kaastsunami_930-04

Yellow cheese road

Wat doe je als je na een retraite moet omschakelen naar de harde werkelijkheid? Annemarie kan er over meepraten.

Soms schaam ik me voor mijn beoefening. Zozeer dat ik er een tijdje mee ophou. Ik weet niet hoe het voor jullie is, maar er zijn momenten dat het voelt als zelfingenomen interessantdoenerij waar ik bij vlagen van walg. En al helemaal geen columns over wil schrijven. Dat overkwam mij in ieder geval onlangs, toen ik uit retraite kwam. Die retraite waarvan ik heel blij was dat het me op de valreep toch gelukt was om ernaartoe te kunnen. De overgang hakte er namelijk nogal in.

Oceaan van yoghurt
“Ik ben zo blij dat we een rit samen naar huis hebben,” zei een mederetraiteganger bij een stop bij een tankstation. “Dan kunnen we nog even al die kleine, vreemde dingen delen die niemand thuis gaat snappen.” Ze had net verteld over haar worsteling met een van de lekkere desserts die geserveerd werden.

“Absoluut,” zei ik. “Ik heb ook nog wel zo’n verhaal.” En ik deelde mijn amusante teleurstelling over het eten sinds de tibetaanse kok van de vorige eigenaars vervangen was door een flinke jongen met een mat van donkere krulletjes, die wel wat weg had van Rene Froger, en die heel anders kookte.

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

In plaats van een dagelijkse onderdompeling in tomatencurries met tempeh of tofu, werden we nu overspoeld door een tsunami van kaas. Elke maaltijd opnieuw waren daar die eindeloze schalen waarop de vleeswaar vervangen was door nog meer kaas, de rollen geitenkaas van Makro-formaat, de oceaan van yoghurt als ontbijt. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van kaas, maar sinds een tijdje krijg ik er buikpijn van. Dus, my luck, moest ik daar drie keer per dag een zuivelparadijs in, en aanschouwde ik in mijzelf de ongefundeerde verhalen die ik over de kok bijeenfantaseerde. Mijn groeiende weerstand resulteerde – voor het eerst in mijn retraitecarriere – in een klaagbriefje naar de manager van de retraite (hoi Bas!). Die vegan is, dus ik wist bij voorbaat al dat als er iets aan te doen was geweest, hij dat al gedaan zou hebben. Heel mindful allemaal. (Sorry Bas…)

Bewust omgaan met de kaastsunami, daarin lag de sleutel tot een betere wereld, was ik van overtuigd. Tot ik buiten stond en mijn telefoon weer aanzette.

Crisismanagen
Tussen de Whatsapp-berichten die binnenkwamen terwijl ik op de parkeerplaats stond, zat een summiere waarschuwing van een vriendin, over een schietpartij in een homoclub in de V.S.. Ik ga mijn telefoon duidelijk nog even negeren, dacht ik vervolgens. Zeker ook omdat er allemaal berichten over werk binnenstroomden, met steeds dringender toon. En er een lekkage in ons huis bleek te zijn. In mijn broekzak zat een effectief recept voor post-retraitemigraine.

Toen ik thuiskwam, was ik alleen. Ik trok de deur achter me dicht, keek nog eens naar het touwtje om mijn pols, dat allemaal goede voornemens symboliseerde, haalde mijn telefoon uit mijn zak en begon met crisismanagen. M’n koffer stond nog ingepakt naast de wasmachine. Die avond, toen de adrenaline wegebte, en ik ondanks een bonkend, zwevend hoofd het niet kon laten facebook te openen, drong langzaam tot me door waar die vriendin het over had: Orlando.

Op skype met een dierbare queer aan de andere kant van de oceaan, werd de impact extra duidelijk.

“Het is maar beter dat je het niet live hebt meegekregen,” zei hij. “Het was verschrikkelijk.”

Voorzichtig bespraken we de aanslag, die hem een week lang verdriet had gegeven, en die voor mij nog helemaal vers was.

“Hoe was je retraite?” vroeg hij op een gegeven moment.

Waar je dan niet mee aan kan komen: een kaastsunami.

Standaardriedeltje
Ik zocht in m’n hoofd naar andere dingen. Waar kon ik dan in godsnaam wel mee aankomen? Iets over dat ik deze keer gewoon niet te laat was de hele tijd, voor het eerst? Of dat iemand m’n naam op het belschema had aangepast? Of misschien dat ik deze keer niet te veel opschepte bij het eten?! Tja. Het leek allemaal zo… onbelangrijk. Was er niet iets diepers over te zeggen?

Naarmate ik langer praatte, werden m’n woorden leger en leger. Het klonk allemaal wel steeds spiritueler, maar het had ook steeds minder te maken met wat ik daar nou gedaan had. Want wat ik daar gedaan had, was gewoon nogal banaal. Daar hielp niks tegen.

Sindsdien heeft de desillusie toegeslagen. De touwtjes om m’n arm die m’n goede voornemens symboliseren heb ik nog steeds om. Maar ik heb nauwelijks meer op m’n kussen gezeten en van de rest is ook veel te weinig terecht aan het komen. Als iemand vraagt waar de armbandjes voor staan, dan ratel ik een standaardriedeltje af over retraites en plots lijk ik dan een hardcore spiritueel persoon.

Damn! Dat je dat doet! Dat zou ik nooit kunnen!

Ik kan je zeggen: ik doe het elk jaar, het is niet zo moeilijk als je denkt en je krijgt er de geweldige bonus van dat je heel interessant kunt doen over waarom je een week je telefoon niet aan hebt gehad. Tot je iets tegenkomt dat je laat zien dat je ook dat hebt opgetuigd als iets veel fancyers dan het is. Voor mij voelt het momenteel alsof ik tandenpoetsen probeer te slijten als een uiterst ondoorgrondelijk cultritueel.

“Die touwtjes staan voor dealen met een kaastsunami, jij nog wat leuks gedaan afgelopen week? Oh, je hebt je opa moeten begraven. Nee sorry wist ik niet, m’n telefoon stond uit.”

De weg naar verlichting is misschien wel daadwerkelijk geplaveid met kaas, maar my god, dat valt op dit moment niet eens aan mezelf te verkopen… Aan het einde van de yellow cheese road zit geen tovenaar. Als je het slim aanpakt kom je misschien wel weer thuis. Maar dat is het dan ook.

De kunst is, heb ik me laten vertellen, om te blijven zitten op je kussen ondanks die onttovering. In plaats daarvan schrijf ik er een column over. Is niet hetzelfde. Weet ik. Tja.