header_column

Samenwonen in je eentje

Het was in de koude winter van 2013 dat Kitty verhuisde van haar knusse appartementje, naar een kamer van 22 vierkante meter. For the bloody love of God: waarom?!

Alleen is ook maar alleen. Een simpel zinnetje, maar bij Kitty duurde het even voordat ze ‘m doorhad. Een tijdje geleden  doneerde ze deze column, over haar beslissing om in een woongroep te gaan wonen. Speciaal vanwege de BOS-docu Allez, Viens! – over een grote meidenwoongroep in Maastricht – gooien we ‘m er nog maar eens in.

“Dus je woont in een woongroep?”
“Jep.”
“Goh. Maar hoe gaat dat dan? Heb je dan wel een eigen kamer?”

Ruim twee jaar geleden had ik dit soort gesprekjes aan de lopende band. Het was in de koude winter van 2013 en ik was net verhuisd van mijn knusse appartementje in ‘probleemwijk’ Klarendal, naar een kamer van 22 vierkante meter. For the bloody love of God: waarom?!?

Nog steeds wil men het weleens onthutsend vinden, het idee dat je als volwassen vrouw een keuken moet delen met mensen die niet je partner en je kinderen zijn. En met ‘men’ bedoel ik dan vooral: mensen die keurig netjes in een rijtjeshuis wonen. Met man en kind en eventueel een beestje.

Okay, okay, okay, ik geef het toe: in eerste instantie was ik zelf ook een beetje verbaasd. “Ga ik dit echt doen?” Vroeg ik me ongeveer elke minuut af, nadat ik had kennisgemaakt met mijn toekomstige huisgenoten in een Arnhemse woongemeenschap. Na de hardcore woongroep episode in mijn early twenties en de zes jaar ‘op mezelf wonen’ die erop volgden, had ik deze move niet direct zien aankomen. Als 35-plusser associeer je ‘die levensstijl’ toch een beetje met een voorbije jeugd. En je moet natuurlijk wel vooruit in het leven. Toch?

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

Kitty Corner

Hoe is dan toch zo ver gekomen? Want ik zat op zich best lekker, daar in Klarendal. Met een kat die altijd blij was om me te zien, al was het maar vanwege zijn lege voerbakje. Met een wc die altijd rook naar biologisch afbreekbare wc-eend. Een keuken waar alleen mijn piepkleine beetje afwas stond. En een heerlijk lege overzichtelijke woonkamer, waar ik precies kon doen waar ik zin in had.

Olijfje, de kat

Kneuterig

Maar misschien was dat laatste wel juist ‘het probleem’. Want stiekem was dat alleen wonen ook best wel eenzaam. Een gevoel waar ik erg onrustig van werd en waartegen ik ten strijde trok met het doen van heul veul yoga en het lezen van heul veul spirituele boekjes. Dat alles vanuit de overtuiging dat ik het geluk toch vooral in mijzelf moest zien te vinden. Ik vond dat ik het gewoon moest kunnen als 35-jarige vrouw, dat hardcore alleen zijn.

Toch verwarde die eenzaamheid me ook. Ik hield toch best van stilte en afzondering? Bovendien kwam ik in de rest van mijn leven geen aandacht tekort. Naast mij woonde een vriendin, met wie ik op spontane momenten een mini woongroep vormde. Een paar deuren verder een goede vriend, bij wie ik altijd aan kon kloppen. Een keur aan vrienden en vriendinnen zorgden dat ik af en toe pauze nam van mijn hobby: binge series kijken. Op steenworp afstand van mijn straat was er een café, waar ze achter de bar allemaal op de hoogte waren van mijn naam en liefdesleven. Een van de tafeltjes in het etablissement was zelfs al omgedoopt tot de ‘Kitty Corner’.

En waren het niet al deze dingen, dan kon ik natuurlijk altijd nog yoga doen. Steeds weer besloot ik dat het allemaal toch echt wel prima te doen was en hoppa, daar ging ik weer, op zoek naar het geluk in mijzelf.

Ik wilde deel uitmaken van iets groters dan alleen mijzelf. Zo’n geheel dat iets van mij verwacht als mens

Tweet

Na een jaar of vier Klarendal begon er toch echt wel iets te wringen. En ja, voor wie het zich ondertussen al stilletjes afvroeg, dat kwam ook door het feit dat er in deze periode geen geliefde in mijn leven was. Probeer maar eens cool te blijven, als de meeste mensen van jouw leeftijd zo langzamerhand allemaal gesetteld beginnen te raken en de ene babyfoto na de andere op Facebook zetten. Onbewust ging ik er een beetje van uit dat er iets niet klopt in mijn leven, zolang ‘cupido zun werk nog niet hep gedaan’. Want net als iedereen ben ik natuurlijk ook groot geworden met de blauwdruk van het huisje, het boompje en het beestje.

Maar hoe intens het verlangen naar romantiek en seks soms ook kon zijn, voor mijn gevoel ging dat unheimische gevoel van wat dafuk klopt er hier niet? toch dieper dan het gebrek aan een leuke jongen op de bank. Wat ik vooral wilde was gezelligheid en triviaal menselijk gedoe in mijn thuissituatie. Ik wilde thuiskomen en mijn verhaal kwijt kunnen en het verhaal van iemand anders aanhoren. Ik wilde deel uitmaken van iets groters dan alleen mijzelf. Zo’n geheel dat iets van mij verwacht als mens en niet als ‘social media guru’, journalist, de vriendin met de spannende single verhalen of de klant die nog een muntthee bestelt in de Kitty-corner. Mijn leven moest kneuteriger en graag een beetje snel!

Ei

Hoe los je zoiets nou een beetje spiritueel verantwoord op? Als ik iets heb geleerd tijdens mijn werk bij de Boeddhistische Omroep, dan is het wel dat spiritualiteit niet gaat over het overstijgen van je emoties, maar eerder over gezond omgaan met ongewenste gemoedstoestanden. De Serenity prayer: “Grant me the serenity to accept the things I cannot change, the courage to change the things I can and the wisdom to know the difference” werd mijn persoonlijke ‘Ei van Columbus’. Ik vond het kortom tijd om maar eens toe te geven dat ik een mens ben. Met inderdaad al haar zelfstandigheid, carrière gedoe en ‘innerlijk geluk’, maar ook met de nodige kwetsbaarheden. Ik wilde me overgeven aan mijn behoefte om te delen, te zorgen voor een ander, tegen grenzen aan te lopen en geconfronteerd te worden met mijn tekortkomingen.

Cupido

En zo zat ik dan in het voorjaar van 2013 de oorspronkelijke versie van dit stukje te tikken aan de gezamenlijke tafel in de woonkeuken. Natuurlijk heb ik ook een eigen kamer, waar alles precies is zoals ik het hebben wil. Waar ik mijn absurde behoefte aan leegte en orde kan botvieren, zonder mijn medemens te schaden. Waar ik alsnog veel te veel tijd besteed aan series kijken en waar ik, good gracious lord, mijn eigen bed heb.

De badkamer, wc en de woonkeuken deel ik met drie onconventionele, hilarische, lieve huisgenoten en een poes met hartklachten. Ik erger me bij tijd en wijlen dood aan de ‘troep’ die niet van mij is, maar ik heb het met mijn huisgenoten best wel happily ever after voor mekaar. We wonen in ons eentje samen, zullen we maar zeggen. Hep Cupido zun werk dus toch gedaan. Sort of