failure_header

Falen terwijl je alles goed doet

Je hoort altijd over mensen die hun leven helemaal omgooien: uit de commercie, op het spirituele pad. Maar Annemarie zát al op het spirituele pad! En toen was ze er klaar mee.

Annemarie is onze nieuwe columnist en zelfbenoemd faalboeddhist. Ze valt meteen met de deur in huis. Want weet je waar niemand nou graag over vertelt? Falen terwijl je alles goed doet! Ter illustratie een voorbeeld van een verhaal dat wél verteld wordt: je leven omgooien als je alles níet goed doet. 

We zaten op een terras aan de oever van de Mekong-rivier in Luang Prabang, Laos, bij een restaurant dat erg lekker ontbijt had. (Laos was ooit een Franse kolonie. Dat kan er iets mee te maken hebben.) De Amerikaanse vrouw naast ons – middelbare leeftijd, slank, wit, blond – bleek daar tijdelijk te wonen en te werken voor lokale landbouwprojecten. Ze deed oorspronkelijk iets commercieels in de VS, maar nu wilde ze iets doen waar haar hart lag, iets betekenen. Ze overwoog permanent te verhuizen, als ze het geld rond kreeg.

Voor we het wisten bevonden we ons in een onwerkelijk gesprek, waarin ze vertelde hoe lastig het voor ex-tienermonniken was om vers en straatarm uit het klooster te komen, en hoe ze haar best moest doen om te zorgen dat haar hond niet werd opgegeten door buurtbewoners (en hoe dat mislukt was).

Seredipiteit als one-way street
Dit gesprek hadden we niet willen missen. En zij ook niet, maar om andere redenen. Toen ze hoorde dat ik in Nederland voor een milieutijdschrift werkte en op sabbatical was, riep ze uit: “Oh! Zie je, er ís geen toeval! Dat geloof ik echt, ik merk gewoon altijd dat ik mensen tegenkom die op een bepaalde manier iets voor me kunnen betekenen. En nu kom ik jullie tegen. Prachtig toch, die serendipiteit.”

Misschien kon ik iets betekenen voor haar watermanagementproject! Of haar andere duurzame project, iets met hennep. Of erover schrijven.

Behalve dat ik niet voor niets helemaal aan de andere kant van de wereld zat. Omdat ik dus even écht géén zin had in duurzame projecten, of helpen, of die combinatie. Of erover schrijven. Vooral niet erover schrijven. Helemaal klaar mee.

Dat dat zo was, wist ze, want dat had ik verteld, nog voor ze over toeval-bestaat-niet begon (ook had ze diep begrijpend meegeknikt). Ik was gevlucht naar Luang Prabang omdat ik even klaar was met de wereld verbeteren, en kwam uitgerekend daar terecht tegenover iemand die naar Luang Prabang was gevlucht om de wereld te verbeteren.

Daar zat ik dan, als verdwaasde bijrol in iemands persoonlijke verhaal, waarin ‘serendipiteit’ maar één kant op werkt, blijkbaar, en de andere kant ‘ironie’ heet. F*ck dat. Excuse my colonial French.

Wat wil het geval: ik besta niet.

En het omgekeerde verhaal?
Wat verteld wordt, en dus bestaat, is het verhaal hierboven. Iemand werkt voor een commercieel bedrijf tot diegene zich afvraagt of dit alles is en/of tot een burn-out. Dan gaat alles om. Men zoekt werk dat minder betaalt maar beter voor de wereld is, verhuist eventueel naar een arm land. Soms gaat het gepaard met risiconegerend gedrag dat natuurlijk alleen kan dankzij de ‘foute’ oude baan. Maar het resultaat mag er zijn. Afzien, maar je gelukkiger voelen dan ooit. Gelukkiger Dan Ooit.

Waar ik nooit over lees is het omgekeerde. Wat nou als je je hele werkzame leven nog nooit voor een groot bedrijf of normaal salaris gewerkt hebt. Stel dat je begónnen bent in de milieubeweging, er al tien, twintig jaar werkt, en dáár een burn-out krijgt. Of gewoon even helemaal klaar bent met al dat slechte nieuws dat nooit opgelost gaat worden.

Dat is een deel van mijn collega’s. Dat was ik. Faal! Dat wás ik destijds in ieder geval, want nu ben ik weer blij aan de slag. Voor je denkt dat dit een voorzetje is tot ‘want toen bleek het spiritualiteit dat me Gelukkiger Dan Ooit maakte’, dan wil ik je even teleurstellen. Dubbel faal omdat ik wel degelijk al een meditatiebeoefening had. Maar, als je er een beetje serieus tegenaan mediteert, dan hoef je toch helemaal niet te vluchten? Dan kun je al die ellende toch door je non-zelf heen laten glijden, als druppels van een lotusblad! Nou, ik kan je zeggen, ik heb daar bijna een decennium in zitten, en… nee.

Ik was, al faalactivist zijnde, en passant dus ook nog even een faalboeddhist.

Goedbedoelend falen
Het vervelende daaraan is – pas op, intellectueel intermezzo! – dat onze cultuur daar niet mee om kan gaan. Wat je moet doen als je die faalregionen binnenzeilt, dat weet niemand, want vrouwenbladen maken er geen human interest items over, noch zijn er feelgood fauxdocumentaires over op TLC. Wij, de mensen die goedbedoelend falen, bestáán natuurlijk wel, maar dat zou je dus niet zeggen. Onze hele cultuur vergeet om verhalen te vertellen over falen-als-je-alles-goed-doet (omdat het stiekem gelooft dat dat niet bestaat).

“Volg je hart! Geld is niet belangrijk! Werk voor anderen! Mediteer! Oh wacht dat deed je al.”

(Dan deed je het vast verkeerd.)

Toen ik gevraagd werd columns te schrijven voor Bodhitv dacht ik daarom vooral: jamaar, ik ben soms een sad excuse for a Buddhist, wat nog erger is omdat ik er knie-diep in zit; meditatiegroep op maandagavond, elk jaar op retraite, etc. Vervolgens dacht ik: maar daar schrijft dus nooit iemand over… En dat is best jammer. Falen als boeddhist is namelijk echt wel grappig, absurd, interessant, leerzaam, amusement, en nou eenmaal hoe het is, want zeg nou zelf. Dus bij deze:

Hallo, ik ben jullie nieuwe columnist, en ik ben een faalboeddhist.

Overigens hadden we afgesproken om de Amerikaanse in Luang Prabang een dag later weer te zien, op hetzelfde terras waar ze elke dag lunchte. Ze kwam niet opdagen. Ze was de tijd vergeten in een ander gesprek. Voor iemand die in serendipiteit gelooft, lachten we, was ze er wel slordig mee. Stiekem was ik opgelucht.

Header origineel: littlecolt, some rights reserved