Leven in het nu Tom Hannes

Leven in het nu: Interview met Tom Hannes

Zeven jaar lang werkte Tom Hannes aan Leven in het nu, een dikke pil die eigenlijk een klein boekje over de dunheidsfilosofie moest worden. Daarmee heeft de Vlaamse auteur en zenboeddhist er een labeltje bij: filosoof van de dunheid. Wat bezielde hem tot het schrijven van dit boek? En hoe ziet de filosofie van de dunheid eruit?

“Neem mijn vrouw”, zegt Hannes vrij kordaat, nadat hij eventjes bedenkelijk kijkt wanneer ik hem vraag hoe hij zelf de filosofie van de dunheid toepast. Vervolgens vraagt hij zich hardop af of ik soms ‘ergens naartoe wil’. Iets wat ik stellig ontken. (Nee hoor, gewoon nieuwsgierig..)

“Is mijn vrouw mijn soulmate?” vervolgt Hannes. “Degene die ik móest tegenkomen? Als je kijkt naar hoe we elkaar zijn tegengekomen zou je denken van wel. Ik heb mijn vrouw leren kennen op de begrafenis van mijn vorige vrouw. Kort daarna waren wij samen en nu is zij de moeder van mijn twee kinderen. Het gebeurde allemaal zo snel en onder zulke freaky omstandigheden dat je kunt zeggen: dit is een match made in heaven, dit moest gewoon gebeuren. Maar er moest daar helemaal niks. En de match was niet made in heaven, want de dramatische omstandigheden waarin we elkaar ontmoetten, zorgden ervoor dat die eerste periode bijzonder moeilijk was. Wel hadden we heel sterk het gevoel van: dit is iets heel prachtigs wat we hebben, maar woahhhh, dit is moeilijk. En toen kwamen er twee kinderen bij: woahhhh, nog moeilijker.”

Ziehier de ideale omstandigheden waarin ‘het dieptedenken’, zoals Hannes dat noemt, kan toeslaan. Een denkwijze die gebaseerd is op drie veronderstellingen:
1 Er is een onderscheid tussen onze feitelijke ervaring van de gebeurtenissen en een eigenlijke absolute waarheid die eraan ten grondslag ligt.
2 Dit onderscheid heeft een hiërarchie: de diepe waarheid is méér waar dan de oppervlakkige feiten.
3 Wanneer we toegang vinden tot die dieptewaarheid, wordt ons leven waarachtiger.

Toegepast op het voorbeeld van de bijzondere situatie tussen hem en zijn vrouw, ziet dat er volgens Hannes zo uit:

“Vervolgens kun je gaan denken: ‘maar huh? Dit was toch een match made in heaven?’ En dan kom je in iets akeligs terecht, want hetgeen wat dan niet zo lekker loopt wordt dan een stoorzender, iets wat ‘niet klopt’. En hoe meer er iets niet klopt, hoe meer ik ga dromen van een andere vrouw, met wie ik dan misschien tóch die match made in heaven kan hebben.

Gelukkig is daar ook de filosofie van de flinterdunheid.

“Maar stel nu dat ik in deze situatie besef: ‘dit is helemaal geen match made in heaven. Ik moest helemaal niets, maar we hebben er wél allebei voor gekozen, op dat moment, hoe moeilijk dat toen ook was.

Dat heeft geen volslagen bevredigende relatie opgeleverd. Ze verandert ook constant. We zijn acht jaar verder, acht jaar ouder, beide ouders, wat héél andere omstandigheden zijn en dus hebben we ook een andere relatie met elkaar. En dat is boeiend. Niet in de vergoelijkende zin: ‘tja, we kennen elkaar wat beter nu, en natuurlijk kan het niet zo prikkelend blijven zoals in het begin, maar we zijn goeie vrienden…. Neen! Véél boeiender. Wat een geweldig wijf is ze! Daarnaar kijken, hoe ze verandert, hoe wij veranderen, en wat dat met mij doet, dat blijft een gigantisch schouwspel. Het behoedt je in elk geval van de rouw dat het toch allemaal niet zo volmaakt is. De relatie is dan geen mislukte fantasie die haar valse beloftes niet heeft kunnen vervullen, maar een realiteit die elk half jaar zoveel boeiender wordt.”

Filosofie van de dunheid

Flinterdunheidsdenken gaat zoveel mogelijk uit van de realiteit zoals deze feitelijk is, hier en nu, en niet zoals het (ergens in een diep waarheidsniveau) eigenlijk is. Dat toekomen met wat er hier en nu is, mikt niet op wat Hannes graag ‘spirituele wellness‘ noemt: een gelukzalig hier en nu zijn om te ervaren dat we één zijn en dat alles eigenlijk toch wel goed en harmonieus is. Het lijkt eerder om het tegendeel te gaan. Tom legt het uit aan de hand van zijn favoriete boeddhistische lijstje: ‘de drie zegels van het bestaan:
1. Elke ervaring is totaal vergankelijk (het komt op uit een wolk van oorzaken, verandert en lost op in een wolk van nieuwe omstandigheden);
2. Iedere ervaring is radiaal afhankelijk (niets is helemaal autonoom is, alles is niets dan context en onze reacties erop);
3. Elke ervaring is onvermijdelijk onvolmaakt. En heeft daarom iets – al is het maar een heel klein beetje – onbevredigends. Daar genoeg aan hebben om een zingevend en waardig leven uit te bouwen. Dat is de filosofie van de flinterdunheid.

leven in het nu tom hannesDaar genoeg aan hebben om een zingevend en waardig leven uit te bouwen. Dat is de filosofie van de flinterdunheid. Een ogenschijnlijk eenvoudig en lekker overzichtelijk lijstje. Het zou zo op een A4-tje kunnen passen. Wat bezielde de schrijver om deze filosofie van de dunheid toch op te hangen aan een meer dan 400 pagina’s tellende geschiedenis van het dieptedenken?

“Ja, dat is best een paradox”, geeft Hannes direct toe, en hij voegt er nog een paar aan toe: “Dit boek over het flinterdunsheidsdenken gaat voor het grootste deel over het dieptedenken, dat het probeert af te zweren. En dit boek met de titel ‘Leven in het nu’ gaat voornamelijk over het verleden, waar we op een gegeven moment in diepe waarheden zijn beginnen geloven die we op de één of andere manier nog altijd met ons meedragen. Vaak zonder dat we dat beseffen. Oorspronkelijk wilde ik ook een dun boekje dat de ‘flinterdunheid van het bestaan’ zou heten, maar al schrijvend vielen me twee dingen op.

Ten eerste bleek het moeilijk uit te leggen wat er nu zo bijzonder is aan een flinterdunheidsdenken. Om dat te duiden moest ik uitleggen wat zijn tegendeel was: het dieptedenken, dat een onderscheid maakt tussen onze ‘oppervlakkige’ ervaringen en een diepe waarheid die meer waar is, en die onze redding moet betekenen. Dat maakt dat het boek een flink historisch luik heeft.

Ten tweede bleek dat dat fameuze dieptedenken in zoveel meer domeinen de dienst uitmaakt dan ik eerst dacht. Oorspronkelijk wilde ik alleen maar iets schrijven over moderne spiritualiteit. Maar eens ik begon te begrijpen hoe dieptedenken werkt, en hoe het was ontstaan, bleek het net zo goed te bestaan in de moderne economie, politiek, ideologieën, filosofie, kunst, de celebrity cultus en ga zo maar voort. Zo werd het dus een dik boek dat moeilijk is samen te vatten.”

In het boek maak je grofweg een onderscheid tussen oudtijdsdenken, dat duurde tot ongeveer 500 voor Christus, en het nieuwtijdsdenken, dat tot op de dag van vandaag voortduurt. Vervolgens besluit je het boek met jouw eigen filosofie van de dunheid. Schuilt daarin een ambitie om een nieuwe grote ‘omwenteling in onze zingeving’ te veroorzaken?
Dat is wel een erg lastige vraag om te stellen. Mijn antwoord gaat direct twee kanten op. Allereerst: mijn boek ligt tussen de stapels andere boeken die dit jaar zijn uitgekomen. Elk boek voegt maar een druppel aan de zee toe. Dus neen, ik zit niet te broeden om een ‘stoepa voor de Boeddha van de flinterdunheid’ te bouwen of om de wereld te veroveren. Maar het zou niet eerlijk zijn als ik ontken dat ik denk dat we dringend een nieuwe zingeving nodig hebben. Of het zal aanslaan, kan ik niet weten. Ik leg met het boek getuigenis af van waar ik na dertig jaar intens én kritisch boeddhisme sta, en ik heb het geschreven in de hoop dat mijn tijdgenoten er ook iets aan kunnen hebben. In de Vlaamse pers was ik tot nog toe altijd die zenboeddhist die ook weleens op een rock-podium staat. Maar sinds Leven in het nu wordt ik af en toe zowaar de filosoof van de flinterdunheid genoemd. Ik geef toe dat ik dat best leuk vind. Dus misschien hoop ik toch op meer. Kijk eens wat jouw vraag aanricht in mijn brein! (Lacht.)

Ik heb gemerkt dat ik geen geloof nodig heb om een goed mens te zijn

Tweet

Het boeddhisme speelt een relatief grote rol in het boek. En je geeft in het boek ook aan dat de drie zegels overeenkomen met de drie merktekens van het bestaan, zoals de Boeddha die preekte. Komt het boeddhisme het dichtst in de buurt van de filosofie van de dunheid?
Ik vermoed, maar daar moet je mee uitkijken, dat mijn positie heel erg lijkt op die van de historische Boeddha. Ik ben 25 jaar klassiek zenboeddhist geweest, waarvan een groot deel monnik. Nu lig ik daar op een aantal punten in onmin mee. Filosofisch dan. Niet met de mensen. Het immens populaire idee dat een doorbraak tot een non-dualistische geestestoestand het alfa en het omega is van een ontwaakt bestaan, daar ben ik erg kritisch over. Dus in zekere zin ben ik langs de hoofdpoort weer naar buiten gelopen. En ik vermoed dat ik nu op een aantal punten dichter sta bij de oorspronkelijke Boeddha, die ook best kritisch was op al te pompeuze conclusies uit nondualistische ervaringen.

Het idee dat je geen geloof nodig hebt om goed te leven spreekt me aan. Wel kwam de gedachte bij me op: is dat idee niet ook weer een nieuw soort geloof?

Tom Hannes door Koen Broos

Tom Hannes. Foto door: Koen Broos

In het beste geval niet. Het is geen stelling over de diepste waarheid van de kosmos of van het Bestaan. Het is een perspectief. En in mijn ervaring is het een perspectief dat kan leiden tot een plausibel én wijs én waardig leven. Het flinterdunheidsdenken is het resultaat van het proces dat ik zelf heb doorgemaakt. Ik ben katholiek opgevoed, werd daarna zenboeddhist, en ontdekte ook daarin ook aantal vormen van geloof. Vervolgens liet ik die vallen. Vooral omdat ik merkte dat ik het toch allemaal niet geloofde en desalniettemin datgene ervaar waar religies of bevrijdingsbewegingen op mikken: het overstijgen van onszelf, een bevrijding uit onze natuurlijke en culturele patronen die onnodig leed aanrichten. Neen, ik denk echt niet dat ik een nieuw geloof aanhang. Wie weet bestaan al die diepe waarheden wel. Ik merk eenvoudigweg dat ze niet nodig zijn om een vrij, gelukkig, zinvol, licht en waardig leven te leiden. Dat lijkt me een blijde boodschap. Soms geven gelovigen, en ook soms boeddhisten de reactie: ‘ja, maar als je nergens in gelooft, dan word je nihilistisch. Zelf merk daar niks van. Ik heb gemerkt dat ik geen geloof nodig heb om een goed mens te zijn. En ben nog nooit in de buurt gekomen van het gevaar nihilist te zijn.”

Je gebruikt het woord overstijgen. Wat overstijg je dan?
We overstijgen niet in de zin dat we tot een ‘andere waarheid’ ontwaken. We overstijgen onze debiele patronen die doorgaans een heel grote invloed op ons uitoefenen en het leven op de planeet nodeloos vergallen. We zijn zo slim, zo machtig, maar onze impulsen zijn er te dom voor. Dat is levensgevaarlijk voor alles en iedereen. We hebben een gigantische verantwoordelijkheid op de aarde. We moeten onze idiotieën en wreedheden te boven komen. Overstijgen we daarmee onze natuur dan? Nee, we gebruiken een aspect van onze natuur – ons vermogen om aandacht te geven, te stoppen, te onderzoeken en het anders aan te pakken – om idiote aspecten van onze natuur te overstijgen.

Is de moderne mediterende spirituele mens niet al wars van vormen van geloof?
Dat lijkt in eerste instantie wel zo, maar als ik kijk naar hoe mensen mediteren en wat ze daarvan verwachten, merk ik toch dat ze heel duidelijke vaste ideeën hebben over wat de resultaten zouden kunnen zijn. Dan hoor je dingen als: ‘gewoon Zijn, dan stoot je op de ware goede aard’, ‘gewoon je gevoel volgen, dan kom je op je pad’. Of ‘oordeelloos gewaarzijn en alles aanvaarden, meer is er niet nodig.’ Dat soort van Yogi Tea oneliners. Of in een tegengestelde, maar erg machtige stem: ‘ieder zorgt voor zijn eigen belang en dan zorgt een onzichtbare hand voor het algemene belang’. Of ‘ik ben rijk en heb succes, dat betekent dat ik beter ben dan de rest en minder belastingen moet betalen.’ Onze wereld zit barstensvol met geloofsstellingen. In zogenaamd ‘dogmavrije’ vormen van spiritualiteit en in zogenaamd objectieve economische stellingen.

Waar komt dat idee van een essentie vandaan? De behoefte om één te zijn met alles, met je ware zelf?
De terminologie die je nu noemt komt uit de achttiende-eeuwse romantiek. Die was op haar beurt een reactie op het moderne rationalisme dat opkwam vanuit de wetenschappen. Het gevoel van één te zijn vervangt in zekere zin het orthodoxe godsgeloof, maar de verwachting blijft gelijk: het komt erop neer dat ik inwendig contact opneem met de Diepgang van het bestaan en dat leidt tot een bevrijding. Nu God voor veel mensen achter de horizon is verdwenen is Hij vervangen door ‘mijn ware zelf’, een essentie die mijn leven zin geeft, tegenover de wirwar van de dagelijkse verschijnselen. Wat we daar in de praktijk mee zoeken is niet zozeer een Dieptewaarheid, maar een anker om ons leven stabiliteit te geven en een ideaal om ons leven richting mee te geven. Dat zijn twee noodzakelijke elementen voor een gelukkig mensenleven. Maar contact met een Diepe Waarheid vereist dat niet.

Is de filosofie van de flinterdunheid voor jou een anker?
Absoluut, zo is het begonnen. Lang voor ik me daarvan bewust was. In mijn zentraditie begon ik hoe langer hoe meer nerveus te worden over de impliciete geloofsstellingen in de zen of andere omgevingen en begon mezelf vaker de vraag te stellen: waar houd ik mij dan aan vast? Dat bleek inderdaad te gaan over die drie merktekens van het bestaan, die ik bij de Boeddha had gehaald, en die ik al een hele tijd als filosofische survival kit gebruikte. Ik putte daar veel waardigheid uit er kwam er ook mee toe. Pas later kwam de moeilijke vraag: hoe zet ik dat nu om in iets waar iemand anders ook iets aan kan hebben?

Dat snap ik, de Boeddha vond dat ook heel moeilijk toch?
Lachend: “Ja, ik ben in goed gezelschap. Hij was ontwaakt en dacht: dit gaat niemand geloven. Zijn eerste poging mislukte compleet. Pas toen hij zichzelf aanleerde om het kader van de vier edele waarheden te gebruiken won hij aan aanhang.

Jouw filosofie van de dunheid zit nu prachtig verpakt in een super leesbaar en boeiend boek. In hoeverre is de filosofie van de dunheid ook in een andere vorm te gieten, als dikke pillen lezen niet helemaal je ding is?
Het boek eindigt met twaalf praktische werken: eigenlijk is dit gedeelte een zelfhulpboek. Ik heb dat geprobeerd zo leuk mogelijk te brengen, in de vorm van een oude Griekse mythe van Hercules, zodat je er echt mee aan de slag kunt. Sinds het boek uit is, in juni, geef ik regelmatig lezingen. In interactie met het publiek ontstaan ook fijne nieuwe ideeën. En ik geef retraites, waarin de filosofie ook terugkomt. Ons huidige politieke landschap doet me af en toe twijfelen of er ook daar geen werk is dat ik zou kunnen leveren. Maar ik ben wellicht iets te enthousiast nu.

Twaalf werken van Hercules

De Twaalf werken van Hercules. Bron: Wikimedia

Je voert naast je schrijverschap ook een praktijk als gesprekstherapeut. Zie jij in de wetenschap van de psychologie ook de erfenis van het dieptedenken?
Ja, zeker. Psychologische modellen kunnen handig zijn, maar als we ze behandelen als de Ware Onderbouw van onze Psyche, worden de modellen een gekleurde bril die ervoor zorgt dat je je cliënt niet meer te zien krijgt. Heel wat cliënten voelen dat perfect aan en vinden dat bijzonder vernederend. En gelijk hebben ze. Maar soms zit het dieptedenken ook in de (al dan niet heimelijke) verwachtingen van de cliënt. Alsof een therapie dient om de diepe oorzaak van leed te vinden, dat aan de oppervlakte te brengen, zodat er een catharsis kan volgen en het leven wezenlijk paradijselijk wordt. Dat is ook één van de meest funeste verwachtingen van het populaire idee van ‘in het nu’ te zijn: dat alles dan goed is. Wat een van de pot gerukt idee is dat toch. Ik herinner me een grapje van een zenleraar die tijdens een meditatie zei: ‘zie ons hier allemaal eens in de leegte opgaan, maar als je straks je sandalen niet vindt, gaat het dak eraf’.

Jij bent niet fout omdat jij lijdt. Veel leed is niet te vermijden. Als je dat erkent, wordt de last al meteen zachter

Tweet

Hoe ga je met die erfenissen om in je praktijk?
Ik probeer mijn cliënten zo dicht mogelijk bij de directe ervaringen te houden. Hoe voelt het nu, hier in de praktijkruimte? De vergankelijkheid, afhankelijkheid en onvermijdelijke onvolmaaktheid van deze situatie hier en nu erkennen. Dat kan al helpen om dat ook in het dagelijkse leven te doen. Zo word je je bewuster van valse ‘diepte’-beloftes die je in de klem houden. Om een stom voorbeeld geven: ‘Ik heb al vijf chocolade repen op en voel me niet echt beter. Maar van deze zesde in mijn hand denk ik alweer dat die wel het verschil zal maken. Hé, dat is een vreemd idee! Valse beloftes ontdekken, de voorwaarden ervan leren zien dat is al een flink deel van het werk. En erkennen dat er nooit een paradijselijke toestand zal volgen. Dat lijden is geen teken aan de wand dat jij iets verkeerd aan het doen bent. Of dat jij niet deugt. Jij bent niet fout omdat jij lijdt. Veel leed is niet te vermijden. Als je dat erkent, wordt de last al meteen zachter. Zodat er ruimte komt om de omstandigheden van je leed beter te bekijken en er misschien toch nog iets aan te doen.

Tot slot: in je boek refereer je meer dan eens aan je eigen leven en je gezin. Hoe was het om het schrijven te combineren met dat gezinsleven?
Lachend: “Laten we zeggen dat mijn gezin enorm blij is dat het klaar is. Wanneer je met zo’n boek bezig bent is, wordt een deel van je aandacht daardoor gegijzeld. Toen het echt af was, merkte ik dat tien minuten later al: ‘Oh, het is plots zoveel makkelijker om aandacht te geven aan mijn kinderen. Dus ik heb hen beloofd dat papa niet meer zo’n dik boek zal schrijven. En mijn vrouw? Zij is ook blij. Maar zij was het die mij zeven jaar geleden een notitieboekje gaf voor mijn aantekeningen over de flinterdunheid. Het is dus allemaal haar schuld. Maar we zijn nog samen. En dat pleit voor haar.


Leven in het Nu. Een filosofische zoektocht – Uitgeverij Polis
Lees ook de columns van Tom Hannes op Bodhi