header_mare-1620

Genderqueer: zestig procent vrouw, veertig procent man

De Antwerpse Mare ziet zichzelf als genderqueer: geen vrouw, geen man, maar een beetje van allebei. Loes sprak met haar over de verschillen tussen het leven als vrouw en man.

De BOS zendt de docu Boi, song of a wanderer uit. Daarin volgen we Nitzan, die van zoekende vrouw in zoekende man transformeert. Eigenlijk is ze geen van beide: een ‘boi’. Mare kent dat gevoel. Zij werd vrouw en voelt zich nu veel vrijer. “Zolang ik me kan herinneren, heb ik twijfels gehad,” vertelt Mare, die opgroeide als Ruben*. “Dingen die iedereen vanzelfsprekend vond, die snapte ik niet. Bijvoorbeeld op een familiefeest: dan gaf je je nichten een kus en je neven een hand. Dat vond ik raar.”

Mare Van Hove (36) woont in een knus Antwerps samenhuis (woongroep) met haar vriendin en twee vrienden. Poes Asjera, die miauwt als een schorre kraai, en twee parttime stiefkindjes lopen er ook rond. Gezellig druk! We drinken koffie in de tuin: jas dicht, sjaal om, dictafoon aan.

“Ik vond het ook heel leuk om omgekleed en opgemaakt te worden door mijn zus en mijn nichtjes”, vertelt Mare. “Dan ging ik daarna trots paraderen in de woonkamer, maar dan voelde ik ook: dit is eigenlijk not done.”

Mare met haar stiefdochter

Grijze muis

Toen Mare ongeveer elf jaar was en haar seksualiteit zich begon te ontwikkelen, begon bij haar een crisis. “Ik zat toen op een jongensschool en we deden seksuele rollenspelletjes: wat als je een meisje was? Ik vond dat super! En ik dacht dat iedereen het super vond, maar iedereen staarde me aan: die is niet normaal. Ik heb mezelf toen heruitgevonden, ik ben een grijze muis geworden. Tot ver na mijn studietijd heb ik alles verdrongen.” 

Uit de manier waarop Mare praat, is af te leiden dat ze dit verhaal vaker heeft verteld. Stoïcijns gaat ze verder: “In 2004 eindigde mijn relatie en toen was het tijd voor introspectie. Ik besefte: alles wat ik verdrongen heb, was toch geen fait divers. Ik ben toen naar het genderteam gegaan in het Universitair Ziekenhuis in Gent. In 2006 ging ik genderstudies studeren in Nijmegen om alles uit te vissen, want ik voelde mij vrouw maar deels ook man, dat was verwarrend. In 2008 begon ik met mijn eerste transitie, maar die heb ik stopgezet. In 2010 ben ik weer met de transitie begonnen en in 2013 ben ik geopereerd.”

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

Dertig jaar heeft Mare als man geleefd. Dat lijkt lang, maar de gemiddelde transitieleeftijd is 38 jaar in België. “Die leeftijd is nu aan het dalen,” vertelt Mare. “Jongeren kunnen nu eerder in het proces stappen en je kunt alle informatie online vinden. Ik ben daar wel jaloers op. Zelf wist ik toen niet beter. Ik dacht dat ik pervers was, dat iedereen mij zou haten.”

Genderqueer

Nitzan, de Israëlische hoofdpersoon van de documentaire Boi, ziet zichzelf als man noch vrouw. Als jongvolwassen vrouw tekende hij ieder dag een snorretje op zijn bovenlip. Nu heeft hij een mannenborstkas, maar nog wel een vagina. “I love my pussy,” zegt hij tegen de camera.

Mare voelt zich een beetje van beide. “Ik zie mezelf als genderqueer. Ik voel me ongeveer zestig procent vrouw en veertig procent man.” Dat riep de vraag op hoe ze zich maatschappelijk gezien dan moest gaan manifesteren: als vrouwelijke man of als mannelijke vrouw? Uiteindelijk werd het min of meer het laatste: “Ik zie mezelf niet als een soort travestiet. Ik heb ervoor gekozen het mannelijke te integreren in mijn eindidentiteit als vrouw.”

Publieke ruimte

Als vrouw die lange tijd als man heeft geleefd, kent Mare als geen ander de verschillen tussen man-zijn of vrouw-zijn in de publieke ruimte. “Als vrouw word je veel meer als een object gezien, zeker als mannen je mooi vinden,” legt ze uit. “Ik werkte een tijd in Brussel-Noord, dat is de prostitutiebuurt en er wonen veel migranten. Daar werd ik veel nageroepen en zelfs een keer achtervolgd. Vroeger, toen ik nog man was, bestónd dat gewoon niet. De openbare ruimte is by default mannelijk. De man is de standaard, de vrouw is een soort afgeleide van hem. Als man heb je veel meer persoonlijke integriteit.”

Als man heb je veel meer persoonlijke integriteit

Tweet
Een voorbeeld? Als Mare thuis ruzie heeft en ze wil uitwaaien in het park, dan gíng ze vroeger gewoon, ook ‘s avonds. “Maar als ik nu alleen in het park zou gaan zitten en er wandelt een man voorbij, dan is de kans groot dat hij me aanspreekt. Want een vrouw alleen, daar moet je toch even mee gaan kletsen. Mag ik alsjeblieft gewoon zíjn?! Nee dus.” 

Naast haar irritaties ligt er voor haar een bijkomend gevaar op de loer: “Ik ben bang voor geweld, als ze erachter komen dat ik transgender ben. Het resultaat is: ik ga niet naar het park.” 

Mannenemancipatie

Desondanks was Mare niet liever een man geweest. Het idee dat de mannen lekker alle macht hebben terwijl de vrouwen onderdrukt worden, vindt Mare sowieso een achterhaald jaren ‘70-idee. “Mannen worden óók in hun zijn beknot: het zijn twee kanten van dezelfde munt. Vroeger op mijn werk mocht ik geen sandalen of een T-shirt zonder mouwen aan, en moest ik kort haar hebben. Maar de vrouwen bij de receptie mochten wel lang haar hebben en sandalen aan en mooie rokken. Waarom hadden zij recht op al die expressiemogelijkheden en ik niet? Mannenemancipatie is een heel belangrijk ding. Dat speelde ook mee in mijn beslissing over de transitie: misschien had ik ooit dingen wél kunnen doen in een mannenlichaam, maar ik kon niet nog dertig jaar wachten.” Als vrouw, beaamt ze, voelt ze zich veel vrijer.

Tegenwind

Wel komt haar hervonden vrijheid met de nodige uitdagingen. “Het grootste probleem heb ik met mezelf. In de puberteit is mijn lichaam vermannelijkt, en veel daarvan kun je niet terugdraaien. Ik heb littekens, mijn botten zijn zwaarder, mijn stem ook… daar moet ik mee leren leven.”

Mare ziet zich ook met veel afkeer geconfronteerd. “Op sociale media zeggen mensen van alles. Neem bijvoorbeeld het nieuwsbericht over een man die zijn transgender vrouw verlaat. Een man is een man, een vrouw is een vrouw, ik zou zo iemand ook in elkaar slaan, wordt dan gezegd. Dat kan ook over mij gaan, denk ik dan. Het is moeilijk jezelf graag te zien als zoveel mensen je haten.” 

We komen van ver: een paar generaties geleden zaten alle transvrouwen nog in de prostitutie

Tweet
In ‘Boi’ is de zus van Nitzan het niet eens met zijn transitie. Ook Mares familie maakt het haar moeilijk. “Mijn ouders hebben lang zoiets gehad van: nee, dat is niet waar. Ze bleven ‘hij’ zeggen. Nu heb ik een goede band met mijn vader. Ik heb wel flinke ruzie met mijn zus, ze vindt mij egocentrisch.”

“Mijn moeder is zes jaar geleden overleden aan kanker. Op de overlijdenskaart wilde ik ‘Ruben-Mare’ genoemd worden. De priester noemde mij ook tijdens de begrafenis Ruben-Mare. Hij snapte het. Maar de rest van de familie heeft mij toen en in de rouwtijd erna compleet genegeerd, want ze vonden het moeilijk. En nu nog. Ze vinden het zó moeilijk, maar voor wie is het nu eigenlijk het moeilijkst?!”

“Ik ben mijn plek nog aan het zoeken,” verzucht ze. “Ik ga naar de psycholoog, slik tegenwoordig ook antidepressiva. De oude angst dat ik niet mag zijn zoals ik ben, die zit heel diep. Maar ik zie het als naweeën. Wij komen van ver: een paar generaties geleden zaten alle transvrouwen nog in de prostitutie. Het zelfmoordcijfer is het hoogste onder transvrouwen, wist je dat? Ik heb er ook vaak aan gedacht, heb moeite om mezelf lief te vinden, te denken: alles is goed, ik kan dit, ik ben OK zo.”

Gendervrijheid

Maar Mare geeft niet op. Ze droomt van een wereld waarin mannelijkheid en vrouwelijkheid gelijkwaardig zijn. Daarom richtte zij de stichting Platform Gendervrijheid op. “Die vormt de voorhoede van een evolutie richting een wereld waarin mensen vrij zijn te leven volgens hun eigen hart, in plaats van allerlei normen over lichaam en seksualiteit,” vertelt ze. 

Een van haar wensen is een concreet project voor mannenemancipatie, dat groeit vanuit mannen zelf, in samenwerking met het feminisme. “Het feminisme heeft veel facetten van de vrouwelijke identiteit en de positie van vrouwen helpen bevrijden. Dat is super. Maar de mannelijke identiteit en positie zijn nooit op een zinvolle manier bevraagd. Blijft een man thuis bij de kinderen, dan wordt er op hem neergekeken. Geen jongen die niet hoort: ‘verman je, wees geen mietje, ballet is niet voor jongens’. Pff. Als een jongetje nagellak wil dragen: laat hem doen! Hij wordt echt geen homo, en zo wel, who cares?”

De poes komt nog eens kopjes geven. Mare is uitverteld. “Eigenlijk ben ik wel klaar met het transthema. Ik wil niet steeds hetzelfde verhaal vertellen. Het was een tijd heel intens, ik ging door die transitie en alle operaties… en dan gaat het leven verder. Ik ben zoveel meer dan dat!” 

Ook Nitzan voelt het zo: “It’s not such a big deal anymore,” zegt hij aan het einde van de film, “you know?”. 

* Op verzoek van Mare is de naam Ruben gefingeerd