header_bozeboeddhisten-1

Boze boeddhisten

Boeddhisten altijd vredig en sereen? Bodhitv maakt voorgoed korte metten met dit beeld! Brad Warner, Kitty Arends, Joan Halifax en Martine Batchelor vertellen over hun ervaringen met het vergift woede.

“Aan de ene kant haten we het, aan de andere kant voelt het goed omdat het ons het idee geeft dat we bestaan.”

Brad Warner
“In het boeddhisme is het belangrijk dat we het ‘zelf’ beter leren begrijpen. Woede is vaak gerelateerd aan verkeerde ideeën over onszelf. Aan de ene kant willen we niet boos zijn, want we weten hoe destructief het kan zijn. Maar aan de andere kant werkt woede wel lekker zelfbevestigend: wanneer je boos bent op iemand dan ben jij boos op iemand. Het kan dan gevaarlijk aanvoelen om die woede te laten gaan: ‘als ik stop met boos zijn, dan stop ik met mezelf zijn, en dan verlies ik mezelf’, denken we dan. Er is dus een haat-liefde verhouding met woede: aan de ene kant haten we het, aan de andere kant voelt het goed omdat het ons het idee geeft dat we bestaan.”

Brad Warner is een Amerikaanse zenleraar en houdt een blog bij, genaamd hardcore zen. Hij is ook bassist, speelde in Japanse films en schreef ooit voor soft-porn blog Suicidegirls.

“Ik speel in een hardcore punkband. Mensen vragen me vaak hoe ik zulke ‘boze muziek’ kan maken terwijl ik boeddhistisch leraar ben. Dat is geen rare vraag. Ik herinner me nog hoe punkmuziek heel goed voor me was in mijn tienerjaren. Ik leefde op een plek waar het voelde alsof ik de enige boze persoon was. Iedereen leek heel gelukkig met het leven, behalve ik. Ik was pissig. Punk rock gaf me hoop, er waren blijkbaar meer mensen die boos waren. Er bestaat het simplistische idee dat de beste manier om peace and love te verspreiden is door alleen maar over peace and love te zingen. Ik denk dat het ingewikkelder ligt. Soms moet je tot actie overgaan.”

“Ik denk dat het voor veel mensen lijkt alsof boosheid van buiten komt, maar meestal genereer je het zelf. Maar toch, mensen maken de meest verschrikkelijke dingen mee, van pesten tot armoede. Daar kun je behoorlijk van doordraaien. Ik ken het verhaal van die Finse Jongen (uit Pekka) niet, maar je hoort vaker zulke verhalen van mensen die van die drastische dingen doen. We nemen dan aan dat het om woede gaat en dat is een veilige aanname. Maar er is bijna altijd meer aan de hand.”

“Terwijl we weer eens welbespraakt aan het bekvechten waren, besefte ik ineens hoe zinloos het was om nog een beschaafd woord verder uit te wisselen.””

Kitty Arends
Bodhitv’s hoofdredacteur Kitty noemt zich geen boeddhist, maar ziet zichzelf als een ‘conflictvermijdend persoon’. Woede was voor haar altijd iets fictiefs, net als eenhoorns of draken.

“In films en boeken maakte ik kennis met dingen als: schelden, borden kapot gooien, face slapping of met deuren smijten. Gedrag met een duidelijke functie, maar in het echte leven bestond woede voor mij persoonlijk niet. Dat veranderde toen ik achterin de twintig was. Al een jaar of vier zat ik vast in een knipperlicht-relatie met iemand die tien jaar ouder was. De man in kwestie wist altijd haarfijn in te spelen op mijn gevoeligheid voor aandacht. Lange tijd genoot ik volop van zijn aandacht en het psychologisch inzicht dat hij leek te bezitten. In werkelijkheid was die aandacht niet zo onvoorwaardelijk als ik dacht, want hijzelf had ook zijn agenda bij de feedback die hij me gaf.”

“Het begon te wringen toen ik ging zien dat onze gesprekken niet altijd even constructief waren en me vaak juist een slecht gevoel gaven. We kregen steeds vaker ‘discussies’, die dan schijnbaar tot een conclusie leidden, terwijl de ruzie onderhuids verder ging.”

“Op een dag, tijdens de lunch, barstte de bom. Terwijl we weer eens welbespraakt aan het bekvechten waren, besefte ik ineens hoe zinloos het was om nog een beschaafd woord verder uit te wisselen. De razernij die ik al die tijd zorgvuldig had ingehouden MOEST eruit. Wat ik precies gezegd heb weet ik niet meer. Wel herinner ik me het geluid van de deur die ik met de grootst mogelijke kracht achter me dichtgooide, nadat ik hem voor alles had uitgemaakt waar ik hem voor aanzag. “Zo voelt dat dus, om met deuren te smijten. En het werkt”, dacht ik toen.

“Nu, tien jaar later zie ik het anders. Tuurlijk, de man had zeker zijn eigen issues. Maar dat ik zo lang met hem ben samen geweest en dat het moest eindigen in een woede-explosie had vooral te maken met mijn eigen karma. Zoals dat gaat in liefdesrelaties gone wrong projecteerde ik allerlei nare karaktertrekken op hem, om maar iets buiten mijzelf de schuld te kunnen geven van mijn eigen lijden.”

“Nog jaren na de breuk gingen onze discussies gewoon door in mijn hoofd. Vooral op momenten dat het leven en de liefdes na hem dezelfde heftige emoties opwekten. Juist daardoor ging ik het ‘gesprek’ steeds meer voeren met mezelf. Ik leerde om beter de patronen van mijn eigen geest en emoties te doorzien.”

“De projecties begonnen te slijten, en verdwenen na verloop van tijd. Wat overbleef was het beeld van een lieve man die door zijn eigen achtergrond toevallig de spiegel werd van mijn donkerste trekken. Er moest blijkbaar met deuren gesmeten worden om andere deuren te openen.”

“Deze mannen zaten opgesloten, ze ervoeren een diep gevoel van hulpeloosheid en waren niet bij machte om hier zelf iets aan te doen.”

Joan Halifax:
“Ik heb zes jaar als vrijwilliger in een gevangenis in New Mexico gewerkt. In die gevangenis werkte ik met mannen die anderen vermoord hadden en die ter dood veroordeeld waren. Op een dag zag ik heel helder in dat wat die mannen meemaakten niet ver stond van wat ik vroeger als vrouw had meegemaakt. Deze mannen zaten opgesloten, ze ervoeren een diep gevoel van hulpeloosheid en waren niet bij machte om hier zelf iets aan te doen.  Toen ik jonger was zorgde seksisme voor veel woede. Ik kwam erachter dat de gevoelens die ik toen ervoer vergelijkbaar waren met wat die mannen in de dodencel meemaakten. Ik leerde dat die hulpeloosheid verankerd is in een sense of self. Met dat inzicht ontstond er ook compassie in mij voor de gevangenen.”

Joan Halifax is een van de bekendste en meest geliefde zenleraren in de wereld. Als geestelijk verzorger stond zij veel mensen bij op hun sterfbed, maar ook criminelen in zwaarbewaakte gevangenissen.

“Ik kon een aantal van de gevangenen leren over hoe je met meditatie een soort metacognitief perspectief kunt leren innemen ten opzichte van jezelf. Zo konden ze hun ervaring herdefiniëren, en leren om onbeheersbare woede te vermijden en om minder reactief te zijn ten opzichte van hun emoties.  Die mensen heb ik alleen kunnen helpen omdat ik een vergelijkbare machteloosheid had ervaren, en omdat meditatie mij hieruit had gered.”

“Wanneer ik geïrriteerd raakte dan ging ik op zoek naar iemand om mijn irritaties op te uiten. Meestal was dit mijn man.”

Martine Batchelor:
“Op een dag had ik een gesprek met een huisgenoot: ik zou iets voor haar doen (de was, of zoiets) maar ik had dat niet gedaan omdat ik het was vergeten. Ik beloofde dat ik er de volgende keer aan zou denken, maar ze geloofde me niet. Ik deed mijn best maar kon haar er niet van overtuigen dat ik de volgende keer wel mijn belofte na zou komen.  Na het gesprek moest ik gaan koken, en tijdens het snijden van de groente kwam ik erachter dat ik boos op haar was. Ik trilde ervan, en mijn gedachten gingen heen en weer: ‘Ik heb gelijk, zij niet, ik heb gelijk, zij niet, enzovoorts’. Maar in plaats van meegaan in mijn eigen boze verhaal, ging ik met mijn aandacht naar mijn lichaam. Toen kwam ik erachter dat niet mijn huisgenoot me boos maakte, maar dat ik het mezelf aandeed. Het trillen stopte. Toen ik me realiseerde dat zij waarschijnlijk dezelfde gedachten had als ik, verdween mijn boosheid.”

Martine Batchelor is dharma-leraar. Van 1975 tot 1984 was ze non en studeerde ze Zen in Korea. Daarna keerde ze terug naar Europa om de dharma te onderwijzen. Onlangs begeleidde ze haar eerste sessie op Worldwide Insight, het nieuwe online platform van Martin Aylward. Ze woont samen met haar man Stephen, ook leraar, in Zuid-Frankrijk.

“Het is belangrijk om te beseffen dat mensen verschillend zijn. Sommige mensen hebben een energiek temperament en worden makkelijker boos. Sommige mensen worden minder gauw boos maar zijn misschien vaker verdrietig of passief-agressief. We zitten niet allemaal op hetzelfde niveau. Wat het tegengif voor woede is hangt dan ook van de omstandigheden af.”

“Zelf was ik vaak heel prikkelbaar en wanneer ik geïrriteerd raakte dan ging ik op zoek naar iemand om mijn irritaties op te uiten. Meestal was dit mijn man. Hij zei dan: “maar ik deed niets!”  Wanneer ik dan zag dat hij inderdaad niets verkeerds deed realiseerde ik me dat de irritatie van binnenuit kwam. Toen ik goed keek naar de omstandigheden kwam ik erachter dat ik vooral geïrriteerd raakte wanneer ik moe was. Dus nu ga ik gewoon eerder rusten en ben ik veel minder vaak geïrriteerd.”

“Het komt erop neer dat je zelf moet kijken naar de omstandigheden die jou boos maken. Sommige mensen worden boos omdat ze denken dat hen onrecht wordt aangedaan, sommigen zijn gefrustreerd, sommigen zijn ongeduldig, weer anderen zijn ongelukkig. En anderen zijn gewoon moe (dat zie je ook vaak bij ouders met kinderen).”

“Woede is niet alleen slecht. Het is ook een ‘creatieve emotionele functie’ van de mens. Het geeft ons energie, het helpt ons om dingen voor elkaar te krijgen. Als je het op de juiste manier kunt gebruiken, kunt kanaliseren, dan kun je er veel mee bereiken, ook positieve dingen. Zolang je het op een compassievolle manier weet te gebruiken en er andere mensen geen schade mee aanricht kan woede heel nuttig zijn.”

Op 14 april zond de BOS Pekka uit. Deze film maakt deel uit van het drieluik De drie vergiften.

Headerfoto: Tambako the Jaguar