Ecologie en boeddhisme

Een groene Boeddha: De Bloemenpreek

Ecologie en boeddhisme, gaat het samen? Wat kan de klimaatbeweging opsteken van het boeddhisme? Volgens auteur en zenboeddhist Tom Hannes kunnen we die vraag beter omkeren en het boeddhisme groener maken. In dit deel doet hij een voorstel voor een herziene versie van de Bloemenpreek.

Er wordt wel eens gesteld dat het boeddhisme van oudsher een ecologische traditie is. Dat zijn leer van het niet-zelf ons inleidt tot het inzicht dat onze wezenlijke aard de onderlinge afhankelijkheid van alle levende wezens is. Dat dit de inhoud van het boeddhistische ontwaken is. En dat het boeddhisme daarmee inherent tot de voorhoede van het ecologische denken behoort.

Natuur in boeddhistische teksten

Nu valt niet te betwisten dat heel wat moderne boeddhisten authentiek ecologisch geëngageerd zijn. Daarnaast doen ook behoorlijk veel passages uit de canon ecologisch aan. Zeker in de latere tradities, zoals het zenboeddhisme, dat volgens zijn eigen ontstaansmythe zelfs gebaseerd is op de zogenaamde Bloemenpreek:

De Boeddha nam een bloem, liet ze tussen zijn vingers draaien en zweeg. Van alle monniken in zijn gevolg glimlachte alleen Mahakasyapa. De Boeddha sprak: “Ik heb het oog van de schat van de ware dharma en die wordt nu overgedragen op Mahakasyapa.”

Zo begon, aldus de legende, de weg van de zen. Mooi verhaal. Als jonge zenleerling was ik er verzot op. In mijn verdere opleiding kwam ik nog veel voorbeelden van natuurliefde in de klassieke zenteksten tegen. Zoals de slagzin van zenmeester Dogen: ‘De kleur van de bergen en de stem van de rivier zijn het onderricht van de Boeddha.’ Maar in de loop van de jaren bleek er toch wat te schorten aan de link tussen het traditionele boeddhisme en ecologie. Hoe mooi en inspirerend ik de passages ook blijf vinden.

Historische Boeddha over de natuur

Ten eerste heeft de historische Boeddha zulke dingen nooit gezegd. Het verhaal van Mahakasyapa werd bijvoorbeeld pas vijftien eeuwen later bedacht in Chinese zenkringen. Het zenverhaal echoot dan ook niet het vroege boeddhisme, maar een late Chinese tak: de Huayen, waar de zenschool heel wat van haar mosterd haalde.

Op haar beurt was de Huayen losjes gebaseerd op het late Indiase Bloemenslingersoetra, dat vijf eeuwen na de dood van de Boeddha werd geschreven. De Huayenschool nam uit het soetra bijvoorbeeld het beeld van ‘Indra’s net’ over. Indra was een oude Indiase god die een magisch net in zijn paleis had opgehangen. In elk knooppunt van het net hing een juweel. Elk juweel was zo gesneden dat het alle ander juwelen van het net weerspiegelde. Dat beeld leende de Huayenschool dus om te stellen dat het boeddhistische ontwaken bereikt wordt wanneer je diepgaand beseft dat elk verschijnsel de hele kosmos weerspiegelt. Een juweel, een bloem, je eigen inborst: elk omvat de hele realiteit van het bestaan.

Nogmaals, de historische Boeddha zei zulke dingen niet, maar voor Chinezen paste het beeld mooi bij hun eigen oude idee dat de Tao alles doordringt. Even later namen de zenboeddhisten die stelling grofweg over met het verhaal van de woordeloze mystieke bloemenpreek. En nog eens duizend jaar later kunnen wij er een voorloper van een ecologische spiritualiteit in zien.

Eén zijn met het Al is niet genoeg

In zekere zin kun je denken: wat maakt het uit? Oké, stel dat het Bloemenslingersoetra dingen poneert die de Boeddha niet te pruimen had gevonden, en dat de Huayen en de zen het soetra ook nog een flink hebben verdraaid? Geeft ons dat dan vandaag niet net de vrijheid om even creatief te zijn met de traditionele bronnen? Als het ons maar helpt om beter te leven is het goed, niet?

Zeker! Maar tegelijkertijd valt niet te ontkennen dat alle mooie ideeën hierboven lijnrecht staan tegenover datgene wat we vandaag begrijpen onder ‘ecologie’. Alles staat er in het teken van het contact van één verschijnsel (een bloem, een juweel of een mens) met dé diepe, universele waarheid. Daarom kijkt het individu naar binnen: om één te zijn met het Al. Toegegeven, het is een heerlijke ervaring die je leven ten goede kan veranderen. Maar laat nu net deze ervaring weinig ecologisch zijn.

Ecologie gaat over gemeenschappen

Ecologie is geen woord voor het feit dat elk dingetje de hele natuur weerspiegelt. Het is geen woord voor de relatie tussen één ding en het Alles. Ecologie gaat niet over twee niveaus van bestaan (het niveau van het aparte ding en het niveau van totale verbondenheid), maar over ontzettend veel niveaus van gemeenschapsvorming: van het extreem plaatselijke, via het regionale en continentale, tot het planetaire niveau en verder. Een plant of een dier is geen ‘ding’ maar een gemeenschap van allerlei delen en bacteriën die samenwerken. Die maakt op zijn beurt deel uit van de grotere gemeenschap: die van de directe omgeving of biotoop. Dat biotoop staat in allerlei maten van overlapping in contact met andere biotopen, die op hun beurt allemaal afhankelijk zijn van de grote aardse klimaatgemeenschap, enzovoort. De bedenkers van de metafoor van Indra’s net wilden een duizelingwekkend beeld geven van de onderlinge afhankelijkheid van alles. Maar in vergelijking met enkele hedendaagse basisweetjes over de aardse ecologie is dat oude beeld haast kinderachtig simplistisch.

Ecologische realiteit

Als we de metafoor van Indra’s net willen behouden, laten we de Al-weerspiegelende juwelen maar beter links liggen. We kunnen beter kijken naar de relatie tussen de niet zo blinkende touwen. Die zijn een veel beter symbool voor de relaties tussen de ecologische gemeenschappen. Neem een touw van een groot net vast en trek hevig aan: het net en de knooppunten in de directe omgeving ondergaan er een grote invloed van. De stukken verder weg weten er minder van. Maar vernietig grote stukken net en het hele net zal een pak minder sterk zijn. Laat de touwen verrotten en van een net zal snel nog weinig sprake zijn.

Zo bekeken is Indra’s net lang geen slecht beeld voor onze ecologische realiteit. Als we kunnen weerstaan aan de verleiding van de blinkende dingetjes die ons een beeld van het Al beloven. De juwelen kunnen een plek in een spirituele traditie behouden, maar vanuit ecologisch standpunt maken ze ons eerder blind dan ziend. We vergeten de interacties in het net zelf, die overal anders zijn, die altijd complex zijn, die net daaruit hun schoonheid en ontzagwekkende karakter halen.

Ecologisch ontwaken leidt tot zorgen voor het klimaat

Het bevrijdende ecologische ontwaken toont geen universele waarheid waarin elk dingetjes alles omvat. Het gaat er veeleer om te ontwaken tot de onvermijdelijke gemeenschapsaard van ons bestaan. Dat we knooppunten zijn, ingebed in een ontzaglijke hoeveelheid gemeenschappen, die in meerdere en mindere mate elkaar beïnvloeden, maar allemaal compleet afhankelijk zijn van het aardse klimaat. En dat we voor een hoogdringende en fundamentele keuze staan: ervoor zorgen of het vernietigen. Indra mag dan wel een god zijn, maar zijn net is niet bepaald onkwetsbaar. Het is van een verbluffende complexiteit en schoonheid, maar het kan ook stuk.

De Boeddha zag een bloem en plukte ze niet

Tweet

Ook de Bloemenpreek zou een andere invulling kunnen krijgen. We zouden er vandaag zelfs voor kunnen kiezen om een nieuwe mythe voor het ontstaan van een groen boeddhisme te schrijven. Een bloemenpreek 2.0.:

De Boeddha zag een bloem en plukte ze niet. Alleen Mahakasyapa glimlachte. Toen anderen in het gevolg van de Boeddha Mahakasyapa’s glimlach zagen, vroegen ze hem wat zijn glimlach betekende. Mahakasyapa besloot niet te zwijgen en sprak: “Vrienden, een bloem is een gemeenschap in een gemeenschap in een gemeenschap in een gemeenschap. Het is een knooppunt zonder einde, net zoals de knopen in Indra’s net. Of zoals de Boeddha ons zo vaak vertelt: niets heeft een afgescheiden en autonoom zelf. Dat betekent onder andere dat we allemaal biotopen in biotopen in biotopen zijn, zonder begin of einde. En kijk, vrienden: hoe precies en grandioos toont deze veranderlijke, afhankelijke en fragiele bloem ons ons bestaan. Dit ontzaglijke wonder is ons thuis. Hier moeten we landen. Met onze aandacht. Ons ontzag. Onze liefde. En onze zorg.” Toen de Boeddha deze woorden hoorde, glimlachte hij ook.