Een bodhisattva is een wezen dat streeft naar verlichting. Niet alleen voor zichzelf maar voor alle levende wezens. Bodhisattva’s vind je overal: je hoeft er geen boeddhist voor te zijn. Waar zitten de bodhisattva’s in onze samenleving? Bodhi gaat op zoek. Dit is deel zeven in een serie.

“Ik ben de Maas.”
“Ik ben de Veluwe.”
“Ik ben de Waddenzee!”
Als Jessica den Outer afgelopen september de Duurzame Troonrede Iedere eerste dinsdag van september vindt Duurzame Dinsdag plaats, met een koffertje vol inspirerende initiatieven, Duurzame Lintjes en een Duurzame Troonrede uitgesproken door een prominente verduurzamer. in Den Haag uitspreekt, trapt ze af met een filmpje waarin je een kind door een bekend Nederlands natuurgebied ziet struinen. “Elke dag komen er 15 miljoen vogels naar mij om te eten en te rusten”, zegt het meisje dat de Waddenzee vertolkt. “Maar jammer genoeg wordt het die vogels en andere dieren lastig gemaakt, omdat wel vijftig fabrieken legaal afvalstoffen in mij mogen lozen.”
‘Wij zijn natuur!’, verschijnt er vervolgens in hoofdletters op het beeldscherm. Het zet de toon voor de boodschap waarmee Jessica ons wil wakker schudden. De mens ziet zichzelf, vooral in het Westen, juist als heerser over de natuur. Zodat we die naar believen kunnen bezitten, uitputten en gebruiken voor eigen gewin. Daarbij verliezen we iets essentieels uit het oog: natuur is niet iets buiten ons, wij zijn zelf natuur. Wij zijn er dus ook afhankelijk van voor ons voortbestaan.
Wellicht is het voor kinderen makkelijker om zich te verwonderen over natuur in al haar verschijningsvormen en er verbinding mee te ervaren? Bij Jessica zelf werd het zaadje voor haar grote natuurliefde in ieder geval geplant in haar jeugd. Als klein meisje is ze regelmatig op handen en knieën door het gras kruipend te vinden. Haar opa neemt haar mee op ontdekkingsreis in eigen tuin, waar ze zich laten verrassen door de insecten die ze tegenkomen. Als student komen haar passie voor natuur en behoefte aan rechtvaardigheid samen in het vak milieurecht, waarin ze zich tijdens haar studie rechten specialiseert.
Blijkbaar werkt het systeem waarin ik opgeleid werd niet.
In haar boek Rechten voor de natuur (2023) beschrijft Jessica het als haar levensmissie: de natuur een stem geven in het recht. Waarom is ze hier zo door gegrepen? “Aanvankelijk kon ik in milieurecht echt mijn ei kwijt en dacht ik helemaal op mijn plek te zitten. Ik leerde wetten en regels uit mijn hoofd over natuurbescherming en klimaatverandering. Toch begon het op een gegeven moment te schuren. Op het nieuws bleef ik horen hoe hard de natuur achteruitgaat. Hoe kan dat nou, met al die wetten en regelgeving die bedoeld zijn om de natuur te beschermen? Blijkbaar werkt het systeem waarin ik opgeleid werd niet. Op papier lijkt het goed geregeld. Maar in de praktijk blijkt wetgeving vooral te draaien om het toestaan van menselijke en economische activiteiten, in plaats van het beschermen van de natuur.”
“Toevallig of niet, stuitte ik toen op een artikel over de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland,” vervolgt ze: “De eerste rivier ter wereld die werd aangewezen als rechtspersoon en daarmee dezelfde rechten kreeg als de mens (zie ook de documentaire I am the River, the River is me van de Boeddhistische Blik over deze juridische strijd van de Maori – red.). Heel diep van binnen voelde ik: dít is waar ik aan moet werken! Omdat Rechten van de Natuur niet alleen een juridisch instrument is, maar ons ook uitdaagt om anders naar natuur te kijken.

Ons huidige rechtssysteem is gebaseerd op een westers wereldbeeld van de mens als heerser over de natuur. We zien de natuur als een object, het heeft net zoveel rechten als de stoel waar jij en ik nu op zitten. Niet zo gek dus, dat economische belangen telkens voorgaan op die van de natuur. In plaats van de mens als middelpunt van het bestaan te beschouwen, stelt Rechten van de Natuur het welzijn van het hele ecosysteem centraal. Zo pakken we het probleem aan bij de wortels.”
Dit andere wereldbeeld gaat over de ‘intrinsieke waarde’ van natuur. Het recht om te floreren, niet ten behoeve van de mens, maar omwille van zichzelf. Hoe ervaart Jessica dit? “Bomen vind ik een prachtig voorbeeld om dit duidelijk te maken. Wat zie jij als je naar een boom kijkt? Een houthakker zal hout zien om meubels van te maken. Sommigen ervaren vooral schoonheid. Weer anderen kijken naar de waarde van de boom voor ons ecosysteem, bijvoorbeeld als leverancier van zuurstof. Los van dit alles heb je dus de intrinsieke waarde, die voorbijgaat aan alle waardering die wij er als mens aan toekennen.
Een boom heeft waarde van zichzelf, puur en alleen omdat hij bestaat.
Een ‘stem geven’ aan een bos of rivier in onze rechtspraak, door het eigen rechten toe te kennen? Op het eerste gezicht lijkt dat misschien vreemd, lachwekkend zelfs. Staat zo’n nieuwe manier om ons tot natuur te verhouden niet heel ver van ons af? “Ik plaats deze nieuwe ontwikkeling graag in de geschiedenis. Ons rechtssysteem gaat over normen en waarden – door de tijd heen kunnen die wel degelijk veranderen. Nog niet zo lang geleden waren rechten voorbehouden aan mannen, omdat zij belasting betaalden en daarom stemrecht kregen. Het heeft vrouwen veel strijd gekost om dezelfde rechten te krijgen. Hetzelfde geldt voor mensen van kleur.
Rechten van de Natuur gaat over de volgende juridische emancipatie: in het recht vastleggen dat wij mensen niet de enige levende wezens zijn die bestaansrecht hebben op deze aarde. In ons economische systeem zie je de erkenning van de intrinsieke waarde van niet-menselijke natuur inderdaad nog niet terug. Toch ontkiemen in deze tijd heel veel zaadjes van maatschappelijke initiatieven die anders omgaan met natuur. Denk aan regeneratieve landbouw en de degrowth beweging. Uiteindelijk zal het rechtssysteem meebewegen met deze maatschappelijke ontwikkelingen.”
Jessica’s boek Rechten voor de Natuur doet verslag van zo’n tien spannende casussen. Initiatieven van over de hele wereld om natuur te beschermen door haar rechten toe te kennen en deze vast te leggen in de wet. Van een afgelegen natuurgebied in Californië dat The Walt Disney Company wil omtoveren tot skiresort tot de eerdergenoemde Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland. Er is ook een Europees voorbeeld: het enorme zoutwatermeer Mar Menor in Spanje, dat zo ernstig vervuild wordt dat bewoners in opstand komen. Stemt een overheid in met zo’n burgerinitiatief, dan worden er organen opgezet die de rivier of lagune voortaan vertegenwoordigen. Zij zullen zich inzetten voor bescherming en herstel.

Deze verhalen spreken tot de verbeelding. Moedige burgers gaan de juridische strijd aan met invloedrijke spelers, vaak met onverwachte wendingen. Het lijkt wel een eigentijds sprookje, de ‘goeden’ tegen de ‘slechten’. Lukt het Jessica om met compassie te kijken naar wat mensen de natuur aandoen?
Jessica: “Precies om deze reden wil ik geen activist genoemd worden. Activisten doen goed werk, maar roepen vaak dat beeld op van een strijd van de goeden versus de slechten. Vanuit mijn persoonlijke waarden vind ik het heel belangrijk om ook met compassie naar de CEO van een mijnbouwbedrijf te kijken. Daarom ga ik met iedereen het gesprek aan, zoals bijvoorbeeld met de oprichter van de BoerBurgerBeweging (BBB). Want dit onderwerp hoeft wat mij betreft niet in een bepaald hokje geplaatst te worden. Het is juist verbindend en gaat iedereen aan. Daarom stellen wij ons politiek onafhankelijk op. Ook met de huidige regeringspartijen komen we graag in contact. In onze gesprekken kunnen wij hopelijk overbrengen dat compassie verder gaat dan alleen je medemens.
Mijn ontmoeting met Henk Vermeer, medeoprichter van de BBB, was op uitnodiging van NRC Handelsblad. Zij hadden een dubbelinterview op het oog, juist omdat ze ons als tegenstanders zagen. Maar ik begon het gesprek heel persoonlijk, met dat verhaal over mijn opa. Ik had de vlinder bij me die hij voor mij geconserveerd heeft. Dat opende het contact tussen ons. Hij vertelde ook over zijn opa, die hem vroeger mee naar buiten nam. Deze ervaring heeft veel indruk op mij gemaakt: het liet mij zien hoe belangrijk het is om je open en kwetsbaar op te stellen.”
‘Niets zo krachtig als een idee waarvoor de tijd gekomen is’, zo besluit Jessica haar boek. Ook voor Nederland koestert zij hoop: ‘We staan aan de vooravond van een beweging die niet gestopt zal kunnen worden.’ Ze geeft tips mee hoe lezers daar zelf aan kunnen bijdragen. Zoals de stem van natuur laten meespreken binnen jouw organisatie om de belangen van niet-menselijk leven mee te nemen. Of door gebruik te maken van inspreekrecht in de lokale gemeenteraad, via kunst, of door een stuk grond uit de markt te halen en terug te geven aan zichzelf. Wat betekent het voor haar persoonlijk om zich in te zetten voor deze snelgroeiende beweging?
Niets zo krachtig als een idee waarvoor de tijd gekomen is.
Omslagafbeelding: Jessica den Outer tijdens het evenement Compassie in Actie. Foto: Jurjen Donkers.