vrouwen klooster tibet

Girlpower in het klooster

Non worden gaat in vaak hand in hand met een spirituele roeping, zou je denken. Maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Veel meisjes in India gaan eerder het klooster in om goed onderwijs te krijgen. Betekent dat ook goed nieuws voor de positie van vrouwen in het klooster? Jolanda was in India en zocht het uit.

Door: Jolanda van Benthem

Te midden van een droog grijsbruin landschap verrijst een kleurrijke enclave. Ik bevind me vlakbij het dorpje Shey, een half uur rijden van Leh, de grootste stad in de provincie Ladakh. Een gebied dat op 3.000 meter hoogte ligt in de Himalaya, vlakbij de grens met Tibet. De enclave waar ik tegenaan kijk is het klooster Naro Photang. Het eerste klooster dat ik in deze omgeving bezoek tijdens mijn reis door India. Ik was nieuwsgierig naar de positie van vrouwen binnen het boeddhisme en greep dus mijn kans. De geschiedenis van deze regio leert dat vrouwen binnen het klooster niet gelijkwaardig zijn aan mannen. Zou het er tegenwoordig beter voor staan?

In de maling
In Naro Photang wil de dertigjarige Younten me wel te woord staan. Net als de andere vrouwen draagt ze een rode habijt en heeft ze haar hoofd kaalgeschoren. Ze vertelt dat ze haar roeping vond toen de Gyalwang Drukpa, een boeddhistische leider uit Nepal, Ladakh bezocht. Ze vond de lezingen die hij gaf inspirerend. ‘Hij is een grote inspiratiebron voor nonnen’, vertelt Younten. Hij moedigt ze aan om de vechtsport kung fu te beoefenen, zodat ze zich sterker voelen en zichzelf kunnen verdedigen.

Vaak worden meisjes hier non, omdat het een kans is om goed onderwijs te krijgen, maar in het geval van Younten was het haar eigen keuze. Op haar achttiende trad ze in. Als kind is ze naar school geweest en haar vader heeft een goede baan in het leger. Arm waren ze thuis niet. Over wat ze doet  in haar dagelijks leven heeft ze op dit moment echter weinig zeggenschap. Dit blijkt als ik en mijn reisgenoot aangeven dat we de boomplantage willen bezoeken waar een groot deel van de nonnen op dat moment verblijft. ‘Kom je ook mee?’ vragen we. Ze zegt dat die beslissing niet van haar afhangt, maar van Sonam Rigzin, de man die de leiding heeft over het nonnenklooster. Ze geeft er echter geen blijk van dit erg te vinden. Rigzin, abt en leraar, is de enige man die in het nonnenklooster in Shey woont. Als ik Younten vraag of ze geen vrouwelijke leraar wil, weet ze niet goed wat ze moet zeggen. Ik merk dat ik me daarentegen erger aan het feit dat een man de leiding moet hebben binnen een nonnenklooster. En misschien heeft hij dat wel aangevoeld als ik hem later spreek. Rigzin vertelt dat hij binnenkort zijn functie neerlegt en dat er een nieuwe, vrouwelijke leraar komt. Maar als ik het later nog eens navraag met Younten erbij, blijkt dat hij me in de maling nam. Misschien zat hij niet te wachten op kritiek?

Dan gaat het er bij de Ladakh Nuns Association (LNA) iets anders aan toe. Hier is het wel een vrouw die de leiding heeft, ontdek ik tot mijn grote opluchting. Het klooster, een modern U-vormig gebouw met een binnenplaats, staat aan de rand van de stad Leh. Hier wonen zeven nonnen en 35 schoolgaande meisjes. De leiding is in handen van Tsering Palmo en is daarmee een van de weinigen in Ladakh die de functie van abdis bekleedt. Daarnaast is ze ook oprichter van de LNA, een organisatie die zich inzet voor modern en boeddhistisch onderwijs voor nonnen. In het verleden kregen nonnen niet de volledige wijding zoals monniken die ontvingen en behielden ze levenslang de status van novice. Palmo hoopt dit met het werk van haar organisatie te veranderen.

Geschiedenis
Pas sinds de jaren negentig begonnen nonnen in Ladakh in kloosters te wonen en te beoefenen. ‘Nonnen waren slaven’, vertelt Tsering Palmo. Terwijl monniken in Ladakh in gemeenschappen in eeuwenoude complexen leefden, was het bestaan van een non eenzaam en armoedig. Monniken hoefden zich zelden zorgen te maken over hun bestaanszekerheid: het land dat tot het eigendom van de kloosters behoort, bracht en brengt nu nog steeds genoeg inkomsten op. Nonnen daarentegen leefden niet in gemeenschappen. Ze leefden celibatair binnen de muren van hun familiehuis, maar omdat ze moesten werken om te kunnen leven hadden ze weinig tijd voor boeddhistische studie. Ze deden het huishouden, werkten op het land of deden voor een hongerloontje wegwerkzaamheden. Soms hadden ze geen oudedagsvoorziening; ze hadden immers geen kinderen.

‘Vaak is de ongelijkheid tussen monniken en nonnen een afspiegeling van de maatschappij waarin zij leven’, zegt Babeth Van Loo, voormalig directeur van de Boeddhistisch Omroep, die voor haar werk als filmmaker veel in Azië is geweest. ‘De maatschappelijke verhoudingen in Ladakh kunnen zeker van invloed zijn geweest op de schrijnende positie waarin nonnen zich jarenlang bevonden.’ Vrouwen in Ladakh werken pas sinds één generatie buitenshuis. ‘En tegenwoordig nemen mannen nog steeds vaak de belangrijke beslissingen’, begrijp ik van een vrouw die werkzaam is in de lokale toerisistische sector.

Onderwijs
Het kloosterbestaan is een aantrekkelijke optie voor meiden in deze regio, nu de positie van nonnen aan de beterende hand is. ‘Voor alle nonnen in Ladakh zijn studie, onderdak en voedsel belangrijke factoren om in te treden in een klooster’, vertelt Marlies Bosch. Ze runt de organisatie Dutch Foundation for Ladakhi Nuns, om de nonnen financieel te ondersteunen op het gebied van onderwijs. ‘Alleen voor nonnen die rond de twintig zijn is het een vorm van roeping.’ Zo stond er deze zomer ineens een groep ouders met hun tien dochtertjes voor de deur van een klooster dat gesteund wordt door de organisatie. Ze wilden dat de meisjes, die rond de negen jaar waren, non zouden worden, maar de Dutch Foundation for Ladakhi Nuns kon maar zes meisjes ondersteunen.

De zestienjarige non Jigmeth ging het klooster in toen ze elf was, samen met drie andere meiden uit haar dorp. ‘Het is mijn droom om non én hulpverlener te zijn’, zegt ze. Maar misschien denken niet alle nonnen in een gelijksoortige situatie daar hetzelfde over. ‘Er is niks mis mee als een non op haar achttiende de keuze maakt om uit te treden’, vindt Bosch.

De Dalai Lama, wiens beeltenis in de kamer hangt waar ik Palmo spreek, zou Jigmeth waarschijnlijk van harte aanmoedigen. Hij heeft het volste vertrouwen in de capaciteiten van vrouwen binnen de boeddhistische beweging en gelooft dat de kans groot is dat zijn opvolger een vrouw zal zijn. De nonnen van de LNA verwelkomen dit idee ook. Palmo stelt dat een vrouwelijke leider met een warm hart niet alleen vrouwen helpt in de boeddhistische wereld, maar alle vrouwen die onderdrukt worden. Vooral op het gebied van compassie kunnen mannen veel leren van vrouwen, vertelt ze. ‘Als we elkaar steunen blijft iedereen mentaal gezond. En dat hebben we nodig om van deze planeet een betere plek te maken.’

Titelbeeld: Wonderlane


Lees ook dit artikel over twee nonnen die hun eigen klooster bouwden in de Belgische Ardennen