zenriver_header

Boeddhistische culturen: zen koans in Uithuizen

Nederland telt vele boeddhistische groepen die beoefenen volgens eeuwenoude gebruiken en rituelen. Wat gebeurt er achter de deuren van deze 'tempels'? Judith Sudhölter gaat op tournee. In deel vier bezoekt ze een ceremoniële ‘dharmastrijd’ bij Zen River in Uithuizen en ontdekt ze dat een koan lang niet zo absurd is als hij lijkt.  

“Attentie sangha. Meester Shogen heeft gezegd: ‘Hoe kan het dat een sterke man niet in staat is zijn been op te tillen?’ En weer zei hij: ‘Het is niet met zijn tong dat hij spreekt’.”

zen river

Foto: Judith Sudhölter

Aan het woord is Tessa Gyosei. De afgelopen maanden vervulde ze de positie van hoofdmonnik in de Zen River tempel in Uithuizen. Vandaag sluit ze die periode, zoals gebruikelijk in de Japanse Soto zen traditie, af met een Shuso hossen-ceremonie. Volgens Robert Doin, de receptionist die me welkom heet, kun je dat zien als een test. Shuso betekent hoofdmonnik en hossen wijst op de ceremoniële woordenstrijd die de hoofdmonnik over bovenstaande koan aangaat. Vandaar de term ‘dharmastrijd’.

Soto zen en White Plum Asanga

Eén van de karakteristieke aspecten van de zentraditie is het gebruik van koans: raadselachtige uitspraken die bedoeld zijn om je voorbij je ratio te brengen. “Als je een koan bestudeert, merk je dat je er steeds over na wilt denken”, vertelt Tine, die de tempel regelmatig bezoekt. “Maar dat is juist niet de bedoeling. De instructie is er gewoon mee te zijn, mee te zitten en mee rond te lopen. En dan ineens komt het inzicht.”

Zen River werd in 2002 opgericht door abt Tenkei Roshi en zijn vrouw Tammy Myoho Roshi. De tempel staat in een lange traditie die vanaf de historische Boeddha via de Chinese Ch’anschool naar de Japanse Soto zen school leidt. Het klooster is eveneens lid van de Amerikaanse White Plum Asanga. Bij aankomst laat Robert Doin me de opvolgingslijn zien. Zelf staat hij er ook in: helemaal onderaan, samen met de anderen die in dit klooster tot leraar zijn gewijd.

Mentale acrobatiek

Na het reciteren van de Hartsoetra in het Japans en enkele buigingen, vertelt Tessa Gyosei haar persoonlijke verhaal over de koan, waarin ze zen met acrobatiek vergelijkt. Vervolgens krijgt ze een ceremonieel zwaard overhandigd door abt Tenkei Roshi. “Het zwaard staat symbool voor mentale helderheid,” weet Robert Doin. Dan mogen de aanwezigen haar één voor één een vraag stellen, die vaak net zo raadselachtig is als de koan zelf.

zen river hossen susho

Foto: Zen River

“Attentie Shuso, hoe kan een sterke man zonder benen de sangha dragen?”
“Door op zijn handen te staan”
“Dank u voor uw antwoord.”
“Moge uw leven goed zijn.”
Ze tikt met het zwaard op de grond.

“Attentie Shuso, hoe kan een sterke vrouw de dharma onderwijzen, zonder haar tong te bewegen?”
Het blijft stil.
“Dank u voor uw antwoord.”
“Moge uw leven goed zijn.”
Ze tikt met het zwaard op de grond.

De vragen en antwoorden volgen elkaar in rap tempo op, soms diepzinnig, dan weer poëtisch en vaak vol humor:

“Attentie Shuso, op welke manier zullen de kippen u feliciteren?”
“Pokpokpok”.
Luid gelach galmt door de tempel.

Breekijzer

Is het niet ontzettend eng om al die vragen op je afgevuurd te krijgen? Vraag ik aan monnik Helma Jifu, die zelf twee keer de functie van Shuso vervulde. “Het is eigenlijk vooral spannend voor degenen die de vragen stellen,” zegt ze. “Zelf kom je in een flow. Het helpt ook om het te zien als een oefening: alles is een oefening, je leert dat je fouten mag maken en dat je niet perfect hoeft te zijn.”

“Koans helpen je om flexibiliteit en openheid te ontwikkelen,” legt abt Tenkei Roshi me uit. “Een koan is eigenlijk een breekijzer om je mind te openen. Het gaat om durven uitproberen en erkennen dat je niet alles weet. Juist vanuit dat niet-weten kun je meerdere perspectieven zien. Alle boeddhistische beoefening heeft als doel je mind te openen. Het werken met koans is één van de verschillende methoden om dat te doen.”

In Uithuizen gebruiken ze een vast curriculum van meer dan 700 koans. “De meeste van die koans zijn tijdens de Song-dynastie (960-1279 na Chr.) op schrift gesteld,” vertelt de abt. “Ze voeren weer terug op uitspraken van leraren uit de Tang-dynastie (618-907 na Chr.)” Meestal zijn het fragmenten van gesprekken tussen een leraar en een leerling. Tenkei Roshi: “Je leert in de schoenen te gaan staan van leraar én leerling, wat helpt bij het ontwikkelen van compassie. In het boeddhisme geloven we dat we allemaal één lichaam zijn, het helpt om dat inzicht ook te ervaren.”

Ceremonieel lunchen

De koans zijn misschien het meest opvallende aspect van deze traditie, maar zitmeditatie (zazen) staat centraal bij Zen River. Er wordt elke dag gemediteerd en elke maand is er een stille retraite (sesshin) van 2, 5 of 7 dagen. Andere pijlers van de beoefening zijn ritueel, studie en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Zo is er elke woensdag een dharma talk, elke dinsdag een right speech klas en ’s zondags een studieklas.

Ritueel wordt gezien als een actieve groepsmeditatie. Het is een gelegenheid om je dankbaarheid voor de opgedane inzichten te uiten en te oefenen met deze in de praktijk brengen. Na de ‘dharmastrijd’ is er een ceremoniële lunch: Oryoki. Dit is niet zomaar een maaltijd, maar een tot in de puntjes gechoreografeerd ritueel waarin precies de juiste hoeveelheid voedsel wordt geserveerd en opgegeten. Het ritueel wordt in stilte gehouden in de meditatiezaal (zendo). Aangezien de ceremonie enige instructie vergt, word ik uitgenodigd om in de keuken te eten met monniken Thijs Shinyu en Dina Shorin, die vandaag hebben gekookt.

zen river oryoki

Bron: Zen River

Huisverlaters

Zen River trekt een internationaal publiek, dus de voertaal is Engels. Momenteel wonen er twaalf mensen in het klooster, dat zeer open staat voor bezoekers en tijdelijke bewoners. Er is geen strikt onderscheid tussen monniken en leken, of tussen mannen en vrouwen: ze beoefenen allemaal samen in dezelfde ruimtes. Mensen die regelmatig komen, kiezen vaak voor de lekenwijding, Jukai in het Japans. Dat is wat laagdrempeliger dan een monnikenwijding. “Met een monnikswijding zet je de boeddhistische beoefening echt op nummer één,” vertelt Robert Doin. “Traditioneel spreken ze in Japan van huisverlaters: als monnik hebt je geen huis of gezin waar je voor zorgt.”

Het gemeenschapsleven is prettig, maar kan ook confronterend zijn, vindt Thijs Shinyu: “Een strakke organisatie is nodig om met zo’n grote groep een druk programma goed te laten verlopen, maar natuurlijk loop je tegen dingen aan die je zelf anders zou doen. Je wordt geconfronteerd met je eigenaardigheden. Het doel van de beoefening is om die juist weer los te laten.” Dina Shorin: “Na een tijdje leer je ook je eigen ritme erin vinden. De eerste keer Oryoki was overweldigend, nu weet ik precies hoeveel broodjes ik kan eten.”

En de koans? “Die werk je in vaste volgorde één voor één door,” zegt Thijs Shinyu: “Over elke koan krijg je een persoonlijk onderhoud (Dokusan) met de abt,” vertelt Dina Shorin. “Soms denk je: dit weet ik! Kat in het bakkie. En dan zegt Roshi: ‘nee, klopt niet.’ En soms denk je: ik heb echt geen idee! En op het moment dat je naar binnen stapt heb je een ingeving en dat is het.” Thijs Shinyu: “Wat het juiste antwoord is, hangt ook af van je persoonlijke situatie. Soms is een antwoord voor de ene persoon kloppend, maar voor de andere niet.” Abt Tenkei Roshi: “Een koan is vaak helemaal niet zo absurd als hij lijkt. Als je hem eenmaal doorhebt, is het juist heel simpel: ‘hoe kon ik dat níet zien?’ Denk je dan.”