Steeds meer mensen zeggen dat zij het nieuws mijden. Het is te intens, te veel, te negatief. Ook binnen boeddhistische kringen klinkt regelmatig het verlangen om afstand te nemen van de dagelijkse informatiestroom, om de geest tot rust te brengen. De aanname lijkt te zijn dat minder weten gelijk staat aan meer innerlijke vrede.
De aanname lijkt te zijn dat minder weten gelijk staat aan meer innerlijke vrede.
Journalist Fréderike Geerdink heeft daar een uitgesproken mening over. Wanneer mensen zeggen geen nieuws meer te volgen omdat het ‘te heftig’ is, roept dat bij haar direct verzet op.
“Ik krijg altijd kromme tenen als mensen zeggen: ‘Ik volg het nieuws niet meer, ik vind het te heftig.’ Ik denk dan: weet je wát pas heftig is?!”

Geerdink begon haar journalistieke carrière begin jaren negentig in Nederland, maar werkte van 2006 tot 2020 als freelance correspondent in Turkije en Koerdistan. Vanuit die regio berichtte zij jarenlang over onderdrukking, mensenrechten en gewapend verzet. Haar werk gaf voor de Turkse autoriteiten tweemaal aanleiding haar te arresteren, waarna ze uiteindelijk gedwongen werd het land te verlaten.
Haar specialisatie ligt bij macht en degenen die zich daartegen verzetten. Ze bericht niet vanuit het perspectief van regeringen of machthebbers, maar vanuit de ervaringen van gemarginaliseerde gemeenschappen die de gevolgen van macht dagelijks aan den lijve ondervinden. Over de massamoord op Koerdische dorpsjongens in Roboskî schreef zij het bekroonde boek The boys are dead (2014). Later woonde en werkte zij een jaar tussen PKK-strijders, wat resulteerde in This fire never dies (2018), een uniek portret van het Koerdische verzet vanuit het perspectief van gewone guerrillaleden.
Juist die combinatie van kritisch onderzoek en persoonlijke betrokkenheid maakt haar een interessante gesprekspartner bij vragen over angst, gelijkmoedigheid en de spanning tussen innerlijke rust en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Thema’s die ook binnen het boeddhisme centraal staan en actueel zijn.
Geerdink mediteerde meerdere jaren intensief, zonder die praktijk nu nog als expliciete leidraad te benoemen. Eind jaren negentig begon ze met transcendente meditatie en beoefende zes à zeven jaar lang, trouw twee keer per dag. Terugkijkend verbindt ze deze periode met een fase van ingrijpende keuzes: het opzeggen van haar baan, het besluit om naar Turkije te vertrekken en het beëindigen van een langdurige relatie.
Of deze veranderingen direct voortkwamen uit haar meditatiebeoefening durft ze niet te zeggen. “Je weet natuurlijk nooit precies wat oorzaak en gevolg is,” zegt ze. Hoewel meditatie nu geen vast onderdeel meer is van haar routine, kenmerkt die houding haar natuurlijke manier van werken: aandachtig aanwezig blijven, scherp blijven waarnemen en niet verlammen door emotie maar handelen vanuit helder onderscheidingsvermogen.
Geerdink wijst op de positie van waaruit nieuwsvermijding mogelijk is. Alleen wie voldoende veilig, beschermd en ingebed is in maatschappelijke privileges kan het zich permitteren om de werkelijkheid tijdelijk buiten te sluiten.
“Als jij een witte mevrouw of meneer bent, cisgender, geen Palestijnse achtergrond hebt, geen Koerd in Nederland bent, dan kun je zeggen: ik mijd het nieuws. Dan kun je fijn in je geprivilegieerde bubbeltje leven.”
Voor mensen die structureel geraakt worden door oorlog, racisme, uitsluiting of beleid, is nieuws geen optionele prikkel, maar dagelijkse realiteit.
Het idee dat iedereen zich even makkelijk kan afsluiten van informatie berust volgens Geerdink dus op een misvatting over gelijkheid.
In haar manifest Alle journalistiek is activisme (2025) stelt Geerdink dat neutraliteit geen onschuldige positie is. De zogenaamd neutrale journalistiek is historisch ontwikkeld vanuit een dominante machtspositie van voornamelijk witte, mannelijke redacties die hun perspectief als universeel presenteerden.
Volgens Geerdink blijft journalistiek die machtsstructuur vaak in stand houden door problemen te framen zonder de bijbehorende machtsverhoudingen inzichtelijk te maken.
Ze illustreert dat met een eenvoudige metafoor:
“Geen enkele journalist schrijft over een gevaarlijk kruispunt waar kinderen op de fiets worden aangereden, met als intentie om automobilisten die kinderen willen aanrijden een tip te geven. Maar journalistiek die de machtsdynamiek niet meeneemt, speelt wél de macht in de hand. En dirigeert daardoor in feite de automobilist naar het gevaarlijke kruispunt.”
In die metafoor is onmiddellijk duidelijk wie de macht heeft: de automobilist met een ‘moordmachine onder zijn kont’. Het kind op de fiets heeft geen controle over de situatie. Toch ontbreekt die heldere machtsanalyse vaak in berichtgeving over maatschappelijke kwesties.
Bij thema’s als transgenderzorg, racisme of Zwarte Piet worden conflicten gepresenteerd als ‘discussies’, alsof het om gelijkwaardige meningsverschillen gaat. Geerdink: “Dan word je dus gek: daar is weer die ‘discussie’. Maar over wiens rug voer je die discussie?”
Geerdink verzet zich tegen het idee dat dit pleidooi zou betekenen dat feiten minder belangrijk worden. Integendeel: “Mijn loyaliteit ligt altijd bij de journalistiek.”
Zorgvuldige verificatie, hoor en wederhoor, diepgaand onderzoek, dat blijft de kern van haar werk. Maar dat betekent niet dat journalistiek alle zienswijzen als even zwaar moet behandelen. Journalistiek moet zich richten op de waarheid binnen de context van machtsverhoudingen.
Als illustratief voorbeeld noemt zij de berichtgeving over Gaza. Waar steeds meer experts spreken over genocide, blijven veel media het conflict aanduiden als ‘oorlog’.
“Als we echt weten dat er genocide plaatsvindt, moeten we dat ook zo noemen. In de wetenschapsjournalistiek schrijft niemand dat de aarde plat is, omdat we weten dat die rond is. Als we weten dat het genocide is, moet dat uitgangspunt zijn van alle berichtgeving.”
Media vermijden die scherpte vaak uit angst om ‘activistisch’ te lijken.
“Terwijl ik denk: nee, dat is juist journalistiek.”
Volgens Geerdink is het tekenend dat haar journalistieke specialisatie – macht – als niche wordt gezien: “Eigenlijk is macht dé kern van journalistiek. Het is absurd dat dit een specialisatie is. Elke redactie en elke journalist zou hierin onderlegd moeten zijn.”
Eigenlijk is macht dé kern van journalistiek.
“In Nederland doen we alsof we heel egalitair zijn,” zegt Geerdink. “Maar ons land ís gebouwd op kolonialisme. Dat is onze original sin: geen individuele schuld, maar een historische erfenis die nog steeds doorwerkt.”
Zonder dat perspectief blijven machtsverhoudingen onzichtbaar en ontbreekt echte diepgang in de verslaggeving.
Geerdink herkent angst wel degelijk, ook in haar eigen leven, bijvoorbeeld tijdens gevaarlijke reizen en conflicten, maar benadrukt dat angst niet verdwijnt door je af te sluiten.
Toen vlak vóór een reis naar Koerdistan in Syrië een collega-journalist was ontvoerd, voelde ze angst opkomen voor haar eigen reis. De oplossing bleek niet vermijden, maar begrijpen. “Ik ben gaan uitzoeken wat er was gebeurd. In welke situatie hij had gezeten op welke plek, en hoe ik die situatie kon vermijden. En toen ging mijn angst weg.”
Haar angst verdween niet door wegkijken, maar door helder zien.
In het boeddhisme betekent gelijkmoedigheid (upekkha) niet gevoelloosheid of afstand, maar evenwichtig aanwezig kunnen zijn bij wat moeilijk is. Het vermogen om betrokken te blijven zonder overspoeld te raken.
Geerdink beschrijft een vergelijkbare houding: diepe betrokkenheid combineren met zelfzorg. “Ik raak boos over onrecht. Over Gaza, over racisme, over transhaat. Maar daar kan ik dan weer over schrijven! En ik zorg goed voor mezelf: slapen, gezond eten, bewegen.”
Ik ben een show-upper.
Voor nieuwsconsumenten ligt die rol vanzelfsprekend anders. Zij hoeven geen journalisten of activisten te worden. Maar ook voor hen geldt: angst vermindert niet door jezelf af te sluiten, maar door je te verbinden met de werkelijkheid op een manier die draaglijk is. Niet eindeloos nieuws consumeren of het volledig vermijden, maar zoeken naar die vormen van betrokkenheid bij de wereld die bij jou passen: via gesprekken, lokale initiatieven, vrijwilligerswerk, maatschappelijke actie, of simpelweg bewust geïnformeerd blijven zonder jezelf te laten overspoelen.
Misschien is de vraag dus niet of media angst voeden, maar welke angst zij oproepen en waar die toe leidt?
Er bestaat een angst die verlamt: veroorzaakt door verwarring, onduidelijke berichtgeving en valse neutraliteit.
En er bestaat een angst die wakker maakt: geboren uit helder zicht op machtsstructuren en onrecht.
Gelijkmoedigheid betekent niet het vermijden van die tweede vorm van angst. Het is het vermogen om betrokken te blijven zonder te verharden of jezelf te verliezen en om vanuit die helderheid ook te handelen.
Dus:
Niet wegkijken.
Niet overspoeld raken.
Maar aanwezig én actief blijven.
Volg Fréderike Geerdink via haar website of Substack.
Omslagafbeelding: Mike Von, Unsplash. De portretfoto is persoonlijk eigendom van Fréderike Geerdink.