1620-Broken bike by Hildgrim via Flickr

Boeddha aan de keukentafel: over lenen

Spullen uitlenen, dat is iets waar Evelien Otto al haar hele leven moeite mee heeft. Vooral als ze niet of beschadigd terugkomen. Wat zei de Boeddha hier eigenlijk over? Valt lenen onder het boeddhistische ideaal van vrijgevigheid?

Serie: Boeddha aan de keukentafel

In de serie: ‘Boeddha aan de keukentafel’ onderzoekt Evelien Otto hoe boeddhistische inzichten haar kunnen helpen bij alledaagse levensvragen: pragmatisch op z’n tijd en diepgaand als dat nodig is. In aflevering 1 vraagt ze Theravadamonnik en leraar Sander Khemadhammo om raad met betrekking tot het fenomeen ‘lenen’.


Een gunst

“Schàhàt…?”
“Jáhaaa…”

Iets te vaak had ik last van lenen, werden mijn spullen niet of kapot geretourneerd.

Tweet
Deze twee woorden vormen in mijn relatie de start van elke gunst: iets lenen – spullen of tijd. Met de intonatie van het liefdevol vragende ‘schat’ is mijn systeem direct op haar hoede. Welke impact heeft zijn vraag op mij? Op mijn agenda, op mijn eigendommen? Iets te vaak had ik last van lenen, werden mijn spullen niet of kapot geretourneerd. Dat kroop langzaam in mijn poriën en tot op de dag van vandaag schuurt het. Bieden boeddhistische inzichten soelaas voor dit soort etterende wondjes?

Mijn ervaringen met lenen

In 1981 werd ik, op de drempel van de middelbare school, de trotse eigenaresse van een Batavus met versnellingen. Drie hele versnellingen. Man, wat was ik trots. Zeker omdat ik de helft zelf bij elkaar had gespaard. Mijn vader en ik haalden het stalen ros op bij de plaatselijke fietsenhandel en ik had hem nog niet op slot gezet of mijn broertje vroeg: “Zùhus, mag ik een rondje?” Ik wilde het niet, haalde adem om nee te zeggen en keek naar mijn moeder. Haar blik verraadde de reactie voordat de drie voorgenomen letters uit mijn keel konden stromen: doe nou niet zo flauw. Ik zei: “Ja, als je voorzichtig doet.” De volgende ochtend stond mijn fiets weer bij de fietsenmaker: verbogen voorvork. Broerlief had hem in volle vaart tegen onze schuurmuur geparkeerd.

auto lenen

Evelien in haar nieuwe auto.

In 1989 verhuisde ik. Mijn vader reed, met een boedelbak vol, naar mijn eerste studentenkamer. Met die verhuizing begonnen ook de ergernissen. Zo is er het melkakkefietje. Na een drukke studiedag wilde ik een lekker kerriesausje met melk maken voor over de rijst: melk op. Notabene het pak dat ik de dag ervoor kocht en waar ik levensgroot mijn naam op had gekalkt. Ook belden er mensen die de telefoontikken op mijn naam schreven: “Eehéef, dat vind je wel goed, toch? Ik zit deze maand even krap.” Ik kreeg een hekel aan gunsten verlenen en wapende me tegen de onrechtvaardige invulling van het mijn en dijn.

Tussen 2012 en 2014 haalden drie pubers hun rijbewijs. De auto van pappie was te luxe. “Màham, mogen we vanavond de jouwe mee?” Ik zag blikken als die van mijn moeder in 1981. En oh, wat vond ik het moeilijk om nee te zeggen. En om ja te zeggen. Er spoten adrenaline-achtige stofjes door mijn aderen die ik niet kon weerhouden. En pas toen mijn fijne bolide heelhuids op de oprit stond, uren na middernacht, viel ik in slaap. Natuurlijk ook omdat ik wist dat de kinderen veilig thuis waren.

Ontbijtbordjes

Nu, anno 2022, staan er twaalf ontbijtbordjes en aluminiumfolie op het aanrecht, klaar om mee te nemen naar ‘de zaak’. Manlief heeft het nodig en ik kan alleen maar denken: als je het straks maar weer heelhuids retourneert. En… nu moet ík weer nieuwe alufolie halen. Zorg voor je eigen shit.

Dat is toch geen moeite, Evelien? Maar ik vind van wel. Telkens als iemand mij een gunst vraagt gaan er alarmbellen rinkelen. Te beginnen met de vraag: waarom moet ik dat doen? Lekker makkelijk, dat uitbesteden. Waarom zorg je niet voor je eigen fiets, melk of aluminiumfolie?

Je intentie telt

broeder Sander

broeder Sander Khemadhammo

“Lenen vergeet je snel,” zegt Luang Phi Luang Phi is Thais voor ‘broeder’ en wordt afgekort met LP. Sander. Hij is boeddhistisch monnik en leraar binnen de Theravadatraditie en één van de vaste bewoners van het Thaise Dhammakaya klooster in Afferden (Gelderland). “Je moet op goede voet staan met iemand om iets te lenen en zorgvuldig omgaan met het geleende. Dat is in de kloosterdiscipline van belang. Het gaat hier om erkentelijkheid; elkaar kennen maakt dat je elkaars spullen ook netter behandelt,” aldus broeder Sander.

“Een vrager is meestal niet geliefd, volgens de Boeddha. In boeddhistische teksten staat ook een passage die zegt: geef aan diegenen die geven, niet aan degenen die niet geven. Behalve als mensen in nood zijn, geef dan altijd. Je goede intentie telt,” vervolgt Sander. “Deze raadgeving stamt uit de Dhammapada, het boek met 423 verzen van de Boeddha. Er bestaat een Engels, archaïsch, verhaal dat alle tien de raadgevingen beschrijft. En in een Nederlandse samenvatting 1. Brengt het vuur binnen niet naar buiten
2. Breng het vuur buiten niet naar binnen
3. Geef alleen aan die geven
4. Geef niet aan die niet geven
5. Geef zowel aan die geven en die niet geven
6. Ga gelukkig zitten
7. Eet gelukkig
8. Slaap gelukkig
9. Zorg voor de haard
10. Eer de deva’s in huis
vind je de geef-raadgeving terug. Sander legt het in deze Q&A video nog eens uit.

Mijn broer was niet in nood. En mijn moeder bepaalde het antwoord. Dat ik de fiets uitleende, was niet mijn intentie. Die intentie mag ik nu, in mijn volwassen leven, zelf bepalen en daarbij kan meditatie me helpen. Om bewuster na te denken over een leenvraag, over de implicaties en over de afspraak die ik met de lener maak. Is degene aan wie ik leen betrouwbaar? Kan ik met deze uitleenafspraak nog voor mezelf staan? Als het antwoord ja is, dan is het goed.

Geven en lenen is niet hetzelfde

Geven is iets anders dan lenen, volgens broeder Sander: “Leners moeten misschien leren om op eigen benen te staan,” oppert de monnik. Interessant. Dat is precies wat ik voel als me voor de zoveelste keer iets gevraagd wordt wat een ander ook zelf kan doen. “Lenen is minder krachtig dan een gift. En dat is waarom de paramita Door jezelf te bekwamen in bepaalde paramita’s of parami, wat staat voor deugden of perfecties, word je een beter mens. Letterlijk betekent param – ita: naar de overkant gaan – de andere kant van de oever bereiken; daar waar verlichting/nirvana is. In het Theravadaboeddhisme worden 10 parami’s gebruikt, waarvan vrijgevigheid (dana) de belangrijkste is. vrijgevigheid hier niet helemaal van toepassing is,” vindt broeder Sander.

Uiteindelijk is jouw goede intentie wat telt. Dat je handeling oprecht en doordacht is.

Tweet
Hij vertelt openhartig over zijn ervaring met uitlenen van geld. “Ik leende een persoon €100,- en hij kwam terug voor meer. Ik zei nee, en bood hem een andere uitweg. Zo nodigde ik de persoon in kwestie uit in de tempel voor gesprek en meditatie. Ik wilde hem helpen, maar hij kwam nooit opdagen.”

Sander: “Uiteindelijk is jouw goede intentie wat telt. Dat je handeling oprecht en doordacht is.” Nee zeggen kan dus hard lijken maar is vooral wijs als je weet dat je al voldoende hebt gedaan.

Een spinnewiel aan emoties en gedachten

lenen spinnewielZittend op een rood meditatiekussen, met mijn leengeschiedenis op schoot, vormen alle woorden die Sander me gaf een cirkel. Oorzaak en gevolg draaien als een spinnewiel rond. De wol ruikt én naar egocentrisme, eigenbelang én naar zelfzorg, grenzen bewaken. ‘Gevolgen’, is het woord dat mij aanstaart. Ik heb al een flinke draad gesponnen. In mijn buik voel ik het: ik heb geen zin in de gevolgen die een ander me aandoet met zijn gedrag na het lenen. Door mijn broers roekeloosheid moest ik op mijn oude barrel naar de introductiedag van de middelbare. Waarom houdt niemand rekening met mij? Met het feit dat ik heel zuinig ben op mijn auto, bijvoorbeeld, omdat ik die hard nodig heb als gescheiden moeder met kinderen op school in een andere stad. De emoties cirkelen mee met de wol; de draad kronkelt boosheid en bevat bulten verdriet en pluizen ergernis. Soms breekt ie.

Boeddhisten weten op welke pijlers het ‘juiste’ leven stoelt: ethiek, meditatie en wijsheid. Ze oefenen eindeloos en gebruiken elkaar en de leraar als spiegel om voor zichzelf en de wereld ‘het goede’ te zijn en doen. Zelf deed ik vaak iets voor de ander, maar kreeg er vooral deining voor terug: hmmm.

Inzicht

Dat ga ik dus anders doen in het vervolg. Tijdens mijn gesprek met broeder Sander voel ik de waarheid als een warme ballon in mijn buik liggen. Als iemand mij morgen vraagt of hij iets van mij mag lenen, spullen of tijd, zal ik eerst stilstaan:

> Is deze persoon in nood?

> Kan ik het gevraagde met inachtneming van mijn eigen waarden uitlenen?

> Wat is mijn relatie met deze persoon en welke afspraken kan ik het beste maken? Of is het beter een andere uitweg aan te bieden?

“Schàhàt…? Wil je de ontbijtbordjes nog even mee terug nemen uit de zaak?“ vraag ik drie weken later aan manlief. “Tuurlijk,” is zijn antwoord. Hij heeft geen idee wat er zich in mij heeft afgespeeld. Ik ga hem dit artikel mailen, denk ik.


Meer informatie


De omslagfoto ‘Broken Bike’ is gemaakt door Hildgrim, via Flickr.
De foto van het spinnewiel is gemaakt door Brian Holland, via Flickr.