kunstenaar-arne-hendriks

Kunstenaar Arne Hendriks: “Als je een stap terug doet, creëer je ruimte.”

“De mensheid is geobsedeerd door groei”, stelt kunstenaar Arne Hendriks. Kunnen we als samenleving ook krimpen? Al elf jaar buigt Hendriks zich over deze vraag. “Het idee dat meer altijd beter is, wordt niet bevraagd.”

Moderne Bodhisattva’s: Kunstenaar Arne Hendriks

Een bodhisattva is een wezen dat streeft naar verlichting. Niet alleen voor zichzelf maar voor alle levende wezens. Bodhisattva’s vind je overal: je hoeft er geen boeddhist voor te zijn. Waar zitten de bodhisattva’s in onze samenleving? Bodhi gaat op zoek.


“Op het Japanse eiland Okinawa ontmoette ik jaren geleden een elegante, kleine dame, genaamd Madame Kuranari. Ze schotelde me een heerlijke maaltijd voor en zei vervolgens: ‘Hara hachi bu’. Toen ze zag dat ik het niet begreep, plaatste ze haar rechterhand op haar linker onderarm en zette met twee vingers vijf stappen vooruit. Daarna deed ze één vingerstap achteruit. Die vijfde, imaginaire stap bood ze aan mij aan. Later leerde ik dat ‘Hara hachi bu’ betekent: eet tot je voor 80% vol zit. Niet totdat je niet meer kunt, maar totdat je geen honger meer hebt. Houd een beetje ruimte over.”

Hara hachi bu

Hara hachi bu

Dit is één van de vele anekdotes die kunstenaar Arne Hendriks de afgelopen elf jaar verzamelde. Zo lang loopt zijn artistieke onderzoek naar ‘groei en krimp’ al. Dat we groei – ongeacht de context – als positief ervaren, beschouwt hij als dé mythe van onze cultuur: “Je ziet het op de gekste plekken terug”, vertelt de kunstenaar. “Deze week was bijvoorbeeld in het nieuws dat de gemiddelde lengte van Nederlanders voor het eerst is gedaald: we zijn 1 centimeter korter geworden. Dat wordt gepresenteerd als iets negatiefs – misschien komt het door ongezonde voeding? Maar er zijn helemaal geen gezondheidsvoordelen aan lang zijn, integendeel: korter is juist gezonder! En ook duurzamer, omdat je letterlijk minder ruimte inneemt en er minder bronnen nodig zijn om jou te onderhouden. Laten we dus vieren dat de dalende trend eindelijk is ingezet!”

Al elf jaar doet kunsteaar Arne Hendriks onderzoek naar de dynamiek van een overspannen groei en het ontbreken van natuurlijke krimp.

Onze obsessie met groei uit zich volgens Hendriks in alle hoeken van de samenleving. Van onze focus op het accumuleren van bezittingen, tot overproductie in de landbouw en een economie die altijd moet blijven groeien. Hendriks begeeft zich graag in werelden waar een kunstenaar niet snel komt. Zo was hij onder andere artist in residence bij de Rabobank, een onderzoeksinstituut naar kanker, en -meest recentelijk – aan de Universiteit van Wageningen (WUR).

Wat hebben die uiteenlopende werelden met elkaar te maken?

“Op al die plekken doe ik inzichten op over de dynamiek van groei en de mogelijkheden om een stap terug te zetten. Zo was ik bij het onderzoeksinstituut voor kanker om te leren hoe ze de ongebreidelde groei van een kankercel genezen.” ‘Zitten daar wellicht parellellen met de op hol geslagen economische groei en hoe we die tegen kunnen gaan?’, vroeg Hendriks zich af.

kunstenaar arne hendriks

Visualisatie van een kankercel. Foto: Arne Hendriks

“We zijn als mens ontzettend goed in ruimte némen. Ooit, in de ontwikkeling van de mensheid was er een fase waarin dat gunstig was. Maar we zijn hierin doorgeslagen en inmiddels is het niet meer gezond. We zitten onszelf en al het andere leven in de weg. De oefening om een stap terug te doen – die beweging – komt in al mijn werk terug.

Zo lag de focus van mijn werk bij de WUR op de eiwittransitie: hoe kunnen we overstappen van dierlijke naar natuurlijke eiwitten? En daardoor als mens op minder gespannen voet staan met onze planeet?

Dit vraagstuk koppel ik weer aan de schimmeltorens die ik samen met Mediamatic in Amsterdam ontwikkelde. Het mycelium waar we mee bouwen is een afvalproduct van een oesterzwamkweker, er groeien dus oesterzwammen op. Na de oogst verandert de toren eerst een zomer lang in een duiventil. Daarna vervalt hij tot compost, waar je weer je tuin mee kunt verrijken. De torens staan inmiddels ook in Den Haag en binnenkort gaan we ze in Eindhoven bouwen tijdens de Dutch Design Week. We richten daar een heel ‘Hara Hachi Bu dorpje’ in, waar we met z’n allen gaan oefenen met een stap terug zetten.”

Oesterzam toren

Toren van gele oesterzwam. Foto: Arne Hendriks

Hoe kwam je bij dit onderwerp terecht?

“Ik ben zelf erg lang: 1.95 meter. Als kind was ik altijd de langste van de klas. Ik wilde graag kleiner zijn. Het begon dus met een focus op het ‘te grote’ menselijke lichaam. Dat zie ik als een manifestatie van een aantal verwarde ideeën over groei en dominantie in onze cultuur. We ervaren groei, ongeachte de context, als positief. Meer is altijd beter: dit idee wordt niet bevraagd. Dergelijke ideeën liggen bijvoorbeeld ook ten grondslag aan het kolonialisme en het huidige neoliberalisme.

De kunst die ik maak is ook weer een reactie op de cultuur waar ik onderdeel van ben. Als kunstenaar verhoud je je tot wat er nu gaande is: tot dat wat jou op dit moment belangrijk lijkt. Je bent één van de voelsprieten die de mens heeft in relatie tot zijn omgeving. In zekere zin ben je de mensheid zelf die zich uit.”

De benadering van Hendriks is vaak humoristisch, bijvoorbeeld in de performance ‘Abun’dance’, waarin een lang persoon in een dans verbeeldt hoe we als mens minder ruimte kunnen innemen. Toch is zijn boodschap bloedserieus: als we niet snel stoppen met groeien heeft dat desastreuze gevolgen voor al het leven op aarde.

arne hendriks

Zelfportet. Foto: Arne Hendriks

Kunnen we als mensheid het tij nog keren?

“Het is maar zeer de vraag of we nog op tijd zijn. Ik denk wel dat er een paradigmaverwisseling gaande is. Een paar jaar geleden, in mijn tijd bij de Rabobank, trok men eeuwige groei nog niet echt in twijfel. Voor de bankmedewerkers die ik sprak, was groei vanzelfsprekend: ‘Daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht,’ zeiden ze dan. Nu is dat anders. De crisis wordt erger. En steeds meer mensen realiseren zich dat we zo niet langer door kunnen gaan. Maar als je puur naar ons gedrag kijkt, zijn we bijna allemaal nog steeds klimaatontkenners. We stappen nog steeds massaal in het vliegtuig om op vakantie te gaan.”

In 2019 liep Hendriks rond op het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht, waar hij een expositie inrichtte over ‘groei en krimp’ en met bankmedewerkers in alle lagen van de organisatie het gesprek aanging over dit thema. In het krantje ‘Growth?’ geeft hij een impressie van zijn bevindingen.

Voelde het niet alsof je je in het hol van de leeuw begaf, bij de bank?

“Ja, natuurlijk, daarom was ik daar. Kijk, als ik een exponent van de mensheid ben, dan is de Rabobank dat ook. Ik ben kritisch op het waardesysteem waarmee ze daar rondlopen, maar het is wel deel van onze samenleving. Mijn observatie is dat individuen die daar werken over het algemeen het beste voor hebben met de aarde. Op organisatieniveau ligt dat lastiger: er spelen zo veel belangen mee. Als kunstenaar kun je de ruimte openen om over dit soort onderwerpen na te denken. Ik denk dat de tijd toen nog niet rijp was voor een echte omslag. Nieuwe ideeën moeten vaak een tijd in de lucht hangen, voordat ze doorsijpelen in beleid. Dat ik die ruimte kreeg, zie ik als een stap in de goede richting.”

Een samenleving is uiteindelijk de optelsom van het gedrag van individuen

Tweet

Hoe kunnen we het beste die stap terug doen?

“De omslag moet op alle vlakken plaatsvinden, zowel lokaal als globaal. Maar een samenleving is uiteindelijk de optelsom van het gedrag van individuen. Daarom denk ik dat het vooral belangrijk is om als individu te oefenen met minder. Ik doe dat zelf ook: sinds anderhalf jaar praktiseer ik Hara hachi bu. Het lukt niet altijd: soms eet ik nog steeds te veel, maar dat voelt niet meer goed. Door te oefenen verandert mijn verlangen: ik vind het nu juist fijner om niet helemaal vol te zitten.

Daarnaast eet ik geen rundvlees meer en ben ik gestopt met vliegen. Dat lijkt in eerste instantie een opoffering, totdat je je realiseert dat je de vrijgekomen tijd misschien wel waardevoller kunt besteden: nu breng ik meer tijd door met mijn gezin. Uiteindelijk gaat het erom je verlangen te veranderen. Dat is de uitdaging: hoe kun je die stap terug ook echt wíllen? Wat ga je doen met de nieuwe ruimte die er ontstaat?”

In de krant die je voor de Rabobank maakte, verwijs je naar ‘boeddhistische economie’ als een alternatief voor ons huidige economische denken. Waarom?

“Boeddhistische economie gaat over kwaliteit in plaats van kwantiteit. Hoe kun je met zo min mogelijk middelen zoveel mogelijk welzijn creëren? Als je met één lap stof een bruidsjurk kunt maken én iets om in te tennissen: perfect. Maar dat staat haaks op kapitalistisch denken, want je kunt een lap stof maar één keer verkopen en daar wil je zoveel mogelijk waarde uit extraheren.

Econoom Fritz Schumacher is wat dit betreft een belangrijke inspiratiebron voor mij. De productie en consumptie zo lokaal mogelijk organiseren is een andere pijler van zijn denken, transport is immers duur en veroorzaakt een zware belasting voor het milieu. Lokale netwerken versterken hoort dus ook bij ontgroeien. Afgelopen zomer bouwde ik tijdens de Degrowth conferentie in Den Haag schimmeltorens. Die zijn nu geadopteerd door de buurt en daarmee versterken ze de verbinding in de lokale gemeenschap. Er is een appgroep ontstaan waarin ik volg hoe buren samen oesterzwammen plukken, foto’s van miso-soep delen en plannen ontwikkelen om meer torens in andere buurttuintjes te bouwen.”

Growth buddhist economics

Spread uit het krantje Growth? Door: Arne Hendriks

Heb je zelf iets met het boeddhisme?

“Ik beschouw mezelf als intuïtieve boeddhist: ik weet er niet heel veel vanaf, maar als ik erover hoor of lees, voel ik me er intuïtief toe aangetrokken. Niet per sé tot de vorm, maar wel tot de geest: de manier van naar de wereld kijken die uit het boeddhisme voortkomt. Dat je het welzijn van alle wezens als uitgangspunt neemt, in plaats van geld, bijvoorbeeld.

Ik zie mezelf niet als religieus, wel als spiritueel – dat betekent voor mij dat je je niet puur laat leiden door primaire verlangens, maar dat je de mogelijkheden van onze wonderbaarlijke geest exploreert. We kunnen zulke fantastische dingen bedenken en allerlei lagen van betekenis genereren! Het is jammer dat we daar vaak zo weinig mee doen.

Zelf haal ik werkelijk overal inspiratie vandaan: een baksteen, een plantje… Als je je ergens in verdiept is het allemaal zo magisch en wonderbaarlijk: hoe een balpen wordt gemaakt, of hoe een lied tot stand komt. Of dat we überhaupt kunnen zingen. Met kunst schep je ruimte voor die verwondering: ik wil mensen prikkelen de kunstenaar in zichzelf te ontdekken.”


Dutch Design Week
Tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven – van 16 t/m 24 oktober – bouwt Arne Hendriks een Hara Hachi Bu vilage met daarin onder andere zijn schimmeltorens.