bodhi_vukeleku_2009-960×370-20

VU week: ‘Emptiness is suchness’


Het is weer VU week bij Bodhitv! Vandaag de laatste dag waarop we essays van VU-studenten publiceren, die ze schreven ter afsluiting van het college Oosterse filosofie. VU-student Meindert van den Heuvel legt uit hoe hij door het lezen van filosofen als de Japanse Masao Abe meer is gaan begrijpen van zijn christelijke opvoeding.

‘Een dennenboom is een dennenboom’, zegt Abe Masao in zijn artikel met de titel Emptiness is Suchness. Eenvoudiger had hij niet kunnen beginnen en hij gaat vijf bladzijden zo door, met als resultaat een prachtig essay waarin in zeer kort bestek de hele zenweg uiteen gezet wordt, of een spiritueel pad wordt samengevat. De samensteller van de bundel The Buddha Eye heeft het in de inleiding op dit artikel over de eenvoud en lichtheid van toon en dat is precies wat mij raakt: het is misschien eerder poëtisch dan filosofisch te noemen. Hij roept ons vervolgens op om door die schijnbare eenvoud heen te kijken en oog te hebben voor de helderheid waarmee Abe Masao wijst op fundamentele verschillen tussen christendom en boeddhisme.

Die verschillen herken ik. Gelukkig wijst Abe in een ander artikel ook op de overeenkomsten tussen christendom en boeddhisme, want die ervaar ik ook en misschien wel sterker. Ik wil in deze paper het artikel Emptiness is Suchness doornemen en van commentaar voorzien door mijn eigen associaties en gedachten er bij weer te geven. Af en toe zal ik daarbij ook citeren uit andere artikelen van Abe: God, emptiness and the true self en Man and nature in Christianity and Buddhism. De dialoog christendom – boeddhisme is een belangrijk thema in het werk van Abe en zal een rode draad zijn in mijn paper.

pijnboomWat zegt Abe Masao?
Boeddhisten spreken vaak over ‘emptiness’, wat meestal vertaald wordt met leegte of openheid. Dat betekent echter niet dat alles leeg is, maar dat de dingen zijn zoals ze zijn, leeg van onze concepten en ideeën over de dingen: een dennenboom is een dennenboom. Maar zo eenvoudig ligt het bij mensen niet, want:

“A pine tree has no sense of superiority over bamboo; bamboo has no sense of inferiority to a pine tree.”

En dat is nu precies wat mensen wel doen: zich met een ander vergelijken. En dan is de één altijd slimmer dan ik en een ander altijd rijker of juist armer dan ik. Dat komt omdat wij zelfbewustzijn hebben zegt Abe Masao en daardoor kijken we van buiten af naar onszelf. Daardoor vallen we nooit helemaal samen met onszelf, zijn we nooit helemaal ‘onszelf’. Deze karakteristiek van mensen heeft een positief aspect, want omdat we zelfbewustzijn hebben en altijd aan het denken zijn en kunnen reflecteren, daardoor zijn bijvoorbeeld kunst en wetenschap ontstaan.

‘This positive aspect, however, is at the same time somewhat problematic’, vervolgt Abe, op licht ironische toon; want hierdoor zijn we ook van onszelf gescheiden en dat is de reden van onze fundamentele rusteloosheid en angst, waar planten en dieren geen last van hebben. Alleen mensen zijn niet ‘just as they are’. Planten en dieren leven in hun ‘suchness’, hun ‘zoheid’ wij mensen zijn gescheiden van onze ‘suchness’, we zijn nooit ‘just-as-we-are’.

De waarheidsvraag
Deze neiging om jezelf met anderen te vergelijken is een thema dat je vaker tegenkomt in de zenliteratuur. Er is een koan over een zenmeester die aan zijn monniken vraagt om de zonneschermen omhoog te trekken. Twee monniken beginnen dat ijverig te doen en terwijl ze bezig zijn zegt de meester: ‘De één heeft het, de ander heeft het niet.’ Een slimme manier om de twee monniken op het verkeerde been te zetten. Waarschijnlijk begonnen ze zich meteen af te vragen wie het wel had en wie niet. Zou ik het goed doen of doet die ander het juist beter? Het is een paradoxale benadering van de meester: om hen bewust te maken van hun neiging om zichzelf te vergelijken met anderen doet hij er nog een schepje bovenop. Hij wakkert het aan, zodat ze zich hopelijk bewust worden van de hopeloosheid en nutteloosheid van die benadering.

Ik heb ook eens een droom gehad over dit thema. In die droom was ik een basaltkei, of eigenlijk meer een basaltpilaar, zo’n achthoekige zwarte kolom waar ze dijken mee maken. Ik voelde als basaltkei de druk van de andere keien en had daardoor de neiging om naar beneden te schieten; maar ik dacht: nee, dat moet niet, we moeten op één hoogte blijven, anders vormen we geen sterke dijk. Even later had ik het gevoel door de druk juist omhoog te schieten, maar ik dacht: nee, dat moet ook niet; één hoogte, dan blijft de dijk sterk. Toen ik wakker werd realiseerde ik me dat ik op deze manier vaak met mensen omga. Ik heb de neiging om naar boven of naar beneden te schieten. Ten opzichte van de één voel ik me beter of superieur, ten opzichte van de ander juist minderwaardig. Zo jammer en niet nodig. Meer dan dat zelfs, want volgens Abe is dit van buitenaf naar jezelf kijken en jezelf beoordelen de oorzaak van onze fundamentele rusteloosheid en angst, die ieder mens kent. Hij zegt zelfs: je hebt die angst niet, je bent die angst.

?De hermeneutische benadering
Op grond van deze koan en mijn droom zou je kunnen zeggen dat de zentraditie en mijn eigen ervaring de woorden van Abe herkennen en bevestigen. Zijn ze daarmee waar? In de colleges ging het over een hermeneutische benadering tegenover een universele benadering. De universele benadering probeert een synthese te vinden tussen Oost en West, want hoewel ze verschillen in uitdrukkingswijze, verwijzen ze naar dezelfde universele ervaring, zegt men. De achterliggende waarheid is één en ongedeeld. De mystici van Oost en West kijken door de culturele verschillen heen en hebben direct contact met wat onder de oppervlaktestructuur ligt. Bij een hermeneutische benadering gaat het er niet om wie gelijk heeft of wie de waarheid spreekt, maar om meer perspectieven te ontdekken en zo de conversatie boeiender te maken.

Filosofie als dialoog om de ervaring rijker te maken. Ik dacht altijd dat ik een aanhanger was van de universele benadering, maar door de colleges ben ik me bewust geworden dat ik eigenlijk meer een aanhanger ben van de hermeneutische benadering. De vraag wie gelijk heeft of de waarheid spreekt is minder interessant dan het onderzoeken van perspectieven. Dat is dan ook wat ik in de rest van deze paper wil doen: het perspectief van Abe verder onderzoeken en daar tussen door meer vertellen over mijn eigen inzichten en persoonlijke beleving.

In gesprek met Abe
How can we overcome this fundamental restlessness and return to suchness? To do so is the ‘raison d’être’ and essential task of religion.’

appelAbe begint dan met het verhaal van de schepping en het paradijs. ‘God zag dat het goed was’ betekent volgens hem niet alleen goed in ethische zin maar ook in ontologisch zin. De dingen zijn goed zoals ze zijn, in hun ‘suchness’. Ook Adam en Eva zijn goed zoals ze zijn en ze symboliseren de oorspronkelijke ware natuur van de mens. Maar ze eten van de boom en krijgen zo kennis van goed en kwaad. Volgens Abe is ook hier de betekenis niet alleen ethisch maar ruimer dan dat. De mens kan waardeoordelen maken en bijvoorbeeld over het weer zeggen dat het de ene dag goed is en de andere dag slecht. Die mogelijkheid om waardeoordelen te maken is een unieke kwaliteit van ons zelfbewustzijn. Maar ze leidt ook tot gehechtheid. We maken een onderscheid tussen onszelf en de ander en raken meteen aan onszelf gehecht en maken onszelf tot het centrum van de wereld. Die gehechtheid brengt conflict, strijd en lijden.

“How can we return to that original goodness, our original suchness?”

In het christendom wordt het eten van de appel, het ontstaan van zelfbewustzijn, gezien als zonde; in het boeddhisme wordt het onwetendheid genoemd. Dat is een fundamenteel andere benadering.

Strijd
Zonde moet bestreden worden, onwetendheid kan opgeheven worden. Ook daar heb ik eens een droom over gehad: er kwam een slang op me af; ik had een hamer in mijn hand en daarmee gaf ik de slang een klap op zijn kop. Hij was dood, maar dat duurde niet lang want even later was hij weer levend en kwam weer op me af. Weer gaf ik een klap met de hamer en weer was hij dood. Dat ging enkele keren zo door tot ik wakker werd. Mijn interpretatie van de droom was dat ik het zogenaamde kwaad in mijzelf bestrijd en probeer uit te roeien; een typisch christelijke benadering. De slang staat symbool voor de duivel, voor het kwaad. In het Oosten is de slang symbool voor de levensenergie, de kundalini, die opgerold ligt in je onderste chakra.

Wij moeten slangenbezweerders worden zodat de slang zich opheft en het bovenste chakra van wijsheid en inzicht bereikt. Niet bestrijden maar bezweren en in een andere richting leiden. Mijn christelijke jeugd werd bepaald door zonde, schuld en strijd. Toen ik boeddhist werd kreeg ik een andere naam, Mu Sho, wat ‘no conflict, no struggle’ betekent. De strijd tegen zonde veranderde in beoefening, om onwetendheid op te heffen; en het besef dat iedereen in staat is om zijn boeddhanatuur te realiseren. Een heel ander perspectief en in ieder geval een stuk lichter.

?Het ego moet sterven
Abe maakt een andere vergelijking met een slang die ik ook heel intrigerend vind. Hij zegt: als mensen bekijken wij onszelf van buitenaf en proberen onszelf op die manier te begrijpen. Dat is te vergelijken met een slang die zijn eigen staart probeert op te eten. Als de slang in zijn staart bijt vormt hij een cirkel en hoe verder hij gaat hoe kleiner die cirkel wordt, tot het uiteindelijk een punt geworden is. Tenslotte moet ook die punt oplossen in leegte; de slang moet sterven in zijn poging.

 “When the attempt of self-consciousness to grasp itself is pressed to its ultimate conclusion, the human ego must die.”

Sommigen realiseren zich dit pas op hun doodsbed zegt Abe, anderen worden zich daar eerder van bewust en beginnen een religieuze zoektocht. Het idee dat het ego moet sterven om opnieuw geboren te kunnen worden kom je in christendom en boeddhisme tegen. Hier ziet ook Abe een overeenkomst tussen beide tradities:

kruis‘Insofar as the death of the human ego is essential to salvation, no distinction can be made between Christian conversion and Buddhist awakening’. Alleen de manier waarop is wel verschillend. In het christendom kan de mens zijn eigen zonde niet opheffen, dat kan alleen door genade en door geloof in Jezus. In het zenboeddhisme kan de mens wel zelf iets doen om zijn onwetendheid op te heffen, zonder tussenkomst van een bemiddelaar.

Smelten
‘Niet ik, maar Christus leeft in mij’, zegt Paulus. Abe Masao citeert deze uitspraak in zijn artikel ‘God, emptiness and the true self’, om te laten zien dat de Christelijke mystiek een mystiek van vereniging is. “Christian faith has a mystical aspect which emphasizes the identification of the faithful with God.” Er vindt een vereniging plaats tussen de gelovige en Christus. Er is dus sprake van een dualistisch relatie tussen Jezus en de gelovige, Jezus is het object van geloof, er is sprake van een Ik – Gij relatie. ‘In Zen, however, what is beyond all affirmation  and all negation – that is, Ultimate reality – should not be ‘him’or ‘thou’ but ‘self’ or one’s ‘true self’. Hier is dus volgens Abe een groot verschil tussen christendom en zen. Die gedachte vind je ook terug bij D.T. Suzuki, die schrijft: “As long as mysticism is understood as the union of  ‘subject’ and ‘object’, I cannot approve of the use of the term for the Buddhist experience.”

In de colleges ging het over het onderscheid tussen een mystiek van vereniging en een mystiek van eenheid. Je zou kunnen zeggen: het christendom kent een mystiek van vereniging, boeddhisme kent een mystiek van eenheid. In het boeddhisme hoeft er niets verenigd te worden maar gaat men uit van een eenheid die bij voorbaat gegeven is. Er moet wel iets gebeuren, maar dat is niet het bereiken van het totaal andere. Het is eerder terug keren naar wie of wat ik al was, maar waar ik het contact mee verloren heb. Ik ben gewend om mijn ware zelf buiten mij te zoeken. Dat is mijn belangrijkste illusie die het boeddhisme maya noemt of avidya, onwetendheid. Ik hoef niet in Boeddha te geloven, maar me realiseren dat ik al Boeddha ben. Zoals zenmeester Hakuin’s ‘Song of Zazen’ prachtig uitdrukt:

All beings by nature are Buddha,as ice by nature is water.
Apart from water there is no ice, apart from beings no Buddha.

Water en ijs zijn één. IJs hoeft alleen maar te smelten om water te worden. Dat is wat ik doe op het meditatiekussen: van een ijsklontje veranderen in stromend water. Wat smelt zijn mijn meningen, oordelen, ideeën en theorieën. Ik denk het allemaal zo goed te weten en dat is wat in de weg staat. Smelten en terugkeren naar die oorspronkelijke staat van zijn, ‘suchness’.

Heilig en profaan
“The realization of suchness is the positive aspect of the realization of emptiness.”

De ervaring van het sterven van het ego wordt in zen ‘de grote dood’ genoemd. Tegelijkertijd is dat het moment van verlichting, het moment waarop ik weer samenval met wie ik ben. Het moment waarop al mijn woorden en begrippen wegvallen (emptiness) en er voor mijn gevoel niets meer overblijft, dat is tegelijkertijd het moment van vervulling, van zijn zoals ik ben (suchness).

“Then for the first time you come to understand the familiar Zen phrase: ‘The eyes are horizontal, the nose is vertical.”

‘Ik ben zo blij ………. zo blij ……….. dat mijn neus van voren zit en niet opzij.’Dat zong mijn vader altijd. Deze natuurlijke vanzelfsprekendheid komt echter niet vanzelf. In de zentraditie is sprake van een training, een beoefening. Een concertpianist moet uren en dagen oefenen zodat zijn toehoorders in de concertzaal de indruk krijgen dat zijn spel helemaal vanzelf gaat, zo soepel, vanzelfsprekend en natuurlijk dat er geen kunst aan lijkt. Maar het is natuurlijk wel degelijk een kunst, er moet geoefend worden. Zo ook in zen. Die natuurlijkheid wordt bijvoorbeeld onder woorden gebracht in de uitdrukking: ‘als je honger hebt dan eet je, als je moe bent ga je slapen.’ Zo eenvoudig; maar om die natuurlijke staat van eenvoud te bereiken bestaat de training vaak uit: niet eten als je honger hebt en niet slapen als je moe bent.

‘This is, however, not just a goal to be reached. It is rather the point of departure for life.’

Dat vind ik een mooie en typische zen uitspraak. Verlichting is niet het eindpunt maar een beginpunt. Hier zie ik ook een verschil met de Christelijke traditie waar de mystieke ervaring vaak wel het doel is. zenboeddhisme gaat een stap verder en zegt: ook die ervaring moet je weer loslaten. Onthechten niet alleen van het ego maar ook van verlichting, van de mystieke ervaring. Daar schrijft Abe Masao ook over in zijn artikel, ‘God, emptiness and the true self’, dat begint met de zin: ‘A zenmaster said: Wash out your mouth after you utter the word Buddha.’Sommige meesters gaan zelfs nog verder en zeggen: ‘if you meet the Buddha, kill him.’ Vanwaar die ogenschijnlijk negatieve houding? Abe vergelijkt het met een uitspraak van Jezus die zegt: ‘als iemand bij mij komt en niet zijn eigen vader en moeder haat, ja zelfs zijn eigen leven, dan kan hij niet mijn discipel zijn’. Het achterlaten van je wereldse leven is een noodzakelijke voorwaarde om te beginnen aan een spiritueel pad. zen gaat nog een stap verder en zegt: ook religieuze vroomheid moet je achterlaten. Je komt pas tot werkelijke bevrijding als je het wereldse èn het heilige achter je laat. Als je samsara, het wereldse, overstijgt dan ben je nog steeds niet vrij, want gehecht aan nirvana. Dan ben je nog steeds egocentrisch bezig met je eigen bevrijding.

De bodhisattva laat nirvana voor wat het is en keert terug naar de wereld om alle andere mensen en wezens te helpen. De bodhisattva gaat terug naar de wereld en ziet: samsara, zoals het is, is nirvana. En nirvana, zoals het is, is samsara. Het onderscheid tussen die twee wordt overstegen. “The secular and the sacred are paradoxically identical.”Het heilige en het profane zijn niet te scheiden.

Wilde Ganzen
In mijn adolescententijd nam ik afscheid van het christendom zoals ik dat in mijn opvoeding had leren kennen. Het beeld dat daarbij opkwam was dat ik al die verhalen over zonde en schuld uitkotste. Maar ook toen al realiseerde ik mij dat er in die kots een parel zat, die ik niet weg moest gooien. Die parel werd voor mij onder woorden gebracht door de uitdrukking: ‘Zoek eerst het Koninkrijk Gods en al het overige zal u toegeworpen worden.’ De zenbeoefening werd voor mij een manier om het Koninkrijk Gods, of mijn boeddhanatuur, te zoeken.

Ik realiseer me dat ik door het lezen van mensen als Abe Masao tot een ander en beter begrip gekomen ben van mijn christelijke opvoeding. Ik was, om het voorzichtig uit te drukken, behoorlijk teleurgesteld in mijn christelijke opvoeding. Door te lezen over het christendom, gezien door een andere, Oosterse, bril ben ik het christelijke gedachtegoed beter gaan verstaan en meer gaan waarderen. Je zou het een ‘reverse Oriëntalism’, kunnen noemen, naar het Westen kijken door een Oosterse bril; niet om daarbij het Oosten te verheerlijken, maar een beter begrip te krijgen van het christelijke Westen.

Ik wil deze paper afsluiten met een gedicht van Mary Oliver. Ik herken in dat gedicht veel van wat ik hierboven beschreven heb. Om te beginnen het nooit goed genoeg zijn en altijd tekort schieten, zoals ik dat in mijn opvoeding heb meegekregen; al weet ik dat dat niet kenmerkend is voor het christendom als geheel. En daarna de lichtere boodschap zoals ik die in het zenboeddhisme ervaren heb waarbij de nadruk ligt op de eenheid met al het bestaande, levende en niet-levende wezens, en mijn plaats in het geheel van dat alles.

Wild Geese

You do not have to be good.
You do not have to walk on your knees for a hundred miles through the desert repenting.
You only have to let the soft animal of your body love what it loves.
Tell me about despair, yours, and I will tell you mine.
Meanwhile the world goes on.
Meanwhile the sun and the clear pebbles of the rain
are moving across the landscapes,
 over the prairies and the deep trees,
the mountains and the rivers.
Meanwhile the wild geese, high in the clean blue air,
are heading home again.

Whoever you are, no matter how lonely,
the world offers itself to your imagination,
calls to you like the wild geese, harsh and exciting –
over and over announcing your place
in the family of things.

Mary Oliver