header-keuken

Dienen voor de verandering

Wie voor een tweede keer een Vipassana retraite doet, mag op het aanmeldformulier kiezen uit twee opties: ‘zitten’ of  ‘dhamma dienen’. Voor de twijfelaars is er een alternatief: ‘zitten, maar indien nodig bereid om te dienen’.  Fidessa Docters van Leeuwen koos de derde optie en  ontdekte Boeddha’s keukengeheim.

Drie dagen voor vertrek ontvang ik een e-mail:  de vraag is of ik nog steeds bereid ben te dienen. In mijn reply schrijf ik ‘ja’, al weet ik niet precies wat het dienen inhoudt. Ik schrijf ‘ja’, omdat ik vind dat ik aan de beurt ben iets voor een ander te doen. Mijn eerste Vipassana is twee jaar geleden met succes volbracht, toen heeft iemand voor mij gediend. Gekookt en schoongemaakt, zonder er iets voor terug te verlangen. Dhamma dienen is niet anders dan onbaatzuchtig werk verrichten. En dat ga ik dus doen.

keukenEdele spreken
De eerste dag in de keuken is onwennig. Niemand weet iets. Gelukkig is er een boekwerk met het menu dat ons alles vertelt. Het strakke dagschema maakt dat pragmatisch handelen vereist is. Over twee uur moet de uitgebreide vegetarische lunch voor de honderd studenten klaar staan.

De Edele Stilte die voor de studenten geldt is ook in de keuken gewenst. Willen we toch iets zeggen, dan is er het Edele spreken. Ons wordt op het hart gedrukt dat dit een stuk moeilijker is, want zodra we gaan praten lopen we meer kans dat we gaan liegen (in de breedste zin van het woord). Dus snijden we in stilte wortelen en uien, maken we dressings, wassen we af en dekken we tafels. ‘Metta’, denken we, dat het beste te vertalen is als liefdevolle aandacht. Tussendoor doen we de was, pakken we bestellingen uit, maken we wc’s schoon. ‘Metta’ denken we, ieder voor zich. Dag na dag is dit ons ritueel.

Af en toe stellen we elkaar een vraag die altijd met het werk te maken heeft. Dan valt op dat we samenwerken terwijl we elkaar eigenlijk helemaal niet kennen. We zijn weer stil, gezellig kletsen past niet in de keuken. Dus leren we elkaar kennen door op dit moment samen te werken, waarbij onze achtergronden even niet bestaan.

Bliss
Na de groepszittingen (dit zijn er drie op een dag) beginnen we met ons elven opnieuw aan ons werk. De stilte is dan nog dieper. Misschien heeft een enkeling bliss aangeraakt en is daar van aan het nagenieten. Misschien zien we allemaal in dat mediteren en een keuken runnen fantastisch samen gaan. Steeds beginnen we weer schoon. Als het in de buitenwereld ook zo gemakkelijk is om zo te werken met mensen, zou ik misschien wel een ander beroep dan dat van de eenzame schrijfster hebben gekozen. Ik begrijp hoe het zit. Ik dien nu een hoger doel, daarom kan ik blijven glimlachen. Waar anders mijn ego allang naar voren was gekropen, denk ik steeds, ‘annica’, alles verandert.

De weg van de keuken naar de dhammahal is me dierbaar. In het donker, met volle maan of als de wolken uitwijken voor de eerste zonnestralen. ‘Hoe komt het dat ik zo blij ben?’ vraag ik me steeds af. Ik werk me drie slagen in de rondte, er is nauwelijks rust of slaap, ben continu met anderen samen en ik voel me vrij.

gevenBoeddha heeft niet voor niets gezegd dat dhamma dienen je iets heel bijzonders geeft. Allereerst ben je in gelegenheid om op vrijwillige basis iets voor de ander te doen. Anderzijds is er de dankbaarheid als de ander je ongevraagd bijstaat wanneer je bijvoorbeeld zware pannen moet tillen in de keuken. En het grootste is de blijdschap dat Boeddha in staat is geweest deze schitterende techniek door te geven. Hierdoor kun  je soms ineens doorzien dat de vele emoties valstrikken zijn, die we voor onszelf neerzetten. Ik lach van oor tot oor.

Plotselinge huilbui
‘Are you ok?’ zegt een van de fellow dhamma workers op dag tien van de elf dagen. Snel draai ik me om en wend mijn gezicht af. In pokerfaces ben ik nooit goed geweest. Ik haal adem en zeg ja. De vrouw hervat het werk. Dan merk ik dat het nu mijn beurt is de keuken te verlaten. Struikelend over mijn voeten haast ik me naar mijn kamer. Als ik op bed lig laat ik de tranen komen. Nog steeds weet ik niet wat precies de oorzaak is van deze plotselinge huilbui. Moeheid, druk, stress, een confrontatie met mezelf via de ander? Ach, wat kan het ook schelen. Goenka, leraar vipassanameditatie in de traditie van Sayagyi U Ba Khin, zegt dat we de oorzaak van emoties niet hoeven te achterhalen. De keuze is om in je verdriet te duiken of om met stabiele geest datgene wat zich voordoet te blijven observeren. 

‘Wat een opluchting, dit had ik even nodig’, klinkt het na in mij. Sneller dan het geluid is het verdriet of wat het was, al weer over. Ik droog mijn tranen en geef mijn innerlijke Fidessa een duw om de keuken op te zoeken. Terwijl ik de veters van mijn schoenen strik, tover ik de met mezelf afgesproken glimlach op mijn gezicht en loop de keuken in. Daar ontferm ik me over het afdrogen van honderden glazen. ’s Avonds in bed kijk ik uit mijn raam en zie de bladeren verkleuren. De herfst komt. Verandering ís, herinner ik me, weer opnieuw. Ja, verandering is het gegeven van het leven. Was dit wat Boeddha bedoelde toen hij het had over ‘met een dieper besef van annica in het leven staan’?

Dien in je eigen werk
De laatste, elfde, dag komen de studenten de keuken in gerend. Om ons te bedanken vallen ze bijna in onze armen tot ze zich ‘sila’voor de geest halen, de regels van moraliteit. Lichamelijk contact is in het centrum niet toegestaan. Het eten was zo heerlijk! Waar zijn de recepten? Of we niet moe zijn? Nee. Eerlijk gezegd wil ik wel zo’n bijbaantje. Ik hoef nog helemaal niet weg. Maar goed, het is niet de bedoeling dat we met z’n allen in een meditatiecentrum gaan wonen, geeft Goenka ons mee. Dan hoor ik hem zeggen: ‘Zorg dat je in je eigen werk dhamma dient, dan doe je goed. Blijf het dhammawiel zetjes geven, zodat de hele wereld op zijn/haar eigen moment de vruchten van dhamma kan genieten.’
Een ding is zeker. Ik ga volgend jaar weer. Zitten of dienen. Wie zal het zeggen?

Meer informatie over dhamma dienen en vipassana: www.dhamma.org