Doneer
1620-AETC NCRC_by John O’Boyle_2022 Rutgers, State University of New Jersey

Mindfulness bij de tandarts

Naar de tandarts ga je voor je tanden, toch? Ander kreeg er voor het eerst het advies om eens ‘iets met mindfulness’ te doen. Dat leidde uiteindelijk tot een boeddhistisch pad. Maar hoe de eerste poging om te mediteren verging, vertelt die er meestal niet bij.

Als iemand wil weten hoe ik begonnen ben met mediteren, vertel ik meestal het volgende verhaal.

Op een ochtend werd ik wakker met een beetje gruis tussen mijn kiezen.

Ik was net afgestudeerd en had een diploma gehaald in een vak waar je geen geld mee kon verdienen. Ik kon vervolgens nergens werk vinden en moest bovendien mijn huis uit. Overdag maakte ik me zorgen en ‘s nachts, nou ja – ik had geen goed beeld wat er gebeurde, maar ik rustte er in ieder geval niet van uit. Ik kreeg wel enorm last van mijn kaken. Op een ochtend werd ik wakker met een beetje gruis tussen mijn kiezen. Waar kwam dat vandaan? Ik keek in de spiegel. Eén van mijn voortanden zag er anders uit. Ik haalde mijn vinger erlangs en voelde een scherpe rand. Was er nou een stukje van mijn tand afgesprongen?!

Ik ging naar de tandarts. Die zag het direct.

“Dat komt door knarsetanden”, zei hij. “Ik kan je een bitje geven.”

Hij sleep de scherpe rand wat bij en maakte een afdruk van mijn tanden. De volgende keer had hij een glad, doorzichtig hoesje voor me, dat precies over mijn bovenkaak heen paste. Ik kreeg flashbacks van mijn middelbareschooltijd, waarin ik een onooglijke beugel droeg, maar ik moest wat. Dit gebit had al behoorlijk wat gekost om het mooi te houden. Ik nam het mee naar huis en hoopte op betere nachten slaap.

Leren ontspannen

Wat bleek: ik knarsetandde inderdaad, en niet zo’n beetje ook. Ik kauwde binnen no-time door het plastic heen. Wie verzint dan ook zoiets? Slap ding. Ondertussen kon ik ook steeds moeilijker eten door de pijn in mijn kaken. Dit schoot natuurlijk niet op zo. Terug naar de tandarts.

“Tja, tja, tja…” zei hij, op zijn karakteristieke manier. Hij keek me aan met een moeilijke blik. “Ik kan je een dikker bitje geven, zo’n groot ding, maar dat zit echt niet lekker. Mensen dragen ‘m meestal niet, omdat ze er niet goed mee kunnen slapen.” Ik betwijfelde of dat voor mij zou gelden, want alles beter dan dit. Toen voegde hij eraan toe. “En ze zijn behoorlijk duur.” Hm. Geld over, dat had ik niet echt.

“Misschien,” zei hij toen, “moet je eens leren ontspannen. Probeer iets van yoga ofzo, of meditatie.”

YOGA?! Dat vond ik destijds echt VEEL te zweverig. Daar was ik duidelijk te stoer voor. (En zie daar gelijk mijn probleem, uiteraard.) Maar de nood was hoog. Ik kon alleen nog stamppot, smoothies en boterhammen zonder korst eten en ik wilde liever niet nog meer van mijn voortanden kwijtraken. Dus ik ging op zoek naar een vorm van ‘ontspanning’ die ‘stoer’ genoeg was. Zen – met de zwarte gewaden, het hardcore zitten en de leraren die nooit gewoon antwoord gaven als je een vraag stelde – kwam nog het meeste in de buurt.

Als een druppel op een steen holde het mijn hardheid uit, verraderlijk onzichtbaar, tot ik niet meer terug kon.

En zo begon mijn boeddhistische pad. Dat niet bleek te zijn wat ik dacht dat het zou zijn. Maar daar kwam ik pas achter toen ik er kniediep in zat. Als een druppel op een steen holde het mijn hardheid uit, verraderlijk onzichtbaar, tot ik niet meer terug kon. Een geluk bij een ongeluk.

Dorpshuisarts

Wat ik er meestal niet bij vertel is hoe ik destijds ook bij de dorpshuisarts terechtkwam om mijn kaken te leren ontspannen. Daar deed ik mijn eerste geleide ontspanningsoefening, liggend op een behandeltafel in een kamer met gedimde lichten. De praktijkbegeleider praatte me erdoorheen. Om onduidelijke redenen kwam bij mij de onbedwingbare neiging op om in de lach te schieten. Echt bijna ondoenlijk, zo grappig vond ik het, ook al was er niets grappigs aan. Ik schaamde me kapot. Het leek me zo onbeleefd de sessie te onderbreken om even flink de slappe lach te hebben, dat ik me twintig tergende minuten lang heb liggen inhouden.

“Je was nog behoorlijk gespannen hè”, zei ze achteraf. Ik knikte maar. Haar adviezen over hoe je je tong tegen je gehemelte kon duwen om je kaakspieren te ontspannen, daar had ik meer aan.

Het duurde uiteindelijk wel een jaar voor ik weer zonder pijn kon eten. En eerlijk? Leuk en nuttig hoor, al die mindfulness- en ontspanningsoefeningen, maar wat waarschijnlijk nog het meeste heeft geholpen, was dat ik in de tussentijd een huis en een baan had gevonden.


Lees ook de eerdere afleveringen van ‘Heb je wel eens aan mindfulness gedacht?’

Bodhi heeft jouw steun nodig!

Word vandaag nog donateur.

Ik wil doneren €19,50 per jaar
buddha (1) Created with Sketch.

Omslagafbeelding: John O’Boyle, via Flickr, 2022Rugers.