persoonlijke-groei-boeddhisme

Shoot #3: Hoe kom ik op een hoger plan?

Een Bodhi-lezer vraagt zich af of een groeiproces het gevolg is van bewuste handelingen, of dat het eerder vanzelf ontstaat door geen domme dingen meer doen. Meditatieleraar Tom Hannes denkt dat het voor de helft waar is. "Loslaten kan indrukwekkende gevolgen hebben. Maar het loont ook de moeite om goede dingen te doen. Actief.”

“Kan een mens echt actief iets doen om zichzelf op een hoger plan te brengen?” vraagt de Bodhi-lezer. “Tot voor kort zou ik vurig voor ‘ja’ gepleit hebben, maar recente ontwikkelingen in mijn eigen leven doen me steeds meer geloven dat groei vooral een kwestie is van bepaalde dingen niet meer doen. Is die zogenaamde groei dan misschien slechts een logisch gevolg van wat er aan activiteit overblijft?”

Tom Hannes: “Kan zijn. Maar niet altijd. Stel dat je je tuin wilt sproeien. Maar je houdt de tuinslang gekneld en het water stroomt niet. Volstaat het dan om te stoppen met knijpen? Kan zijn. Maar niet altijd. Als de kraan nog niet opengedraaid is, of de tuinslang is niet aangesloten, dan zal er van sproeien geen sprake zijn.

Met de patronen die ons leven klein en benauwd maken, is dat ook zo. Loslaten kan indrukwekkende gevolgen hebben. Maar het loont ook de moeite om goede dingen te doen. Actief.

Toegegeven, het idee dat ons leven vanzelf ‘hoger’ wordt als we domme dingen loslaten, is heel aantrekkelijk. Zeker in onze tijd. Ons werk is druk. Het verkeer ook. We eisen veel van onze persoonlijke ontwikkeling. Zelfs onze vakanties zijn vaak hectisch. Eventjes ophouden met de race kan al genoeg zijn om te voelen dat ons bestaan een veel grotere ruimte is. Helemaal mee eens.

Onze cultuur is niet de enige die vatbaar is voor een spiritualiteit van niet-doen. In het oude confucianistische China, bijvoorbeeld, was de ideale mens een hardwerkend lid van familie en keizerrijk. De taoïstische denkers gingen daartegen in verzet. Voor hen was het ideaal de ambitieloze vrije vogel, die intuïtief de universele orde in zijn poriën voelde zinderen. ‘Niets-doen’ was dan ook het taoïstische motto bij uitstek.

Wij, moderne westerlingen, houden in onze spiritualiteit ook van dat motto. Maar onze gevoeligheid daarvoor heeft heel eigen culturele wortels. Want ook wij leven in een tweesporen-traditie: we zijn allemaal kinderen van de Verlichting en de Romantiek.

In de 18de eeuw riepen de Verlichte filosofen de moderne mens op om zijn eigen hersenen te gebruiken, in plaats van andermans dogma’s te volgen. Door rationeel en hard te werken kon de mens worden wat hij wilde. Hij kon zelfs de hele maatschappij omvormen tot een utopie. Dat noemen we vandaag Vooruitgang. De Romantische denkers zagen dat heel anders. Al die wetenschap en technologie zou ons natuurlijke contact verbreken met de Kosmische Waarheid, met onze Diepe Authenticiteit. In plaats daarvan zouden we beter sober, intuïtief en spontaan leven. Door de Ware Aard van het Bestaan rechtstreeks te beschouwen. Tijdens een natuurwandeling. Of in een kunstwerk. Die gevoeligheid toont zich nog altijd vaak in ons spirituele denken. En ik denk ze ook te zien in je vraag.

persoonlijke groei in het boeddhisme

Caspar David Friedrich: Zwei Männer in Betrachtung des Mondes, een werk uit de Duitse romantiek, uitdrukking gevend aan het gevoel van “Sehnsucht”. Bron: Wikimedia

Nu is er met die gevoeligheid één klein probleempje. Het valt misschien niet meteen op, maar er schuilt een veronderstelling achter. Een heimelijk dogma zelfs: “Wie talent heeft voor mystiek, ziet rechtstreeks de ware harmonie van het heelal.” In ons feitelijke leven zijn we van onze ware aard afgeweken, door slechte gewoonten en sociale conventies. Daarom zijn we zo druk en ontevreden. Maar neem die hindernissen weg en we zien dat het ons eigenlijk fijn hoort af te gaan. Natuurlijk = spontaan = goddelijk = hemels = verlicht = volmaakt = fijn. Verleidelijk rijtje. Ook onder boeddhisten valt die Romantische redenering vaak te horen. Ik betrap me er zelf ook soms op.

Toch is één van de hoofdredenen waarom ik fan ben van de Boeddha, dat hij niet zo dacht.

Het klinkt als vloeken in de kerk, maar voor de Boeddha bestond er geen essentie van de geest. Hij zag geen diepere waarheid waarin alles goed is. Hij zag ons bestaan als een veld van omstandigheden en oorzaken die op elkaar inwerken. Soms levert dat fijne dingen op, heel vaak onaangename. Dat was voor hem het begin van een mogelijke bevrijdingsweg.

Het is echt net zoals bij de tuinslang. Je kunt wel zeggen dat het de Fundamentele Aard van een tuinslang is om water te spuiten. Maar dat is maar een manier van praten. Er is niets fundamenteels aan die hele slang. Of aan de tuin. Er zijn talloze omstandigheden die maken dat je tuin groen en gezond is of niet. Als je dat begrijpt, wordt het makkelijker om een bijdrage te leveren aan een groene tuin. Dat gaat vlotter dan te wachten tot de Ware Aard van de tuin zich in al haar Fundamentele Groenheid laat zien.

Voor ons ‘diepste zelf’ is dat niet anders. Wij zijn niet iets, we zijn veranderlijke knooppunten van omstandigheden. Er is geen kloof tussen ons feitelijk gedrag nu en één of andere eigenlijke waarheid. We zijn wat we doen. Hier en nu. Telkens opnieuw.

De ervaring van onze ‘nietsigheid’ tot ons laten doordringen kan een grote opluchting zijn. Maar daarmee is de kous niet af. Want deze visie betekent ook dat ons leven onvermijdelijk onafgewerkt is. Hoe verlicht je ook bent, het veld van oorzaken en gevolgen blijft aan de gang. Zolang je leeft, zaaien elke daad, elk woord en zelfs elke gedachte hun gevolgen in jouw bestaan en dat van je omgeving.

Dus ja, als we ophouden onze negatieve patronen te versterken, door ze op te geven, dan verzwakt hun kracht inderdaad vanzelf. En dat voelt heerlijk. Maar zo maken we maar voor de helft gebruik van wat in ons bestaan mogelijk is. De andere helft bestaat uit wijze dingen wel doen. Actief. Als een praktijk. En ze te herhalen. Steeds opnieuw. Zo wordt onze wijsheid krachtiger. En gemakkelijker ook. Het zou jammer zijn om geen gebruik te maken van de kracht van het positieve. Want die bestaat. Het veld van oorzaken en gevolgen maakt dat mogelijk. Het is aan ons om het te gebruiken. Het zal goed zijn voor de hele wereldtuin als we dat ook werkelijk doen.”