Boeddhistische psychologie

“Met boeddhistische inzichten hef je geen trauma’s op”

Kun je psychische problemen oplossen met het boeddhisme? Volgens Robert Hartzema, docent en auteur van het boek Boeddhistische psychologie is het niet zo simpel. “Om met boeddhisme te beginnen heb je een zekere mentale gezondheid nodig”, stelt hij. Toch vullen de psychologie en het boeddhisme elkaar wel degelijk aan. Bodhi vroeg hem hoe dat werkt.

Robert Hartzema begon al op jonge leeftijd een zoektocht naar vrijheid en was gedurende tien jaar betrokken bij de beweging van George Gurdjieff, een Russische filosoof en spiritueel leider. Het boeddhisme kwam in 1976 op zijn pad toen hij de boeken ging vertalen van de boeddhistische leraar Tarthang Tulku. Zo begon hij aan de weg die uiteindelijk leidde naar zijn werk in de boeddhistische psychologie:

“Na een bezoek aan Tarthang Tulku in zijn boeddhistische centrum in de Verenigde Staten, vroeg hij mij om in Nederland groepen op te starten” vertelt een goedlachse Hartzema aan de telefoon. “In 1980 ben ik daarmee begonnen in wat toen nog spiritueel centrum de Kosmos was. Later richtten de leerlingen van Tarthang Tulku in Amsterdam het Nyingma centrum op. Daar heb ik vijftien jaar als leraar gewerkt.”

Boeddhistische psychologie

boeddhistische psychologieGedurende de laatste vier jaar kreeg Hartzema steeds meer interesse in de psychologie. “Ik voelde bij mijzelf en bij veel andere studenten dat we met problemen kampten die hun oorsprong hadden op het psychologische vlak. Zaken die je niet via boeddhistische beoefening kunt oplossen. Toen ben ik allerlei opleidingen psychotherapie gaan volgen en ben zelf twee jaar in therapie geweest. De therapeutische inzichten wilde ik toen integreren in de boeddhistische cursussen die ik gaf. Dat kon niet bij het Nyingma centrum. Bovendien moesten de inkomsten van de groepen worden afgedragen aan het centrum. Naast de 250 studenten die ik had, runde ik daarom nog mijn uitgeverij en op een gegeven moment trok ik dat niet meer.”

Hartzema nam op goede voet afscheid van Nyingma en werd docent bij de opleiding voor psychosociaal werk. “Daar heb ik twaalf jaar met plezier gewerkt. Toen ik daar weg ging ontwikkelde ik samen met mijn vrouw Marjan Möller de jaarcursus boeddhistische psychologie, die we ook samen geven. Omdat we allebei een achtergrond hebben in westerse psychotherapie, kunnen we waar nodig ook therapeutisch op mensen ingaan. Uit die cursus vloeide het boek Boeddhistische Psychologie voort.”

Je stelt hierboven dat problemen die hun oorsprong hebben op het psychologische vlak niet met boeddhisme kunnen worden ‘opgelost’. Kan je dat uitleggen?

“Boeddhistische psychologische inzichten hebben een enorme gelaagdheid, sommige gaan ongelofelijk ver. Maar je kunt er geen trauma’s mee opheffen, dat is onmogelijk. Traumaverwerking is een heel ander vakgebied en vergt een andere manier van werken dan wat we met de boeddhistische beoefening doen. Je gaat voor traumaverwerking in therapie omdat je ergens tegenaan loopt. Je psychische motor loopt vast en je hoopt dat de therapeut je kan helpen je motor te repareren. Als hij weer loopt, ben je klaar met therapie en ga je weg. Je laat je auto ook niet in de garage staan als hij gerepareerd is.

De dynamiek van het boeddhisme is het tegenovergestelde daarvan. Je ontdekt dit en daarna dat, dan zie je de enorme rijkdom ervan en denk je: ‘goh jammer dat ik geen dertig levens heb om hiermee bezig te zijn!’ Om met boeddhisme te beginnen heb je wel een zekere mentale gezondheid nodig. Je moet een mate van zelfinzicht en zelfreflectie hebben. Het is belangrijk dat je eerlijk naar jezelf bent, en dat je niet continu door angsten gedreven wordt of dissocieert Een geestesgesteldheid waarin je bepaalde gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen tijdelijk buiten het bewustzijn plaatst .”

In het boek Boeddhistische psychologie omschrijft Hartzema hoe het boeddhisme ons kan helpen als we mentaal enigszins gezond zijn. Zo schrijft hij:

Ondanks positieve omstandigheden kan het zijn dat je geest nog steeds onvoldaan is en als een opgefokte aap op zoek blijft naar het volmaakte geluk dat altijd elders en in de toekomst ligt. Dat is wat de boeddhistische psychologie onderzoekt. Wat is de reden van die fundamentele hongerigheid en onvoldaanheid? Wat maakt het zo moeilijk om gewoon in het moment gelukkig te zijn?

Boeddhistische psychologie kijkt naar de universele, onderliggende structuren die voor iedereen gelden, ongeacht hoe je persoonlijke verleden ook was of hoe het heden er ook uitziet. Je bent niet de enige die op zoek is naar geluk in de toekomst of eindeloos bezig is met het verleden, maar niet in staat is om in het heden gelukkig te zijn. Dat is een probleem wat voor iedereen geldt. En in plaats van te streven naar kortstondige momenten van vergetelheid, zoekt het boeddhisme naar een manier om dat patroon te doorbreken, waardoor een werkelijke bevrijding kan ontstaan.

Wat gebeurt er dan als mensen boeddhisme gebruiken bij het verwerken van hun verleden?

“Als je boeddhistische inzichten gebruikt om dat wat er echt ligt, een trauma bijvoorbeeld, te ontstijgen, dan schuif je je angst, woede of haat gewoon dieper je systeem in. Dan kun je er nog moeilijker bij en ben je er nog minder bewust van omdat je erboven zweeft. Tot ze er op een gegeven moment toch uit komen. Ik heb vaak gezien dat mensen het boeddhisme gebruiken om niet echt te kijken naar iets dat in hun psyche verankert ligt op een manier waarop het boeddhisme er nooit bij kan komen. Meestal is dat woede die mensen niet willen zien. Als het er dan toch onverwacht uitkomt, kunnen mensen daar aardig in doorslaan.”

Als westerse en boeddhistische psychologie zo verschillend zijn, heb je dan wel eens mensen in de cursus die eigenlijk naar een therapeut moeten in plaats van naar jullie?

“De voorselectie is zo zorgvuldig mogelijk. De vragen op het aanmeldformulier werken al als een filter, zoals de vragen over angsten of dissociëren. Als het antwoord daarop te vaag is, vragen we door. Soms raden we mensen aan eerst in therapie te gaan of raden we de cursus helemaal af. Toch komt het wel voor dat er mensen doorheen glippen die eigenlijk niet bij ons thuishoren. En soms komen mensen na vier jaar tot de ontdekking dat er toch iets diepers onder hun gedrag ligt. Dat ze bijvoorbeeld maar in hun schulp blíjven kruipen of verstarren. Dan adviseren we om in therapie te gaan en daaraan te werken. In de cursus gebruiken we zoveel mogelijk de boeddhistische inzichten, maar soms vragen we ook: ‘hoe was dat vroeger thuis, in relatie met je vader of moeder?’ Dat zal je een boeddhistisch leraar niet zo snel horen vragen.

Robert Hartzema

Bron: video over dzochen, te zien op de website van Karnak

Wat we ook doen is bepaalde psychologische verknopingen via ademoefeningen en Tibetaanse yoga proberen te ervaren en ontknopen. Marjan kan daar heel goed mee werken omdat ze ook lichaamsgericht therapeute is. Via de oefeningen raak je de fysieke en emotionele verknopingen aan waardoor je ze gaat voelen en zich op den duur vanzelf ontwarren. Want je lijf wil wel naar losheid, je adem wil niets liever dan vrij doorstromen en je emoties en zintuigen willen allemaal graag aanwezig zijn, maar er is van alles wat ze tegenhoudt.”

Waarom melden mensen zich voor jullie groepen aan? ?
“In de loop der jaren is dat steeds verschoven. Toen we begonnen stond er een interview met mij in de Happinez. Het gevolg was dat negentig mensen zich aanmeldden, terwijl we plek hadden voor dertig. In die tijd was er nog een enorme belangstelling voor het boeddhisme. De Dalai Lama kwam regelmatig hierheen en er verschenen veel boeken. Mensen zochten binnen het boeddhisme naar iets waar ze echt mee konden werken. Niet alleen door in stilte met hun ogen dicht te zitten, maar ook lijfelijk door de verschillende meditatie- en yogavormen.

Het waren nieuwsgierige mensen, maar ze deden eerst dit en dan weer dat, omdat ze toch vaak op zoek waren naar kortstondig geluk. Na tien jaar is dat gaan kantelen. Veel boekhandels gespecialiseerd in spiritualiteit gingen toen failliet. Daardoor werd de verspreiding van informatie veel lastiger. In een webshop kun je geen foldertje neerleggen.

Nu hebben we jaarlijks zo’n zestien tot twintig heel gemotiveerde deelnemers vanuit het hele land. Mensen tussen de 30 en 81 jaar uit allerlei beroepsgroepen: kunstenaars, zakenmensen, mensen uit de zorg. Die laatste groep is altijd wel blijven komen, die zoeken bij ons ook een aanvulling op hun vakbekwaamheid. Om zelf te overleven in de gezondheidszorg komen ze met vragen als: ‘hoe ga ik om met mijn eigen verdriet, woede en irritatie?’”

Je geeft nu veertig jaar les. Als Tarthang Tulku het je niet gevraagd had, was je er dan ooit op gekomen dit te gaan doen?

“Nee, dat was helemaal niet mijn ambitie. Hij vroeg het me en toen dacht ik: ‘dit moet ik gewoon doen’. Ik zag het als een unieke kans, ook al leverde het me financieel niets op en moest ik op een andere manier mijn gezin met drie kinderen onderhouden. Maar het duurde wel een jaar of zeven voordat ik me voor een groep senang voelde. Ik werkte toen zelf met mijn handen en had op de universiteit wel van alles gevolgd, maar nooit tentamens gedaan. Toen kreeg ik ineens allemaal professoren en studenten van de universiteit in mijn boeddhistische groepen. Ik was 34 en sommige professoren waren een generatie ouder. Ze vonden mij een blaag en probeerden me onderuit te halen. Ik had echt diarree van de angst voor de groepen.

Nu komt het ook nog wel eens voor dat mensen in de groep me het vuur aan de schenen leggen. Dan geef ik antwoord zoals ik het op dat moment kloppend vind, maar ik voel me niet meer persoonlijk aangesproken. Ik vind het juist wel leuk om uitgedaagd te worden.”

Hoe lang wil je nog doorgaan met lesgeven?

“Mijn lijf laat het afweten, ik heb overal artrose en polyneuropathie, het doet waanzinnig veel pijn. Tussen de lessen door lig ik op een matras in de zaal uit te rusten en als het nodig is, slik ik pijnstillers. Maar met lesgeven wil ik doorgaan tot ik overlijd. Tenzij ik echt niet meer overeind kom of de studenten meer in verwarring breng dan dat ik ze help om helderder en vrijer te worden. Bovendien neemt Marjan steeds meer over, zodat het voor mij wat lichter is.

Ik merk nu ook hoe ontzettend veel ik zelf aan mijn beoefening te danken heb. Want dwars door de pijn heen geniet ik nog steeds volledig van wat ik doe. Ik ben weleens kwaad omdat dingen niet meer lukken, maar binnen wat ik wel kan blijft alles heel sprankelend.

Ik heb ook nog steeds ontzettend veel respect voor mensen en hun zoektocht. Dat verveelt nooit. Als je echt goed naar mensen kijkt en luistert, dan zit er bij iedereen weliswaar een universeel verhaal in, maar geven ze het toch heel individueel vorm. De groepen zijn inhoudelijk ook steeds weer anders, we kijken elk jaar wat we er in willen houden en wat er uit kan. In grote lijnen wordt het steeds experimenteler, meer meditaties, yoga en uitwisseling, en minder formele uitleg.

Voor mij is lesgeven geslaagd als ik zie dat mensen na een tijdje vrijer zijn, wilder, losser, emotioneler, gevoeliger, zelfstandiger. Kortom, als ze heel anders weg gaan dan dat ze gekomen zijn. Dat raakt mijn hart en is voor mij de reden om door te gaan.”


Meer informatie

Lees meer over boeddhistische psychologie op de website van Robert Hartzema en Marjan Möller

Lees ook: 
De Abhidharma: wat wij kunnen leren van de boeddhistische psychologie
Boeddhisme: de oplossing voor al uw problemen