Doneer
1620-pexels-shvets-production-8415753

Compassie en consent: als goedbedoelde hulp ongewenst is

Als gevolg van een heftige beenbreuk ondervond Bay aan den lijve hoe het is om beperkt door de wereld te bewegen. En vooral: hoe het voelt wanneer anderen denken te weten wat goed voor je is.

Ik brak mijn been. Aanvankelijk dachten zowel de fysiotherapeut als de huisarts dat het om overbelaste spieren ging. Daardoor strompelde ik onbewust eerst twee maanden rond met steeds meer pijn. Na de juiste diagnose moest ik lang in het gips: 13,5 week in totaal, waarvan de eerste acht weken zonder enige vorm van belasting.

Hoe het voelt om op één been te moeten leunen en het andere continu omhoog te houden, is moeilijk uit te leggen als je dat nog nooit hebt meegemaakt. Toen ik me noodgedwongen op de wc-bril liet vallen in plaats van gewoon te gaan zitten, besefte ik hoe kwetsbaar ik plotseling was geworden (en met mij de wc-bril). De situatie liet me abrupt anders naar mijn wereld kijken.

Thuis versus de buitenwereld

Oplossingsgericht als ik ben, had ik direct hulpmiddelen geregeld. De rolstoel en rollator van mijn overleden moeder brachten uitkomst. De rollator gebruikte ik in huis. Ik kon erop zitten, gooide al mijn spulletjes in het mandje en bewoog me met behulp van mijn gezonde been al rollend door de woonkamer.

Mijn gewonde been stak als een torpedo vooruit.

De rolstoel was een ander verhaal. Ik kocht een plank om mijn been omhoog te houden en ontdekte dat het lastig was om al zittend over drempeltjes heen te komen. Het was midden in de winter, koud en glad. Mijn gewonde been stak als een torpedo vooruit en ik woon in heuvelachtig gebied.

Toch forceerde ik mezelf iedere dag naar buiten. Frisse lucht, mijn blikveld verruimen. Ik was blij dat dit me zelfstandig lukte, ook al kwam ik niet veel verder dan 200 meter.

Acuut ervoer ik wat rolstoelgebonden mensen dagelijks meemaken. Straten zijn niet plat, ze lopen aan de zijkanten af om het water naar de goten af te voeren. Heel handig, maar als de trottoirs ook niet breed genoeg zijn, rest je niets anders dan midden op de weg rijden, met alle gevaren van dien.

In een rolstoel zit je een stuk lager dan de mensen om je heen. Gevolg: auto’s zien je niet goed. Fietsers knallen met ongelooflijke snelheid langs je heen. Zomaar een bocht omgaan is levensgevaarlijk. Iedereen lijkt haast te hebben.

Het eerste incident

Inmiddels had ik mijn tijdelijke lot wel geaccepteerd. Wat kon ik anders? Op een van mijn dagelijkse rondjes rustte ik even uit op een stoep langs een drukke weg. De weg liep omhoog en mijn armen waren verzuurd. Ik genoot van de inspanning, van het uitrusten en was trots op mezelf.

Ineens kwam ik weer in beweging. Huh?

Zonder dat ik het had gemerkt, waren er twee mensen achter me verschenen. Een man begon me te duwen: “Zo, ik zal je eens even helpen!”

Ik was verbouwereerd. Waarom bemoeide iemand zich met mijn momentje? Naar mijn gevoel zag ik er niet hulpeloos of treurig uit. Het was vriendelijk bedoeld, dat kon ik zien aan zijn gezicht, maar toch schrok ik. Mijn tempo, mijn richting, mijn keuze: het lag ineens in iemand anders’ handen.

Ik maakte een beetje een zure grap: “Bedankt hè, ik vroeg er niet om, maar oké, ik ben toch weer een stukje verder.”

De man lachte, zwaaide en liep door.

Het tweede incident

Een paar dagen later ging ik met mijn gezin naar een natuurspeeltuin met brede paden. Mijn kinderen zwaaiden en riepen – het was de eerste keer in weken dat papa mee naar buiten was. Het was helder zonnig winterweer en ik genoot met volle teugen.

Ik had zin in een flink stuk rollen op lekker tempo, omdat ik deze keer niet te maken had met heuvelachtige wegen. Ik bleef even staan om naar mijn oudste te kijken die in een klimrek hing, en bewoog mijn armen langs de wielen om erheen te rijden.

Plotsklaps gebeurde het weer! Ineens schoot ik vooruit, mijn wiel bleef hangen achter een rooster en ik vloog een beetje omhoog. “Oh, sorry hoor, ik wilde je even helpen! Wacht maar, ik duw je verder!” hoorde ik een mannenstem zeggen.

“Ik wil naar mijn kinderen,” zei ik, “niet daarheen.”

“Je bent er bijna,” zei de man, “kijk eens, ik zal je even op die weg daar neerzetten.”

Ik wil daarheen!

“Ik wil daarheen,” wees ik, “naar mijn kínderen!” Ik zwaaide intussen naar mijn oudste die nog steeds ondersteboven hangend “Papa, papa, kom nou!” riep.

“Graag gedaan hè!” zei de man en hij liep vrolijk lachend met zijn eigen dochter door.

Ik riep hem achterna: “Ik wil naar mijn kinderen en nu sta ik hier. Daar vroeg ik niet om!”

Hij keek om, zwaaide en liep verder.

Nu was ik echt verbouwereerd. Ik had twee keer aangegeven dat ik een andere kant op wilde en werd gewoon niet gehoord.
Ik moest er even van bijkomen.
Goedbedoeld, maar…

consent compassie rolstoel hulp
Bay aan de rol. Eigen foto.

Is ongevraagde hulp een vorm van compassie?

Weer thuis, met genoeg tijd om na te denken, rees bij mij de vraag: valt het helpen van mijn ‘duwers’ onder compassie? Veel mensen zullen zeggen van wel.

Toen ik dit voorval besprak in een gezelschap waarin ook iemand zat met vergelijkbare ervaringen, vond die persoon dat ik gewoon blij moest zijn met de aardige acties. Zij deelde dat het haar ook was overkomen en dat zij zelfs een behoorlijk eind de verkeerde kant op was geduwd. Dat had zij als aardig (en grappig) ervaren.

Ik herkende me daar niet in. Ik had in geen van beide gevallen om hulp gevraagd en genoot juist van mijn eigen ruimte, autonomie en vooral van het doorzetten om echt naar buiten te gaan.

Op zoek naar vergelijkbare ervaringen online, stuitte ik op het verhaal van andere rolstoelgebruikers op wijrollen.nl. Daaruit bleek dat dit geen geïsoleerde ervaring is: mensen die ongevraagd boodschappen inpakken in de supermarkt, gewichten opruimen in de sportschool, of zelfs iemand met rolstoel en al optillen.

Sommige verhalen gingen nog verder dan wat ik had meegemaakt. Een rolstoelgebruiker beschreef hoe “ik een keer over mijn hoofd werd geaaid, dat was heel ongepast. Door mijn snelle reactie kon ik een sierlijke beweging maken met mijn armen om de hand uit mijn persoonlijke ruimte te verwijderen.” Het illustreert hoe mensen soms vergeten dat iemand in een rolstoel nog steeds een volwassen persoon is.

Soms reageren mensen zelfs beledigd wanneer hun hulp wordt afgewezen. Zoals een ervaren rolstoelgebruiker het uitdrukte: “De ander realiseert zich niet dat ik vaak hulp krijg aangeboden, ook ongevraagd en ongewenst.”

Wat is compassie?

Compassie is meer dan alleen medelijden of medeleven. Het is een diepgaand begrip van de pijn van een ander, gecombineerd met de wens om deze pijn te verlichten. Het vereist een actieve betrokkenheid bij de emotionele ervaringen van anderen en een verlangen om actie te ondernemen om te helpen.

Compassie heeft vier componenten:
– Bewustwording van lijden – het herkennen van emotionele of fysieke pijn.
– Verbondenheid – beseffen dat lijden iets is wat ons allemaal kan overkomen.
– Empathische respons – een echo van andermans pijn voelen.
– Actie – iets doen om dat lijden te verlichten.

Mijn ‘duwers’ herkenden deze componenten waarschijnlijk: ze zagen mijn gebroken been (bewustwording), voelden zich verbonden (dat had mij ook kunnen overkomen), en ervaarden misschien zelf ongemak bij mijn situatie (empathische respons). Hun oplossing? Zonder te vragen meteen helpen (actie).

Maar hier wringt de schoen: mijn hulpeloosheid of lijden bestond voornamelijk in hun hoofd, niet in het mijne op dat moment.

Paternalistische hulp

Ik kreeg te maken met wat in de gezondheidszorg ‘paternalistische hulp’ heet: hulp bieden vanuit de overtuiging dat jij beter weet wat goed is voor de ander, zonder echt te luisteren of te vragen.

De helper neemt beslissingen en handelt voor de ander 'omdat het voor hun eigen bestwil is'.

Het woord ‘paternalistisch’ verwijst naar een ouder-kindachtige houding: de helper neemt beslissingen en handelt voor de ander “omdat het voor hun eigen bestwil is”. Ook als het goed bedoeld is, kan dat de autonomie van de ontvanger ondermijnen en ongelijkwaardigheid versterken.

Paternalisme draait om het beperken van iemands vrijheid met de overtuiging dat dit in diens belang is. In mijn geval raakte het aan ‘sterk paternalisme’: handelen tegen iemands uitdrukkelijke wil, terwijl die persoon wel wilsbekwaam is.

Compassievolle afstemming

Bestaat er zoiets als consent als het om compassie gaat? Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het is eigenlijk simpel: eerst vragen of je hulp mag geven, voordat je handelt. Want zelfs de warmste vorm van compassie kan onprettig worden als je over iemands grenzen heen walst.

Ik vond het enigszins schokkend dat ik in zes weken tijd al zo sterk ervaarde wat mensen die continu beperkt zijn elke dag moeten meemaken.

Interessant genoeg blijkt uit de ervaringen van andere rolstoelgebruikers dat er generatieverschillen zijn in hulpgedrag. Een roller merkte op: “Ik merk dat jongeren goed reageren op het feit dat ik in een rolstoel zit. Bij hen lijkt er meer bewustwording te zijn, zij vragen het eerst voordat zij iets doen.”

Laten we wel zijn: mijn ‘lijden’ was niet van dien aard dat ik in grote problemen zou komen zonder hulp. Dit gaat over iets heel anders dan acuut lijden waarbij onherstelbare schade dreigt. Het gaat om respect voor autonomie in alledaagse situaties: om behandeld te worden “als een volwassen persoon die toevallig in een rolstoel zit.”

Hoe het wel kan

Deze zomer was ik aan het strand. Er was een geul ontstaan tussen de zee en het strand waarin het water steeds hoger kwam te staan. Toen ik terugliep vanuit de zee en door die geul moest, kwam me een oudere dame tegemoet die met kleine, voorzichtige stapjes door de geul liep. Haar gezicht leek gespannen.

Ik wilde eerst doorlopen, maar realiseerde me dat ik in een vergelijkbare situatie misschien baat zou hebben bij hulp. Ik vroeg haar: “Lukt het zo, of heeft u behoefte aan een arm?”

“Het lukt wel,” zei de dame.

“Oké,” antwoordde ik, “ik wist niet zeker of u hulp kon gebruiken, vandaar mijn vraag.”

Haar gezicht spleet open in een lach. “Wat lief dat u dat vroeg!”

Ze liep door en ik wenste haar een prettige dag.

“Heb je hulp nodig?”

Deze simpele vraag erkent de autonomie van de ander en geeft hen de keuze. Het maakt het verschil tussen hulp die bekrachtigt en hulp die ontkracht.

In een wereld waarin we allemaal wel eens hulp kunnen gebruiken, is het misschien wel de mooiste vorm van respect: eerst vragen voordat je handelt. Het gaat niet om de hulp zelf, die wordt vaak gewaardeerd, maar om de kéuze om die hulp te accepteren of af te slaan.

Vaker dit soort artikelen lezen?

Word nu donateur van Bodhi en houd boeddhisme in de media!

Ik wil doneren €19,50 per jaar
buddha (1) Created with Sketch.


Dit is het laatste artikel bij het thema ‘Compassie in Actie’, bekijk de volledige themapagina hier.

De omslagafbeelding is gemaakt door SHVETS, via Pexels.