We kijken steeds vaker naar het leven via een scherm. In de trein, op straat, in wachtruimtes en op bankjes in de zon glijden onze duimen over beelden van andere mensen. Het is een merkwaardige vorm van nabijheid: we zijn getuige van het echte leven, terwijl datzelfde leven zich onopgemerkt om ons heen afspeelt. Kijken voelt veiliger dan aanwezig zijn; een moment lijkt pas bestaansrecht te krijgen wanneer het is vastgelegd.

Dat besef werd scherp toen ik onlangs in Antwerpen was. In de tunnel onder de Schelde stond ik tussen mensen die op de lift wachtten. Vrijwel allemaal keken ze op hun telefoon. Ik maakte een foto en plaatste die later op Instagram met de titel ‘Schermwachters’. Het woord benoemde wat ik daar zag: hoe elk tussenmoment wordt opgevuld door het scherm, en hoe wat zich recht voor onze neus afspeelt daardoor gemakkelijk uit beeld verdwijnt. Niets nieuws, en toch bleef juist dit beeld hangen.
De vraag die me daarna bezighield, was waarom ik hier eigenlijk aan meewerk? Waarom ik foto’s maak van mensen die naar hun scherm kijken, en die beelden vervolgens zelf weer op een scherm plaats? Voor mij heeft het fotograferen van deze momenten vooral een registrerende functie. Door het moment vast te leggen ontstaat er een pauze, een tussenruimte. De camera fungeert als grens tussen mij en wat zich afspeelt, waardoor ik mag observeren zonder er meteen in mee te hoeven gaan. Iets waarin ik me, ook na zoveel jaren meditatie, nog altijd moet blijven oefenen.
Ik begon met het maken en delen van beelden omdat het voor mij een manier is om me te verhouden tot de wereld, die vaak intens bij me binnenkomt. Soms op een bijzonder mooie manier, soms ook op een indringende. Het raakt aan de vrees dat als ik me volledig open voor schoonheid, ik de grip op mijn beleving verlies en wegdrijf in iets groots en onbegrensds.
Toen ik daar eens met iemand over sprak, kreeg ik het advies om alles wat zich aandient, ook het schone, door me heen te laten gaan. Ik hoef daar niets mee te doen, het niet vast te houden of te sturen. Ik kan het ten volle ervaren zonder erin te verdwijnen.
Fotografie werd voor mij een manier om te kijken zonder te verdwijnen, om aanwezig te zijn zonder overspoeld te raken.
Als stadsfotograaf ben ik niet per se op zoek naar iets bijzonders, maar leg ik al lopend vast wat zich aandient: mensen in hun werk, in een ambacht, onderweg naar iets, momenten van verbinding en van afzondering. Situaties die niets lijken te willen zeggen, maar die het dagelijkse leven in al zijn eenvoud en met alle rafelrandjes zichtbaar maken.
Ook een ander beeld dat ik maakte, blijft me bezighouden. Een vrouw met twee winkelwagens vol spullen loopt over straat. De eerste blik van wie de foto ziet, gaat vaak naar haar: wie is zij, wat is haar verhaal?

Wat mij raakte toen ik het moment vastlegde, was iets anders. Zij kijkt naar iemand die bij de bushalte staat te wachten, wederom een schermwachter. Het scherm fungeert hier, zo lijkt het, als afleiding, misschien ook als afscherming. Een manier wellicht om niet te hoeven zien wie er tegenover je staat. In dat ene moment wordt zichtbaar hoe kijken ongelijk verdeeld kan zijn: de een kan zich onttrekken, terwijl de ander gezien wordt zonder gezien te worden.
Het scherm fungeert niet alleen als afleiding, maar ook als masker en als spiegel.
In het alledaagse leven zie je die spanning telkens terug. Mensen die naast elkaar zitten, maar ieder in hun eigen wereld verkeren. Fysiek dichtbij, mentaal op afstand. Niet eenzaam in de dramatische zin, maar ook niet werkelijk samen. Het zijn geen uitzonderlijke momenten, eerder scènes die zo vertrouwd zijn geworden dat we ze nauwelijks nog opmerken.

En die beelden om onszelf te tonen? Met behulp van AI, filters en nabewerking wordt de werkelijkheid niet alleen vastgelegd, maar ook herschreven. We kunnen een beeld neerzetten dat gladder is dan het moment zelf. Ik merk dat juist zulke gladde beelden online veel waardering krijgen. Dat kan jaloers maken. Het maakt zo zichtbaar waar de aandacht naartoe beweegt. Toch is dat niet de richting die ik op wil. Wat mij blijft interesseren, is het ongepolijste moment. Het beeld dat niets hoeft te bewijzen.
Tegelijk leiden die moderne technieken ook tot angst voor misbruik van beelden, voor verlies van regie. De terughoudendheid van mensen om vastgelegd te worden herken en respecteer ik. Wat me blijft verrassen, is dat wanneer ik mensen aanspreek en vraag of ik hen mag fotograferen, ze vaak bereid zijn mee te werken. Er ontstaat een kort gesprek, een afstemming, een moment van wederkerigheid. En vrijwel altijd geven ze enthousiast toestemming om het beeld te delen. Gezien worden, wanneer het met aandacht en respect gebeurt, is iets anders dan gebruikt worden.
Het scherm biedt een gemakkelijke uitweg. We kunnen ons verbergen, ons aanpassen, het beeld van onszelf polijsten. Maar wat mij blijft interesseren, is wat er gebeurt wanneer we dat even laten. Wanneer beelden niet mooier zijn dan wat zich aandient, en ontmoetingen niet worden gefilterd of geoptimaliseerd. Opvallend genoeg roepen juist mijn meest alledaagse foto’s veel respons op.
Misschien ligt daar een vorm van bevrijding: in het loslaten van de angst om bekeken te worden, en in het toelaten van het risico om gezien te worden. Door de ander, maar ook door onszelf. Zonder filter, zonder haast en juist in contact met wat er nu is.
In een wereld die voortdurend om aandacht vraagt, lijken juist deze open momenten ruimte te bieden. We zijn allemaal onderweg, vaak zonder precies te weten waarheen.

Alle foto’s bij dit artikel zijn gemaakt door Bay Hagebeek. Volg zijn stadsfotografie op Instagram.