Boeddhisme in het verpleeghuis tijdens coronacrisis

Directeur verpleeghuis vindt steun in het boeddhisme tijdens coronacrisis

Hoe heftig is de coronacrisis voor een directeur van een verpleeghuis? Bob Pluijter ondervond het aan den lijve. Nu de eerste storm geluwd is blikt hij terug. “Soms voelde ik mij radeloos en vroeg ik mij af: hoe lang houden we dit vol?”

Bob Pluijter, onder zijn boeddhistische vrienden beter bekend als Dhammapitika, is directeur van het St. Pieters en Bloklands Gasthuis in Amersfoort. Tijdens de eerste golf van de coronacrisis bleek het boeddhisme een bron van steun in zijn werk. Het verpleeghuis biedt zorg aan 200 bewoners door in totaal 320 medewerkers. Bodhi redacteur Sofia Opfer tekent zijn verhaal op.


“De naam die ik tijdens mijn ordinatie Bob Pluijter beoefent binnen het Triratna boeddhisme. Binnen deze traditie kun je je betrokkenheid bij de Boeddha, de dharma (de leer van de Boeddha) en de sangha (de groep mensen met wie je beoefent) verdiepen door ordelid te worden, ook wel: ordinatie. Dit gaat gepaard met het ontvangen van een boeddhistische naam. kreeg is Dhammapitika. Je zou dat kunnen vertalen als ‘hij die met enthousiasme de dhamma Dhamma betekent ‘de leer van de Boeddha’, ook wel bekend als ‘dharma’. in praktijk brengt’. Tijdens de eerste golf van de coronacrisis was dat een belangrijke oefening.

Mijn boeddhistische naam moedigt mij aan om in alle aspecten van het leven de dhamma toe te passen. Niet alleen binnen de sangha, maar ook binnen het gezin en in mijn werk in het verpleeghuis. Toen in februari de onheilstijdingen uit Italië en Iran kwamen, gevolgd door de golf aan besmettingen in Nederland, werd ik natuurlijk bezorgd om mijn bewoners en het personeel. Er bleek een tekort aan beschermingsmiddelen en testen, waardoor de kans reëel was dat medewerkers, waaronder ikzelf, het virus onder de kwetsbare bewoners zouden verspreiden. Met gevolgen die we niet konden overzien. Dat vond ik spannend.

De eerste golf van de coronacrisis was zwaar, vol met onzekerheid en, als je er eerlijk op reflecteert, met angst.

In zo’n situatie ontstaat behoefte aan controle, bij mezelf en bij de overheid. Controle uitte zich in regelen, willen beheersen, willen vermijden. Het RIVM stelde richtlijnen en protocollen op, er kwam een noodverordening en wij moesten elke dag uitgebreid aan de GGD rapporteren.

Medisch gezien waren dit goede interventies, passend bij de crisis zoals die op ons af leek te komen. In sociaal opzicht waren de coronamaatregelen pijnlijk en onnatuurlijk. Door het coronavirus moest het verpleeghuis plotseling op slot, terwijl verbinding met de medemens deel is van ons bestaan. Echtparen werden uit elkaar getrokken, kinderen mochten hun ouders niet meer zien. Dat maakte mensen bang: stel dat je vader of moeder door corona overlijdt, terwijl jij alleen in het laatste uur op een afstandje met een mondkapje op afscheid mag nemen. Het handelen vanuit angst voor een catastrofe zette iedereen enorm onder druk.

Ons brein werd overprikkeld. Al die onzekerheid en wens tot beheersing en controle, wat natuurlijk niet lukte, vroegen mij om een krachtig tegengif: vanuit mijn boeddhistische beoefening bekeek ik de situatie steeds opnieuw vanuit vertrouwen, geduld, moed en vriendelijkheid. En lukte me dat niet, dan was dat het vertrekpunt om met zachtheid en met ‘just sitting’ op het mediatiekussen de situatie te erkennen zoals die was, en daar ‘ja’ tegen te zeggen.

boeddhisme in het verpleeghuis tijdens coronacrisis?

Bob Pluijter (boeddhistische naam: Dhammapitika)

Boeddhisme in het verpleeghuis tijdens coronacrisis

Het is voor mij een enorme uitdaging om een geëngageerd boeddhist te zijn, midden in de wereld te staan, zonder jezelf daarin te verliezen. Er zit een spanningsveld tussen een bijdrage willen leveren aan een andere, een betere wereld en tegelijkertijd de wereld zien zoals hij is met een soort van overgave. Het coronavirus heeft ons op de proef gesteld. Toch heb ik deze crisis ook ervaren als een periode van oefening en verdieping van mijn engagement.

De leer van de Boeddha was mijn inspiratiebron, mijn geestelijke batterij, de vitamine om steeds bij terug te keren. Normaal gesproken loop ik niet te koop met mijn beoefening op mijn werk. Beoordeel mij op basis van mijn handelingen, niet mijn identiteit. In deze uitzonderlijke situatie richtte ik in mijn kantoor een altaartje in, als een soort anker. Binnen het verpleeghuis werken medewerkers vanuit andere inspiratiebronnen, zoals de humanistiek, of een christelijke traditie. Wij vonden daarin veel saamhorigheid en deelden met elkaar hoe we troost en verdraagzaamheid haalden uit andere bronnen dan alleen de berichten van het RIVM. Dat was mooi en intiem. Het gaf veerkracht.

Als de coronacrisis iets duidelijk maakt, is dat alles onderling afhankelijk is.

De term voor onderlinge afhankelijkheid in het boeddhisme is paticca samuppada. Deze doctrine leert ons dat alles ontstaat op basis van bepaalde voorwaarden en omstandigheden. Dat geldt ook voor deze pandemie. De manier waarop wij met dieren omgaan en ze verhandelen heeft ertoe geleid dat het virus op mensen is overgedragen. Het gemak waarmee we de wereld overvliegen heeft bijgedragen aan de snelle verspreiding. Dat we geen mondkapjes in Nederland produceren komt door onze economie die altijd het goedkoopste wil. Zo zijn er allerlei verschillende oorzaken die geleid hebben tot de situatie waarin we zitten.

Soms voelde ik mij radeloos en vroeg ik mij af: hoe lang houden we dit vol? Ik had grote behoefte aan rust vanuit mijn hart

Tweet

Tegelijkertijd betekent paticca samuppada dat ik een positieve bijdrage kan leveren aan het verloop of de impact van de crisis in mijn directe omgeving, door betere voorwaarden en omstandigheden te creëren. Ik heb een privé afweging gemaakt om niet thuis te werken, maar om elke dag bij de bewoners en medewerkers te zijn; om de onzekerheid en het verdriet te delen, om samen stil te zijn, met af en toe een vette grap erdoorheen. In onze ‘corona stuurgroep’ was ook ruimte om op te biechten wat er zoal verkeerd ging. Niet te streng. Vriendelijkheid was overal. Ik hoop dat ik daarmee iets heb bijgedragen aan het verdragen van de situatie. ’s Avonds kwam ik vaak moe en ontregeld thuis. Soms voelde ik mij radeloos en vroeg ik mij af: hoe lang houden we dit vol? Ik had grote behoefte aan rust vanuit mijn hart.

De metta bhavana meditatie, de ontwikkeling van liefdevolle vriendelijkheid, heeft mij enorm geholpen.

De liefdevolle vriendelijkheid-meditatie Een vorm van mediteren waarbij je liefdevolle vriendelijkheid cultiveert, voor jezelf en alle levende wezens. zorgt voor een verbreding van mijn scope. Ondanks de verantwoordelijkheid en mijn grote betrokkenheid bij mijn eigen verpleeghuis, kon ik mijn gedachten en mijn beoefening van metta sterk verbinden met wat er buiten het huis, in de grote wereld gebeurde. Uiteindelijk bracht het mij een ervaring van gelijkmoedigheid. Dat is geen onverschilligheid, maar een actieve verbinding met wat er is, zonder te oordelen en zonder dat je geest ermee op de loop gaat. Op een gegeven moment was er op de Dam in Amsterdam een herdenking van alle zorgmedewerkers die zijn overleden als gevolg van het coronavirus. Tegelijkertijd was er in Amsterdam ook een demonstratie van Viruswaanzin (ook bekend als Viruswaarheid, red.) tegen de coronamaatregelen. Het bestaat allebei naast elkaar.

We zijn geen slachtoffer van de situatie, maar wij maken iets mee wat onderdeel is van het menselijke bestaan

Tweet

Gelijkmoedigheid helpt mij om dat te accepteren. Je kunt niet alles in het leven beheersen. Omgaan met het oncontroleerbare en onbeheersbare van deze omvang, met alle verwarring, emoties, tegenstrijdigheden en polariserende perspectieven, dat is voor de meesten van ons nieuw, omdat wij nog nooit een oorlog of iets heftigs van deze omvang hebben meegemaakt. Maar als je breder kijkt, vanaf de tijd van de Boeddha tot nu, zie je dat deze situatie niet uniek is. We zijn geen slachtoffer van de situatie, maar wij maken iets mee wat onderdeel is van het menselijke bestaan. Het is de kunst om dat te begroeten, je er actief toe te verhouden en niets anders te eisen dan hoe het is.

Gelukkig is het St. Pieters en Bloklands Gasthuis tot nu toe coronavrij gebleven.

Geen enkele bewoner heeft tot nog toe het coronavirus opgelopen. In juni mocht het verpleeghuis als een van de eerste weer open. We zijn natuurlijk voorbereid op een tweede uitbraak, maar we zijn vastbesloten om onze kernwaarden niet los te laten. We gaan niet meer uit verbinding zoals ons dat eerst werd opgelegd. We hebben samen met medewerkers en bewoners ideeën ontwikkeld over hoe om te gaan met een eventuele tweede golf.

We willen het bijvoorbeeld mogelijk maken voor naasten om wel op bezoek te blijven komen, maar dan vragen wij ze wel om zelf in thuisquarantaine te gaan. Ouderen zeggen: “wij hebben ons leven gehad, maar wij willen dat de jongeren van het leven kunnen genieten.” Dat is mooi, maar ouderen hoeven zich niet op te offeren. We proberen het coronavirus buiten de deur te houden, maar niet ten koste van de onderlinge verbinding: we proberen vooral onze medemenselijkheid en vriendelijkheid te blijven praktiseren. Hoewel veiligheid voorop blijft staan, gaat de deur bij ons niet meer hermetisch dicht.”


Lees ook: Vier tips uit het boeddhisme voor mensen die in de zorg werken
Lees meer over ordinatie bij Triratna