Doneer
1620-Sister Chan Khong at Lotus Pond Temple in Hong Kong – by Kelvin Cheuk

De Ware Leegte van sister Chan Khong

Binnenkort verschijnt Ware leegte, mijn levensweg van liefde: de Nederlandse vertaling van de autobiografie van sister Chan Khong. Khong was jarenlang de rechterhand van Thich Nhat Hanh. In deze voorpublicatie vertelt ze over haar eerste ontmoeting met de beroemde zenleraar en over haar jeugd op het Vietnamese platteland.

Uit hoofdstuk 4:

Ontmoeting met Thich Nhat Hanh

In oktober 1959 ontmoette ik Thay Man Giac, een prominente boeddhistische monnik. Toen ik hem een vraag stelde over boeddhisme pakte hij een boek van Thay Nhat Hanh en zei: “Het antwoord op jouw vraag staat in dit boek.” Ik stelde hem een andere vraag en toen liet hij me een ander boek van dezelfde monnik zien en zei erbij: “Ik ben een goede vriend van hem.” Ik had veel minder interesse in het lezen van werken van een of andere onbekende schrijver dan in het hebben van echte communicatie met deze monnik voor me, dus ik bleef vragen stellen, maar hij bleef me gewoon steeds boeken geven. Tenslotte zei ik dat ik ze zou lezen zo gauw ik tijd had.

Een maand later schreef Thay Man Giac me met het voorstel om een andere leerling uit Ben Tre te ontmoeten die in Saigon woonde en Thu Ha heette. Toen ik haar ging opzoeken vertelde ze dat Thay Nhat Hanh in december een cursus van drie maanden zou geven in de Xa Loi-tempel in Saigon.

Sister Chan Khong
Sister Chan Khong (derde van links) met andere leden van de School of Youth for Social Service (SYSS), een netwerk van boeddhistische vredesactivisten die scholen stichtten, gezondheidsklinieken opzetten en hielpen bij de wederopbouw van dorpen op het platteland.

Aantekeningen

De eerste lezing die ik van Thay Nhat Hanh hoorde, maakte grote indruk op me. Ik had nog nooit iemand zo mooi en diepzinnig horen spreken. Ik was gewend om Thay Thanh Hu’s lezingen uit te schrijven en hem de transcripten te geven zodat hij ze kon publiceren in een van de boeddhistische tijdschriften. Na Thay Nhat Hanh’s lezing ging ik naar huis en schreef mijn aantekeningen uit met het plan om voor hem hetzelfde te doen. Ik realiseerde me niet dat hij een schrijver was; ik was er gewoon van uitgegaan dat de boeken die Thay Man Giac me had gegeven, uitgeschreven lezingen waren. Op die manier publiceerden veel monniken boeken en artikelen.

Ik had nog nooit iemand zo mooi en diepzinnig horen spreken.

De volgende week ging ik naar hem toe en zei: “Thay, ik heb uw vorige dharmalezing uitgeschreven. Het was zo mooi. Als u wilt geef ik het u zodat u het kunt bewerken of op wat voor manier ook gebruiken.” Hij keek naar me, knikte en begon met de persoon naast hem te praten. Hij toonde helemaal geen interesse en ik was teleurgesteld, dus ik hield op met het uitschrijven van mijn aantekeningen van zijn lezingen.

Na zijn derde dharmalezing kwam hij tot mijn grote verbazing naar me toe en vroeg: “Waar zijn de aantekeningen die je beloofde me te geven?” Ik zei: “Interesseert u dat toch? Ik breng ze volgende week mee.” Een week later gaf ik ze aan hem, nog steeds zonder te beseffen dat hij een begenadigd schrijver was. Ik woonde de hele cursus bij en wilde niets van zijn uitleg missen.

Brieven

Aan het eind van de cursus, in februari 1960, vroeg ik aan Thay Nhat Hanh of hij bereid was om vijf van mijn katholieke vrienden te ontmoeten die boeddhisme als een soort bijgeloof beschouwden. Ik wilde hen van een werkelijk boeddhisme laten proeven en was blij dat Thay ermee instemde om ons na de examens van maart te ontmoeten. Maar toen ik mijn vrienden meenam naar de Xa Loi-tempel was hij er niet. Een andere monnik die toevallig bij de tempel was, sprak met ons in zijn plaats, maar ik voelde me gekwetst dat Thay Nhat Hanh onze afspraak had gemist.

In juli zag ik hem bij de An Quang-pagode, en ik zei: “Eerwaarde heer, u had een afspraak met me gemaakt voor april, maar u was er niet.” Ik zag verrassing in zijn ogen. Hij was het blijkbaar vergeten. Toen zei hij: “Wil je me schrijven? Ik woon in het klooster van Phuong Boi, diep in het regenwoud. Het is mooi en heel ver weg.” Hij gaf me zijn adres, maar mijn studie en mijn werk in de achterstandswijken namen al mijn tijd in beslag en ik schreef niet.

Thich Nhat Hanh Chan Khong
Thich Nhat Hanh met sister Chan Khong.

Dromen van sociale verandering

In september kreeg ik een kort briefje van hem: “Het wordt herfst en het is erg koud. In ons klooster in de bergen zijn we begonnen met houthakken. Het koken met nat hout geeft rook, maar het is heel fijn om in de warmte van het vuur te koken terwijl buiten de koude wind huilt.”

Ik wilde helpen om mensen te bevrijden van hun lijden en gelukkig te zijn in het huidige moment.

Zijn handschrift was zeldzaam mooi en elegant en ik werd geraakt door zijn eenvoudige woorden. Ik betreurde het dat ik niet had geschreven, dus in een brief vertelde ik over mijn werk en mijn droom over sociale verandering in Vietnam. Ik drukte ook mijn bezorgdheid uit over het feit dat de meeste boeddhisten niet voor arme mensen leken te willen zorgen. Ik zei dat ik niet geloofde dat het helpen van arme mensen alleen maar verdienstelijk werk was. Ik vond het niet nodig om verdiensten te verzamelen voor een volgend leven. Ik wilde helpen om mensen te bevrijden van hun lijden en gelukkig te zijn in het huidige moment.


Het helpen van arme mensen zit diep verweven in de familiegeschiedenis van sister Chan Khong. Eerder in het boek geeft ze een inkijkje in haar jeugd op het Vietnamese platteland.

Uit de introductie:

Het gras wordt weer groen

In het Jaar van de Tijger, in 1938, ben ik als achtste kind geboren in een gezin met negen kinderen. De voorouders van mijn vader waren boeren in An Dinh. Dit dorp in de Mekongdelta staat bekend om zijn immense, vruchtbare rijstvelden en zijn geweldige banaan- en kokosnootplantages. In traditioneel Vietnam werden deze dorpen bestuurd door een raad van twaalf ouderen en mijn opa van vaderskant was de penningmeester van deze raad in An Dinh. De ouders van mijn vader werden zeer gerespecteerd in hun gemeenschap vanwege hun integriteit, hun goede hart en hun acties voor de armen.

Als je met vriendelijkheid optreedt, zullen je kinderen daar de vruchten van plukken.

In Vietnam wordt gezegd dat als je mensen uitbuit, jouw kinderen jouw schulden aan de maatschappij zullen moeten betalen, maar dat als je met vriendelijkheid optreedt, je kinderen daar de vruchten van zullen plukken. Ik herinner me dat mijn opa tegen ons zei: “We hebben geen geld om aan jullie na te laten, maar we laten jullie de verdiensten na die we geoogst hebben door het helpen van mensen in nood.” De familie van mijn moeder bezat een grote winkel in de stad Ben Tre en ook zij gaven veel liefdevolle zorg aan de armen. Mijn opa aan moederskant bracht dekens naar daklozen en de broer van mijn moeder doneerde twee keer per jaar eten aan gevangenen.

Landeigenaar

Later, toen mijn vader land kon kopen bij het terrein van zijn vader, nodigde hij veel mensen uit om dit te verbouwen. In geval van droogte of overstroming schold hij de pacht kwijt en vroeg hij zijn pachters alleen dat te geven wat ze konden missen. Soms gaf hij ze zelfs geld om hun kinderen te onderhouden. Deze houding was uitzonderlijk tijdens de Franse kolonisatie. Als ze hun pacht niet konden betalen, moesten boeren meestal een van hun kinderen naar de verpachter sturen om als bediende voor hem te werken.

Mijn vader spoorde de boeren altijd aan om een deel van hun geld opzij te zetten en hij functioneerde als een soort bankier voor hen. Als een boer genoeg gespaard had om zijn eigen perceel te kopen, hielp hij met het invullen van de noodzakelijke papieren en daarna verkocht hij het hem voor een redelijke prijs. Met mijn vaders hulp kon een dozijn boeren een eigen terrein kopen. Toen de communistische regering onder Ho Chi Minh in augustus 1945 de macht greep werden veel landeigenaars gedood; maar mijn vader werd beschermd door zijn huurders, de boeren die veel van hem hielden.

Sister Chan Khong
Sister Chan Khong aan het werk op het land bij meditatiecentrum Sweet Potatoes, de voorloper van Plum Village vlakbij Parijs.

Hulp aan armen

Mijn vader had schilderkunst en design gestudeerd aan de kunstacademie in Saigon en vestigde zich daarna in Ben Tre, waar hij mijn moeder ontmoette. Ben Tre is de hoofdstad van de provincie Ben Tre, in het centrum van de Mekongdelta. Mijn vader leerde ons om nooit misbruik te maken van arme boeren als we naar de markt gingen. “Als je hun producten kunt kopen, koop ze dan, en als je dat niet kunt, koop ze dan niet. Maar ga nooit onderhandelen met een arme boer, want voor jou is een paar dong misschien niet veel, maar voor hem is het genoeg om zijn kinderen te eten te geven.” Mijn moeder leende vaak geld aan arme straatverkopers zodat ze hun eigen zaak konden opzetten. Alleen als ze daarin slaagden vroeg ze hen het geld terug te betalen.

Groot gezin

Mijn ouders waren een soort eikenbomen die bescherming boden aan 22 ‘vogels’: negen eigen kinderen, twaalf neven en nichtjes die bij ons woonden tijdens hun schooltijd in Ben Tre en een arm meisje uit Hué. Moeder en vader zorgden evenveel voor ieder van ons, zonder onderscheid te maken. Bij maaltijden mocht niemand zeggen: “Ik ben je dochter dus ik heb meer recht op eten dan mijn neefjes.”

Tweeëntwintig monden te eten geven was een grote taak, maar we leerden om tevreden te zijn met wat we hadden en dat met elkaar te delen. Als er vis was of varkensvlees, sneed mijn oudste zus Suong het bijvoorbeeld in 22 kleine stukjes en legde dan alle stukjes in een cirkel op een grote ronde schaal. Daarna bedekte ze de schaal met een grote deksel, legde een rijstkorrel voor ieder stukje vis of vlees en vroeg aan ieder kind om een rijstkorrel te kiezen. We moesten het stukje vis of vlees dat we zo gekozen hadden accepteren zonder te klagen.


Verder lezen?

Ware Leegte sister Chan KhongVertaler Margriet Naber: “Dit boek is ontstaan uit transcripties van zuster Chan Khong’s lezingen die samengevoegd zijn tot één boek. Zelf las ik het in de Franse vertaling, getiteld La force de lamour. Op een gegeven moment merkte ik dat veel van mijn Nederlandstalige vrienden het boek nog nooit gelezen hadden vanwege de Engelse taal. Toen besloot ik het in het Nederlands te vertalen. Ook al wordt gezegd dat ‘alle Nederlanders goed Engels kunnen’, er is toch een verschil tussen iets in je moedertaal op je laten inwerken of in het Engels. Ik heb de vertaling geschreven zodat meer mensen toegang kunnen krijgen tot deze bron van inspiratie.”

Sister Chan Khong werd in 1938 geboren in Vietnam. Ze ontmoette Thich Nhat Hanh in 1959. In 1966 trad ze als één van de eerste zes leden toe tot de Order of Interbeing. Ze was onder andere nauw betrokken bij de vredesactiviteiten in Vietnam en bij de oprichting van Plum Village in Frankrijk.

Kijk ook naar Buddha to be: een portret van sister Chan Khong (2018).

Dit is een licht bewerkte versie van twee fragmenten uit het boek.

Omslagafbeelding: Sister Chan Khong bij de Lotusvijver in Hong Kong, door Kelvin Cheuk, Plum Village. Alle overige afbeeldingen zijn eigendom van Uitgeverij Maitreya.