is er geen sprake van non-differentiatie en naar mijn inzicht is er juist sprake van non-differentiatie.

Het ego is een illusie
Nishitani spreekt in zijn essay over het legen van je eigen kern om op deze manier plaats te maken voor de Ander. Hierbij bestaat het onderscheid tussen een Ik en een Ander. Uiteindelijk verdwijnt dit onderscheid door het overstijgen van relaties doordat er geen personen meer zijn. In mijn ogen wordt het onderscheid tussen Ik en Gij niet opgeheven, maar was dit al die tijd al een illusie. Wel ben ik het eens met Nishitani’s idee van absolute harmonie, maar dit komt naar mijn mening niet voort uit het verdwijnen van het Zelf, maar uit de realisatie dat er geen Zelf is.

Hiermee haak ik meteen aan op twee andere punten uit het essay, zijnde de transformatie van het zelf en de realisatie van het (non-)ego. Onder transformeren van de wereld versta ik in dit geval het bereiken van harmonie. Nishitani en ik zijn het erover eens dat dit pas gebeurd als men zich ontdoet van het Zelf. Het is dus noodzakelijk dat het individu, zoals wij dat kennen, een transformatie ondergaat voordat deze transformatie doorgevoerd kan worden naar de wereld. Nishitani geeft aan dat zelfrealisatie in de zin van de realisatie van het ego hol is, en zelfs zorgt voor nog meer blindheid en vervreemding van de werkelijkheid. Hier sta ik volledig achter. De realisatie van het ego is ijdel, omdat het ego een illusie is.

Naast elkaar bestaan
Nishitani geeft in zijn essay aan dat het theoretisch onmogelijk is voor twee individuen om naast elkaar te bestaan, omdat dit volgens hem twee absoluten zijn. Naar mijn mening is dit niet het geval. Dát er een ander individu is maakt namelijk niet dat er nu twee absoluten zijn, maar dat zij samen een absoluut vormen, en in relatie tot elkaar staat als relatieven.

Volgens Nishitani zou de waarde van de mens gemeten moeten worden aan zijn of haar deugden, en aan niets anders. Dit klopt, mijn inziens, op meerdere punten. Namelijk, wanneer een individu de ander ziet als deel van zichzelf, zou hij of zij deze persoon op de juiste manier behandelen. Dus het individu behandelt de ander juist, het individu wordt juist behandeld, de deugdzaamheid van beide individuen groeit. Dit brengt de mensheid cumulatief dichter bij transformatie naar absolute harmonie.

Beleving
Dat mijn persoonlijke overtuigingen niet haaks staan op de filosofie van Nishitani wordt duidelijk uit bovenstaande alinea’s. Dit wil zeggen dat er geen geheel nieuwe inzichten werden aangedragen, wat voor mijn persoonlijk leven inhoudt dat er geen dramatische veranderingen zullen optreden naar aanleiding van de essays van Nishitani. Wel heeft het lezen van de teksten mij mijn eigen overtuigingen helderder doen zien, en heeft dit wellicht mijn wereldbeeld wat aangescherpt, wat ik als een zeer positief effect beschouw. Afgezien hiervan voel ik niet de noodzaak om drastisch in te grijpen in mijn dagelijks leven na het lezen van de filosofie van Nishitani.