boeddha mara

Een groene Boeddha: De aarde raken

Wat kan de klimaatbeweging opsteken van het boeddhisme? Volgens auteur en zenboeddhist Tom Hannes kunnen we die vraag beter omkeren en het boeddhisme groener maken. In dit deel laat hij zich, net als de Boeddha, door de aarde raken.

Het boeddhisme lijkt vaak een zaak van droge psychologische analyses. Maar het krioelt er ook van ronkende mythes, die op poëtische wijze een zingevend kader geven voor de boeddhistische praktijk. Om onze ‘zen’ meer te laten zijn dan een beetje chillen op een kussen. Om ons aan te vuren tot een grootse motivatie. Om dat te kunnen moeten die mythes niet alleen inspirerend zijn, maar ook plausibel. Ze moeten een minimale overlap hebben met ons wereldbeeld. Dat was in de tijd van de Boeddha al zo, en vandaag is dat niet anders.

De Boeddha die de aarde aanraakt

boeddhisme en klimaat

Tom Hannes en zijn ‘protestbord’

De Boeddha neemt sommige mythes uit zijn tijd simpelweg over. Net als zijn collega-spirituele zoekers beschrijft hij zijn leer als een uitweg uit het rad van wedergeboortes. Met andere mythes – zoals het geloof in de mystieke eenheid met Brahma, of vuurrituelen als bevrijdingsweg – gaat hij eerders speels en zelfs neerbuigend om. Hij is niet alleen een kei in aandachtsmeditatie, maar ook een grootmeester in het herkaderen van de Indiase mythes. Na zijn dood gaat dat proces verder en de geschiedenis van het boeddhisme is er een van steeds nieuwe mythische invullingen van de grote zin van onze praktijk.
Rond het begin van de jaartelling is er bijvoorbeeld de bekende Theravada-mythe van ‘de Boeddha die de aarde aanraakt’.

Tijdens zijn meditatie wordt de jonge Boeddha uitgedaagd door Mara (De Duivel, zeg maar.) Mara stuurt hem zijn beeldschone dochters en zijn leger demonen om hem af te leiden, zodat hij niet tot zijn ontwaking kan komen, maar de Boeddha blijft dapper zitten. Ten slotte probeert Mara met hem in debat te gaan: ‘Hey, bedelmonnikje, je zegt wel dat je geen bezit hebt, maar je eigent je toch maar deze grond toe om te mediteren!’ Opnieuw zegt de Boeddha niets en raakt alleen maar met zijn rechterhand de aarde aan. De aardegodin verschijnt als zijn getuige en ze erkent dat de Boeddha geweldig goed karma heeft en dus alle recht heeft om daar te zitten. Mara is verslagen en de Boeddha komt tot ontwaken.

Waarom is er leven mogelijk op aarde?

De historische Boeddha heeft deze mythe nooit verteld, maar de bhumisparsa (‘de aarde raken’) is tot vandaag één van de canonieke houdingen van de klassieke boeddhabeelden. Het boeddhabeeldje in mijn werkkamer zit ook zo. En het ontroert me. Niet omdat ik iets met Mara of een moedergodin heb. Daar geloof ik niet in. De ‘aarde raken’ of beter nog ‘door de aarde geraakt worden’ resoneert echter wel heftig met mijn bekommernis om het klimaat en het milieu. Hier valt een hedendaagse mythe in te ontdekken. Maar we moeten wel ander, plausibeler verhaal achter het beeld bedenken. Voorlopig gebruik ik daarvoor een lijstje van dertien wetenschappelijke weetjes over de aarde, die ik aantrof in een National Geographic bij mijn ouders thuis.

  1. De gaswolk die de aarde heeft gevormd had genoeg zware deeltjes om een aardkorst te vormen
  2. en genoeg radioactieve deeltjes om de aardkern miljarden jaren van energie te voorzien
  3. en om een magnetisch veld te vormen dat ons beschermt tegen de schadelijkste zonnestraling.
  4. De zon is klein en dus duurzaam, maar groot genoeg om stabiel te zijn.
  5. Ons zonnestelsel ligt in een gebied van de Melkweg waarin de straling meevalt Net tussen twee spiraalarmen (met ontploffende oude sterren, grillige jonge sterren en radioactieve megawolken) en ver genoeg van de kern van de Melkweg (een zwart gat met zoveel straling dat leven onmogelijk is) maar ver van de buitenste zones, waar de atomen te licht zijn om leven te kunnen vormen. .
  6. De aarde ligt net ver en dicht genoeg van de zon om leven mogelijk te maken.
  7. De reuzenplaneten liggen ook ver genoeg van ons, zodat hun zwaartekracht onze baan om de zon niet verstoort. Dat is gunstig, want ook een grillige baan laat geen leven toe.
  8. De reuzenplaneten slokken ook veel brokstukken uit de planetoïdengordel op die anders vaker op onze planeet zouden inslaan en de ontwikkeling van leven zwaar zouden verstoren.
  9. Onze maan is heel groot en heel nabij, en zo stabiliseert ze onze atmosfeer en ons klimaat.
  10. De aardplaten doen allerlei soorten van oppervlakte ontstaan, zodat zich allerlei levensvormen kunnen ontwikkelen, zodat leven erg gevarieerd kan zijn.
  11. Oerplant-achtigen in de zeeën hebben in de jonge jaren van onze planeet de beschermende ozonlaag gecreëerd.
  12. We hebben een koolstofkringloop: het broeikasgas CO2 houdt zonnewarmte vast om leven mogelijk te maken, maar wordt ook genoeg opgeslokt door de aarde om het niet onmogelijk heet te laten worden.
  13. Twaalfduizend jaar geleden verandert de kanteling van de aarde opnieuw: het grillige klimaat van het pleistoceen (waarin de eerste mensen leefden) verandert in het stabielere holoceen. Landbouw wordt mogelijk, complexe en rijke beschavingen ontstaan. Sinds tweehonderd jaar neemt ook onze ecologische voetafdruk steeds meer toe, zodat we volop de holoceense voorwaarden van ons bestaan, onze beste thuis ooit, vroegtijdig doen beëindigen.

Dit lijstje kan vandaag onze bhumisparsa zijn. Dit is wat de aarde ons vertelt als we er ons door laten raken. Er is geen aardegodin die ons komt helpen. Het zal de aarde een worst wezen of we hier mogen zitten of niet. Maar ze getuigt wel van de flinterdunheid van ons bestaan hier op aarde. En in onze meditatie kunnen wij op onze beurt daar ook getuige van zijn. Door bijvoorbeeld die veertien puntjes even ritueel te herhalen als onze klassieke geloften. Als mythisch kader. Om die koele kennis te laten inwerken op onze onderbuik, op ons ontzag, op ons vermogen om lief te hebben, op onze angst om ons wonderbaarlijke thuis te verliezen en op ons gevoel van hoogdringendheid om er zorg voor te dragen. Voor mij werkt het. Elke keer opnieuw.

Titelbeeld: Wikimedia Commons


Meer lezen