Proteststem

Proteststem

Annemarie zat haar hele jeugd elke zondagochtend in een kerkgebouw te zingen. Maar toen viel ze van haar geloof, en werd dat zingen zinloos. Wat doe je dan als je boeddhist wordt, en opeens gevraagd wordt mantra's mee te zingen?

Hier is een biecht: tot een jaar of 22 zat ik elke zondagochtend (plus een doordeweekse avond) in een kerkgebouw. Voor degenen onder jullie die mij kennen als rabiate atheïst, is dat misschien vreemd om te horen, maar geen zorg, mijn ouders zijn ook altijd rabiate atheïsten geweest en dat viel daar prima vol te houden.

Dit was een genootschap waar buitengewoon weinig te ‘geloven’ viel. Geen hemel, hel (of wat voor afterlife dan ook). Geen zondebegrip. Geen externe God, zelfs. Op school hielden mijn ouders me uit de godsdienstles en er werd op zondag zo enorm nooit uit de bijbel gelezen dat ik tijdens mijn studie Literatuurwetenschap er maar een cursus ‘literatuur en christendom’ tegenaan gooide, zodat ik bepaalde kunst voor het eerst ineens wel begreep.

Minder erg dan mogelijk, right? Maar, helaas: mocht ik ooit eventuele plannen gehad hebben om aan mensen te laten zien dat ‘t best meeviel, waren die kansloos verdoemd doordat die ochtenden – laat ik eerlijk zijn – toch echt nogal overkwamen als iets dat je op zondagochtend bij de EO ziet. Hopeloos Gristelijk. En dat kwam vooral door het zingen.

Een kinderkoor, een meisjeskoor, een mannenkoor, een ouderenkoor, en natuurlijk het vaste gemengde koor. Hoe ouder je werd binnen het genootschap, hoe afgrijselijker het zangrepertoire. En naarmate ik ouder werd, kon ik nog steeds prima zingen, maar wilde ik het niet meer. Zingen over ‘god'(-met-een-aangepaste-definitie). Ik vond ‘t maar stom. Waarom zou je zingen als je niet religieus was?

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

Vroom
Ik ben al jaren niet geweest, behalve met kerst, om iedereen even te zien. Maar natuurlijk heb ik mezelf nu opnieuw laten terechtkomen in een contemplatief gedachtengoed dat prima te pruimen is als atheist, maar dat van de buitenkant – laten we eerlijk zijn – er toch echt nogal uitziet als een zuid-oost-aziatische variant van de kerk om de hoek.

1 woord: mantra’s.

De Tibetaanse non in Kathmandu vroeg: “Willen jullie mantra’s zingen in de avondles?” De groep riep niet massaal: “Nee!” Dus ik wist dat ik niet naar de avondles moest gaan. “Ik ben zelf niet zo’n fan,” zei de non, “maar dat is okay, dan zingen we mantra’s, dat is dan weer een goede beoefening voor mij.” Juist. Heel vroom. Maar ik ga gewoon lekker vroeg in bed liggen als je het niet erg vindt.

Overigens kun je religieus zingen verpakken als schattige simpele liedjes, maar daar trapt mijn brein niet in (zie mijn column over Plum Village).

Moet ik dan maar moeite doen om de Hartsoetra in het Japans te leren reciteren? Als ik merk hoe zelfs van dat prettige monotone, hypnotiserende ritueel mijn stembanden lijken te verlammen, vrees ik van niet.

Smartlappen

Dus daar zit ik dan. Vast in mijn afkeer van zingen. Als er ergens ‘happy birthday’ wordt gezongen, piep ik in het beste geval wat mee, met name om mijn mond de bewegingen te laten maken. De fantastisch creatieve, grappige liedjes op de kerstborrel of afscheidsfeesten van mijn werk doen mij zwijgend in de massa staan, vertwijfeld starend naar een papiertje met tekst. Jaren geleden was ik mee op een teamuitje met een manager die erg van muziek hield: een cursus smartlappen zingen… (Verrassing!!!) (KILL ME NOW.)

Zingen, mijn stem wil het niet echt. Terwijl ik het gewoon best kan. En dat weet ik ook omdat ik ooit in een studentenhuis woonde met een piano. Liefst als al mijn andere huisgenoten weg waren, behalve de jongen wiens piano het was, speelden en zongen we jazz. En nu ik een ukulele heb, waag ik me aan nietszeggende popliedjes. Maar de beste manier om me dicht te laten slaan? Als iets dat in eerste instantie best goed klinkt, over god blijkt te gaan.

Net als bij mijn cursus ‘Literatuur en christendom’ bekruipt me dan een onderhuids soort ergernis, waarom hackt die kerk alles toch, waarom zit mijn hele cultuur vol met dat patriarchale gedachtengoed? Rot toch op. Uit protest zing ik dan wel niet.

Verhalen vertellen

Deze zomer zat ik een paar dagen op een gekraakte boerderij in de wijdsheid van het Friese platteland. Met een gemeleerde groep deden we daar de training Sustainable Activism – hoe je als activist gezond blijft in de beweging. Het was tochtig, bij vlagen regenachtig, maar het eten was goed en het materiaal inspirerend. ‘s Avonds pakten we warme thee en kropen we bijeen rond een kampvuur om verhalen te delen.

“Ik was op Ende Gelände,” begon een Duits meisje te vertellen. Ende Gelände, de bezetting van een bruinkoolmijn in Duitsland deze zomer, bleef maar terugkomen. De opkomst was zo groot geweest en de actie zo succesvol verlopen – de kolencentrale verdween even van de beurs – dat iedereen die er geweest was met nieuwe energie terugkwam. “De groep begon tijdens een actie dit te zingen.” Ze noemde een lied. “Kennen jullie het? Het was zo krachtig. Dit staat voor mij symbool voor Ende Gelände.”

Zonder enige terughoudendheid begon ze te zingen. Anderen herkenden het. Zongen mee. Ik kende het niet, ik was niet op Ende Gelände geweest. Ik had duidelijk wat gemist. In de zingende mensen gloeide de energie van het protest.

(Als ik een kerk was, zou ik hier allemaal dingen van vinden.)

Tot mijn verbazing begon de ene na de andere deelnemer een historisch lied te zingen, als een manier om verhalen te delen. Stuk voor stuk leken ze verbondenheid met een strijd te transporteren naar het nu, op een manier die een film kijken of een boek lezen op geen enkele manier benadert. Af en toe sprintten er mensen met een van de bewoners mee naar de printer en hielden liedteksten onder hun zaklamp in het Frans, Duits, Engels. Van oude stakingsliederen tot nieuwe protestsongs. Alles, behalve Nederlands.

Hebben we in Nederland niet echt een zangcultuur? Of hebben we in Nederland geen geschiedenis van protest? Ik weet het niet, maar ik ben nu geïntrigeerd.

Uit protest tegen het overnemen van mijn cultuur zing ik juist niet, en deze mensen zingen uit protest juist wel. Je stem kan blijkbaar echt een stem zijn. Er is meer dan kerkliederen/mantra’s en lege popsongs. Het klinkt zo vanzelfsprekend, maar ik had er helemaal niet bij stilgestaan.

Zingen als protest, we doen het weinig, en dat terwijl protest en publiek debat in mijn werk in de milieubeweging toch een essentieel onderdeel is.

En toen stuitte ik op een prachtig toeval. Ik was op zoek naar coaching om in het publieke debat wat comfortabeler zichtbaar te zijn. Wat werd me uiteindelijk aangeraden? Een zangcoach…

Titelbeeld:  350.org/Tim Wagner