werken-met-een-koan

Boeddhistische praktijken: één worden met een koan

Koans zijn korte zinnen of verhalen, bedoeld om zonder redenering tot een inzicht te komen. Kitty sprak met zenleraar Irène Bakker over deze zenboeddhistische oefenpraktijk. “Gefrustreerd raken over een koan is normaal.”

Wie ben ik? Zo luidt de koan die ik zojuist per telefoon heb ‘gekregen’ van zenleraar Irène Kaigetsu Bakker. We bellen met elkaar omdat ik een stuk ga schrijven over koans en hoe je daarmee kunt werken. “Heb je zelf ervaring met koans?”, vraagt Irène. Nee dus. “Dan raad ik je aan met deze koan aan de slag te gaan.”

Ah, een uitdaging! Daar hou ik wel van. Nog diezelfde avond, tijdens een meditatie, begin ik vlijtig na te denken over de koan. Dankzij het gesprek met Irène weet ik al dat je een koan niet kunt ‘oplossen’ met argumentatie. Toch doe ik dat automatisch.

‘Wie’ en ‘ik’ verwijzen naar hetzelfde, denk ik. Maar wat moet ik dan met het woordje ‘ben’?’ Het voelt alsof ik al in de eerste minuut in een doodlopende steeg ben beland.

O ja. “Gefrustreerd raken over een koan is normaal”, vertelde Irène me die ochtend nog. “Sommige mensen vinden het heerlijk om met een koan te werken. Je moet niet logisch denken. Daarom hebben vooral mensen die heel rationeel zijn vaak moeite met koans. Ze zijn gewend om dingen te beredeneren. Maar je tapt hier uit een ander vaatje. Het gaat erom de situatie in de koan te zíjn.

Irène Kaigetsu Bakker

Irène Kaigetsu Bakker. Foto: Heleen de Graaf

Een koan, dat letterlijk ‘openbare zaak’ betekent, kan een korte zin zijn.

Of het is een beschrijving van een situatie of dialoog tussen een zenleraar en zenstudent uit het oude China of Japan. Veel koans bevatten een paradox, een schijnbare tegenstelling die verwarring oproept. Neem deze:

Een monnik vraagt aan Unmon: “Hoe verschijnen Boeddha’s?” Unmon antwoordt: “De berg in het Oosten wandelt langs de Westelijke rivier.”

De zenstudent probeert een antwoord te vinden op de vraag: wat gebeurt hier? Irène adviseert om de koan mee te nemen in je dagelijkse leven: wat roept het bij jou op?

Heb je na een tijdje kauwen het idee dat je de koan ‘doorhebt’? Dan presenteer je jouw inzicht aan je leraar. Die presentatie bestaat uit één of meer woorden, maar vaak ook juist zonder woorden,  alleen een geluid bijvoorbeeld.

Elke koan heeft dus slechts één juist antwoord?

“Verschillende presentaties kunnen kloppen”, zegt Irène. “Bij sommige koans zoeken we wel naar een bepaalde presentatie die het inzicht toont. Soms zit een student in de buurt met zijn antwoord en zeg ik: ‘Je bent warm, maar je kunt dieper gaan’.” Er schijnt trouwens een lijst te rouleren met antwoorden. Maar ik merk wel of een leerling de koan echt heeft doorleefd of overnam. Het is belangrijk dat jij niet gaat werken met de koan, maar dat je de koan laat werken met jou.”

Dat is ook de visie van zenleraar Maurice Knegtel. Voor hem is de koan pas interessant als deze een concrete situatie uit zijn eigen leven uitdrukt. “De koan geeft dan als levenskwestie handvatten om die situatie aan te pakken. Dat kan alleen als ik er lichamelijk mee ben samengevallen, het heb ervaren. Niet door erover na te denken.” Bijvoorbeeld bij deze koan:

Ons leven is als een mens die in een boom hangt. De voeten vinden nergens steun. De handen kunnen niets vastgrijpen. Maar met de kaken bijt de mens zich vast aan een tak. Een zenleraar roept: ‘Hé, jij daar! Waar gaat jouw leven echt over?’ Als de mens niet antwoordt, laat hij de meest wezenlijke vraag schieten. Wel antwoorden betekent: te pletter vallen.

werken met een koan

Geen grond onder de voeten. Foto: Ashley Bean

“Ik herken die situatie”, licht Maurice toe. “Ik heb geen grond onder de voeten, maar bijt me stevig vast in een tak ofwel mijn blik op de werkelijkheid, mijn oordelen en verwachtingen. Juist die zal ik telkens moeten loslaten als ik de vraag wil beantwoorden: waar gaat mijn leven over? En dat voelt als een val in een bodemloze diepte.”

Koans helpen ook auteur en zenboeddhist Tom Hannes om hem bij de les te houden in het dagelijks leven.

Deze koan maakte grote indruk toen hij net met zen bezig was:

Meester Mazu lag op sterven. De hoofdmonnik vroeg hoe hij zich voelde. Mazu antwoordde: “Zongezicht Boeddha, maangezicht Boeddha.”

Tom: “Ik las hem toen als een aansporing om geen enkele toestand te gebruiken als excuus om mijn praktijk ‘on hold’ te zetten. Stralend (zon) of bleekjes (maan), droevig, uitgeput, boos, geil, verontwaardigd of sereen: elk moment is goed om zen te beoefenen. Andere – misschien juistere – interpretaties zijn sindsdien opgedoken, maar deze heeft tot op vandaag een grote, praktische impact op me.”

boeddha maan

Le Buddha (1895) Odilon Redon. Bron: Artvee

Uit Irène’s eigen ervaringen begrijp ik dat een antwoord ook kan komen wanneer je onbewust zen beoefent. Bijvoorbeeld tijdens de yogales of bij het koken. Het overkwam Irène toen ze werkte met de beroemde Mu koan:

Een monnik vraagt aan Joshu: “Heeft een hond Boeddhanatuur?” Joshu antwoordt: “Mu”.

Irène: “De vraag bij deze koan luidt: wat is mu? Er zijn mensen die hun hele leven over deze koan doen. En er zijn tradities waarin studenten er minstens zes jaar lang mee op het kussen moeten zitten. Bij mij kwam het antwoord tijdens een retraite terwijl ik in schouderstand stond, met mijn benen hoog in de lucht. Ineens ‘ervaarde’ ik het. Ik vind dat als leraar mooi om te zien bij studenten, die aha-erlebnis. Hoe simpel het is als je het eenmaal ziet.” Op mijn vraag of ze haar inzicht wil delen, geeft ze een helder antwoord: “Nee, dat moet je zelf ervaren.”

Maar wel bij de volgende koan, waar ze veel aan had:

Stop de fighting across the river.

“Wat komt er dan op bij jou?”, vraagt ze. Ik denk heel even na.
“Dat across the river ook mijn kant van de rivier zou kunnen zijn”, zeg ik.
“En wat is een kernwoord in de koan?“
“The river?”, gok ik. Maar ik voel meteen dat dit niet klopt.
“Nee”, zegt Irène inderdaad.
“Fighting?”
“Ja.”

“De kunst is om een te worden met de koan”, vervolgt ze. “Bij deze gaat het erom je te identificeren met de kracht van woede die we allemaal in ons hebben. Vooral vrouwen hebben niet geleerd om gezond met woede om te gaan. Jezelf toestaan om als zenstudent razend te zijn en dat te ervaren, is heel krachtig.”

Deze uitwisseling prikkelt me. Doordat Irène me zo direct vraagt wat er bij mij gebeurt, krijg ik zin om het uit te zoeken.

Is dat essentieel bij het werken met koans? Heb je er een leraar voor nodig?

werken met een koan“Niet per se”, zegt Irène. ”Er zijn mensen zijn die graag zelfstandig werken en dan een koan per dag lezen uit een bepaalde collectie. Een goed voorbeeld is het boek ‘Het verborgen licht’.” Twee hedendaagse zenleraren, Susan Moon en Florence Caplow, verzamelden voor dit boek verhalen en koans waarin vrouwen centraal staan. Op elk verhaal lieten ze een commentaar schrijven door een hedendaagse vrouwelijke leraar. Ze komen uit alle werelddelen en boeddhistische tradities.

Irène: “Veel koans in die collectie vragen niet om een bepaald antwoord. Het zijn eerder inspirerende verlichtingsverhalen. Dit boek is nieuw en het is leuk dat het vrouwen meer belicht. In de traditionele koan spelen zij een marginale rol, terwijl er veel verlichte vrouwen en leraren waren. Doordat zij minder aan de weg timmerden, is er minder bewaard gebleven. Maar vrouwen beoefenden de dharma óók op een diep niveau.”

Koans lenen zich prima als werkvorm in groepen

Irène gebruikt ze in retraites. “We lezen de koan om de beurt aan elkaar voor als luisteroefening. Vervolgens vraag ik welke zin het meest resoneerde. Daarna schrijven ze op wat die zin bij hen oproept en dat delen ze in kleine groepjes. Zo krijgt een koan verschillende invalshoeken en doorleven de deelnemers het makkelijker.”

Het is inmiddels zondag, een dag voordat ik dit stuk ga schrijven. Ik ga nog even zitten met ‘mijn’ koan. Wie ben ik? Snel achter elkaar komen deze zinnetjes bij me op:

ik ben nu dit en dan dat
ik ben dit
ik ben dat wat weggaat wanneer ik sterf

Ik mail de zinnen aan Irène. Tegen beter weten in denk ik dat ze in een keer raak kunnen zijn. De volgende ochtend antwoordt Irène:
“Ja, mooi wat er dan opkomt. En ook al klopt het, je kan nog dieper gaan met deze koan.”

Titelbeeld: Ashley Batz


Zelf aan de slag met koans?
Dat kan met deze verzamelingen:

Het verborgen licht, van Susan Moon en Florence Caplow
De poortloze poort van Yamada Koun
Koan van Nico Tydeman
The Blue Cliff Record, Thomas Cleary