1620_BabetteWinkel

Babet te Winkel over rouw: “Ik ga de dood niet oplossen”

‘Zet het even opzij. Laat het los. Heb je het al een plekje gegeven?’ Dit soort zinnen kreeg Babet te Winkel vaak te horen na het overlijden van haar moeder. Taal die suggereert dat rouwen een doel heeft om naartoe te werken. “Maar zo werkt het niet,” ontdekte Babet gaandeweg: “Rouw is cyclisch van aard: het is nooit af. Het slinkt niet, maar het leven eromheen wordt groter.”

Moderne Bodhisattva’s: Geestelijk verzorger Babet te Winkel

Een bodhisattva is een wezen dat streeft naar verlichting. Niet alleen voor zichzelf maar voor alle levende wezens. Bodhisattva’s vind je overal: je hoeft er geen boeddhist voor te zijn. Waar zitten de bodhisattva’s in onze samenleving? Bodhi gaat op zoek. Dit is deel drie in een serie.


Wanneer Babet te Winkel twintig jaar oud is, overlijdt haar moeder na een ziekbed van tien jaar. Dit verlies is voor Babet een alles overweldigende gebeurtenis. Ze is op dat moment tweedejaars student Humanistiek en hoopt in haar studie antwoorden te vinden op haar vraag naar de zin van het leven: “Het verlies van mijn moeder maakte die vraag nóg urgenter: hoe doen mensen dit, dat leven met de dood?”

“Ik kreeg les over het boeddhisme van Christa Anbeek en wist dat ze een boek had geschreven over de dood in haar leven. Tijdens de colleges dacht ik steeds: ‘Nee, vertel me over je boek! Vertel me over overlevingskunst, dat moet ik weten!’ Ik had als het ware mijn eigen schaduwprogramma in die studie: overal waar ik kon, in essays en onderzoeken, ging het over die vraag: hoe te leven met de dood? Het antwoord bleef echter uit. Dat vond ik heel teleurstellend.”

Weg willen van de pijn

rouw babet te winkelHet verlies van haar moeder is niet alleen zwaar voor haarzelf, ook haar omgeving reageert onwennig. Het valt Babet op dat mensen het lastig vinden om over rouw te praten en dat ze het onderwerp soms ook actief vermijden. ‘Kunnen we het nu weer over iets gezelligs hebben?’ vroeg een vriendin op een bepaald moment. “Dat kwetste me enorm,” vertelt Babet. “Ik had tien jaar ziekte, ziekenhuizen en dood achter de rug: dit wás het leven voor mij. Daarbuiten bestond er nog niks anders. Voor die vriendin was kletsen over iets gezelligs een optie, voor mij was dat niet zo.”

Het is een van de vele voorvallen die Babet duidelijk maken dat veel mensen moeite hebben met het chaotische karakter van rouw. Dat we geneigd zijn het als een project te benaderen: gericht op verbetering en groei. We denken bovendien dat het een lineair traject is, waar we zelf sturing aan geven.

“’Zet het even opzij. Laat het los. Heb je het al een plekje gegeven?’ Dat is de taal die we voorhanden hebben,” vertelt Babet. “Dat suggereert dat er een doel is om naar toe te werken. Alleen jij doet dat nog niet, wat jammer. Megan Devine zegt het heel mooi in haar boek ‘It’s okay you’re not okay’: we hebben erbij te blijven, maar dat leren we niet als samenleving’. Het moet weg, onder het tapijt.”

rouwTaal voor rouw en verlies

‘Zo werkt het niet voor mij, maar hoe dan wel?’ ‘Het verdriet omvat me, ik kan er letterlijk in verdrinken. Hoe leef je daar mee?’ Hoe bén je met die moeilijke emoties?’ Er moet toch ook een taal voorhanden zijn die wél recht doet aan hoe ik rouw ervaar?’

Het zijn deze vragen waar we Verlieskunst aan te danken hebben. De naam van haar onderneming die Babet samen met illustrator Marlon Doomen oprichtte in 2020. Dat begon met een collectie alternatieve rouwkaarten: een combinatie van (poëtische) teksten en beelden die de subtiele en soms onverwachte ervaring van rouw en verlies proberen uit te drukken. Ook schreef en ontwierp Babet het zogenaamde ‘Rouwwoordenboek’, een boek met zelf verzonnen rouwwoorden, waarin Babet wel de taal vindt voor haar gevoelens en ervaringen.

Neem het woord ‘toekomstrouw’, dat uitdrukking geeft aan de pijn over alles wat je niet meer met een overleden dierbare zult delen. Of ‘De Nieuwe worden’: een term waarmee je een ander kunt uitleggen dat ‘weer de oude worden’ helemaal geen optie is. “Mensen vragen of ik weer de oude ben. Maar ik weet dat ik nooit meer de oude kan worden. Mijn moeder is dood en daarmee een deel van mij ook. De Oude Ik bestaat niet meer,” lezen we in het rouwwoordenboek.

Troost ervaren

Een ander kan troost ervaren door iets wat ik doe, maar dat heb ik niet in de hand.

Tweet
Ook het woord troost vindt Babet een lastig begrip. ‘Troost geven’ suggereert dat ik kan besluiten om een ander te troosten, maar volgens Babet is het andersom: “Een ander kan troost ervaren door iets wat ik doe, maar dat is niet iets wat ik in de hand heb. Een theorie van Gary Chapman, over de vijf liefdestalen, heeft mij erg geholpen hierin. Deze theorie stelt dat er grofweg vijf verschillende ‘talen’ of ‘stijlen’ bestaan in het ervaren en uiten van liefde: positieve woorden, cadeaus, dienstbaarheid, tijd en aandacht en lichamelijke aanraking. Iedereen spreekt er wel een paar, maar we hebben allemaal onze voorkeuren.”

Die voorkeuren bestaan ook rondom troost, stelt Babet. “Stel, jij komt bij me op bezoek. Ik sta in de keuken bij het koffie zetten een beetje te stamelen en jij voelt: ze heeft het moeilijk. Dan kan jij zeggen: zal ik even een arm om je heen slaan? Waarop ik dan ruimte voel en kan zeggen: nou, waar je nu echt blij mee maakt is als je een warm bad voor me laat vollopen.”

Om elkaar echt te helpen of steunen moet je volgens Babet dus in gesprek gaan. “En dat is spannend voor mensen, want we willen allemaal graag behulpzaam zijn. En mensen kunnen zich aangevallen voelen als ze het idee hebben dat ze het niet goed doen. Zo durf je uiteindelijk niks meer te zeggen. Je moet dus durven vragen: hoe kan ik je helpen? Als mensheid hebben we dat te leren.”

verlieskunstLineair versus cyclisch

Tijdens haar opleiding tot humanistisch geestelijk verzorger leerde Babet dat je je eigen stijl van omgaan met lijden vaak onbewust toepast op anderen. “Dingen voor de ander willen invullen en de pijn willen wegnemen. Die neiging leer je als geestelijk verzorger te onderdrukken. ‘Op je handen zitten’, heet dat.”

Ik vertel Babet over de term ‘compassievol aanwezig zijn’ uit het boeddhisme. Vrij vertaald houdt dit in dat je in de zorg voor een ander zo veel mogelijk aansluit bij zijn of haar behoefte. Dat je authentiek aanwezig bent en begrip hebt voor het lijden van de ander. ‘Lijkt het daar op?’ vraag ik.

Rouw is nooit af. Het slinkt niet, maar het leven eromheen wordt weer groter.

Tweet
Babet: “Ja, in de humanistiek is er de ‘presentie-theorie’ wat betekent: bij iemands pijn kunnen zijn, aanwezig zijn, niet weggaan. Voor mij hangt dat ook weer samen met het besef dat rouwen geen lineaire bezigheid is, dat je niet toewerkt naar een doel, maar dat het cyclisch van aard is. Kijk naar de seizoenen, daarin zie je het ook. Wij mensen zijn zelf ook cyclisch van aard, ons hele lichaam is doordrongen van contractie en expansie. Denk aan de menstruatiecyclus en de in- en uitademing. Rouw is nooit af. Het slinkt niet, maar het leven eromheen wordt weer groter.”

Inmiddels is Babet haar project Verlieskunst aan het uitbreiden. Van alleen taal en beeld, naar een meer ervaringsgerichte manieren van werken. Zo geeft ze sinds een half jaar rouwmassages en volgt ze momenteel een opleiding in lichaamsgerichte vormen van werken, waarbij ze veel inspiratie put uit de traumatherapie.

“Iemand verliezen kun je zien als een trauma. En trauma zit in je lijf, zeggen ze in de traumatherapie,” vertelt Babet. “Dat herken ik. Verdrinken in je verdriet kun je fysiek echt zo voelen. Je hebt het gevoel dat je niet weet hoe je er ooit nog uit komt. Traumatherapie leert jou om wel bij die pijn te blijven, zonder dat je verdrinkt. Zonder dat je verdwijnt in de draaikolk.

Dat kan alleen stapje voor stapje, bijvoorbeeld met de methode ‘somatic experience’. Die gaat ervan uit dat het trauma zich vertaalt in lichamelijke sensaties, die de ingang vormen voor de therapie. Je gaat steeds even terug naar het trauma en ervaart jouw lichamelijke sensaties: de spanning in je lijf, je hartslag die toeneemt, sneller ademen. En dan ga je weer terug naar het hier en nu en laat de hartslag en adem weer kalm worden. Het is een proces van ontlading dat alleen stap voor stap, in de loop van de tijd kan plaatsvinden. Zo ontwikkel je gaandeweg meer draagkracht.”

verlieskunstZingeving uit verlies?

Na bijna twee uur gepraat te hebben vraag ik me af of Babet nog steeds worstelt met die zingevingsvragen? ‘Is jouw missie jouw reden om op te staan?’ Vraag ik.

Babet: “Mijn missie draagt er zeker aan bij. Wat het mij vooral brengt is het besef dat het antwoord op die vraag naar zin niet nodig is. Net als dat er voor de pijn die ons overkomt geen oplossing bestaat. Wat ik nu doe is het beste wat ik heb. Ik ga niemand redden, iedereen heeft zijn eigen pad te gaan. Ik ga rouw dus ook niet oplossen. Ik ga de dood niet oplossen. Maar door mijn eigen zoektocht en studie weet ik dat er betere manieren zijn om met rouw om te gaan, dan de karige tools die we doorgaans gebruiken. Als ik niets doe, verandert er ook niets. Het is het dus een poging waard om er iets aan toe te voegen.

Tegelijkertijd is mijn leven ook weer ruimer geworden. Via het lichaam en tantra ervaar ik, naast de rouw en het verdriet, weer heel veel plezier, spel, intimiteit en creatiekracht. Door aan een wereld te bouwen die verlies beter kan dragen, zodat anderen na mij hopelijk in een andere wereld terechtkomen, is er bij mij eigenlijk ook weer ruimte ontstaan voor méér dan deze missie. Verrassend wel hoe dat dan loopt. Het leven blijft verrassen, soms met pijn en soms dus met ongekend plezier.”

 

Foto’s Babet te Winkel: Coco Olakunle

De afgebeelde verlieskaarten zijn gemaakt door Verlieskunst (Babet te Winkel + Marlon Doomen)