woongroep_header

Vrijheid en compromis in een woongemeenschap

Spelende kindjes in de sneeuw, ravottende honden in de moestuin... Idyllisch hoor, zo'n woongroep! Maar in hoeverre offer je je individuele vrijheid aan het groepsgevoel?

Leven in een woongemeenschap: het wordt steeds hipper. Waarom kiezen mensen ervoor om in een groep te wonen? Hoever gaan bewoners in hun beleving van gemeenschappelijkheid? Denken ze allemaal hetzelfde, over bijvoorbeeld spiritualiteit of duurzaamheid? Jolanda ging op onderzoek uit in de woongroepen “De Hobbitstee” in Wasperveen (Drenthe) en “Casa de Pauw” in Arnhem.

Mijn weg naar de Hobbitstee voert over een smal fietspad langs een winters kale bosrand in Drenthe. De vrouw aan de telefoon had gezegd dat ik linksaf moest bij een bordje met daarop ‘gentechvrije zone’. Vanuit mijn ooghoek zie ik nog net op tijd een wit vierkant op twee paaltjes. Ik sla linksaf. Tussen de bomen zie ik een piepklein okergeel huisje staan. Dat is wel erg klein voor een woongemeenschap. Ik bel nog een keer om te vragen waar ik precies moet zijn. “Doorfietsen tot aan de blauwe bus. We zitten in het huis ernaast”. Ik passeer een moestuin en denk een rij boerenkoolplanten te herkennen. Erachter staan twee oude auto’s geparkeerd: een blauw-met-gele eend en daarnaast een groene met zwart nummerbord. Beiden herinneren ze aan vervlogen tijden. De Hobbitstee bestaat al 45 jaar. 

Ik lees de namen op de roodgeverfde gebouwen: Shanti, Alladin en Zendo. Ik ploeg nog wat verder door het natte gras tot ik het huis bereik waarnaast de blauwe bus geparkeerd staat, een eigentijdse auto waar een groot gezin in zou passen. Ik ontmoet de bewoners terwijl ze aan de lunch zitten. Met z’n zevenen zijn ze: een wat ouder echtpaar, een jong stel met een kindje en twee meiden van rond de dertig die er als laatste bij zijn gekomen. Nu zitten ze in de gemeenschappelijke eetzaal, maar er zijn ook dagen dat ieder in zijn eigen huis eet. De stellen hebben elk een eigen woning; de twee meiden delen het pand dat Shanti heet.

Foto: Eva Flendrie

Liefde voor deze plek
“Waarom kozen jullie voor de Hobbitstee?” is een van de eerste vragen die ik stel. De bewoners geven uiteenlopende redenen. “We woonden langs de snelweg en wilden ons kind in een groene omgeving laten opgroeien,” vertelt Sharon. “Bovendien kunnen mijn vriend Laurens en ik hier onze dromen waarmaken: zelfvoorzienend leven, delen met andere mensen en zorg dragen voor de aarde.” Huisgenoot Eva is letterlijk aan komen fietsen. “Tijdens een fietsvakantie door Nederland kwam ik hier voor het eerst. Ik wilde niet meer weg,” aldus de fotografe die eerst in Rotterdam woonde. “Maar ik ben nog steeds een stadsmens. Ik houd van het culturele leven in de stad. Dat is hier in Drenthe minder te vinden. In de weekenden ga ik vaak terug, ook om vrienden te zien. Eerst deed ik het andersom, dan ging ik in de weekenden de natuur in.” Huzur, 65 jaar, was zijn bestaan in Tilburg zat. “Dat was in de jaren tachtig. Mijn omgeving was vooral bezig met carrière maken en geld verdienen.” Hij koos voor een alternatief bestaan op de Hobbitstee waar hij zijn geld jarenlang verdiende met het maken van kaarsen.

“Liefde voor deze plek is wat ons bindt”, zegt Sharon. “Het is midden in de natuur, binnen een minuut ben je op de heide.” Ik had een gezamenlijke ideologie of utopie verwacht, maar die zeggen de bewoners niet te hebben. De Hobbitstee kent wel een aantal gemeenschappelijke pijlers, zoals duurzaamheid en spiritualiteit, maar het is aan ieder voor zich om daar invulling aan te geven. Grote verhalen lijken hier niet de toon te zetten, eerder praktische initiatieven die bijdragen aan gedeeltelijke zelfvoorzienendheid. De wc wordt doorgespoeld met regenwater en een van de huizen verbouwen ze eigenhandig. Eva laat een foto zien van een koepelvormige kas die ze wil gaan bouwen. Van de groenten uit de moestuin kunnen ze elke dag eten. De rest van hun eten kopen ze bij een groothandel. Op het hout van een zojuist omgezaagde eik wil bewoner Laurens shiitakes gaan kweken. ‘Daar zit veel vitamine B12 in’, vertelt hij. Ze eten allemaal vegetarisch op de Hobbitstee.

Foto: Eva Flendrie

Ik had me ingebeeld dat ze de hele dag samen zouden leven en werken, maar dat is evenmin het geval. Vandaag de dag verdienen de meeste bewoners hun geld buitenshuis, zodat ze in staat zijn om huur te betalen aan de stichting die het onderhoud van de gebouwen financiert. Ze eten niet samen op gezette tijden, alleen af en toe. “Toch zijn we meer dan alleen buren van elkaar,” zegt Eva. “We hebben allemaal de wens om intensief bij elkaars leven betrokken te zijn.” Dat gebeurt onder andere op donderdagavond, de ene week tijdens een vergadering, de andere week tijdens een sociale avond. “Verder klussen we veel samen, dan gaan we vaak spontaan samen eten. Ik houd niet van te veel verplichtingen.”

Ook op spiritueel gebied lopen de overtuigingen uiteen. Huzur vindt het belangrijk om in zijn dagelijks leven stil te staan bij de mystieke verbondenheid met alles wat leeft. De bewoners hebben zojuist een eik omgezaagd die dreigde om te vallen. “Bij zo’n keuze wil ik bewust stilstaan,” vertelt hij. Hij en zijn vrouw zijn aanhangers van het soefisme. Voor Sharon is stilte belangrijk: ze organiseert stiltedagen op het terrein van de Hobbitstee. Eva daarentegen vindt zichzelf niet zo spiritueel: “Ik haal dat gevoel meer uit de dingen die ik doe, het creëren van iets nieuws.”

Ik vraag aan Huzur of het leven op de Hobbitstee erg is veranderd door de jaren heen. “In wezen willen mensen nog steeds hetzelfde: verbondenheid met de natuur en met elkaar. De taal is misschien anders geworden. Toen waren er hippies en de kabouterbeweging (een protestbeweging die zich richtte tegen consumentisme en milieuvervuiling), nu hebben mensen het over duurzaamheid en transition towns.” Huzur heeft mensen zien komen en gaan. Is hij nu de leider van de Hobbitstee? “Nee, zeker niet. Ik voel me wel heel verantwoordelijk voor deze plek, maar verlicht leiderschap doet een woongemeenschap zelden goed. Besluitvorming vindt hier plaats op basis van algemene consensus, iedereen moet het met een beslissing eens zijn.” Dat gaat soms wat langzaam, “maar aangezien we niet met zoveel mensen zijn, zijn we het redelijk snel met elkaar eens,” voegt Sharon toe.

Foto: Eva Flendrie

De controle loslaten
Ook in Casa de Pauw, een gelegaliseerd kraakpand in Arnhem, nemen de bewoners beslissingen op basis van algemene consensus. Daar blijken ook nadelen aan te zitten, zo verneem ik van enkele bewoners. Ik zit aan een houten tafel in een keuken met hoog plafond. Kitty woont hier, samen met twee andere vrouwen en een man, in een van de tien woongroepen die deel uitmaken van Casa de Pauw. In totaal telt de Casa drie panden, waaronder een klooster en twee villa’s, die onderdak bieden aan 43 volwassenen en zestien kinderen. Naast Kitty’s huisgenoten zit ook Rick aan tafel, die elders in de Casa woont. Daarvoor woonde hij in andere woongemeenschappen, onder andere in een kibboets in Israël en in een biologische gemeenschap in Oregon, Amerika. “Dat gepolder is toch wel typisch Nederlands,” meent hij. Het besluit over welk verwarmingssysteem Casa de Pauw moest krijgen duurde bijvoorbeeld jaren. “Dan was een commissie dagen bezig geweest met een plan, dat één persoon vervolgens in een seconde van tafel kon vegen,” aldus Kitty.

Voor Kitty was de reden om in een woongroep te gaan wonen van persoonlijke aard. Toen ze alleen woonde miste ze iets fundamenteels in haar leven: “een connectie met mensen op een basaal niveau van het dagelijkse leven.” Die behoefte is zeker vervuld, blijkt als we zitten te eten. Het gesprek gaat over de playbackshow die over een paar weken plaatsvindt in de Casa. Haar huisgenoot kijkt in zijn agenda of hij kan komen, maar Kitty weet het al. “Je moeder is dan jarig!” Leven in een woongroep is echter niet alleen maar knus, zo blijkt uit Kitty’s verhaal. “Het leert me het leven te leven in al zijn aspecten, zowel gezellig als ongezellig, zowel netjes als rommelig. Je leert accepteren dat er niet zoiets bestaat als controle. Voor iemand die geïnteresseerd is in de wijsheid van het boeddhisme een ideale vorm van beoefening!”

Casa de Pauw kent evenmin een gemeenschappelijke ideologie, gemeenschapszin op zich is de belangrijkste pijler. “Het voordeel van een woongemeenschap zoals de Casa is dat je nog een extra sociale laag hebt, buiten de laag van je eigen kleine groepje”, vindt Kitty. “Die laag is al iets minder vertrouwd, maar toch dichterbij dan bijvoorbeeld een straat die je deelt met anderen. Ik vind het heel knus dat ik de mensen die langs onze keuken lopen allemaal ken.” Wat de 43 bewoners eveneens bindt, is de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het gebouw, zodat de huur laag kan blijven. Een keer per maand is het klussendag, maar sommige mensen helpen zelden of nooit mee. “Natuurlijk zou het ideaal zijn als iedereen even hard meewerkt,” vertelt Kitty, “maar in elke groep mensen heb je een middenmoot en mensen die op wat voor manier dan ook van de ‘norm’ afwijken.. Streven naar een soort gladgestreken middenmoot zonder die uitersten vind ik niet gezond.” Dat is volgens haar een van de uitdagingen van leven een woongemeenschap: accepteren dat jijzelf en andere mensen niet perfect zijn.

Headerfoto: Eva Flendrie

Ook op zoek naar een woongemeenschap? Op woongroep.net vind je vraag en aanbod, net als omslag.nl. Voor de Belgen onder ons is er samenhuizen.net.