De Boeddha in de Bajes

Verlichting achter de tralies: De Boeddha in de Bajes

Zes jaar lang mediteerde de boeddhistisch geestelijk verzorger Cuong Lu elke week met gevangenen. In het boek De Boeddha in de Bajes deelt hij zijn ervaringen. Vaak klinken die te mooi om waar te zijn. Maar uit de verhalen spreekt ook zoveel liefde en hoop: die wil je gewoon niet in twijfel trekken.

“De medische afdeling van de gevangenis stuurde geregeld mensen door naar onze meditatieklas en zo kwam ook Manuel bij ons terecht. Hij kon niet slapen; hij hoorde stemmen in zijn hoofd en zag geesten. Ik gaf hem meditatie-instructies en vroeg hem zijn gevoelens te voelen. Maar dat kon hij niet (…) Ik gaf het echter niet op en hij ook niet. In de derde week was hij plotseling in staat om contact te maken met zijn voorouders en vanaf dat moment had hij geen last meer van zijn nachtelijke kwellingen. Hij zag niet langer geesten, hoorde geen stemmen meer en kon eindelijk goed slapen. Het was een wonder (…)

Boeddha in de Bajes

Foto: Huong Ho

Boeddhisten hebben doorgaans niet de naam over heel veel zendingsdrang te beschikken. Laat echter het woord meditatie weg en bovenstaande passage uit De Boeddha in de bajes zou net zo goed uit de mond hebben kunnen komen van een Jehova-getuige. In zijn onlangs verschenen boek deelt de in Nederland wonende Vietnamese Cuong Lu De in 1968 geboren Cuong Lu emigreert op 11-jarige van Vietnam naar Nederland met zijn familie. Hij studeert daar Oost-Aziatische studies en gaat later ook het boeddhisme bestuderen in de traditie van Thich Nhat Hanh. Na zeven jaar in Plum Village wordt Cuong Lu in 2000 zelf officieel als leraar erkend in de traditie van Thich Nhat Hanh. In 2009 keert hij terug naar Nederland om les te geven en een gezin te stichten. In 2011 wordt Lu door de Nederlandse overheid aangesteld als geestelijk verzorger in vier verschillende gevangenissen. Daarmee staat hij samen met vijf collega’s aan de wieg van de afdeling Boeddhistische Geestelijke Verzorging bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. zijn ervaringen als boeddhistisch geestelijk verzorger in Nederlandse gevangenissen.

In de vorm van 52 korte hoofdstukken verweeft Cuong Lu boeddhistische levenslessen met verhalen van gevangenen. En daarin sijpelt een bijna ‘evangelische’ verwondering door over de simpele kracht van meditatie en de grote veranderingen die de geestelijk verzorger zag gebeuren bij de gevangenen die hij begeleidde. Puur door er te zijn, niet te oordelen, diep te luisteren (zoals Lu dat noemt) en samen met hen te mediteren.

Helpen, in plaats van straffen

Verlichting vinden in de gevangenis, dankzij meditatie, en de vredige aanwezigheid van een boeddhistisch leraar. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is het dat dan ook? Bij het lezen van bovenstaande verhalen – hier in iets verkorte vorm weergegeven, maar in het boek niet heel veel uitgebreider – kwam deze vraag af en toe naar boven borrelen. Een beetje ongewenst eigenlijk, want uit de verhalen van Cuong Lu spreekt zoveel liefde en hoop: die wil je gewoon niet in twijfel trekken.

Ook ademen de verhalen een diepe betrokkenheid bij het lijden en geluk van gevangenen, en een oprechte zorg over de tekortkomingen van het Nederlands gevangenissysteem. Lu vindt dat dit systeem veel te veel is gericht op ‘straffen’ in plaats van ‘helpen’ en constateert dat er niet of nauwelijks aandacht is voor de onderliggende oorsprong van crimineel gedrag.


Bodhi verloot een exemplaar van het boek onder nieuwsbriefabonnees. Lees hier hoe je kans maakt.


Het lijden kennen

Veel mensen ‘weten’ niet dat ze lijden en jagen tijdelijke vormen van geluk na, zoals geld, seks en macht, om hun pijn te onderdrukken of ervan weg te vluchten. Dat niet erkennen of ‘zien’ van het lijden is volgens Lu een van de belangrijkste oorzaken van crimineel gedrag.

Om dat te illustreren vertelt Lu het verhaal van Hans, die als pooier een hoop geld verdiende aan de tien vrouwen die hij onder zich had. Hans leerde deze vrouwen om hun klanten in te schatten: wat wil hij, wat verwacht hij van zijn ideale vrouw? En vervolgens trainde hij zijn vrouwen om net te doen alsof ze die vrouw waren. ‘Ik werd rijk met het verkopen van illusies’, vertelde Hans aan Lu.

Daarover schrijft Lu: “Hans onderdrukte zijn woede en dacht dat zijn succes hem gelukkig maakte. Zijn lijden kwam echter tot een uitbarsting, waardoor hij zonder te weten waarom op zijn vriendin begon in te slaan. Hans verloor zijn geld, zijn carrière en zijn succes, maar hij had geluk. Hij ontdekte geluk in de gevangenis. Inzicht, niet onderdrukking kan ons helpen om waar geluk te herkennen.”

Geluk als waarheid

‘Je bent al gelukkig’. Was vaak de boodschap van Lu aan de gevangenen. De Vietnamese leraar is het dan ook niet eens met de manier waarop we in het Westen de eerste edele waarheid – Er is lijden – neigen te begrijpen:

“Er wordt vaak gedacht dat het boeddhisme oefeningen biedt die je helpen om te ontspannen en problemen op te lossen. Dat is de manier waarop de vier waarheden van de Boeddha over het algemeen worden onderwezen. Lijden wordt gezien als een probleem en dus moet de oorzaak van het probleem worden aangepakt. Voor mij is de eerste waarheid niet lijden op zichzelf, maar ‘lijden als waarheid. Lijden is een probleem wanneer we het niet kunnen zien. Zodra we dat wel kunnen, kan het aanraken van ons lijden bevrijdend zijn.”

“De eerste waarheid als lijden beschrijven, klinkt afschuwelijk” vindt Cuong Lu. “We hebben nieuwe formuleringen en interpretaties nodig. Hij noemt de eerste waarheid dan ook sukha satya, als iets wat je kunt voelen, ervaren en waarderen.

“Als ik geluk belichaamde, voelden zij dat”, schrijft Lu in hoofdstuk 19. “Toen ik op een dag langs een rij cellen liep, keek een man achter de tralies me aan en zei: ‘Jij ziet het licht he?’. Ik lachte en zei:’ Ik ben gelukkig’. Hij knikte: ‘Dat kan ik zien. heel mooi.’ John had het licht in zichzelf gezien. Voor het eerst was hij ondergedompeld in zijn eigen geluk. ‘Ik geniet nu van kleine dingen,’ vertelde hij me.”

Hapklare brokken

Het zijn prachtige ervaringen, geserveerd in hapklare ‘eind goed al goed’ brokken. En juist dat maakt de boodschap soms minder krachtig. De beknopte en gepolijste vorm van de verhalen biedt nauwelijks ruimte voor zoiets als bijvoorbeeld strijd. Iedereen die begint met mediteren kan immers meepraten over de worsteling waarmee dat vaak gepaard gaat.

Ook ontbreken er verhalen van mensen bij wie het mediteren niet per se tot meer vrede of geluk heeft geleid. Daarnaast geeft het boek weinig details over hoe het dagelijks leven in de gevangenis er aan toe kan gaan. Dat zijn gemiste kansen, want juist door voelbaar te maken hoe zwaar het leven in de gevangenis is, en hoe een mens moet worstelen om daarin een stukje rust te vinden, zou het boek meer tot leven brengen en een sterker gevoel van urgentie geven. Niet alleen voor het inzetten van meditatie op individueel niveau, maar ook voor een meer verlicht gevangenissysteem, en begeleiding voor gevangenen die vrij komen.

Thuis zijn

Die gemiste kans doet echter niets af aan de boodschap zelf en de waarde van het werk dat Lu heeft verricht. Cuong Lu maakte als boeddhistisch geestelijk verzorger deel uit van een (nog steeds) kleine groep pioniers in Nederland: boeddhistisch geestelijk verzorgers die zich elke dag inzetten om mensen in de gevangenis meer vrijheid in zichzelf te laten vinden. En daarmee dragen zij een verantwoordelijkheid die misschien wel bij ons allemaal ligt. Of zoals Cuong het in het afsluitende hoofdstuk zegt:

“Thuiskomen betekent weer gelukkig zijn. In staat zijn om te voelen brengt ons altijd thuis en biedt een bevrijdende verbinding met de hele maatschappij. Het is de verantwoordelijkheid van de maatschappij om gevangenen weer thuis te brengen. Een gevangenis moet een plek zijn waar we onze verloren kinderen met open armen ontvangen. Het moet een plek van liefde zijn.”

Nieuwsgierig geworden?
Bodhi verloot een exemplaar van het boek onder nieuwsbriefabonnees. Lees hier hoe je kans maakt.


De Boeddha in de BajesMeer informatie

Cuong Lu, De Boeddha in de Bajes, uitgeverij Spectrum, mei 2019

Over Cuong Lu:

De in 1968 geboren Cuong Lu emigreert op 11-jarige van Vietnam naar Nederland met zijn familie. Hij studeert daar Oost-Aziatische studies en gaat later ook het boeddhisme bestuderen in de traditie van Thich Nhat Hanh. Na zeven jaar in Plum Village wordt Cuong Lu in 2000 zelf officieel als leraar erkend in de traditie van Thich Nhat Hanh. In 2009 keert hij terug naar Nederland om les te geven en een gezin te stichten. In 2011 wordt Lu door de Nederlandse overheid aangesteld als geestelijk verzorger in vier verschillende gevangenissen. Daarmee staat hij samen met vijf collega’s aan de wieg van de afdeling Boeddhistische Geestelijke Verzorging bij de Dienst Justitiële Inrichtingen.

Titelbeeld: Carles Rabada