groene boeddha

Een groene Boeddha: Alles brandt

Wat kan de klimaatbeweging opsteken van het boeddhisme? Volgens auteur en zenboeddhist Tom Hannes is dat niet de juiste vraag. In deze serie columns pleit hij voor het omgekeerde: “Ecologie heeft niet veel van het boeddhisme te leren, andersom wel.”

In mijn werkkamer staat een boeddhabeeldje. Ik kocht het een tijd geleden op aanraden van een antiek verzamelende vriend. Hij zei dat het een Boeddha in de bhumisparsa-houding Bhumisparsa of ‘Earth Witness’. De Boeddha maakte dit gebaar net voor zijn verlichting. Hij raakte de grond aan om de Godin van de Aarde aan te roepen zodat ze getuige kon zijn van zijn transformatie. Als antwoord schudde de aarde en vluchtten de Mara-demonen die hem gekweld hadden. was, brons, Birma, achttiende eeuw en dat de prijs prima was. Ik geloofde hem. Ik geloof hem nog steeds. Maar de laatste tijd word ik vooral geraakt door de kleur van het beeldje. Mijn Boeddha is groen. Hoe langer hoe meer doet dat een pijnlijke vraag in mij opwellen. Waar is de stem van de boeddhistische leraren of sangha’s in één van de grootste zorgen van onze tijd: het milieu? Waarom is onze Boeddha zo weinig groen?

Brandend huis

Ik schrijf dit net na de brand van de Notre Dame in Parijs. Miljardairs zijn al ter hulp geschoten en er wordt gesmeten met vele honderden miljoenen. Binnen vijf jaar is de boel weer klaar, zegt de president. Ook de Europese Unie zal Frankrijk steunen, want het gaat toch over een icoon van onze Europese waarden. De kritiek is even snel. “De superrijken willen geen eerlijke belastingen betalen, maar als een prestigieuze kerk brandt, hangen ze wel de weldoeners uit.” Ook Greta Thunberg, het zestienjarige boegbeeld van de klimaatspijbelaars, reageert onmiddellijk: “Wetenschappers vertellen al zo lang dat ons huis in brand staat. Laten we onze Aarde, die kathedraal van schoonheid, dan wel opbranden? Waar blijft de brandweer, the sense of urgency?

Een brandend huis. Dat doet een beetje boeddhist meteen denken aan een parabel uit de Lotussoetra De Lotussoetra is een van de eerste grote teksten van het mahayanaboeddhisme en zegt de Ene Weg te prediken, die alle scholen van het toenmalige boeddhisme overkoepelt. (eerste eeuw): Een huis brandt en de vader rent naar buiten. Hij ziet dat zijn kinderen nog binnen zijn en zich geen zorgen maken, dus probeert hij hen uit het huis te lokken met allerlei speeltjes. De brandhaard staat voor de ellende die we onszelf aandoen, vanuit onze niet-ontwaakte gewoontes en denkbeelden. De vader, vastberaden om zijn kroost te redden, staat hier voor de Boeddha (of de dharma). De kinderen voor de verschillende boeddhistische scholen en de speeltjes voor hun verschillende beelden of interpretaties die ze van ‘het ontwaken’ hebben. Vijf eeuwen eerder gebruikte de Boeddha zelf ook vaak vuur als symbool. Eén van zijn eerste toespraken begint hij met de beroemde woorden:

‘O monniken, alles brandt! En wat betekent het dat alles brandt?’

Innerlijk vuur

En over de betekenis gaat het precies. De monniken tot wie hij zich richtte waren brahmaanse vuur-vereerders. Zij wilden door heel precies uitgevoerde vuur-offers de kosmische orde in stand houden. ‘Alles brandt’ betekent voor hen: ‘onze vuur-rituelen brengen ons in contact met het Goddelijke Principe dat de realiteit onderstut en zo bevrijden we ons.’ De Boeddha geeft er zelf een heel andere betekenis aan. Vuur wordt in zijn retoriek iets uitgesproken negatiefs: de brandhaarden in onze eigen geest die ons het leven nodeloos complex, frustrerend en pijnlijk maken. Het is een hoogdringende zaak om dat vuur te doven door intens te mediteren en een meer dan fatsoenlijk leven te leiden. In tegenstelling tot de brahmaanse uitwendige rituelen, legde de Boeddha alle nadruk op ons innerlijke vuur.

Ecologisch makeover

Maar als vijfentwintig eeuwen later Greta Thunberg de wereld eraan herinnert ‘dat ons huis in brand staat’, gaat het plots niet meer over een louter innerlijk verhaal. De brandweer zal meer moeten doen dan de benen kruisen en rug rechten. De sense of urgency kan niet alleen gaan over de vraag of ik mijn persoonlijke onrust genoeg tot bedaren te krijgen om me wat beter in mijn vel te voelen. Het gaat hier over de natuurlijke grond van ons aller bestaan. De ecosfeer. En die brandt. Wat betekent dat? Dat kunnen we niet aan de Boeddha vragen. Dat interesseerde hem geen moer. Dat kunnen we hem niet eens verwijten, want het probleem was er toen nog lang niet.

Af en toe beweren moderne boeddhistische denkers – zoals de Amerikaanse leraren David R. Loy en Bernie Glassman – dat het non-dualistische boeddhisme alles in zich heeft om een speerpunt-rol te spelen in de broodnodige ecologische revolutie van onze geesten. Hoeveel eerbied en sympathie ik voor beide heren ook heb, ik geloof niet helemaal dat dit klopt. Het traditionele boeddhisme heeft geen zinnige dingen te vertellen over onze ecologische uitdagingen. De invloed gaat eerder andersom. Ik zie Loys indrukwekkende ecologische engagement eerder zijn boeddhisme aanpassen dan andersom. Dat lijkt me onze toestand te zijn: wil het boeddhisme relevant zijn in de eenentwintigste eeuw, dan moet het gegarandeerd in het teken van het klimaat staan, en zal het een fundamentele ecologische makeover moeten doormaken.

Glad ijs

In de komende vier columns zal ik telkens één boeddhistisch thema of beeld een ecologische makeover te geven. Denk aan karma en nirvana, de bhumisparsa-houding (‘de Aarde aanraken’), non-dualistische meditatie en de groene Amoghasiddhi en de tantrische Boeddha van de actie.

Ik besef dat ik me daarbij op glad ijs begeef. Daarom giet ik mijn bedenkingen in de vorm van korte columns. Om het onaffe van mijn gedachten te benadrukken, maar ook uit sense of urgency. Het boeddhisme van nu kan niet het boeddhisme van tien, twintig of vijfentwintig eeuwen geleden zijn. De hele geschiedenis van de Boeddha is het verhaal van eindeloos veel veranderingen in stijl en zelfs in leerstellingen. Andere tijden en culturen vragen om andere antwoorden en oplossingen. Dus. Wat betekent het dat alles brandt?


Meer informatie