Eindelijk is het achter de rug: een drie uur durende operatie van mijn enkel. Schroeven erin, rechtgezet. Een nacht in het ziekenhuis en dan? Ik woon alleen en mijn woning is niet geschikt voor een rolstoel met een verlengde beensteun. Gezien mijn leeftijd verwijst de huisarts mij voor revalidatie door naar een verpleeghuis. Dat is spannend, omdat ik pas na de operatie te weten kom waar ik terecht kan.
De pijnstilling doet zijn werk. Oxicodon en Tramadol laten mij gedurende de nacht prachtige beelden in schitterende kleuren zien – vergelijkbare beelden zag ik wel eens tijdens een lange vipassana retraite.
’s Ochtends krijg ik een telefoontje, het wordt ‘De Die’ Het verpleeghuis is vernoemd naar een riviertje dat door Amsterdam stroomde en in de jaren zestig vrijwel geheel gedempt en verdwenen is door stedelijke bebouwing. in Amsterdam-Noord, een volksbuurt waar in 2016 het programma ‘Schuldig’ is opgenomen.
Bij de ingang staat een stoet van shag rokende ouderen in scootmobielen ons te verwelkomen.
Mijn drieweekse reis door het voor mij onbekende land van de verpleegzorg in Nederland is begonnen.

Saida* haalt ons in de hal op. Haar gezicht oogt bleek en moe onder haar hoofddoek. Later vertelt ze me dat ze in Amsterdam-Noord woont en al veertig jaar in De Die werkt. Ze beschouwt het als haar tweede huis. Ze heeft de pensioenleeftijd al bereikt maar blijft nog doorwerken voor haar ‘oudjes’ die ze vaak uit de buurt kent.
Saida neemt de rolstoel van mijn zoon over, glimlacht en zegt: “Nou mevrouw ik heb nog iets kunnen regelen: ik kon een eenpersoonskamer vrijmaken.” Ik wil haar van opluchting om de hals vliegen, maar dat is – zittend in een rolstoel – een beetje moeilijk en daarom kus ik haar handen. Handen die getekend zijn door jarenlange zorg.
En de behoefte aan intensieve zorg wordt in de komende jaren alleen maar groter, want de Nederlandse bevolking vergrijst. In 2024 was ongeveer 22% van de bevolking 65 jaar of ouder. Volgens prognoses van het CBS zal dat stijgen tot circa 26% in 2040. De vergrijzing is het gevolg van twee ontwikkelingen: mensen worden gemiddeld ouder en het geboortecijfer ligt al decennialang relatief laag. Daarom neemt het aantal mensen met een zorgbehoefte toe en er ontstaat druk op de woningmarkt, onder meer voor levensloopbestendige woningen.
In plaats van de vergrijzing als een probleem te zien, kunnen we dit ook als een positief gegeven benaderen. Dat vraagt om een culturele omslag. Hoe kijken we naar ouderdom? Hoe benutten we de kennis en ervaring van oudere generaties? En hoe zorgen we dat iedereen – jong én oud – zich thuis voelt in een samenleving die verandert?
Als we deze vragen serieus nemen, is vergrijzing geen bedreiging, maar een uitnodiging. Het schenkt ons iets kostbaars: de kans om een cultuur van compassie op te bouwen vanuit het hart. Een maatschappij waarin ouderen zich gezien voelen, waarin ze gehoord en gekoesterd worden. Niet aan de rand, maar in het midden van ons samenleven.

De gangen blijven stil. Alleen het zachte piepen van een infuuspomp is te horen. De deuren moeten open blijven.
Bij binnenkomst op de afdeling zie ik een oude mevrouw op het puntje van haar bed zitten. Haar handen trillen. Ze wacht. Op hulp, op de zuster die haar naar de ontbijtzaal zal brengen.
Wachten, geduld en gelijkmoedigheid zijn altijd de grote uitdagingen in mijn leven geweest, vooral tijdens retraites. In het boeddhisme is gelijkmoedigheid een belangrijk concept. Volgens de Amerikaanse boeddhistische leraar Gil Fronsdal is compassie als moederliefde en gelijkmoedigheid als de liefde van een grootmoeder. Nu ik zelf grootmoeder ben en veel gezien en meegemaakt heb, kan ik dit enkel beamen.
Ik laat me onderdompelen in het immense lijden dat op de verschillende afdelingen voelbaar is.
De meditatie van Bearing Witness, getuige zijn, van de Zen Peacemakers helpt mij het fysieke en mentale lijden van al deze mensen te verdragen en te blijven observeren zonder mezelf erin te verliezen.

Maar het is niet alleen maar ellende. Zo beleef ik ook de uitzinnige vreugde van de Alzheimerpatiënten als ze in de mooie tuin van ‘De Die’ samen een klankconcert creëren.
En met grote verbazing zie ik op een dag een man met twee Shetlander pony’s in de lift staan. “Ja, mevrouw, komt u er maar bij. Dan kunt u ze ook even aaien, we gaan naar de afdeling voor Alzheimerpatiënten. De pony’s maken de mensen daarboven echt gelukkig!”
En er is blijdschap als de stille schoonmaker Omar* mijn kamer dweilt en de wastafel schrobt. Ik heb mijn glazen Boeddha van huis meegenomen, die staat voor het raam. Omar is moslim en wil elke dag graag een verhaal over het boeddhisme horen, ook al laat zijn strakke rooster dat eigenlijk niet toe.
Er is dankbaarheid als de nachtbroeder mijn toiletstoel leegt en mij een goede nachtrust wenst. En trots als ik voor het eerst met hulp van de fysiotherapeut Dunya* op één been aan de brug kan huppelen.
Shivani*, een stevige Surinaamse zuster, schenkt mij het geluk van liefdevolle aanraking als ze mij in de ochtend naar de douche brengt. Douchen is een heuse onderneming: schuiven op een douchestoel, balans houden op één been, de slang van de douchekop in bedwang houden, terwijl het water de gipshoes doet dampen. Shivani draait altijd de ochtendshift. Onder haar witte werkkleding draagt zij de meest kleurrijke blouses. Ze is de bloem van de afdeling.
Nu nog steeds voel ik haar handen, die mijn lichaam met aandacht en opmerkzaamheid wassen, haar niet-oordelende aanraking. Ze herinnert me aan Kwan Yin, de bodhisattva van het grote mededogen. Deze godin geeft wat er ook maar nodig is om het welzijn van alle wezens te bevorderen.

Shivani verzorgt ook de andere negen patiënten op de afdeling. Vaak staat ze er alleen voor, ziekmeldingen komen geregeld voor. In haar eentje met negen patiënten, toiletgang, verschonen en wassen: een zware uitputtende klus.
Net zoals Shivani raken veel verzorgenden en verpleegkundigen overbelast. Ze draaien onregelmatige diensten, kampen met onderbetaling en hollen van kamer naar kamer. De uitstroom uit opleidingen is groot. Het werk is zwaar, de beloning mager. Een beginnend verpleegkundige verdient gemiddeld tussen de €1.840 en €1.980 bruto per maand. Dat staat niet in verhouding tot de inzet, emotionele belasting én fysieke arbeid die dit beroep vragen.
Wat kost een bed in de revalidatiezorg? Gemiddeld tussen €200 en €300 per dag. Voor de meeste mensen wordt deze zorg via de zorgverzekeraar vergoed, met aftrek van het eigen risico. De Nederlandse samenleving draagt daarnaast een groot deel van de kosten voor verpleeghuizen, voornamelijk via de Wet langdurige zorg (Wlz).
Is dit systeem houdbaar in de toekomst?
Daarbij komt nog de recente problematiek voor zzp’ers door de nieuwe wet op schijnzelfstandigheid. Veel instellingen leunen op zelfstandige zorgverleners, die de gaten in het rooster opvullen. Maar de nieuwe wetgeving dreigt deze reddingslijn af te knippen. Verpleeghuizen houden hun adem in. De conclusie is duidelijk: revalidatiezorg zoals we die nu kennen is zeer waardevol, maar staat onder druk.
Hamza* is de broeder van de nachtdienst. Hij heeft rode ogen van vermoeidheid, is jong, gespierd en heeft net zijn opleiding zorg afgerond. Eigenlijk droomt hij ervan om geneeskunde te gaan studeren, maar met een Mbo-diploma is deze weg afgesloten. Hij vertelt dat hij een van de weinigen is die de opleiding heeft voltooid. Ook was hij daar de enige jongen, maar de zorg zit hem in zijn bloed, zegt hij. Thuis wachten zijn eveneens aan zorg behoeftige ouders op hem. Daarom draait hij enkel de nachtdiensten.
Het is Hamza die mij redt als ik in het holst van de tweede nacht plotseling word overvallen door een hevige allergische reactie: jeukende uitslag over mijn hele romp. Grote bulten op mijn rug. Ondragelijk. Het matras is ingepakt in een dik rubber overtrek dat geen lichaamswarmte doorlaat. Hamza hoort de bel, bekijkt de situatie en twijfelt geen moment. Hij verwijdert het rubber van het matras en bedekt het met zachte moltons. Hij smeert de plekken in met verkoelende zalf. Ik ervaar direct verlichting en kan de slaap weer vatten.
De volgende dag confronteert de teamleider Hamza met de mededeling dat het matras voor een nieuwe patiënt nu onbruikbaar is geworden en dat de kosten mogelijk voor zijn rekening komen. Hij had tot de volgende ochtend moeten wachten om te overleggen. Hamza blijft standvastig dat hij niet anders kon handelen gezien mijn pijn. De zaalarts wordt erbij gehaald, die diagnosticeert zware netelroos door rubberallergie en complimenteert Hamza voor zijn daadkrachtige handelen. De zaak is opgelost.

In De Die hebben de meeste personeelsleden een niet-Nederlandse achtergrond: Marokko, Suriname, Belarus, Roemenië. Hoe maken we dit waardevolle werk weer aantrekkelijk voor alle jonge mensen? De boeiende serie ‘Zorgen’ laat zien hoe zeven jonge mbo-studenten verpleegkunde een jaar lang op school, tijdens stages en thuis zich voorbereiden op dit beroep.
Pure compassie in actie. Zo heb ik mijn verblijf in de De Die beleefd. Maar wie gaat dit werk in de toekomst doen? Elke dag weer voor patiënten zorgen die hulpbehoevend zijn en met pijn leven? En vooral: hoe komen mensen in helpende beroepen aan zelfcompassie toe? Hoe krijgen ze kracht, inspiratie en enthousiasme? Kunnen deze prachtige mensen in de komende jaren met hun beroep doorgaan zonder op te branden?
Mevrouw de Vries, die in De Die in de kamer naast me woont, wil geen medelijden en voelt zich geen slachtoffer. Zij is pas 58 jaar oud en kreeg tot twee keer toe een infectie bij een nieuwe heupprothese. Nu leeft ze zonder heup in een rolstoel. De vooruitzichten zijn somber. Ze heeft geen kinderen, haar enige broer woont in het buitenland, een grote vriendenkring is er niet. Waar ze naast lichamelijke verzorging de meeste behoefte aan heeft, is een luisterend oor en liefdevolle troostende aanraking. Iemand die tijd voor haar heeft. Die even stil blijft staan en haar opbeurt voordat de volgende kamer roept.
Zorg is mensenwerk. En mensenwerk vraagt om investeringen. Niet alleen in geld, maar in vertrouwen, waardering en ruimte. Structureel en duurzaam.
Als we nu investeren in de zorg, bouwen we aan de samenleving van morgen, een samenleving, waarin ook wij allen ooit misschien zullen gaan revalideren. En hopelijk de compassievolle verzorging mogen ervaren, die ik in De Die ontving.
*Om hun privacy te waarborgen zijn de namen van de zorgmedewerkers gefingeerd.
De omslagafbeelding is van Jem Sahagun, via Unsplash. Alle overige afbeeldingen bij dit artikel zijn van Gabrielle Bruhn.