Te druk op retraite
Waarom op groepsretraite gaan wordt geassocieerd met stilte, rust en lekker-even-weg-van-alles-en-iedereen, is 'faalboeddhist' Annemarieeen raadsel. Zo'n week afzondering is vooral retedruk. Je bent alleen alleen als je gaat slapen. Dan maar een grot in?

Denk je ook wel eens: ‘rot maar op met alles, ik verkoop de hele zooi en ga 20 jaar in een berggrot in de Himalaya zitten’? Wie niet, right. Stel, je wilt op een minder ingrijpende manier recht wilt doen aan die kluizenaarsbehoefte, ga dan in ieder geval niet op retraite.

Waarom op retraite gaan wordt geassocieerd met stilte en rust en lekker-even-weg-van-alles-en-iedereen, is mij eigenlijk steeds meer een raadsel. Misschien doe ik iets verkeerd, de acht keer dat ik op retraite geweest ben. (Lach niet, dat kan.) Maar ik vind zo’n week ‘afzondering’ vooral retedruk.

Daar zit je dan, met dertig of honderd anderen, opgesloten in een centrum in the middle of nowhere, met een heel vol maar tegelijk heel eentonig programma waarin beduidend minder tijd voor jezelf is dan in een gemiddelde 5-daagse werkweek. En je mag weliswaar meestal niet met elkaar praten, maar je doet dus ondertussen wel alles samen. Alles. Eten, zitmeditatie, loopmeditatie, nog een keer eten, nog meer mediteren. De hele dag door wordt er gegongd voor dingen waarbij je aanwezig moet zijn met z’n allen. De enige keer dat je alleen bent is als je gaat slapen.

Kamerscherm

Nouja, dat wil zeggen, als je een retraite geboekt hebt waar je geen kamer hoeft te delen. Centra zat waar iedereen op een slaapzaal slaapt. Zelfs op mijn maand stilzitten in Spirit Rock deelde ik een kamer met een vreemdeling. Iets waar ik, als ik reis, normaal extra budget voor uittrek zodat dat niet hoeft, zo’n fan ben ik namelijk van andere mensen. (Hallo, zelfs thuis heb ik een eigen slaapkamer, en daar woont iemand van wie ik hou.) Daar, echter, was ik effectief eigenlijk slechts alleen als ik aan het poepen of douchen was, en dat kun je natuurlijk ook niet de hele dag doen.

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

Alles dat ons scheidde in het kleine kamertje met twee bedden was een kamerscherm. Op de eerste ochtend ging de wekker naast haar bed belachelijk vroeg af. Het ding bleef maar gaan. In stilte vloekend lag ik in mijn bed me af te vragen hoe ik dit vol ging houden. Een maand! Toen bleek het de wekker naast m’n eigen bed te zijn.

Sorry zeggen daarvoor zou een maand moeten wachten.

Gelukkig was ik dan weer niet degene die in het dilemma belandde van ‘s nachts al dan niet het toilet mogen doortrekken. Overal hingen namelijk briefjes die opriepen dat zo min mogelijk te doen. Tot een van de leraren bij aanvang van een lezing met klem opriep om dat wel te doen.

“PLEASE DO FLUSH IN THE NIGHT!”

Hoe veel handgeschreven papiertjes met boeddhistisch verantwoord verwoorde ergernis over de geur van nacht-oude plas hebben die leraren moeten doorploegen daarvoor? Het is hard werken, retraites.

Grot

Dat ik daar eigenlijk nooit aan denk. Dat retraites, voor de mensen die ze organiseren, de meest hectische tijden van het jaar zijn. In Plum Village, bijvoorbeeld, is het retraiteseizoen vrij uitgebreid en onze jongerenretraite was zeker niet het enige dat ze organiseerden daar. Ik vroeg een van de nonnen hoe het met haar was.

“Druk, echt heel druk,” zei ze. Het was hard werken en weinig slapen. “Er is zo veel te doen als de mensen komen!” Maar tegelijk, zo legde ze uit, was dit waarvoor ze het deed. Toch vond ik het ironisch. Je neemt de enorme beslissing om in een klooster te gaan wonen, je terug te trekken uit de maatschappij, en dan blijk je een aantal weken per jaar aan evenementorganisatie te moeten doen. Ik kan je wel zeggen welke soorten werk ik het meest stressvol vind. Evenementorganisatie staat tot nu toe vrij solide op #1. De reden waarom ik nooit een klooster in wil. (Nouja, een.)

In Kathmandu was een van de leraren een kleine, fragiele blanke vrouw met lang grijs haar. Ze was eigenlijk niet opgeleid in deze Tibetaanse traditie maar werd desondanks gezien als een yogi met hoge status, en ze droeg een bijbehorend gewaad dat precies dat uitdrukte. Ze had, ongelofelijk, een aantal jaar mediterend doorgebracht in een grot.

Een grot! Whoa. Op de laatste dag was er gelegenheid voor vragen. Een jong Duits meisje stak haar hand op. Hoe was het om in die grot te zitten? Vraag na vraag vertelde de vrouw met veel plezier over haar eenzame opsluiting. Hoe de organisatie eromheen was, hoe de grot een klein huisje was en hoe er voor eten en drinken werd gezorgd. Nu was ze weer terug in de bewoonde wereld, dat was beter voor haar gezondheid, en die yogigrotten waren er niet meer. Maar ze had er veel geleerd.

Wat voor ons afzondering was, was voor haar de bewoonde wereld…Daar zaten we dan, op retraite verlekkerd te fantaseren over een nog heftiger kluizenaarschap. Kon het ironischer.

Verlangen

Ja het kan ironischer. Terwijl ik deze column schrijf begint het erop te lijken dat ik dit jaar misschien toch niet op retraite kan, omdat ik het, jawel, te druk heb. En plots verlang ik ernaar met een dertigtal andere beoefenaars in de rij staan voor het eten en in de rij staan voor het toilet. Om samen met jullie net te doen alsof dit het kluizenaarste is dat we met z’n allen kunnen doen. Alles beter dan ‘te druk om op retraite te gaan’.

Je ziet wat ik daar deed, ja? Ja. #faal

Ondertussen vraag ik me af of de grijsharige yogi in haar grot ooit heeft gedacht: ‘Valt toch een beetje tegen, best nog druk hier. Was ik maar ergens anders.’ Of zou zij wel het niveau bereikt hebben dat ze dat niet meer deed?

Onherroepelijk moet ik nu denken aan het jonge Duitse meisje. Aan het eind van de vragensessie in het Tibetaans klooster stak ze met glimmende wangen haar hand op voor de allerlaatste vraag:

“Do you know of any other caves?”

If you do, let me know.