perfectie-in-het-boeddhisme

Leonie Drost over dzogchen: “Het is net een wasprogramma dat je doorloopt”

Leonie Drost wilde altijd analyseren en begrijpen. Dat lukte niet in haar meditatiepraktijk. “Ik word gedwongen me te verbinden met mijn hart.”

Zeg boeddhisme of de Boeddha en we denken al snel aan ‘verlichting’. Maar wat is verlichting precies? En hoe zien moderne beoefenaars binnen het boeddhisme dit? Jolanda Breur vraagt het verslavingszorgpsycholoog. Dit is deel 9 in een serie.


“Het kwam vanuit het niets. Ik was in gesprek met iemand en plotseling ervaarde ik kalmte, alsof de tijd stil stond. Ik viel niet meer samen met mijn gedachten. Toen ik daarna over straat liep, leek het alsof ik mijn omgeving helderder zag en de zorgen die ik even daarvoor nog had, leken niet meer relevant. Ik voelde me verbonden met alles om me heen, onderdeel van een groter geheel.

Perfectie. Op dat woord googelde ik de volgende dag samen met het begrip boeddhisme.

perfectie in het boeddhismeIk kwam uit bij Dzogchen, een boeddhistische stroming uit Tibet die grote perfectie betekent. Een paar maanden later zag ik in een restaurant een folder liggen over een Dzogchen-retraite. Enkele dagen daarna kwam ik dezelfde folder tegen in een café. Ik had geen idee wat het inhield, maar besloot te gaan. Op de retraite waren veel dingen vreemd, zoals de leraar en woorden van gebeden die ik niet kende. Toch zong ik mee en ik voelde het effect ervan in mijn lichaam. Weer stond de tijd stil en ervaarde ik diezelfde kalmte, evenals een grote vertrouwdheid.

Daarna veranderde veel. Mijn huwelijk liep stuk, ik verhuisde en ging werken. In de retraite had ik toevlucht genomen en me met de leraar verbonden. Ik sloot me aan bij de sangha, een groep die wekelijks bijeenkwam. We mediteerden en luisterden naar de lessen van de zevende Dzogchen Rinpoche. Die eerste periode van beoefening viel niet mee.

Dzogchen kent weinig instructies, maar ik had gelukkig houvast aan mijn leraar.

Mijn zelfbeeld veranderde beetje voor beetje, doordat ik mijn geest beter leerde kennen. Vond ik mezelf eerst nog heel spiritueel en liefdevol, langzamerhand bleek dat irritatie, jaloezie en vooroordelen net zo goed bij me hoorden. Ik plakte ook etiketten op mijn medebeoefenaars en verwachtte steun van ze. Na verloop van tijd begreep ik dat anderen niet verantwoordelijk zijn voor de houvast die ik zocht. Ik wilde me met ze verbinden, maar vond tegelijkertijd van alles van ze. Ik kan er nu om lachen.

Als iemand nu onaardig doet denk ik sneller: wie is er perfect?

Tweet

Dzogchen wordt de snelle route naar verlichting genoemd. Het is net een wasprogramma dat je doorloopt. In hoog tempo kwamen afgelopen vijf jaar patronen aan het licht door triggers die ik tegenkwam in mijn dagelijks leven en de sangha. Ik identificeerde me met de gevoelens die ze opriepen. Daar kon ik toen nog dagen mee bezig zijn. Ik maakte er een enorm ding van, met een heel verhaal eromheen. Tegenwoordig relativeer ik meer. Gevoelens ebben vaak na een half uur al weg, omdat ik ze sneller herken. Soms doet iemand onaardig. Dat riep bij mij boosheid op, omdat ik vond dat diegene aardig moet doen tegen mij. Nu denk ik eerder: wie is er perfect? Zoals mijn puberdochter die wel eens tegen me uitvalt. Ik probeer haar niet meer te overtuigen dat je zo niet hoort te doen. Ik laat haar boos zijn en voel makkelijker compassie.

Ik wilde zaken altijd analyseren en begrijpen, maar met dzogchen lukt dat niet. Alsof mijn geest geblokkeerd is. Het heeft een functie: ik word gedwongen me te verbinden met mijn hart. Een leraar helpt je erbij. Hij is de belichaming van de boeddhanatuur die we allemaal hebben maar niet altijd herkennen. We denken soms dat we nog niet goed genoeg zijn of dat we nog iets moeten, terwijl goed is wat er is. Meditatiebeoefening, gebeden zingen en mantra’s ondersteunen die herkenning.

Zo hebben we een ritueel aan het begin van onze meditaties, we reinigen de kanalen.

We zitten in kleermakerszit met onze ogen open en mond ontspannen, een beetje open. Dan druk je met je linker vuist je op je rechterlies, terwijl je met je rechter wijsvinger je linkerneusgat dichthoudt. Je blaast drie keer uit; gehechtheid. Dan draai je het om en hou je je rechterneusgat dicht en blaas je drie keer uit; boosheid. Dan drie keer door beide neusgaten; onwetendheid.

Ik dacht lang dat wat ik voelde mijn hart was. Pas sinds twee jaar zie ik dat gevoelens onderdeel zijn van een relatieve werkelijkheid. Het ene uur voel je iets anders dan het andere, ze zijn vergankelijk. Daarachter ligt wat we in dzogchen het grote hart noemen, het bewustzijn van eenheid. Als ik dat gewaar ben, ervaar ik rust en stabiliteit, onafhankelijk van externe zaken.

Dat dringt ook door in mijn werk als psycholoog in de verslavingszorg.

Ik heb minder de neiging om dingen op te lossen, maar laat cliënten zien dat ze zich niet hoeven te identificeren met wat er aan gedachten en gevoelens opkomt. Ook niet met hun diagnose, trouwens. Ze denken vaak in goed en fout of dat ze iets moeten veranderen. Natuurlijk is het prima om gedrag aan te passen waar je last van hebt. Maar als ze zeggen dat ze zich somber voelen en ik vraag wat daar mis mee is, dan zie je ze ontspannen. Veel problemen ontstaan uit een gevoel van tekortschieten of niet oké zijn. Bij verslavingen heb je iets van buiten nodig om een vermeend tekort aan te vullen. Als je merkt dat je al compleet bent, zul je minder afhankelijk zijn. Dan grijp je niet meer naar een middel, maar ervaar je de grote perfectie in jezelf.”

Titelbeeld: Dejan Krsmanovic