Subsidie boeddhisme België

Subsidie voor Belgische Boeddha’s

Al sinds 2006 zijn Belgische boeddhisten bezig om als religie door de staat erkend te worden. Waarom is zo’n erkenning nodig en wat zijn de gevolgen? Loes sprak met voor- en tegenstanders.

Sinds vier jaar woon ik zelf in België, en dat is voor dit artikel wel handig. In dit land werkt alles namelijk net anders dan in Nederland. Of misschien moet ik het in dit geval anders formuleren: in Néderland werkt alles net even anders dan in andere landen. Nederland is namelijk het enige land in Europa waar de kerken 100% losstaan van de staat en enkel door hun leden gefinancierd worden. In de meeste Europese landen krijgen de geloofsinstellingen wel enige steun.

Erkende erediensten

Ook in België zijn er een aantal godsdiensten die officieel erkend zijn. De rooms-katholieken, orthodoxen, anglicanen, protestanten, moslims en joden horen in België bij de erkende erediensten. In 2002 werd ook het humanisme erkend , als ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. Die erkenning houdt in dat lonen en pensioenen van priesters betaald worden door de staat. Hetzelfde geldt voor bisschoppen, pastoors, rabbijnen, imams en geestelijk verzorgers. Ook is het verplicht om gelovige kinderen godsdienstonderwijs van hun religie aan te bieden op openbare scholen. Die leraren worden door de staat betaald.

Sinds 2006 timmert ook het boeddhisme aan de weg om erkend te worden en dus subsidie te krijgen. In dat jaar is de Boeddhistische Unie van België (BUB) opgericht met de erkenning van het boeddhisme als doel. De BUB vertegenwoordigt 29 boeddhistische organisaties en ontvangt sinds 2008 al een jaarlijkse subsidie om de staatserkenning voor te bereiden.

Dat klinkt ideaal, toch? Bij Bodhitv kunnen we ook best een zak geld gebruiken, voor nog meer boeddhistisch lees- en kijkvoer! Dat het niet zo heel simpel is, blijkt wel als ik praat met Carlo Luyckx, voorzitter van de BUB en Edel Maex, psychiater, boeddhist én tegenstander van een erkend boeddhisme.

Voordat je verder leest..

...willen we je graag wijzen op de mogelijkheid om vriend te worden van Bodhi. Boeddhisme hoort niet achter een betaalmuur, vinden wij. Maar we hebben wel jouw steun nodig om dit soort content te maken, en daarmee het boeddhisme levend te houden in de media. Wil jij hieraan bijdragen?

Ja, ik word vriend!
Ik lees eerst verder

Boeddhisme op school

Carlo LuyckxZo vertelt de Brusselaar Carlo Luyckx met zijn Franse accent dat die erkenning niet alleen een kwestie is van geld, maar ook van principes. “Wij schatten dat er 150.000 boeddhisten zijn in België. Wij vinden dat zij dezelfde status verdienen als de andere gelovigen.” Daarnaast wil de BUB het boeddhistische gedachtegoed verspreiden. “Na de erkenning zouden boeddhistische geestelijk verzorgers toegang krijgen tot ziekenhuizen en gevangenissen, en moeten scholen boeddhistische les aanbieden. We zouden ook zendtijd op radio en televisie krijgen. We willen onze boodschap van tolerantie en vrede natuurlijk zo breed mogelijk verspreiden. Na de terroristische aanslagen in Brussel twee jaar geleden is er in België bijvoorbeeld een adviesraad opgericht door de premier, waarin alle erkende godsdiensten nadenken over een oplossing voor het terrorismeprobleem. Het boeddhisme wil daar ook over meedenken.”

Maar hoe moet dat in de praktijk? Om hoeveel geld gaat het en wie verdeelt het? Het antwoord op deze vragen blijkt een grote rol te spelen in het proces naar erkenning. “Het bedrag is niet te voorspellen”, zegt Luyckx. “Dat is ook deels de reden dat het allemaal zo lang duurt: het financiële plaatje. Er moet budget worden vrijgemaakt, dat is al lastig, en de hoogte daarvan is moeilijk te bepalen. De BUB gaat het geld verdelen, wij zijn de gesprekspartner van de regering. Leerkrachten die het boeddhisme op school willen onderwijzen, moeten door ons erkend worden. Hetzelfde geldt voor de centra.”

Meer ongelijkheid

Edel MaexNiet alle boeddhisten in België zitten echter te wachten op die staatserkenning. Neem psychiater en boeddhist Edel Maex, die in de beginjaren van de BUB zelf nog meewerkte aan de erkenning van het boeddhisme, als bestuurslid en secretatis-generaal. Tegenwoordig noemt hij erkenning “het ergste wat het boeddhisme kan overkomen”. Maex meent dat het systeem van erkende godsdiensten sowieso moet worden afgeschaft, omdat hij het onzin vindt dat alle Belgen meebetalen aan godsdiensten die ze zelf niet aanhangen. Maar daarnaast maakt hij zich ook zorgen. “We maken onszelf volledig financieel afhankelijk van de overheid. Terwijl het boeddhisme al heeft bewezen dat het kan bestaan zonder staatssteun. Ook zullen alleen bepaalde clubs erkend worden, want de overheid kan niet in een keer zo’n grote smak geld vrijmaken. En dan zijn er nog al die kleine groepjes die zich niet willen aansluiten, zoals de kleine gemeenschappen van Chinese of Cambodjaanse immigranten. Je krijgt zo een onderscheid tussen erkende en niet-erkende boeddhisten. De ongelijkheid tussen de sangha’s wordt vergroot.”

Je krijgt zo een onderscheid tussen erkende en niet-erkende boeddhisten. De ongelijkheid tussen de sangha’s wordt vergroot

Tweet
Bovendien vindt Maex het boeddhisme veel te heterogeen om door één orgaan gerepresenteerd te worden. “Om erkend te worden moet je in de mal van de katholieke kerk passen: er moet een centraal aanspreekpunt zijn, à la het Vaticaan. Maar het boeddhisme is daar veel te pluriform voor. Zo maak je concurrenten van de verschillende organisaties. De humanisten hebben mij letterlijk gezegd: ‘doe het niet, wij hebben er allemaal spijt van’. Doordat een centraal orgaan alle humanisten moest vertegenwoordigen, is het debat tussen de twee kampen binnen het humanisme (socialisten en liberalen) in de kiem gesmoord.”

Carlo Luyckx wuift dat bezwaar weg. “Tot nu toe zijn er geen conflicten geweest. We krijgen al tien jaar geld voor het secretariaat van de BUB, om het boeddhisme te structureren in voorbereiding op de erkenning. En het klopt dat sommige centra meer geld krijgen dan andere, sommige centra zijn natuurlijk kleiner of nieuwer dan andere. Het is aan onze Raad van Bestuur om het geld zo correct mogelijk te verdelen. In ieder geval zijn nu bijna alle Belgische centra lid of zitten ze in het proces om lid te worden. We hebben met alle verenigingen ook een ethisch charter opgesteld dat alle (aspirant-)leden moeten ondertekenen. Dat gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook over financiële misdragingen. Iedereen tekent ervoor om een eerlijke boekhouding te voeren en niet te profiteren van het systeem.”

Veel lasten, weinig baten

Dat het systeem eigenlijk beter afgeschaft zou worden, daar zijn veel Belgen het over eens. Het kost namelijk een flinke duit. Vorig jaar was de federale overheid 108 miljoen kwijt aan de lonen en pensioenen van religieuzen. Het onderhoud van gebouwen is uitbesteed aan de lagere overheden; tel je die uitgaven erbij op, dan zouden de religies maar liefst 415 miljoen per jaar kosten. Dat is jaarlijks gemiddeld 60 à 70 euro per belastingplichtige. Meer dan 80% van dat geld gaat naar de katholieke kerk, terwijl die allang niet meer zo groot is als ooit.

Volgens Edel Maex blijft het systeem alleen bestaan zodat de overheid in de gaten kan houden of de Belgische moskeeën niet door geldstromen uit Turkije of Saudi-Arabië gefinancierd worden, en welke imams en monniken ons land binnenkomen. Afgezien van die controle heeft de overheid er geen belang bij. Hij denkt dan ook dat erkenning uiteindelijk maar weinig geld zal opleveren voor het boeddhisme: er wordt immers aan alle kanten bezuinigd.

Geen extra vertraging

Maar wie niet waagt, die niet wint. Dus wanneer is het eindelijk eens zover? “De minister heeft beloofd dat het zo snel mogelijk gaat gebeuren,” zegt Carlo Luyckx. “Het duurt inderdaad lang, maar voor de andere erkende erediensten heeft het ook vijftien, twintig jaar geduurd. Het is een heel proces, en Justitie (dat de erkenning van godsdiensten regelt, red.) heeft het druk met de problemen van het terrorisme. We zitten er nu extra achteraan, omdat deze regering er nog tot mei 2019 zit: we willen geen extra vertraging oplopen doordat alle verkiezingscampagnes straks losbarsten. We hopen dus dat de erkenning dit jaar nog, of begin 2019 rond is.”

Edel Maex, droogjes: “Dat heb ik jaren geleden ook al eens gehoord, dat het voor de verkiezingen geregeld zou zijn.” Verder voorspelt hij vooral een grote administratieve mallemolen, meer staatscontrole en een minimale hoeveelheid geld. “De vraag is vooral: heeft het boeddhisme dit nodig? Een vriendenclub à la de BUN: ja. Een soort Vaticaan: nee. Kijk, de dharma vindt zijn weg wel, maar deze erkenning is een obstakel voor de dharma, geen bevordering.”

Andere meningen

Tom Hannes, gespreksbegeleider, auteur en zenboeddhist:
“Ik denk dat de erkenning vooral een storm in een glas water zal zijn. Enkele groepen of individuen zullen er garen bij spinnen en een betaalde baan als boeddhist krijgen. Voor de 99% andere beoefenaars zal het weinig uitmaken. Het merendeel van de 150.000 Belgische boeddhisten is niet verbonden aan de BUB, dus die vallen af. Voor de sangha’s die wel aangesloten zijn, zal het een lastig karwei worden om hun spirituele niveau niet te laten gijzelen door de machtspolitiek die de verdeling van subsidiegeld met zich zal meebrengen. Wie de sangha’s van dichtbij kent, weet dat ze verre van volmaakt verlichte organisaties zijn, dus dat wordt spannend. Ik zou het indrukwekkender gevonden hebben als de BUB zou opteren voor een erkenning (zodat ze hulp kunnen bieden in gevangenissen en scholen), maar de subsidies zou afwijzen. Dan zouden de Belgische boeddhisten zich solidair tonen met het leger van onbetaalde vrijwilligers waarop onze economie veel meer draait dan erkend wordt. Maar nogmaals, de voordelen zullen maar voor enkelen weggelegd zijn. Voor het overgrote deel van ons blijft het business as usual. Mogen alle wezens gelukkig zijn.”

Luuke Demaere, voorzitster van het Tibetaanse Zurmang Kagyud Boeddhistisch Centrum: “Ik ben voorstander van verenigen. Ook de Boeddha verenigde de mensen om samen te beoefenen, te onderrichten en om manieren te vinden om goed samen te leven, en ook in zijn tijd waren er koningen en politici die hem steunden en erkenning gaven. Aan die erkenning lag ook het verhelderende werk van de Boeddha zelf en een hele sangha ten grondslag. Dus ja, waarom niet hoopvol en positief blijven? Tegelijkertijd begrijp ik de grenzen van elke unie, in die zin dat zij enkel een weerspiegeling kan zijn van de organisaties die zich erbij aansluiten. Hun kracht en goede bedoelingen zullen de doorslag geven. Voor mij gaat het vooral om sociale erkenning en niet over financiële erkenning. Centjes, daar zullen de centra zelf voor moeten zorgen. Maar ook in het besef dat de laatste jaren heel moeilijk zijn geweest voor de Belgische boeddhisten, door het wegvallen van een paar grote namen zoals Lama Karta en Frans Goetghebeur, moeten we er toch voor gaan. Zeker in deze turbulente en uitdagende tijd zou het welkom zijn als het boeddhisme erkend zou worden in België.”