2018bodhi

Bodhi’s favorieten in 2018

Bodhi redacteuren kijken terug op hun media jaar. Welk artikel, boek, gedicht, verhaal, of welke film of video raakte hen dit jaar het meest?

Judith Sudholter: “Is er hoop voor de wereld?”

Hoop is een lastig begrip binnen het boeddhisme. Er zit namelijk een element van angst in: als je hoopt dat iets gebeurt, houd je er ook rekening mee dat het niet lukt. Bovendien ben je – al hopende – bezig met de toekomst. En het huidige moment is waar het om gaat, toch? Ik was afgelopen jaar sterk onder de indruk van Joan Halifax, die ik voor Bodhi mocht interviewen. Zij heeft het over ‘wijze hoop’.

Als je wordt geconfronteerd met lijden, in welke vorm dan ook, raadt ze je aan daar volledig bij aanwezig te zijn. Dan zie je het bestaan ervan én de mogelijkheid het te transformeren: “that spaciousness of uncertainty is the very space we need to act.” Juist omdat we niet weten wat er gaat gebeuren, kunnen we hoop hebben: Yes, we can have hope.


Loes Liemburg: “Rouw is een serie inkrimpingen en expansies”

Ik verkeer in een staat van chronische rouw, zegt de rouwcoach die ik sinds kort zie. Toen een goede vriend overleed heb ik alle fasen van ontkenning, woede en depressie keurig doorleefd, maar ik ben daar niet uitgekomen. Die fasen blijven terugkeren, want ik heb nog altijd geen afscheid genomen.

Heb ik het dan 2,5 jaar lang helemaal fout gedaan, die rouw? Gelukkig herinnert dit artikel uit Tricycle me eraan dat je rouw niet fout kunt doen. Het is een natuurlijk proces, net als de ademhaling, dat heen en weer schommelt tussen inkrimping en expansie, instorten en heropbouwen, vallen en opstaan. Voor mij voelde inkrimping als een mislukking: moet ik nu alweer treuren, is het nu nog niet klaar? Maar expansie voelde ook slecht: alsof ik hem gewoon vergeten was.

Blijkbaar is dat gewoon hoe het gaat. Het is een fijne gedachte dat rouw een natuurlijk proces is en dat je dat proces kunt vertrouwen. Het duurt wel lang, en dat is zwaar, maar ik hoef niet voor eeuwig bedroefd te zijn, en ik hoef hem ook niet te vergeten. Ik voel dat ik langzaam inkrimp en uitzet richting acceptatie.


Kitty Arends: liefde en hechting

Begin dit jaar stuurde mijn geliefde, een serieus beoefenend boeddhist, me dit filmpje van Tenzin Palmo Jetsunma, over romantische liefde. Ik bekeek het en schreef direct als reactie: “To hold very gently, but allowing things to flow.” Dat wisten wij al hè?” Gevolgd door een setje gepaste emoticons. Maar ik meende het wel, die ‘tongue in cheek’ reactie. Onze relatie eindigde een half jaar later. Niet door een gebrek aan liefde, maar omdat het niet op alle fronten paste. Nog niet eerder had ik zo onvoorwaardelijk lief en kon ik in mijn pijn van het loslaten ook schoonheid ervaren. In mijn pijn lag immers ook mijn liefde besloten.


Misha Beliën: “We leven tegenwoordig in het Nirvana”

Althans, zo klinkt mijn vrije en boeddhistische vertaling van de boodschap die historicus Rutger Bregman in De noodzaak van een utopie van Tegenlicht naar voren brengt. De utopische verlangens van de middeleeuwen naar een overvloed aan voedsel, seks en materiële goederen zijn bewaarheid. “Toch zijn we, zeker als Nederlanders, nooit tevreden”, stelt Rutger. Het raakte me hoe in deze aflevering de eindeloosheid van het menselijke verlangen zich over de eeuwen uitstrekte en uiteindelijk toch weer teleurstelde. Een boeddhistische wijsheid die dus niet alleen in mijn eigen leven, maar zelfs in de dynamiek van vele generaties blijkt door te werken.


René van der Stok: Je hebt geen hoofd

On having no headIk heb geen hoofd. Daar kwam ik onlangs achter dankzij Douglas Harding, die het boekje On Having No Head schreef. De inmiddels overleden filosoof kwam tijdens een bergwandeling tot het inzicht dat op de plek waar hij dacht dat zijn hoofd zat eigenlijk helemaal niets zit. Maar wel dat bijzondere Niets waar spirituele mensen altijd naar zoeken.

Sinds die ervaring heeft hij het tot zijn missie gemaakt om anderen dit ook te laten ervaren. Het zal niet bij iedereen werken, maar bij mij wel: ik las zijn tekst aandachtig en mijn geest kwam tot het inzicht dat ook ik geen hoofd heb. Het lijkt een grap, maar gek genoeg is het dat niet. Voor spirituele skeptici en liefhebbers van zen!