Het charmante boek van Miriam Evers, getiteld De Japanse wijsheid van Ma, op zoek naar leegte in een volle wereld, kent een frappante overeenkomst met het klassieke en minstens even charmante boek over het taoïstische Wu Wei uit 1895 van Henri Borel (1869-1933): een boekje waarin ik nooit uitgelezen raak en waarop ik steeds weer terugval als het gaat om vrij zijn. Het gaat in beide boeken om een lofzang op het vanzelf-gaan, wat ontstaat als je niet je hele leven volplempt.
Borel doelde vooral op volplempen met ego en willen. Evers gaat het veel meer om het volplempen met doen en moeten. In beide gevallen pleiten de auteurs ervoor het gewone zijn in ons leven meer toe te laten, zodat we veel beter de stroom van de werkelijkheid kunnen ervaren. Want die reikt je altijd aan wat belangrijk voor je is.
De werkelijkheid reikt je altijd aan wat belangrijk voor je is.
Evers schrijft er zelf nauwelijks over, maar ik vraag me af of ook ma Chinese en met name taoïstische wortels heeft? Ze zegt wel dat ze in omschrijvingen van ma “steeds weer” een vers uit de Daodejing tegenkomt. Dat handelt over de essentie van de ruimte tussen de spaken van een wiel: leegte. De Daodejing wordt toegeschreven aan Laozi die aan de wieg van het taoïsme stond. Leegte is dan ook een begrip dat, als de oergrond van ma, steeds terugkeert in het boek van Evers. Leegte is ook een bekend begrip in het mahayana boeddhisme (zen – en Tibetaans boeddhisme). Daarin spreekt de hartsoetra van vorm is leegte en leegte is vorm. Maar die kant gaat Evers niet op.
Evers is gegrepen door de tussenruimte tussen verschijnselen. De ruimte tussen woorden, noten, mensen, gebeurtenissen, of de keien in een zentuin. Ruimte die in haar beleving leegte is, geen loze leegte maar een scheppende en levende leegte. Zo hopt ze in haar boek van het ene vorm-veld naar het andere en maakt steeds opnieuw duidelijk dat daartussen, in die bijzondere tussenruimte, de geboorte van iets nieuws kan optreden. Ma houdt je niet alleen op de been, het is de onmisbare vernieuwer in ons leven. En dat aspect mag vooral niet genegeerd of verloochend worden. Want als je dat doet, dreigt een burn-out.
Evers gaat dus niet zover dat ze leegte vorm noemt en omgekeerd. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Haar benadering is dat ma, ook voor mensen, onmisbare tussenruimte is tussen het één en het ander. Zo krijgt de rustpauze een scheppende kracht. Maar alleen als wij ons de functie van de overgang bewust zijn. Want al eeuwenlang worstelt de mens met een te vol leven, schrijft ze in navolging van Ignaas Devisch in diens boek Rusteloosheid. Evers noemt de boodschap van ma “Universeel. En daarmee misschien wel urgenter dan ooit.”
Ze heeft het dan over loslaten en ontvankelijkheid en over “het weten tot leven brengen” en natuurlijk vooral hoe ma je daarbij kan helpen. Want één ding is zeker: Ook Miriam Evers probeert, net als Borel, de lezer ertoe te brengen om -ballast en brein zo goed en zo kwaad mogelijk loslatend – zich over te geven aan het leven zoals het is. Daarin steeds opnieuw het wonder zien, dat is de kwintessens.
Wie het verborgen mysterie van het alledaagse ontdekt, mag zich een gelukkig mens prijzen.
Terwijl ik dit stukje schrijf, vraag ik me af of de ‘thuisloosheid’ waartoe de zenmonnik zich bekent, niet hetzelfde beoogt als wat Evers ons voorhoudt? In die zin zou elke zenbeoefenaar diens voordeel kunnen doen met dit boek, dat ook allerlei oefeningen bevat. Het is, zonder dat ze dit zo expliciet zegt, ook een ode aan vergankelijkheid, de vanzelf-beweging van het leven, met ontstaan en vergaan als onvermijdelijke verschijnselen van oneindige voortgang.
De rust en de stilte in je hoofd waaruit het ma-besef voortkomt, is er altijd, zegt Evers in navolging van Alain Corbin (A History of Silence). “Soms moet iemand het gewoon een keer tegen je zeggen – en dan pas zie je het.” Dat is een mooi inzicht. En ook is ma een voorwaarde om contact te maken met je hart. Laten we zeggen je hart-geest om een bruggetje te leggen naar het recente, ook op dit platform besproken boek van Michel Dijkstra. Ook deze Japan-kenner en filosoof wordt trouwens royaal geciteerd in Evers boek.
Ik besluit deze bespreking met twee citaten, een van Henri Borel en een van Miriam Evers, die wonderlijk in elkaars verlengde liggen: “Als gij maar eerst vrij zijt van al uwen schijn, van al uwe begeerten en verlangens, dan zult gij vanzelfgaan.” (Borel) “Ma maakt ons niet meer perfect, maar wel meer aanwezig. Meer afgestemd. Meer mens. En ik geloof oprecht dat dat precies is wat de wereld nu nodig heeft.” (Evers)
Miriam Evers. De Japanse wijsheid van Ma, op zoek naar leegte in een volle wereld.
Uitgeverij Samsara Amsterdam 2025
ISBN 9789493394322, gebonden 240 pagina’s
Omslagafbeelding: De zentuin van Ryoanji, één van de plekken waar auteur Miriam Evers ma ervaarde. Foto: uitsnede van Alex Brown, World History Encyclopedia.