Onlangs nam ik deel aan de eerste ‘Stilte voor de wereld’-sessie in Antwerpen. Met een dertigtal mensen zaten we drie keer een kwartier in stilte op het Operaplein. Zonder slogans of vlaggen. Enkel een bord met daarop ‘stilte voor de wereld’. Gelijkaardige acties worden in steeds meer steden georganiseerd. Net als de meeste aanwezige boeddhisten zat ik in meditatie. Maar deze keer legde ik mijn handen niet in de gebruikelijke houding. Ik merkte dat ik wel eens wilde voelen wat het met me deed als ik in de zogenaamde bhumisparsa-houding zat: met de vingertoppen van mijn rechterhand de aarde rakend.
De bhumisparsa, ‘het aanraken van de aarde’, is de meest afgebeelde houding van de Boeddha. Het verwijst naar een legende over de zoektocht van de jonge Boeddha naar verlichting. Hij had zich onder een boom gezet om te mediteren, en Mara, de verpersoonlijking van de verleiding, kwam hem treiteren. Hij wees de Boeddha erop dat die, ondanks zijn poging om onthecht te raken, zich toch maar mooi een zitplekje had toegeëigend. Als hij echt onthecht wilde zijn, argumenteerde Mara, moest hij dat plekje aan hem afstaan en elders gaan zitten.
Vrij snel werd duidelijk dat mijn bhumisparsa in heel wat opzichten iets heel anders betekende dan die van de legende.
In alle eerlijkheid, daar was ik daar in het begin niet zo zeker van. Het was een experiment. Maar vrij snel werd duidelijk dat mijn bhumisparsa in heel wat opzichten iets heel anders betekende dan die van de legende. Ik zat er vanzelfsprekend niet om de aardegodin op te roepen als getuige voor mijn onberispelijk gedrag. Ik zat er eerder om zelf te getuigen dat het niet goed gaat met de aarde. En dat we donders goed weten dat dit komt door het abominabele gedrag van de mensheid. Vooral de rijke delen van de mensheid.
Er volgde geen tsunami die alle afleidingen wegspoelde. De tsunami’s die in mijn geest opdoken waren van een andere orde: vlagen van het besef over de klimaatverandering, de implosie van biodiversiteit, extreme milieuverontreiniging, de toenemende kloof tussen arm en rijk en hoe die tot een akelig populisme leidt. Politieke polarisering, genocides die nauwelijks onze aandacht krijgen, een verpulvering van ons gemeenschapsgevoel waar alleen dictators garen bij spinnen, en een dwingende technologische omgeving in handen van puberale miljardairs.
Daarin bleek ik niet de enige te zijn in de gesprekken tussen en na de stiltemomenten. De tsunami’s die ons op dat plein raakten waren golven van ontzetting, treurnis, rouw, wanhoop, huiver bij wat er gaande is, en huiver dat hier zo ontzettend weinig aan gedaan lijkt te worden, alsof niemand het echt wat kan schelen. Wat kunnen we hieraan doen? Wat betekent het in deze om een goed mens te willen zijn?

Zo zittend, terwijl mijn vingertoppen grond van het plein aanraakten, gingen ongeveer alle zenclichés aan flarden. We zaten daar niet om alles te aanvaarden en zo verlicht te worden. We zaten er om te getuigen dat we de wantoestanden niet kunnen of mogen aanvaarden. Het was de stilte van verzet. Een eerste stille stap om verandering te vragen.
We zaten er om te getuigen dat we de wantoestanden niet kunnen of mogen aanvaarden.
Was ik met die grondig andere interpretatie van de bhumisparsa nu onrespectvol tegenover de traditie? Mogelijk wel. Maar het voelde niet zo. Ik wist dat de legende van de aardegodin een veel latere toevoeging was aan de boeddhistische tradities, om het verlichtingsverhaal van de Boeddha beter te doen passen bij het Aziatisch animisme dat toen nog erg levendig was. Een beetje zoals in Europa de vroegste kerkgebouwen heidense figuurtjes verwerkten, omdat mensen er toch in bleven geloven.
In onze radicaal veranderende tijden, hoeft het geen gebrek aan respect te zijn om een andere soort van bhumisparsa-meditatie te beoefenen. Een meditatie waarin we niet zozeer de Aarde aanraken, maar onze bereidheid uitdrukken om beter en waardiger geraakt te worden door de wereld. Niet alleen. Samen. Omdat we een grond delen.
Omslagafbeelding: De Boeddha in bhumisparsa-houding. 10e/11e eeuw, Indian Museum Kolkata. Uitsnede. Foto: Biswarup Ganguly, WikimediaCommons.