Joan Halifax

Sterke boeddhistische vrouwen: Joan Halifax

De ecologische crisis, massale migratie, politieke en economische systemen die op hun grondvesten schudden. En dan zijn er ook nog seksueel misbruik schandalen die aan het licht komen. We leven in een tijd vol grote uitdagingen. Hoe gaan vrouwelijke kopstukken binnen het boeddhisme hier mee om? Deel 1: Joan Halifax.

Er is geen stromend water, alleen een composttoilet en de dichtstbijzijnde buren wonen kilometers verderop. Haar verblijfplaats is een kluizenaarshutje in de bergen van New Mexico. Boeddhistisch zenleraar Joan Halifax leeft daar off grid. Gelukkig heeft ze sinds kort wel een satellietverbinding, dus we spreken elkaar via Skype. Uiteraard zónder beeld, want de stroom wordt opgewekt met zonnepanelen en is beperkt.

“Een derde van mijn tijd breng ik door in deze Prajna Mountain Forest Refuge: een prachtige plek in een kleine vallei op ruim 2800 meter hoogte, midden in een reusachtig nationaal bos”, vertelt Joan Halifax. “Rond half vijf sta ik op, zit ik in meditatie en dan schrijf ik een poosje. Daarna eet ik mijn ontbijt, schrijf ik nog wat meer en in de middag ga ik wandelen in de bergen.”

Halifax is oprichter en abt van het Upaya Zen Center in Santa Fe, New Mexico. Ze maakte deel uit van de protestgeneratie in de jaren ’60 en begon in die tijd ook te mediteren. Als antropoloog onderzocht ze verschillende sjamanistische culturen in Afrika en de Amerika’s. Ze ging in de leer bij de Koreaanse zenmeester Seung Sahn. En werd na jarenlange training ingewijd door zenmeesters Thich Nhat Hanh en Bernard Glassman: beiden net als zij groot voorvechters van sociaal geëngageerd boeddhisme.

Ondanks haar leeftijd – ze is al 76 – reist Halifax nog elk jaar naar Nepal met de zogenaamde Nomads Clinic. Samen met een groep dokters, verplegers en eerste hulpverleners brengt ze medische zorg in afgelegen gebieden in de Himalaya waar je alleen te voet of te paard kunt komen: “een uitdagende en veeleisende onderneming, ik train dus het hele jaar door om gezond en fit te blijven.”

Roshi Joan, zoals ze door haar leerlingen wordt genoemd, werd wereldwijd bekend met haar project Being with Dying, over stervensbegeleiding. In haar nieuwste boek Standing at the Edge: finding freedom where fear and courage meet, legt ze een psychologische basis voor bewust activisme en zorgverlening.

Welke belangrijke veranderingen in de wereld observeert u als elder?
“Een van de krachtigste veranderingen die ik zie is een toename in meditatiebeoefening en de opkomst van sociaal geëngageerd boeddhisme. Als gevolg van de globalisering en het neoliberalisme staan we voor enorme uitdagingen zoals klimaatverandering en massale migratie. Niet alleen vanwege het klimaat, maar ook door oorlog, onderdrukkende regeringen en repressieve economische systemen komen grote vluchtelingenstromen op gang. Het is ontzettend belangrijk dat we nu een ethisch perspectief ontwikkelen en dat we integriteit, moed en compassie cultiveren.”

Joan and Tutu

Roshi Joan met Aartsbisschop Desmond Tutu

Veel mensen, waaronder ik, maken ons zorgen om het klimaat en voelen de noodzaak als mensheid over te gaan op een duurzamere leefstijl.
“Dat ben ik helemaal met je eens! De klimaatverandering lijkt zich nog sneller te ontwikkelen dan wetenschappers voorspelden. Als ik hier in New Mexico naar de lucht kijk – die normaal gesproken kristalhelder is – zie ik nu de rook van de branden in California, waar hectares aan oerwoud in vlammen op gaan. Het onderwerp is dus erg aanwezig in mijn bewustzijn. Het zijn kritieke tijden waarin ieder van ons de verantwoordelijkheid moet nemen om te doen wat we kunnen.

Wat kunnen we volgens u het beste doen?
“Ik denk dat het belangrijk is om duurzame leefgemeenschappen te bouwen. Upaya Zen Center is daar een goed voorbeeld van. De bewoners leven in goede omstandigheden, maar hebben een veel kleinere ecologische voetafdruk dan de gemiddelde Amerikaan.”

Voordat ze in 1990 Upaya oprichtte, gaf Halifax ruim tien jaar leiding aan de Ojai Foundation in California: een centrum waar onder andere wordt geëxperimenteerd met gemeenschapsvorming.

Welke inzichten deed u op over leven in een gemeenschap?
“Een gedeelde visie en waarden zijn van belang, maar het allerbelangrijkste is dat je ook een gemeenschappelijke meditatiepraktijk ontwikkelt. Die hebben we nodig om met een open blik en open hart naar de realiteit te kijken. Zo kunnen we de waarheid van de naderende catastrofe accepteren en toch gegrond en emotioneel in balans te blijven. Meditatie helpt ons om veerkracht te ontwikkelen, geeft ons aspiratie die fundamenteel onbaatzuchtig en sociaal is én de wijsheid om actie te ondernemen die de schade beperkt.”

Er is geen reden om de hoop op te geven, vindt ze: “zoals Dostojewski zei: ‘zonder hoop is er geen leven.’ Bovendien moeten we ons realiseren dat we altijd met onzekerheid en vergankelijkheid te maken hebben, wat er ook gebeurt. De four commonplace truths Deze vier alledaagse waarheden zijn een bewerking van de vier nobele waarheden, specifiek gericht op sociale transformatie: 1. Er is geen situatie die niet te veranderen is. 2. Een gemeenschappelijke visie, een uitstekende strategie en aanhoudende inspanning kunnen allerlei veranderingen teweeg brengen. 3. Iedereen kan helpen om het verschil te maken. 4. Niemand is vrij van verantwoordelijkheid. van mijn goede vriend Kazuaki Tanahashi vind ik erg behulpzaam om niet alleen wijze hoop, maar ook actieve hoop te verwezenlijken.”

Ik beoefen om het lijden in de hele wereld te beëindigen, niet alleen dat van mezelf

Tweet

Wat als je die gemeenschap niet hebt? Veel mensen in het westen zien boeddhisme meer als een individueel pad van zelfontwikkeling.
“Ook in het Oosten wordt boeddhisme soms gezien als een methode om zelf beter te worden, om verdiensten op te doen. Er is niks mis mee als je boeddhisme gebruikt om minder gestrest te zijn en gezonder te worden. Maar het moet niet leiden tot egocentrisme. De lessen van de Boeddha gaan juist over het integreren van wijsheid en compassie. Ik beoefen om het lijden in de hele wereld te beëindigen, niet alleen dat van mezelf.”

Klimaatverandering heeft ook te maken met onze politieke en economische organisatie. Wat zou een alternatief kunnen zijn voor het huidige systeem?
“Ik zou willen dat ik het wist, dan kreeg ik de Nobelprijs voor de economie! Ik ben geen econoom, maar ik denk dat het belangrijk is een rechtvaardige economie te ontwikkelen. In het huidige model zie je dat het verzamelen van geld wordt beloond en het verzamelen van spullen wordt verheerlijkt. In plaats daarvan zouden we de deugd van de vrijgevigheid, dana paramita, kunnen cultiveren.”

Joan Halifax and Dalai Lama

Roshi Joan met de dalai lama

Zou het helpen als we meer op lokaal niveau zouden organiseren? Lokale gemeenschappen zijn vaker gericht op samenwerking in plaats van op competitie?
“Absoluut! In lokale gemeenschappen kunnen we daar vast mee oefenen. In Nepal zie je ook dat mensen zo leven. De westerse hulpverleners die met me meereizen zijn vaak erg geïnspireerd: ze zien in dat ze een groot deel van hun spullen niet echt nodig hebben en beginnen deze weg te geven.”

Een andere uitdaging – niet alleen binnen het boeddhisme – is de golf aan seksueel misbruikschandalen die aan het licht komen.
“Seksueel misbruik en het overschrijden van grenzen door boeddhistische leraren, politici of katholieke priesters is een oud verhaal dat nu naar de oppervlakte komt. Het is niet alleen een westers verschijnsel: in Aziatische landen zien we precies hetzelfde. En het gaat niet alleen om seksualiteit, maar ook om machtsrelaties.”

Het heeft te maken met de patriarchale structuren in deze culturen?
“Ook vrouwen kunnen macht misbruiken en anderen seksueel lastigvallen, maar meestal zijn het mannen. We moeten dus feministisch blijven en de strijd voor gelijke machtsposities voor mannen en vrouwen doorzetten. In de politiek, maar ook binnen religieuze gemeenschappen.”

Joan Halifax

Roshi Joan ordaining Shinzan Palma. Photo: by Dustin

Wat is uw eigen ervaring als westerse vrouw in een leidende positie?
“Zelfs als elder binnen de wereldwijde boeddhistische gemeenschap word ik soms onderworpen aan minachting en gebrek aan respect. Het is niet meer zo direct als vroeger, maar indirect, door mannen met religieuze autoriteit.”

Kunt u daar een voorbeeld van geven?
“Nee, ik wil het niet op de persoon spelen. Maar het zijn ook bekende mannen binnen de boeddhistische gemeenschap die zich disrespectvol gedragen.”

Hoe reageert u daarop?
“Anders dan toen ik jong was. Toen maakte het me echt woedend! Nu voel ik vooral compassie voor de onwetendheid en domheid van deze mannen. Ik probeer ze met respect te benaderen, maar ik tolereer het niet en spreek me uit. Het helpt niemand, ook jongere vrouwen niet, om passief te blijven als je met subtiele vernederingen of minachting wordt behandeld.
Vroeger ergerde ik me kapot, maar morele verontwaardiging is niet het antwoord. Het blijft voor mij een oefening me niet uit het veld te laten slaan door psychosociale patronen die al millennia bestaan, maar to speak truth to power!”

Deze patronen komen nu in de openbaarheid, zijn ze daarmee ook aan het veranderen?
“Je ziet dat steeds meer vrouwen zich openlijk uitspreken, en de media ook. Ik ben deel van een bredere beweging van mannen en vrouwen die machtsrelaties in onze gender-gekleurde wereld proberen te transformeren. Ik kan niet zeggen of het beter of slechter wordt. Het is een proces en ik ben blij in leven te zijn en hieraan deel te nemen.”

Hoe kunnen we omgaan met de schade die is toegebracht?
“Ten eerste: mijn betrokkenheid bij de slachtoffers is grenzeloos.” Dan vervolgt ze: “Het baart me ernstig zorgen dat mijn generatiegenoten en ook jongere leraren zich gedragen op een manier die niet alleen vrouwen, maar ook het boeddhisme zelf beschadigt. Terwijl ethiek juist zo centraal staat! Ik weet niet of de betrokken gemeenschappen zich zullen herstellen na deze crisis. Dat kan generaties duren en sommige gemeenschappen zullen uit elkaar vallen. Betrokken leraren moeten de volle verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag. Ook moeten we begrijpen dat veel mensen in deze gemeenschappen grensoverschrijdend gedrag hebben toegelaten: dat ook zij een situatie hebben gecreëerd waarin het kon voortbestaan.”

Joan Halifax

RJ aan het werk. Foto: Kigaku

Hoe verhouden deze verschillende uitdagingen – klimaatverandering, economische en politieke structuren en de machtsverhouding tussen mannen en vrouwen – zich tot elkaar?
“Alles is met elkaar verbonden: machtsstructuren en consumentisme, het bedrijfsleven, de economie, politieke structuren en gender dynamiek. Als je kijkt vanuit het perspectief van de theorie van ecosystemen, kun je begrijpen dat dit een proces is dat zich door de tijd ontvouwt. Er is geen silver bullet of magische oplossing of één grote vijand die we moeten verslaan. Zoals Kaz (Kazuaki Tanahashi, red.) benadrukt, betekent dat ook dat iedereen een verschil kan maken en dat niemand vrij is van verantwoordelijkheid.”

Voordat u in het boeddhisme dook, bestudeerde u als antropoloog verschillende sjamanistische culturen. Denkt u dat boeddhisme en sjamanisme op elkaar aansluiten?
“Ik denk dat er veel overlap is, ik heb er zelfs een boek over geschreven: Fruitful Darkness. Het boeddhisme heeft vele inheemse, sjamanistische ideeën en gebruiken in zich opgenomen. Waar we mee moeten uitkijken is dat we sjamanistische technieken uit hun verband rukken als we ze in een westerse context plaatsen.”

De kern van de leer is niet gebaseerd op geloof, maar op het inzicht van een individu

Tweet

Geldt dat niet ook voor het boeddhisme?
“In zekere zin wel. Ook in Upaya voeren we Aziatische ceremonies en liturgieën uit. Het blijft een dunne scheidslijn: wanneer zet je een authentieke traditie voort en wanneer eigen je je deze toe? Boeddhisme heeft zich door de eeuwen heen aan veel verschillende culturen aangepast. De traditie is fundamenteel niet-sektarisch: de kern van de leer is niet gebaseerd op geloof, maar op het inzicht van een individu.”

Integreert u zelf ook sjamanistische ideeën en praktijken in uw gemeenschap?
“Ik ben diepgaand beïnvloed door de inheemse tradities die ik zo intensief heb bestudeerd, dus dat zie je terug in alles wat ik doe en onderwijs. Maar het is niet zo dat we in Upaya sjamanistische ceremonies uitvoeren. Het werkt meer op een subtiel niveau door.”

Wat zorgde ervoor dat u in uw eigen leven voor het boeddhisme koos?
“In de jaren ’60 was ik deel van de burgerrechten- en anti-oorlogsbeweging. Tijdens een grote vredesmars in New York had ik een korte ontmoeting met Thich Nhat Hanh. Ik was al bekend met het boeddhisme en erdoor geïnspireerd als methode om het lijden, ook dat van mijzelf, te transformeren. Ik voelde in die tijd diepe angst en wanhoop over de politieke situatie. Toen ik Thich Nhat Hanh ontmoette ontdekte ik dat contemplatieve beoefening kon worden geïntegreerd met sociale actie. Het zou nog twintig jaar duren voordat ik formeel zijn leerling werd, maar die ontmoeting was een keerpunt. Sindsdien heb ik op deze manier geprobeerd te leven en inmiddels neemt het mijn hele leven in beslag.”

Titelbeeld: Joan bereidt zich voor op de Nomads Clinic in Dolpo Nepal. Foto: Kigaku