kaders 1620

Het ondraaglijke nut van kaders

In 'Sunny Side of Spirit' onderzoekt Sunny Bergman hoe andere culturen omgaan met geestelijke problemen. Jan maakte vanwege zijn angsten en een depressie kennis met verscheidende vormen van Hollandse hulpverlening. Heel blij werd hij niet van al die kaders.

De eerste versie van dit artikel zag er radicaal anders uit. Ik begon daarin met een inleiding over hoe wij Nederlanders altijd boven aan de wereldwijde gelukslijstjes prijken. En dat ik dat raar vind, omdat er zoveel mensen met depressies, angsten en ander geestelijk malheur rondlopen in ons land. Vervolgens maakte ik de brug naar mijn eigen leven en vertelde ik hoe ik heb geworsteld met mijn geest. Die worsteling ging jarenlang alle kanten op. Datzelfde gold voor het oorspronkelijke verhaal. Hoe goed mijn eindredacteur ook haar best deed, het verhaal sloeg structureel nergens op.

Er stond me maar een ding te doen: structuur aanbrengen, de boel inkaderen. Goed nadenken over wat ik nu werkelijk te zeggen had. Me vervolgens verplaatsen in de lezer. En dan alinea’s opbouwen. En ja hoor, wat je ook van dit stuk vindt: het is substantieel leesbaarder dan versie nummer 1. Daar ben ik blij mee. Helaas is er onderweg ook wat verloren gaan. De inhoud, of zo je wilt, de ziel van het eerste verhaal is, hoe warrig ook, een stuk minder aanwezig.

Ik heb een haat-liefde verhouding met kaders. De houvast vind ik fijn. Maar minder prettig vind ik het gevoel dat ik iets verlies. Dat ik verdwijn in algemeenheid.

Huh? Ja. Klopt. Super vaag omschreven. Mijn eindredacteur raadde me daarom sterk aan deze vaagheid op te helderen met een aantal persoonlijke voorbeelden.

Bier voor mondeling Duits

In de serie Sunny Side of Spirit zien we hoe er in niet-Westerse culturen omgegaan wordt met geestelijke problemen. Ik weet alleen hoe dat gebeurt bij ons. Heel mijn leven woon ik in Nederland en in dit land heb ik lang last gehad van, nou ja, behoorlijke heftige periodes van depressie en angst.

Al pratend, pillen slikkend en pingpongend heb ik vier maanden in een kliniek doorgebracht

Tweet
Dat begon op mijn 16de. Ik durfde niet meer naar school, durfde mijn mond niet open te doen in de klas en ik was echt als de dood om een spreekbeurt te houden (kans op afgaan is immens). Ik dronk om half 9 ’s ochtends drie bier om mijn mondeling Duits te kunnen overleven, ik zocht mijn vervolgstudie uit op het criterium ‘zo min mogelijk presenteren’. En ik werd gaandeweg ook steeds angstiger in het normale sociale leven. Superzelfbewust en enorm onzeker. Dat resulteerde na een jaar of drie in een algehele staat van angst en apathie. Ik moest stoppen met mijn studie, ging terug naar mijn ouders, kwam op een hulpwachtlijst en sprak een paar psychologen. Toen dat niet bleek te werken, trok ik tijdelijk in bij zeventien andere mensen die ook in staat van algehele malaise verkeerden. Al pratend, pillen slikkend, en pingpongend heb ik daar vier maanden van mijn leven doorgebracht.

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

Het kader waarin ik toen leefde was een kliniek. Specifiek eentje voor gedragstherapie en opgezet vanuit een bepaalde denkwijze: namelijk de Westerse geneeskunde. Waarin mensen aan de hand van het (toen nog) DSM-IV-classificatiesysteem psychiatrische aandoeningen kregen toebedeeld.

Deze kaders boden mij in eerste instantie heel veel houvast. Ik wist eindelijk officieel wat me mankeerde, depressie en sociale angst (duh..), en daar was een behandeling voor. Ook zag ik 17 mensen om me heen die ongeveer hetzelfde hadden als ik, of nog veel gekker waren (helaas zijn hier wat anekdotes verloren gegaan).

Maar toen ik de kliniek eenmaal verlaten had, liep ik vrij snel tegen de grenzen van de Westerse geneeskunde aan. Die classificatie op basis van persoonlijke gesprekken en vragenlijsten. Waarin allerlei aannames worden gedaan over hoe het er binnen in je hoofd aan toe gaat. Met vervolgens een grote nadruk op symptoombestrijding, zeker als je aan gedragstherapie doet. Ik was er hoe langer hoe meer van overtuigd dat dit kader grote gebreken had. Een tunnel was. Mijn ziel werd geen recht gedaan, hij ging verloren. Ik wist, ergens onder al die labels, daar zit de werkelijke pijn, het werkelijke probleem. En er is geen psycholoog of psychiater geweest die mij daar naartoe heeft kunnen lullen.

Nieuwe kaders

En ik voelde me, ondanks dat ik weer studeerde, nog steeds regelmatig diepongelukkig. Dus liet ik dit kader los. Riep ik tegen iedereen die het maar wilde horen dat psychologen en psychiaters protocolneuroten waren die in therapeutische sessies alleen maar op zoek waren naar bevestiging voor hun eigen vermoedens. Voor hun eigen houvast en wat extra winst voor de farmaceutische industrie. Ik zocht een nieuw kader en vergat wat het oude voor me had gedaan. Namelijk, mijn leven uit de modder trekken.

Een ‘therapeut’ draaide aan een knop en joeg een ‘contrafrequentie’ door mijn lichaam

Tweet
En och, wat heb ik veel nieuwe kaders gevonden. En ook weer losgelaten. In mijn geval waren het, op het boeddhisme na, niet eens wijdverbreide geloofsovertuigingen. Eerder obscure ‘niches’ binnen het vrolijke wereldje van de alternatieve geneeskunde. Daar voelde ik me heel prettig. Vooruit dan, een anekdote om te lachen.

Ooit ging ik naar een ‘kliniek’ waar ik tweewekelijks twee koperen staven in mijn handen geduwd kreeg. Deze waren aangesloten op een kastje. Een ‘therapeut’ draaide dan aan een knop en joeg een ‘contrafrequentie’ door mijn lichaam. Waartegen? Nou, tegen de negatieve energie die daar opgeslagen lag, sinds het moment dat mijn tweelingzus prenataal is overleden.

Een interessante theorie – die overigens nog bleek te kloppen ook (gecheckt bij moeder). Maar uiteindelijk was dit net zo goed symptoombestrijding (het positieve effect hield 3 dagen aan) als het nemen van een pilletje voorgeschreven door de psychiater is. Het theoretisch kader was alleen een tikje anders vormgegeven.

Boeddhistische helikopter

Kaders bieden dus op gezette tijden houvast, maar ze maken ook star. Een tijd lang was ik er bijvoorbeeld heilig van overtuigd dat je alle pijn die je tegenkomt moet ‘doorvoelen’. Alles laten vallen waar je mee bezig bent en hardcore die pijn in. Want daarachter zit de verlossing. Of zoiets. En ik vond dat andere mensen dat ook moesten doen. Maar niemand deed het, want iedereen racet maar door. Maar, vind ik nu, in actie komen kan ook dingen in gang zetten. Het kan je uit een zware bui halen. Niet elk gevoel hoef je even serieus te nemen.

Dat geldt ook voor het kader boeddhisme. Toen ik daar wat dieper inzat, reduceerde ik alles tot gedachtes en interne dialogen. Je kunt dan geen fatsoenlijk gesprek meer voeren met je vrienden, want er cirkelt voortdurend een meta-helikopter boven je hoofd. Je vriend twijfelt over zijn relatie? Zijn baan staat op de tocht, en hij voelt zich kut? Ach, die stem in hem blaast alles op. Er is niet zoveel aan de hand. Hij hoeft alleen maar zijn gedachtes te zien, en los te laten en zijn problemen waaien als lieflijke wolkjes gewoon over. Dat ik nog vrienden over heb…

In dat beeld is een kader, of het nu een kliniek voor angstige depressievelingen, een vage niche binnen de alternatieve geneeskunde, of een duizend jaar oude wereldreligie is, niet iets om boos van te worden of je ziel aan te verliezen. Je hardnekkig aan vast te houden, op te dringen aan anderen, of achteloos in een hoek te flikkeren. Maar meer iets om je steeds onafhankelijker wordende geest mee aan te scherpen. Zodat je verse lucht krijgt om in te handelen. Of nieuwe woorden om een verhaal voor Bodhitv mee rond te breien.

Headerfoto: Dmitri Popov

Sunny Side of Spirit is nu online te zien bij de NPO.